Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3481

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-04-2021
Datum publicatie
20-04-2021
Zaaknummer
ROT 17/2046
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Warenwetgeving. Misleidende informatie op een verpakking gerookte forelfilet. De NVWA heeft de onderneming daarvoor terecht een boete opgelegd voor overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening (EG) 1169/2011.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JW 2021/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 17/2046

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 april 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [vestigingsplaats eiseres] , eiseres,

gemachtigden: mr. M. van Tuijl, mr. A. Danopoulos en mr. M.H. Louws,

en

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,

gemachtigden: mr. G.A. Dictus en mr. J.P. Heinrich.

Procesverloop

Bij besluit van 29 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [naam eiseres] ( [naam eiseres] ) twee boetes van € 1.050,- opgelegd; de eerste wegens overtreding van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen in verbinding met Verordening (EG) 852/2004 en de tweede wegens overtreding van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen in verbinding met Verordening (EG) 1169/2011.

Bij besluit van 16 februari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres deels gegrond verklaard en de boete wegens overtreding van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen in verbinding met Verordening (EG) 852/2004 herroepen. Voor het overige is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 april 2020. Het beroep is tegelijk behandeld met de zaken met zaaknummers ROT 17/1884, ROT 17/2018, ROT 17/2049 en ROT 17/2141. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden, vergezeld door [naam 1] en [naam 2] , respectievelijk bestuurder van en directeur bij Van [naam eiseres] en [naam 3] , deskundige. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, vergezeld door mr. J. Markhorst, jurist,
[naam 4] , [naam 5] , inspecteur, allen werkzaam bij de NVWA.

Overwegingen

1. Op 3 november 2015 heeft een controleambtenaar van de NVWA een inspectie uitgevoerd bij eiseres aan de [adres] .

2. In het op ambtsbelofte opgemaakte rapport van bevindingen (rapport) van 3 juni 2016 is vermeld dat de “Golden Seafood” gerookte forelfilet bij [naam eiseres] in [vestigingsplaats eiseres] werd ontdooid en daarna op de achterzijde van de verpakking werd voorzien van een sticker met onder andere de houdbaarheid en de lotcode. Deze sticker bleek zodanig te zijn geplakt, dat bepaalde voedselinformatie niet meer leesbaar was en in het bijzonder de informatie “Kweekgebied: Turkije” (deze tekst bleek aanwezig na verwijdering van de sticker). In samenhang met het gebruik van het identificatiekenmerk [kenmerk] (in ovaal) en de vermelding “geproduceerd door [naam eiseres] ” werd de indruk gewekt dat het product geproduceerd en verpakt was door [naam eiseres] in [vestigingsplaats eiseres] , hetgeen niet juist was, want het product is in Turkije geproduceerd en verpakt. Deze combinatie maakt dat dit als misleidend wordt gekwalificeerd.

3. Bij het bestreden besluit handhaaft verweerder de aan eiseres opgelegde boete van € 1.050,- ter zake van het overtreden van artikel 2, zevende lid, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, in verbinding met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening (EG) 1169/2011. Daaraan legt verweerder ten grondslag dat, nu op de betreffende verpakking staat vermeld dat het product is geproduceerd door [naam eiseres] en niet meer te lezen is dat het kweekgebied Turkije is, het door de gemiddelde omzichtige consument niet anders zal worden gelezen dan dat het product een Nederlands product betreft. De informatie is volgens verweerder misleidend ten aanzien van de afkomst van de forelfilet.

4. Eiser voert in beroep aan dat de machines zo staan afgesteld dat de sticker onder de tekst wordt geplakt, daarvoor is een wit kader opengelaten. Het komt zeer sporadisch voor dat de tekst deels bedekt wordt door de sticker. Het is voor de consument duidelijk dat de sticker scheef is geplakt en dat onder de geplakte sticker meer tekst op de verpakking is opgenomen die informatie ten aanzien van de herkomst van de forel bevat. In het rapport is niet vermeld of meerdere gevallen zijn aangetroffen, of dat het slechts één verkeerd geplakte sticker betreft. Indien het slechts één verpakking betreft is geen sprake van misleiding. De consument kan namelijk met een eenvoudige handeling – het vergelijken van twee verpakkingen – achterhalen wat de herkomst van de forelfilet is. De sticker was alleen geplakt over de Nederlandse voedselinformatie, waardoor het label met de identificatiecode van de Turkse producent volledig zichtbaar moet zijn geweest voor de consument.

4.1

Op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening (EG) 1169/2011, mag voedselinformatie niet misleidend zijn, met name niet ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel en vooral niet ten aanzien van de aard, identiteit, eigenschappen, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, land van oorsprong of plaats van herkomst en wijze van vervaardiging of productie.

4.2

Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat de verpakking van de gerookte regenboogfilet misleidende informatie over het land van oorsprong en de wijze van productie bevat. Op de verpakking staat dat de regenboogfilet is geproduceerd door [naam eiseres] in [vestigingsplaats eiseres] , terwijl het product is gekweekt, gerookt en verpakt in Turkije. Verder blijkt uit de foto van de verpakking dat zowel op de verpakking zelf als ook op de daarop geplaatste sticker het identificatiemerk “[kenmerk]” staat vermeld. Deze samenstelling van informatie suggereert dat de filet een uit Nederland afkomstig en daar geproduceerd product betreft. Die suggestie wordt niet weggenomen door de vermelding op de verpakking dat de filet afkomstig is van een kweekgebied in Turkije omdat die vermelding was bedekt door een sticker, zodat een gemiddeld geïnformeerde en omzichtige consument niet op basis van de verpakking – waar enkel de lettercombinatie ‘TR’ op de achterzijde van de verpakking zichtbaar was – kon afleiden dat de forel in Turkije was gekweekt, gerookt en verpakt. Ten aanzien van het land van oorsprong en de wijze van productie moet de gemiddelde consument kunnen afgaan op de informatie die zonder stickers te verwijderen zichtbaar is op de desbetreffende verpakking en moet zijn of haar verwachtingen ten aanzien van de kenmerken van het product op deze informatie kunnen baseren. Voedselinformatie over een product dient dan ook per product dat in de handel wordt gebracht op een leesbare en volledige wijze aan de consument te worden gepresenteerd. Dat andere producten hier wel aan zouden voldoen en dat sprake zou zijn van een machinale fout, doet aan het vorenstaande niet af en leidt dan ook niet tot een ander oordeel.

5. Gelet op het vorenstaande staat vast dat eiseres artikel 2, zevende lid, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, in verbinding met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening (EG) 1169/2011 heeft overtreden. Verweerder was derhalve bevoegd eiseres daarvoor te beboeten. Eiseres heeft geen gronden tegen de hoogte van de boete aangevoerd. De rechtbank acht een boete ter hoogte van € 1.050,- passend en geboden.

6. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Rop, voorzitter, en mr. J. de Gans en

mr. S.A. de Vries, leden, in aanwezigheid van mr. N.S.J. Letschert, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 15 april 2021.

De voorzitter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.