Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3815

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
03-05-2021
Zaaknummer
8791390 CV EXPL 20-34250
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vordering gedeeltelijk toegewezen. Geen sprake van onverschuldigde betaling doordat vonnis gezag van gewijsde toekomt. Wel sprake van misbruik van bevoegdheid. Kennelijke misslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8791390 CV EXPL 20-34250

uitspraak: 30 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Valisstate B.V.,

gevestigd te Drunen,

eiseres,

gemachtigde: mr. B.M.M. Hepkema,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

United Homes B.V.,

gevestigd te Spijkenisse,

gedaagde,

gemachtigde: mr. E.F.J. Goossens.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Valisstate’ en ‘United’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 25 september 2020, met bijlagen;

  2. de conclusie van antwoord, met bijlagen;

  3. de conclusie van repliek, met bijlage;

  4. de conclusie van dupliek.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1

Valisstate heeft tot en met april 2019 van United woningen gehuurd. Bij het einde van de huur heeft United een bedrag bij Valisstate in rekening gebracht van € 3.864,55. United betwistte deze eindafrekening, waarop partijen in onderhandeling zijn getreden, ten einde tot een minnelijke oplossing te komen.

2.2

Op 25 maart 2020 is United per e-mail akkoord gegaan met het door Valisstate gedane voorstel. In de e-mail van (de gemachtigde van) United staat – voor zover hier van belang – het volgende:

“(…)

Geachte [naam] ,

Na overleg met cliënte kan ik u melden dat zij akkoord is met uw onderstaande voorstel onder voorwaarde dat het bedrag uiterlijk a.s. vrijdag 27 maart 2020 op de rekening van United Homes is bijgeschreven. U kunt het bedrag overmaken naar [bankrekeningnummer] ten name van United Homes. Na ontvangst van uw betaling van € 3.000,00 verleent cliënte u finale kwijting voor het bedrag waarover de procedure thans aanhangig en zal deze procedure na tijdige ontvangst van uw betaling intrekken.

Met het voorgaande vertrouw ik u naar behoren te hebben geïnformeerd.

(…)”

2.3

Op 26 maart 2020 heeft Valisstate een bedrag van € 3.000,- op de betreffende rekening gestort, conform de afspraak tussen partijen.

2.4

De procedure is vervolgens door United niet ingetrokken, waarna op 3 juni 2020 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verstekvonnis wordt gewezen onder het zaaknummer 8393787 CV EXPL 20-1000. Valisstate wordt in dit vonnis veroordeeld tot betaling van een bedrag aan United.

2.5

Op 8 juni 2020 heeft United Valisstate per e-mail op de hoogte gebracht van bovenvermeld vonnis. Valisstate heeft vervolgens op 26 juni 2020 conform het vonnis een bedrag van € 5.286,84 betaald aan de deurwaarder Agin, die optrad namens United.

2.6

Valisstate heeft vervolgens contact opgenomen met United om de situatie uit te leggen en United te verzoeken het bedrag van € 5.286,84 terug te betalen. Dit heeft United tot op heden niet gedaan.

3. Het geschil

3.1

Valisstate vordert dat United bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Valisstate van een bedrag van € 5.926,18, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van United in de proceskosten.

3.2

Valisstate legt aan haar vordering ten grondslag dat zij onverschuldigd heeft betaald. United heeft een bedrag van (in totaal) € 8.286,84 van Valisstate ontvangen, terwijl zij slechts aanspraak heeft op € 3.000,-. Dit betreft het bedrag dat Valisstate op 26 maart 2020 tegen finale kwijting had betaald aan United, waarna United de procedure zou intrekken. Op grond van artikel 6:74 BW juncto artikel 6:96 BW vordert Valisstate tevens vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten.

3.3

United voert als verweer onder meer het volgende aan. Op 3 juni 2020 is tussen partijen een vonnis gewezen, waarin Valisstate bij verstek is veroordeeld tot betaling. Nu Valisstate geen rechtsmiddel heeft aangewend tegen het vonnis, is dit vonnis in kracht van gewijsde gegaan. Er is hier dan ook geen sprake van een onverschuldigde betaling, waardoor de vordering moet worden afgewezen.

4. De beoordeling

4.1

Tussen partijen is niet in geschil dat Valisstate te veel aan United heeft betaald. Van onverschuldigde betaling is echter alleen sprake wanneer Valisstate zonder rechtsgrond heeft betaald.1 Valisstate heeft in dit geval betaald ter uitvoering van het vonnis van 3 juni 2020. De betaling is daarmee in beginsel niet onverschuldigd. Valisstate heeft tegen dit vonnis geen rechtsmiddel ingesteld, waardoor het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Nu dit vonnis gezag van gewijsde toekomt2, moet van de juistheid van dat vonnis worden uitgegaan. Het standpunt van Valisstate dat partijen een schikking hadden getroffen kan daarom niet meer worden beoordeeld.

4.2

De kantonrechter is van oordeel dat op het punt van de betaling door Valisstate wel een uitzondering moet worden gemaakt op het gezag van gewijsde omdat het vonnis op dat punt op een kennelijke misslag berust. United heeft immers erkend dat Valisstate al een bedrag van € 3.000,- had betaald. United maakt daarom misbruik van bevoegdheid door het vonnis onverkort ten uitvoer te leggen en het volledige door Valisstate betaalde bedrag te behouden.3 Dat United niet wist dat Valisstate dit bedrag al had betaald, betekent niet dat zij het bedrag niet hoeft terug te betalen. Valisstate heeft daarom ter voldoening van het vonnis € 3.000,- onverschuldigd betaald. Dit deel van de vordering van Valisstate wordt toegewezen.

4.3

De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.

4.4

Valisstate maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen, berekend over het gedeelte van de hoofdsom dat zal worden toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 425,-.

4.5

United zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.6

Dit vonnis wordt zoals Valisstate vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat United aan de veroordelingen moet voldoen en dat zij de toegekende vergoedingen moet betalen, ook als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt United aan Valisstate te betalen een bedrag van € 3.425,- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 425,- vanaf 10 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt United in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Valisstate vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 87,99 aan dagvaardingskosten en € 622,- (2 punten x € 311,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44236

1 Artikel 6:203 lid 1 en 2 BW.

2 Artikel 236 lid 1 Rv.

3 Artikel 3:13 BW.