Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3566

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-04-2021
Datum publicatie
22-04-2021
Zaaknummer
10/710126-18 en 10/712004-19 (t.t.z. gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft in zijn auto, op de openbare weg, verborgen in een ruimte onder het middenconsole twee geladen vuurwapens, waarvan één met bij behorende patroonmagazijn, voorhanden gehad. Alle verweren met betrekking tot het wapen zijn verworpen.

Gemotiveerde vrijspraak voor diefstal met geweld van een bankpas en van geld; voor medeplegen van afpersing van een Rolex horloge en van witwassen. De rechtbank acht, alles afwegend, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummers: 10/710126-18 en 10/712004-19 (t.t.z. gevoegd)

Datum uitspraak: 7 april 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] ,

raadsman m. LA.R. Newoor, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 maart 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, waarbij de dagvaarding onder parketnummer 10/710126-18 overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie is gewijzigd op de terechtzittingen van 18 september 2018,
31 januari 2019 en 16 maart 2021.

De teksten van de beide (gewijzigde) tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Onder de feiten 1 en 2 wordt de verdachte medeplegen van diefstal met geweld van een bankpas en van geld verweten op 10 april 2018 (zaak Brug); onder de feit 3 medeplegen van bezit van een tweetal vuurwapens in de periode van 9 februari 2018 tot en met 11 april 2018 (zaak Europcar); onder feit 4 medeplegen van afpersing van een Rolex horloge op 8 maart 2018 (zaak Rolex).

Onder parketnummer 10/712004-19 wordt hem verweten dat hij geld afkomstig van zaak Brug heeft witgewassen.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van den Berg heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair, 3, en 4 ten laste gelegde onder parketnummer 10/710126-18 en van het onder parketnummer 10/712004-19 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feiten 1, 2 en 4 van parketnummer 10/710126-18 (zaken Brug en Rolex)

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de afpersingen en diefstal in vereniging van de aangever [naam aangever] . Volgens de officier van justitie wordt de aangifte van [naam aangever] op belangrijke punten ondersteund door de camerabeelden bij de pinautomaat van de bank, de bankafschriften van [naam aangever] en de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte] , die bekent geld te hebben gepind van de rekening van [naam aangever] .

4.1.2.

Beoordeling

Vastgesteld kan worden dat er op 10 april 2018 tussen 11:03 en 11:07 uur door de medeverdachte [naam medeverdachte] met de bankpas van aangever [naam aangever] geld is gepind van de rekening van [naam aangever] bij een pinautomaat aan het Bruggehoofd in Hellevoetsluis, dat de medeverdachte wisselend heeft verklaard over de vraag waarom hij dat heeft gedaan en dat de medeverdachte en de verdachte vanaf 13.00 uur op 10 april 2018 in Amsterdam opvallend luxe aankopen hebben gedaan. Die omstandigheden geven zeker te denken. Het dossier bevat echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat aangever [naam aangever] met geweld en/of bedreiging met geweld is gedwongen tot afgifte van zijn bankpas. Daarbij betrekt de rechtbank dat de aangever [naam aangever] geen verklaring biedt voor opvallend gedrag. Zo zou hij begin maart 2018 door dezelfde verdachten onder bedreiging van een vuurwapen zijn beroofd van een Rolex horloge. Toch spreekt hij op 10 april 2018 weer af met één van hen en stapt hij, naar eigen zeggen bij beide verdachten in de auto.

Dat geldt evenzeer voor het zojuist genoemde incident dat begin maart 2018 zou hebben plaatsgevonden en waarbij aangever [naam aangever] en [naam slachtoffer 2] zouden zijn afgeperst door de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte] . Vastgesteld kan worden dat aangever [naam aangever] en [naam slachtoffer 2] op 8 maart 2018 met de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte] in een auto van Hellevoetsluis naar Brielle zijn gereden. Het dossier bevat echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat aangever [naam aangever] en [naam slachtoffer 2] toen door de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte] met geweld en/of bedreiging met geweld zijn gedwongen tot afgifte van een Rolex horloge en een geldbedrag. Daarbij betrekt de rechtbank dat het bewijs met name ontleend zou moeten worden aan de verklaringen van aangever [naam aangever] en [naam slachtoffer 2] , terwijl zij inconsistent en tegenstrijdig verklaren over de gang van zaken die dag en hun verklaringen bovendien de nodige vragen oproepen. Zo heeft [naam slachtoffer 2] aanvankelijk verklaard dat hem 5.000 euro was ontnomen. Later verklaarde hij dat het toch 10 euro was. En zo heeft [naam slachtoffer 2] aanvankelijk verklaard dat hij de medeverdachte [naam medeverdachte] niet eerder had ontmoet. Uit een door de verdediging overgelegd filmpje is echter het tegendeel gebleken.

Bij deze inconsistenties en ongerijmdheden in de verklaringen komt ook nog dat het telefoonnummer [telefoonnummer] dat eerder aan de medeverdachte [naam medeverdachte] werd toegeschreven en in deze periode aan de verdachte wordt toegeschreven, gedurende het pinnen niet in Hellevoetsluis maar in Hoogvliet was, minstens 11 kilometer van het Bruggehoofd verwijderd.

Gelet op al het voorgaande, spreekt de rechtbank de verdachte vrij van de feiten 1, 2 en 4.

4.2.

Bewijswaardering feit 3 (zaak Europcar)

Inleiding

In een door de verdachte gehuurde auto, een Hyundai met het kenteken [kentekennummer] , zijn twee geladen wapens aangetroffen, een revolver en een pistool. Deze wapens waren verborgen in het middenconsole bij de versnellingspook en zijn na doorzoeking van de auto op 13 april 2018 inbeslaggenomen.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij die revolver in 2018 in handen heeft gehad bij het maken van een videoclip.

4.2.1.

Standpunt raadsman

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is -zakelijk weergegeven- aangevoerd dat niet gezegd kan worden dat de verdachte de wapens op of omstreeks de dag van de inbeslagname van het voertuig op 13 april 2018 heeft “gehanteerd”, omdat zijn DNA toen niet op de wapens is aangetroffen. Dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht over de wapens heeft gehad, blijkt niet uit het dossier. In ieder geval zijn de bevindingen ten aanzien van de op de Apple iMac aangetroffen foto’s niet van doorslaggevende betekenis voor de bewezenverklaring. Het gedurende enige seconden vasthouden van de revolver ten behoeve van een filmpje, zoals de verdachte zegt te hebben gedaan, levert geen bewijs op van “het voorhanden hebben” van een wapen als bedoeld in artikel 26 van de Wet wapens en munitie.

Evenmin kan uit het dossier worden afgeleid dat er sprake is van medeplegen.

Nu geen proefschoten zijn afgevuurd met de Zastava en er een defect is geconstateerd bij de Smith & Wesson, is ten slotte niet vast te stellen dat de vuurwapens te kwalificeren zijn als vuurwapens in de zin van de Wet wapens en munitie.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt alle verweren.

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn redenering dat het poseren met een wapen voor een foto niet aangemerkt kan worden als het ‘voorhanden hebben’ van een wapen als bedoeld in de Wet wapens en munitie. Immers door met de wapens in zijn handen op verschillende manieren te poseren en daarvan foto’s en/of video’s te (laten) maken, heeft verdachte de beschikkingsmacht gehad over de wapens en daarmee artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie overtreden.

Dit zou slechts anders zijn als een bijzonder geval zich zou voordoen, waarin iemand onverhoeds of ongewild kortstondig een wapen of munitie van een ander in handen krijgt, of wanneer iemand onverwacht kennis krijgt van de aanwezigheid in zijn nabijheid van een wapen of munitie van een ander, terwijl hij redelijkerwijs daarvan niet direct afstand kan nemen (HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:510). Daarvan is hier geen sprake.

Bovendien heeft de medeverdachte [naam medeverdachte] verklaard dat de wapens die in de auto zijn aangetroffen van de verdachte zijn.

Dat de wapens op de foto’s dezelfde zijn als de wapens in het gehuurde voertuig, blijkt uit de bewijsmiddelen die als bijlage II bij dit vonnis zijn opgenomen. De verbalisant heeft de grote gelijkenissen tussen de wapens beschreven. Ten aanzien van de revolver wijst de rechtbank in dit verband nog op het identieke wapennummer dat zowel voorkomt op de in het voertuig aangetroffen revolver als op het vuurwapen op de foto’s.

Uit bovenvermelde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, kan worden geconcludeerd dat de verdachte wetenschap moet hebben gehad van de aanwezigheid van, en beschikkingsmacht over de vuurwapens en bijbehorende munitie in de auto. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat de verdachte de huurder was van de auto waarin de wapens zijn aangetroffen.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte dit feit tezamen en in vereniging met anderen, waaronder de medeverdachte [naam medeverdachte] , heeft gepleegd. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de verdachte samen met de medeverdachte videoclips maakte waarvoor zij zich beiden hebben laten filmen met diezelfde wapens, dat zij samen zijn aangehouden in de auto waarin de wapens lagen en dat het DNA van de medeverdachte [naam medeverdachte] op één van de wapens is aangetroffen.

Tenslotte gaat de rechtbank voorbij aan het verweer van de raadsman dat de wapens niet (naar behoren) functioneerden, nu het proces-verbaal van bevindingen over de wapens expliciet vermeldt dat ondanks de geconstateerde gebreken aan de wapens deze gebruiksklaar waren om schoten mee af te vuren. Daarmee zijn deze wapens in elk geval bestemd om projectielen door een loop af te schieten, waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Zij vallen aldus binnen de definitie van “vuurwapen” als bedoeld in artikel 1, aanhef en sub 3 van de Wet Wapens en Munitie.

Conclusie
De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte beide vuurwapens en de bijbehorende munitie in vereniging voorhanden heeft gehad.

4.3.

Vrijspraak parketnummer 10/712004-19 (witwassen)

4.3.1.

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat verdachte het van [naam aangever] afgeperste en gestolen geld in Amsterdam heeft besteed aan dure spullen en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

4.3.2.

Beoordeling

Nu verdachte is vrijgesproken van de afpersing en diefstal van [naam aangever] (zie hiervoor 4.1.3), is er geen bewijs voorhanden dat het door hem in Amsterdam overgedragen geld afkomstig was van misdrijf. De verdachte wordt ook van dit feit vrijgesproken.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 van parketnummer 10/710126-18 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

3.

hij in de periode van 9 februari 2018 tot en met 11 april 2018 te Hoofddorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander wapens als bedoeld in art. 2 lid 1˚ Categorie III onder 1˚ van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3˚ van die wet in de vorm van een pistool (merk: Crvena. Zastava. kaliber: 7.65mm) met een daarbij behorend patroonmagazijn en daarbij behorende munitie en- een vuurwapen in de zin van artikel l, onder 3˚ van die wet in de vorm van een revolver (merk: Smith & Wesson, kaliber: .357 Magnum/.38 special) met daarbij behorende munitie, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit onder 3 van parketnummer 10/710126-18 levert op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft in zijn auto, op de openbare weg, verborgen in een ruimte onder het middenconsole twee geladen vuurwapens (waarvan één met bijbehorende patroonmagazijn) voorhanden gehad.

De aanwezigheid en het gebruik van vuurwapens in de openbare ruimte is een toenemend probleem waardoor het veiligheidsgevoel van veel mensen wordt geraakt.
Het voorhanden hebben van een vuurwapen leidt immers al te vaak tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien. Tegen het ongecontroleerde bezit van vuurwapens moet daarom streng worden opgetreden.
De rechtbank rekent het de verdachte aan dat de wapens binnen handbereik in de auto lagen, met de mogelijkheid dat deze wapens in een voorkomend geval zou worden gebruikt.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
8 februari 2021, waaruit blijkt dat de verdachte vaker is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.Na de pleegdatum van het onderhavige feit heeft hij wederom nieuwe feiten gepleegd, waarvoor hij in het afgelopen jaar ook is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages

[naam] van de Reclassering Nederland, afdeling reclassering, heeft op 30 augustus 2018 een rapport over de verdachte opgemaakt. In dit rapport is onder andere beschreven de problematische achtergrond van de verdachte, zijn verkeerde contacten en zijn beperkte vaardigheden om problemen op te lossen, dan wel om juiste keuzes te maken.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Ten aanzien van zijn persoonlijke omstandigheden heeft de verdachte op de zitting aangevoerd dat hij gestopt is met het produceren van muziek. Door de coronamaatregelen is zijn bedrijf failliet gegaan. Hij heeft gesolliciteerd voor de functie van heftruckchauffeur. Hij is inmiddels tot het besef gekomen dat hij zichzelf in het verleden heeft weggecijferd. Hij vindt dat hij de goede weg is ingeslagen, maar dat hij nog een lange weg heeft te gaan.

7.4.

Redelijke termijn

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn is overgeschreden. Verdachte is op 12 juni 2018 in verzekering gesteld. Verdachte kon daaraan in redelijkheid de verwachting ontlenen dat tegen hem de strafvervolging zou worden ingesteld. De rechtbank neemt dan ook die datum als beginpunt bij het bepalen van de redelijke termijn. De rechtbank doet op
7 april 2021 uitspraak. Het tijdsverloop tussen het aanvangsmoment van de ‘criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het wijzen van vonnis door de rechtbank bedraagt dan ook 2 jaar en 10 maanden. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat, bijzondere omstandigheden daargelaten, de behandeling op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. Dit betekent dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van 10 maanden, hetgeen de rechtbank laat meewegen bij de uiteindelijke straftoemeting.

7.5.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van het feit en het strafblad van de verdachte kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Bij de bepaling van straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Ook is gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn.

De rechtbank acht, alles afwegend, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest passend en geboden. De rechtbank is bij de straftoemeting afgeweken van de eis van de officier van justitie, omdat de officier van justitie alle aan verdachte ten laste gelegde feiten bewezen heeft geacht en de rechtbank enkel het voorhanden hebben van twee vuurwapens bewezen heeft verklaard.

8. Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich, vertegenwoordigd door mr. A.J.W. Raas, advocaat te Breda, in het geding gevoegd, [naam benadeelde] , ter zake van de feiten 1, 2 en 4 onder parketnummer 10/710126-18.
De benadeelde partij heeft in het aangepaste voegingsformulier, te kennen gegeven van de verdachte te vorderen:

- een bedrag van € 1.440, - aan materiële schade, bestaande uit het weggenomen bedrag van € 8.340, - en € 2.100, - voor de terugkoop van het horloge,

- een bedrag van € 1.200, - aan immateriële schade,
in totaal € 11.640, -, te vermeerderen met de wettelijke rente.


Beoordeling

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van de - hiervoor genoemde - feiten waaruit de schade voor de benadeelde partij zou zijn ontstaan, zal de rechtbank de benadeelde partij
niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 4 van parketnummer 10/710126-18 en de onder parketnummer 10/712004-19 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder feit 3 van parketnummer 10/710126-18 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 290 (zegge: tweehonderdnegentig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. L. Amperse en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 april 2021.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

parketnummer 10/710126-18

1.

hij op of omstreeks 10 april 2018 te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte

van (een) bankpas en/of een ID-kaart, in elk geval van enig goed,

en/of tot het ter beschikking stelen van gegevens, te weten de bij die bankpas (bijbehorende) (pin)code(s)

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- tonen en/of richten van een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp, aan/op die [naam slachtoffer 1] en/of

- doorladen van dat/een (vuur)wapen, althans dat/een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp, in de nabijheid van die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten plaatsnemen van die [naam slachtoffer 1] achterin een auto en/of

- ( daarbij) tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen:

* "We gaan naar de auto" en/of

* "Wachten!" en/of

* "Als je het vertelt aan je vader, moeder, familie of vrienden dan

schieten we die neer en schieten we jou neer";

2.

hij op of omstreeks 10 april 2018 te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een)

geldbedrag(en) (totaal E8340), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- tonen en/of richten van een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp, aan/op die [naam slachtoffer 1] en/of

- doorladen van dat/een (vuur)wapen, althans dat/een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp, in de nabijheid van die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten plaatsnemen van die [naam slachtoffer 1] achterin een auto en/of

- ( daarbij) tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen:

* "We gaan naar de auto" en/of

* "Wachten!" en/of

* "Als je het vertelt aan je vader, moeder, familie of vrienden dan

schieten we die neer en schieten we jou neer";

subsidiair

hij op of omstreeks 10 april 2018 te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft weggenomen (een) geldbedrag(en) (totaal E8340), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij het weg te nemen goed onder het bereik van verdachte en/of zijn mededader(s) is gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door het gebruik van een bankpas en een pincode tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;

3.

hij in of omstreeks de periode van 9 februari 2018 tot en met 11 april 2018 te Hellevoetsluis en/of Hoofddorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1˚ Categorie III onder 1˚ van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3˚ van die wet in de vorm van een pistool (merk: Crvena. Zastava. kaliber: 7.65mm) met een daarbij behorend patroonmagazijn en/of daarbij behorende munitie en/of

- een vuurwapen in de zin van artikel l, onder 3˚ van die wet in de vorm van een revolver (merk: Smith & Wesson, kaliber: .357 Magnum/.38 special) met daarbij behorende munitie, voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 08 maart 2018, in elk geval in of omstreeks de periode van 04 maart 2018 tot en met 10 maart 2018 te Hellevoetsluis en/of Brielle, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge (Rolex) en/of (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (meermalen)

- tonen en/of richten van een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, aan/op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- zeggen tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] dat ze alles/hun waardevolle spullen af moesten geven en/of

- voelen aan de pols(en) van die [naam slachtoffer 1] en/of

- doorzoeken van de kleding van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ;

parketnummer 10-712004-19


hij in of omstreeks de periode van 10 april 2018 tot en met 12 juni 2018 te Hellevoetsluis en/of Den Haag en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten één of meer geldbedrag(en)
voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist/en) dat dat/die voorwerp/en) onmiddellijk of middellijk
- afkomstig waren/was uit enig(e) misdrijven/misdrijf
en/of
van dat/die voorwerp/en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en) waren/was, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig(e) misdrijven/misdrijf.