Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3676

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
10/322712-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewezenverklaring mishandeling. Gedragsdeskundigen adviseren feit niet aan de verdachte toe te rekenen vanwege ziekelijke stoornis van geestvermogens (schizofrenie). Gelet op advies wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank heeft kennisgenomen van verzoekschrift tot afgeven zorgmachtiging, bij afzonderlijke beschikking op beslist.

(Eventueel hier ECLI-nr van zorgmachtiging opnemen). ZIE OOK ECLI:NL:RBROT:2021:3675

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/322712-20

Datum uitspraak: 6 april 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad,

raadsman mr. C.M. Kamminga, advocaat te ‘s-Gravenhage.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 april 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D.N.G. Woei-A-Tsoi heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het primair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    het bewezenverklaarde de verdachte niet toe te rekenen;

  • -

    de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring

Het subsidiair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 21 december 2020 te Krimpen aan den IJssel,

[naam slachtoffer] heeft mishandeld door

- met kracht de keel van voornoemde [naam slachtoffer] beet te pakken en

- met kracht tegen de keel van voornoemde [naam slachtoffer] te duwen, waardoor voornoemde [naam slachtoffer] op de grond is gevallen en

- meerdere malen in het gezicht en op het hoofd van voornoemde [naam slachtoffer] te stompen,

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

subsidiair

mishandeling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt officier van justitie en verdediging

Zowel de officier van justitie als de verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit volledig ontoerekeningsvatbaar was en daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6.2.

Beoordeling

Over de verdachte is gerapporteerd door twee gedragsdeskundigen, te weten door psychiater dr. [naam psychiater] op 24 februari 2021 en psycholoog drs. [naam psycholoog] op 22 februari 2021. Zij hebben geconcludeerd dat de verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van schizofrenie. Voorts hebben de deskundigen geconcludeerd dat dit ook zo was ten tijde van het ten laste gelegde en dat de stoornis de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte beïnvloedde ten tijde van het ten laste gelegde. De verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde psychotisch. Door de psychose werd het handelen van verdachte volledig bepaald. Hij reageerde impulsief op basis van auditieve hallucinaties met negatieve kritiek en aantijgingen en kon zijn wil niet meer in vrijheid bepalen.

De deskundigen adviseren dan ook om het ten laste gelegde feit niet aan de verdachte toe te rekenen. Verder wordt geadviseerd om de mogelijkheid van een zorgmachtiging via artikel 2.3 van de Wet forensische zorg te laten onderzoeken conform de Wet verplichte GGZ.

Nu de conclusies van de psychiater en de psycholoog worden gedragen door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het bewezenverklaarde feit de verdachte niet kan worden toegerekend, zodat de verdachte niet strafbaar is.

De rechtbank zal de verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging.

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift van de officier van justitie tot het afgeven van een zorgmachtiging en heeft daar bij afzonderlijke beschikking op beslist.

6.3.

Conclusie

Er is een omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is niet strafbaar.

7. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,

en mrs. A.M.G. van de Kragt en L.J.M. Janssen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 21 december 2020 te Krimpen aan den IJssel,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- ( met kracht) de keel/hals/nek van voornoemde [naam slachtoffer] heeft beet gepakt en/of heeft vastgehouden en/of (vervolgens) (in) de keel/hals van voornoemde [naam slachtoffer] heeft (dicht)geknepen en/of

- ( met kracht) tegen de keel/hals van voornoemde [naam slachtoffer] heeft geduwd, waardoor voornoemde [naam slachtoffer] op de grond is gevallen en/of terwijl hij, verdachte, (in) de keel/hals van voornoemde [naam slachtoffer] (dicht)kneep en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van voornoemde [naam slachtoffer] heeft geslagen en/of heeft gestompt, terwijl voornoemde [naam slachtoffer] weerloos op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 21 december 2020 te Krimpen aan den IJssel,

[naam slachtoffer] heeft mishandeld door

- ( met kracht) de keel/hals/nek van voornoemde [naam slachtoffer] beet te pakken en/of vast te houden en/of (vervolgens) (in) de keel/hals van voornoemde [naam slachtoffer] (dicht) te knijpen en/of

- ( met kracht) tegen de keel/hals van voornoemde [naam slachtoffer] te duwen, waardoor voornoemde [naam slachtoffer] op de grond is gevallen en/of terwijl hij, verdachte, (in) de keel/hals van voornoemde [naam slachtoffer] (dicht)kneep en/of

- meerdere malen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van voornoemde [naam slachtoffer] te slaan en/of te stompen, terwijl voornoemde [naam slachtoffer] weerloos op de grond lag;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )