Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3427

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
19-04-2021
Zaaknummer
C/10/603236 / HA ZA 20-824
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Nietigheid overeenkomst onvoldoende onderbouwd. Bekrachtiging verstekvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/603236 / HA ZA 20-824

Vonnis in verzet van 14 april 2021

in de zaak van

[naam eiseres] H.O.D.N. [handelsnaam],

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

geopposeerde in het verzet,

advocaat mr. L.R. Ridderbroek te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RL TRADE HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

opposante in het verzet,

voorheen bijgestaan door advocaat mr. M. Hoogenboom te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [naam eiseres] en RL Trade genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de verzetdagvaarding – waarin tevens een eis in reconventie is geformuleerd – met producties,

  • -

    het herstelexploot van 24 juli 2020,

  • -

    het brief van 16 oktober 2020 van de rechtbank, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    het b-2 formulier van 17 februari 2021, waarmee mr. Hoogenboom mededeelt zich als advocaat van RL Trade te onttrekken,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte met producties in conventie,

  • -

    de spreekaantekeningen zijdens [naam eiseres] ,

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 3 maart 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

[naam eiseres] drijft een eenmanszaak onder de naam [naam bedrijf] die zich, onder meer, toelegt op bemiddeling bij de handel in onroerend goed.

2.2.

RL Trade exploiteert en handelt in onroerend goed. Enig aandeelhouder en bestuurder van RL Trade is [naam 5].

2.3.

In 2019 heeft RL Trade een aantal panden (verder de “panden”) aangekocht en doorverkocht aan Het Hoge Huys Vastgoed B.V. In verband met deze transactie hebben partijen op 22 maart 2019 een overeenkomst van winstdeling gesloten (verder de “overeenkomst”). In deze overeenkomst is het volgende bepaald:

Verklaren te zijn overeengekomen:

dat RL Trade de panden heeft gekocht voor € 950.000,- k.k. en heeft doorverkocht aan het Hoge Huys Vastgoed B.V. voor € 1.100.000,- k.k.

Dat RL Trade een vergoeding krijgt van €25.000,- (vijfentwintig duizend euro) van de behaalde winst. Het restant (ca 125.000), blijkens het verschil uit de aan- en verkoopnota, zal direct en in zijn geheel na ontvangst van de gelden worden overgemaakt op een door [naam bedrijf] aangegeven bankrekening. Tevens verklaren bovenvermelde subjecten RL Trade en Havenstand dat zij ieder voor zich voor een fiscale afhandeling zullen zorgdragen.

Deze overeenkomst is onverbrekelijk en geen der partijen kan enig recht op ontbinding van deze overeenkomst vorderen.”

2.4.

Levering van de panden heeft op 31 mei 2019 plaatsgevonden en de koopsom is aan RL Trade voldaan.

2.5.

Nadien is tussen de toenmalige (middellijk) aandeelhouders en bestuurders van Het Hoge Huys Vastgoed B.V., [naam 1] en [naam 2] , onenigheid ontstaan

2.6.

Bij brief van 5 juni 2019 heeft [naam 1] zich op het standpunt gesteld dat de overeenkomst tussen [naam eiseres] en RL Trade nietig is.

2.7.

[naam 2] en [naam 1] hebben besloten hun samenwerking te beëindigen en hebben bij de afwikkeling daarvan gebruik gemaakt van de diensten van ene [naam 3] , werkzaam bij Van Helvoort Advies.

2.8.

Op 25 september 2019 heeft [naam 2] om 12.12u in een e-mail aan genoemde [naam 3] , voor zover hier van belang, het volgende geschreven.

“ [naam 3] goedemiddag,

[naam 1] en ik hebben het volgende gisteren besproken en beide akkoord bevonden:

(…)

De resterende 125.000 op de schie zal geheel door [de rechtbank begrijpt: aan] [naam bedrijf] ( [naam 4] ) worden overgedragen. Zij kan hier dan zelf mee aan de slag. Daarmee is het verleden afgesloten.”

Een minuut later, om 12.13u, heeft [naam 1] , eveneens per e-mail, laten weten met de inhoud van de hiervoor geciteerde e-mail akkoord te zijn.

2.9.

Op 17 maart 2020 heeft [naam eiseres] verlof gevraagd en gekregen tot het leggen van meerdere beslagen ten laste van RL Trade.

3. Het geschil

in conventie en in reconventie

3.1.

[naam eiseres] heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis RL Trade – samengevat – zal veroordelen tot betaling van € 135.237,29, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van [naam eiseres] integraal toegewezen en is RL Trade veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [naam eiseres] tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 5.153,89.

3.3.

[naam eiseres] heeft in de verstekzaak aangevoerd dat RL Trade tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, door het overeengekomen bedrag van € 125.000,00 niet te voldoen. RL Trade heeft geen enkel bedrag betaald, aldus [naam eiseres] .

3.4.

RL Trade vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van [naam eiseres] alsnog worden afgewezen. In reconventie vordert RL Trade – samengevat – dat [naam eiseres] , bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld de door haar ten laste van RL Trade gelegde beslagen op te heffen, onder verbeurte van een dwangsom en vermeerderd met de kosten in reconventie.

3.5.

RL Trade erkent dat zij niet heeft betaald en voert aan dat, nu [naam 1] de nietigheid van de overeenkomst heeft ingeroepen, zij niet gehouden is om aan [naam eiseres] te betalen. Na het inroepen van de nietigheid was het immers voor RL Trade onduidelijk aan wie het bedrag van € 125.000,00 betaald moest worden. Zij is pas gehouden te betalen “indien het zeker is aan welke partij zij welke betaling dient te verrichten”, zo stelt RL Trade. Door van de nietigheid van de overeenkomst geen melding te maken in het beslagrekest heeft [naam eiseres] de voorzieningenrechter niet naar waarheid en onvolledig ingelicht, op grond waarvan de beslagen moeten worden opgeheven.

3.6.

[naam eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen in reconventie, met veroordeling van RL Trade in de proceskosten. [naam eiseres] heeft de gestelde nietigheid van de overeenkomst gemotiveerd betwist.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat RL Trade in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

4.2.

Vooropgesteld moet worden dat nooit in rechte is vastgesteld dat de overeenkomst nietig is. Ook in deze procedure is geen oordeel van de rechtbank omtrent de geldigheid of nietigheid van de overeenkomst gevraagd. De enkele omstandigheid dat [naam 1] ooit in een brief heeft gesteld dat de overeenkomst nietig is, is onvoldoende. Bovendien heeft [naam 1] , blijkens de hiervoor onder 2.8 opgenomen e-mails, dat standpunt niet gehandhaafd.

4.3.

In deze procedure kan gezien het voorgaande enkel van de geldigheid van de overeenkomst worden uitgegaan.

4.4.

Daar komt bij dat het, eveneens gezien de hiervoor onder 2.8 opgenomen e-mails, voor RL Trade inmiddels – om het in haar eigen bewoordingen te stellen – “zeker is aan welke partij zij welke betaling dient te verrichten”. De door [naam 1] ooit gestelde nietigheid van de overeenkomst staat daarmee niet (langer) aan de betalingsverplichting van RL Trade onder de overeenkomst in de weg.

4.5.

Nu geen andere feiten of omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan RL Trade niet gehouden zou zijn het overeengekomen bedrag te betalen, zal het verstekvonnis op grond van het vorenstaande worden bekrachtigd.

4.6.

Ten aanzien van de vordering in reconventie geldt dat de onder 2.8 genoemde e-mails dateren van ruim voor het beslagrekest. Op het moment dat verlof werd gevraagd was dus al geruime tijd duidelijk dat [naam 1] zich niet langer op het standpunt stelde dat de overeenkomst nietig zou zijn, althans dat hij geen beroep meer op die nietigheid deed. Van het onjuist of onvolledig informeren van de voorzieningenrechter door in het verzoekschrift geen melding van de (ooit) gestelde nietigheid te maken is dan ook geen sprake. De vorderingen in reconventie zullen daarom worden afgewezen.

4.7.

RL Trade zal als de in het ongelijk gestelde partij zowel in de kosten van het verzet als die in de procedure in reconventie worden verwezen.

De kosten van het verzet worden aan de zijde van [naam eiseres] begroot op:

- salaris advocaat € 1.770,00 (1,0 punten × tarief € 1.770,00)

Totaal € 1.770,00

De kosten in reconventie worden aan de zijde van [naam eiseres] begroot op:

- salaris advocaat € 885,00 (1,0 punten × 0,5 × tarief € 1.770,00)

Totaal € 885,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

bekrachtigt het door deze rechtbank op 3 juni 2020 onder zaaknummer / rolnummer 595463 / HA ZA 20-408 gewezen verstekvonnis,

5.2.

veroordeelt RL Trade in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [naam eiseres] tot op heden begroot op € 1.770,00,

in reconventie

5.3.

wijst de vorderingen af,

5.4.

veroordeelt RL Trade in de kosten in reconventie, aan de zijde van [naam verweerster] tot op heden begroot op € 885,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits. Het is ondertekend door de rolrechter en op 14 april 2021 in het openbaar uitgesproken.

[3192/2221]1

1 type: coll: