Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:348

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-01-2021
Datum publicatie
22-01-2021
Zaaknummer
C/10/591340 / HA ZA 20-161
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Brussel I bis-Vo. Litispendentie. Art. 31 lid 2 Brussel I bis-Vo. Forumkeuze. De Nederlandse rechter hoeft niet te wachten op de (on)bevoegdheidsbeslissing van de rechter van het forumkeuzebeding, omdat het wordt ingeroepen tegen een consument en het beding niet na pas het ontstaan van het geschil overeengekomen is. Een incident leent zich niet voor een beslissing over het toepasselijk recht in de hoofdzaak. Opmerkingen over procedeergedrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/591340 / HA ZA 20-161

Vonnis in incident van 13 januari 2021

in de zaak van

[persoon A] ,

wonende te [woonplaats A] ,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar Cypriotisch recht

F1 MARKETS LIMITED,

gevestigd te Limassol, Cyprus,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaten mr. E.N. Nordmann en mr. M. Groen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [persoon A] en F1 Markets genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 26 augustus 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende het verzoek om aanhouding ex artikel 31 lid 2 Brussel I bis, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. Het geschil in het incident

2.1.

F1 Markets vordert, verkort weergegeven, dat de rechtbank:

  • -

    i) de onderhavige procedure aanhoudt totdat de rechter in de procedure aanhangig bij de rechtbank te Limassol, Cyprus uitspraak heeft gedaan over zijn bevoegdheid;

  • -

    ii) Cypriotisch recht van toepassing verklaart op de onderhavige procedure;

  • -

    iii) [persoon A] niet-ontvankelijk verklaart in haar vordering, althans haar deze ontzegt en [persoon A] veroordeelt in de kosten van de procedure, met nakosten en rente.

2.2.

F1 Markets verzoekt om aanhouding van de procedure op de voet van artikel 31 lid 2 Brussel I Bis-Vo.

2.2.1.

F1 Markets stelt dat tussen partijen sinds 10 juli 2020 ook een procedure aanhangig is voor het gerecht te Cyprus en dat de ingestelde vorderingen hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten als in de hier aanhangige procedure. F1 Markets stelt dat in afwijking van de hoofdregel van artikel 29 Brussel I Bis-Vo de eerst aanhangig gemaakte procedure in Nederland ambtshalve dient te worden aangehouden tot de aangezochte rechter te Cyprus zich over de bevoegdheid heeft uitgelaten, aangezien de bevoegdheid van de rechter te Cyprus is gegrond op een tussen partijen overeengekomen forumkeuzebeding en in dat geval ingevolge artikel 31 lid 2 Brussel I bis-Vo de door het forumkeuzebeding aangewezen rechter eerst dient te beslissen over zijn bevoegdheid.

2.3.

F1 Markets verzoekt de rechtbank daarnaast om Cypriotisch recht van toepassing te verklaren op de overeenkomst tussen partijen. F1 Markets stelt dat het in het kader van een goede procesorde van groot belang is dat de rechtbank thans eerst oordeelt over het toepasselijke recht alvorens de zaak verder inhoudelijk te behandelen.

2.4.

[persoon A] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer zal, voor zover van belang, onder de beoordeling worden weergegeven.

3. De beoordeling in het incident

Verzoek tot aanhouding

3.1.

Zoals reeds in het incidenteel vonnis van 26 augustus 2020 is overwogen, dient de internationale bevoegdheid van de rechtbank te worden beoordeeld aan de hand van de bevoegdheidsregels van de Brussel I bis-Vo.

3.1.1.

Niet in geschil is dat beide procedures betrekking hebben op hetzelfde onderwerp en berusten op dezelfde oorzaak, zodat sprake is van litispendentie. Ingevolge artikel 29 Brussel I bis-Vo geldt als uitgangspunt dat de laatst aangezochte rechter de behandeling van de zaak aanhoudt totdat de als eerste aangezochte rechter heeft geoordeeld over zijn internationale bevoegdheid. Artikel 31 lid 2 Brussel I bis-Vo maakt op dit uitgangspunt een uitzondering in het geval de bevoegdheid van de als laatste aangezochte rechter berust op een exclusieve forumkeuze als bedoeld in artikel 25 Brussel I bis-Vo. De eerst aangezochte rechter houdt in dat geval de zaak aan totdat de op grond van de forumkeuze aangezochte rechter zich over zijn internationale bevoegdheid heeft uitgelaten. Op deze voorrangspositie van de forumkeuzerechter gelden uitzonderingen. Volgens lid 4 van artikel 31 Brussel I bis-Vo kan de eerst aangezochte rechter die bevoegd is op grond van de afdelingen 3, 4 of 5 van de verordening de behandeling van de zaak voortzetten wanneer hij heeft vastgesteld dat de forumkeuze voor de laatst aangezochte rechter niet geldig is op grond van de afdelingen 3, 4 of 5.

3.1.2.

Deze situatie doet zich hier voor. Deze rechtbank heeft in het kader van de bevoegdheidsvaststelling immers geoordeeld dat [persoon A] kwalificeert als consument in de zin van de Brussel I bis-Vo, zodat deze rechtbank als eerst aangezochte rechter bevoegdheid kan ontlenen (en heeft ontleend) aan artikel 18 lid 1 van afdeling 4 van de Brussel I bis-Vo. De rechtbank heeft hierbij vastgesteld dat de forumkeuze voor de rechter te Cyprus niet geldig is, nu gelet op artikel 19 aanhef en sub 1 Brussel I bis-Vo een forumkeuze in een consumentenovereenkomst alleen mogelijk is na het ontstaan van het geschil, hetgeen hier niet het geval is.

3.1.3.

F1 Markets betwist weliswaar dat [persoon A] consument is, maar voor een hernieuwd debat op dit punt is in een tweede incident geen ruimte. Immers, dat zou een verkapt appel zijn en dat is in strijd met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. De rechtbank blijft dan ook bij hetgeen zij bij incidenteel vonnis van 26 augustus 2020 heeft geoordeeld.

3.1.4.

Hieruit volgt dat de rechtbank te Rotterdam als eerst aangezochte rechter, bevoegd zijnde op grond van afdeling 4 van de Brussel I bis-Vo, niet het oordeel van de rechter te Cyprus behoeft af te wachten. Het verzoek tot aanhouding op de voet van artikel 31 lid 2 Brussel I bis-Vo zal daarom worden afgewezen.

Toepasselijk materieel recht

3.2.

F1 Markets verzoekt de rechtbank om Cypriotisch recht van toepassing te verklaren op de overeenkomst tussen partijen. F1 Markets stelt dat het in het kader van een goede procesorde van groot belang is dat de rechtbank ‘thans eerst oordeelt over het toepasselijke recht alvorens de zaak verder inhoudelijk te behandelen’.

3.3.

Zoals reeds bij vonnis van 26 augustus 2020 is geoordeeld, is voor een oordeel over het toepasselijke materiële recht in de hoofdzaak geen ruimte in een incident. Dit verzoek zal daarom - wederom - worden afgewezen.

Wijze van procederen van F1 Markets

3.4.

De rechtbank constateert dat F1 Markets tracht het debat over reeds door de rechtbank genomen beslissingen te heropenen door deze opnieuw aan de orde te stellen in dit incident. Ook constateert zij dat F1 Markets [persoon A] veel eerder al had kunnen dagvaarden in Cyprus en dan het verweer van litispendentie eerder had kunnen voeren in deze procedure. De handelswijze van F1 Markets leidt dan ook tot onnodige vertraging en schuurt behoorlijk met de beginselen van een goede procesorde en het voorschrift van artikel 20, tweede lid, Rv, dat ook voor F1 Markets geldt.

3.5.

De rechtbank maakt F1 Markets erop attent dat de rechtbank verschillende mogelijkheden heeft om dergelijk gedrag tegen te gaan, onder andere – maar niet beperkt tot – veroordeling in de werkelijk door de wederpartij gemaakte proceskosten die anders niet zouden zijn gemaakt.

Proceskosten

3.6.

F1 Markets zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [persoon A] bepaald op € 1.707,00 aan salaris voor de advocaat.

4. Vervolg van de hoofdzaak

4.1.

De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor re en dupliek.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst het verzoek tot aanhouding van de onderhavige procedure af;

5.2.

wijst het verzoek om Cypriotisch recht van toepassing te verklaren op de tussen partijen gesloten overeenkomst af;

5.3.

veroordeelt F1 Markets in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [persoon A] bepaald op € 1.707,00 aan salaris voor de advocaat;

in de hoofdzaak

5.4.

verwijst de zaak naar de rol van 24 februari 2021 voor conclusie van repliek.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2021.

1182/1861/1407