Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3733

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-04-2021
Datum publicatie
28-04-2021
Zaaknummer
ROT 21/2179
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Europees bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter kan en zal in het midden laten of het in het e-mailbericht vervatte rechtsoordeel dat het vanuit het Verenigd Koninkrijk in de unie ingevoerde product vanaf 21 april 2021 gekeurd moet gaan worden als zuivelproduct kan worden gelijkgesteld aan een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Ook al zou dit het geval zijn dan heeft te gelden dat het bestuurlijk rechtsoordeel als zodanig geen rechtsgevolgen teweeg brengt. Een rechtsgevolg is eerst aan de orde indien een partij daadwerkelijk wordt geweigerd voor invoer in de unie. Dit brengt ook met zich dat verzoekster wat zij beoogd, namelijk dat het haar tot zes weken na de te nemen beslissing op bezwaar wordt toegestaan het product in de unie te blijven invoeren, niet in deze procedure kan bereiken. Hetgeen verzoekster in feite beoogt valt buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter. Enkel de voorzieningenrechter in kort geding kan een verklaring voor recht afgeven dat de NVWA (de Staat) onrechtmatig handelt door het product op en na 21 april 2021 te weigeren voor invoer in de unie. Gelet hierop ontbreekt processuele connexiteit en zal de voorzieningenrechter zich als bestuursrechter onbevoegd verklaren kennis te nemen van het verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 21/2179

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 april 2021 als bedoeld in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

McCain Foods Holland B.V., verzoekster,

gemachtigde: mr. J.J. Peelen,

en

de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA), verweerder.

Procesverloop

Bij e-mail van 25 maart 2021 heeft het Team Klantcontactcentrum van de NVWA verzoekster bericht dat door de NVWA de eindconclusie wordt getrokken dat de chili cheese nuggets van McCain een zuivelproduct zijn en geen samengesteld product. Het bericht bevat voorts het volgende:

“Dit product zou, ongeacht of het een zuivel- of samengesteld product is, sowieso vanaf 21 april 2021 gekeurd moeten gaan worden (dan gaat nieuwe wetgeving in betreffende de saméngestelde producten en moeten alle samengestelde producten met gereguleerde temperatuur gekeurd gaan worden). Omdat het enige tijd heeft geduurd voor u antwoord heeft gekregen, ga ik het team documentcontrole in Rotterdam verzoeken u tot die tijd coulance te geven. Dit zou dan betekenen dat u voor de chili cheese nuggets een overgangstermijn heeft tot 21 april 2021 en dat de zendingen daarna gekeurd moeten gaan worden als zuivelproduct. Graag voor de nieuwe zendingen chili cheese nuggets contact opnemen met het team documentcontrole in Rotterdam. Zij kunnen u dan aangeven of zij gehoor geven aan mijn verzoek en dat de zendingen inderdaad niet gekeurd hoeven worden tot 21 april 2021.”

Op 19 april 2021 heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen de e-mail van 25 maart 2021 en heeft zij voorts die dag per faxbericht om 16:59 uur de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Daarbij heeft zij de voorzieningenrechter verzocht per 21 april 2021 een ordemaatregel te treffen voorafgaand aan de verdere behandeling van het verzoek.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, uitspraak zonder zitting.

2. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover de daartoe uit te voeren toetsing meebrengt dat de rechtmatigheid van het bestreden besluit wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat oordeel niet bindend voor de beslissing op bezwaar of in een eventuele beroepsprocedure.

3. Verzoekster importeert chili cheese nuggets vanuit het Verenigd Koninkrijk. Op 12 februari 2021 is een partij hiervan door verweerder aanvankelijk tegengehouden aan de Nederlandse grens. Dit heeft geleid tot een e-mailwisseling tussen verzoekster en verweerder waaronder het e-mailbericht van 25 maart 2021.

4. Verzoekster wenst met haar voorlopige voorziening te bereiken dat het besluit van 25 maart 2021 wordt geschorst tot in ieder geval zes weken na de beslissing op bezwaar en dat het haar is toegestaan de chili cheese nuggets als samengesteld product te blijven importeren zonder te hoeven voldoen aan de eisen van zuivelproducten.

5. De voorzieningenrechter kan en zal in het midden laten of het in het e-mailbericht van 25 maart 2021 vervatte rechtsoordeel dat de chili cheese nuggets vanaf 21 april 2021 gekeurd moet gaan worden als zuivelproduct kan worden gelijkgesteld aan een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb [...].

6. Ook al zou dit het geval zijn dan heeft te gelden dat het bestuurlijk rechtsoordeel zoals opgenomen in het e-mailbericht van 25 maart 2021 als zodanig geen rechtsgevolgen teweeg brengt (vgl. ECLI:NL:CBB:2015:31). Een rechtsgevolg is eerst aan de orde indien een partij chili cheese nuggets daadwerkelijk wordt geweigerd voor invoer in de unie. Dit brengt ook met zich dat verzoekster wat zij beoogd, namelijk dat het haar tot zes weken na de te nemen beslissing op bezwaar wordt toegestaan de chili cheese nuggets in de unie te blijven invoeren, niet in deze procedure kan bereiken. Een voorlopige voorziening kan zich immers uitsluitend uitstrekken tot de door verzoekster in bezwaar aangevochten beslissing. En juist omdat een rechtsoordeel geen rechtsgevolg heeft, heeft het schorsen daarvan evenmin enig rechtsgevolg.

7. Hetgeen verzoekster in feite beoogd valt buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter. Enkel de voorzieningenrechter in kort geding kan een verklaring voor recht afgeven dat de NVWA (de Staat) onrechtmatig handelt door de chili cheese nuggets op en na 21 april 2021 te weigeren voor invoer in de unie (vgl. ECLI:NL:RBROT:2005:AU5259 en ECLI:NL:RBROT:2021:3328). Gelet hierop ontbreekt processuele connexiteit en zal de voorzieningenrechter zich als bestuursrechter onbevoegd verklaren kennis te nemen van het verzoek.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 28 april 2021.

De griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.