Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3825

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-04-2021
Datum publicatie
09-06-2021
Zaaknummer
C/10/614461 / JE RK 21-556
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/614461 / JE RK 21-556

Datum uitspraak: 13 april 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2020 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.J.A. Bosch, te Rotterdam.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 2 maart 2021, ingekomen bij de griffie op 5 maart 2021.

Op 13 april 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:
- de advocaat van de moeder mr. J.J.A. Bosch;
- een vertegenwoordiger van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De moeder is telefonisch gehoord.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

Bij beschikking van 1 mei 2020 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 1 mei 2021.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 15 september 2020 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 1 mei 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen met een jaar.

Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] maakt een positieve ontwikkeling door in het perspectiefbiedende pleeggezin. Het is bijzonder dat hij in een korte tijd grote stappen heeft gezet in zijn ontwikkeling. Tot op heden is het ondanks veel pogingen niet gelukt om met de moeder een afspraak te maken en omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] op te starten. Er is af en toe telefonisch contact, maar alleen als de moeder de jeugdbeschermer belt. Laatst wilde de moeder voor het eerst foto’s zien van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] is zich inmiddels gaan hechten aan het pleeggezin. De GI heeft daarom een perspectiefbesluit genomen en heeft de Raad gevraagd om een onderzoek te doen naar een gezagsbeëindigende maatregel. De komende periode zal gekeken worden of het in het belang van [voornaam minderjarige] is om omgang op te starten met de moeder.

Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat de moeder blij is dat het momenteel goed gaat met [voornaam minderjarige] . Op dit moment heeft de moeder nog geen huisvesting, maar in mei 2021 krijgt de moeder mogelijk een studio. De andere praktische zaken zijn al geregeld. De moeder heeft de wens dat de kinderen weer bij haar komen wonen. Hierbij denkt zij eerst aan de andere kinderen en op lange termijn aan [voornaam minderjarige] . Verzocht wordt daarom om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van zes maanden, zodat de moeder tegen die tijd kan aantonen dat zij een stabiele huisvesting heeft en gekeken kan worden of [voornaam minderjarige] teruggeplaatst kan worden. De komende periode wil de moeder het contact met [voornaam minderjarige] opbouwen en een band met hem opbouwen. Daarnaast wil de moeder op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Zij wil graag elke drie maanden een verslag van wetenswaardigheden en foto’s van [voornaam minderjarige] ontvangen.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).

Op dit moment wordt [voornaam minderjarige] nog onveranderd in zijn ontwikkeling bedreigd. Vlak na zijn geboorte is [voornaam minderjarige] uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over zijn fysieke veiligheid. De maanden na zijn geboorte liep [voornaam minderjarige] erg achter in zijn ontwikkeling en heeft hij extra medische zorg nodig gehad. Dit heeft veel zorg en aandacht van pleegouders gevergd. [voornaam minderjarige] verblijft sinds 10 oktober 2020 in een perspectiefbiedend pleeggezin. Hij maakt daar een positieve ontwikkeling door. Hij is zich gaan hechten aan de pleegouders. De kinderrechter begrijpt het dat de GI recent een perspectiefbesluit heeft genomen. De termijn waarop er zicht moet komen op een terugplaatsing bij de ouders is bij een zeer jong kind zoals [voornaam minderjarige] kort. Het komende jaar zal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen naar een gezagsbeëindigende maatregel.

Op dit moment is de moeder niet in staat om voor [voornaam minderjarige] te zorgen, aangezien zij nog geen huisvesting heeft. Hoewel de kinderrechter de wens van de moeder begrijpt om weer voor [voornaam minderjarige] te willen zorgen, stelt de kinderrechter vast dat de moeder het afgelopen jaar weinig inzet heeft laten zien. Tot op heden is het de GI niet gelukt om afspraken met de moeder te maken, waardoor er inmiddels al een jaar geen contact meer is geweest tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Gelet daarop is er binnen afzienbare termijn geen perspectief op een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van een jaar.

De komende periode zal de moeder moeten laten zien dat zij beschikbaar is en afspraken met de jeugdbeschermer na kan komen. Ook zal de moeder zelf stappen moeten zetten om een betrouwbare figuur voor [voornaam minderjarige] te worden. Daarnaast zal de moeder zich moeten richten op het creëren van een stabiele situatie voor zichzelf, zodat vervolgens kan worden bekeken worden of er omgang met [voornaam minderjarige] kan komen.

De kinderrechter gaat ervan uit dat er op korte termijn alsnog een fysieke afspraak tussen de moeder en de jeugdbeschermer plaatsvindt, waarbij in elk geval overleg zal plaatsvinden over een informatieregeling, zoals verzocht door de advocaat.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 1 mei 2022;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 mei 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 28 april 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.