Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3394

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
19-04-2021
Zaaknummer
8795473 / CV EXPL 20-34470
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

onvoorziene omstandigheden: corona-crisis. Verdeling kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8795473 / CV EXPL 20-34470

uitspraak: 2 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Klokgebouw Cultuurhallen B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.M. Poublon (DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.), te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

We Love Cocktails B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] .

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Klokgebouw’ respectievelijk ‘Cocktails’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 21 september 2020, met producties;

  • -

    het schriftelijke antwoord van Cocktails;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van Cocktails en de schriftelijke reactie van Cocktails.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Klokgebouw exploiteert lege hallen waar huurders van Klokgebouw gebruik van kunnen maken met uitsluitend als huurbestemming het faciliteren van een evenement.

2.2.

Tussen partijen is op 31 december 2019 een huurovereenkomst gesloten. Uit hoofde van deze huurovereenkomst heeft Cocktails van Klokgebouw voor één dag, te weten op 9 mei 2020, Hal D op de begane grond van het Klokgebouw op ‘[terrein]’ te [adres] , alsmede de entresol van ongeveer 510 m2 op de eerste verdieping, (hierna: het gehuurde) gehuurd.

2.3.

Het gehuurde zou door Cocktails gebruikt worden als evenementenruimte voor het evenement ‘ [evenement] ’, dat op 9 mei 2020 zou plaatsvinden.

2.4.

Vanwege de maatregelen in verband met het coronavirus heeft het evenement niet kunnen plaatsvinden.

2.5.

Klokgebouw heeft de volgende factuur d.d. 16 april 2020 met factuurnummer 20035 aan Cocktails gestuurd:

Omschrijving

Aantal

Prijs

BTW%

Bedrag excl.

Huur Hal D, tijdens uw evenement [evenement]

1,00

€ 4.100,00

21 %

€ 4.100,00

Schoonmaak en afvalkosten

1,00

€ 780,00

21 %

€ 780,00

Beheerkosten

1,00

€ 675,00

21 %

€ 675,00

3. De vordering

3.1.

Klokgebouw heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Cocktails te veroordelen aan haar te betalen € 6.721,55 aan hoofdsom en € 711,08 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 6.721,55 vanaf 23 april 2020 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Cocktails in de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Aan haar vordering heeft Klokgebouw – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

Cocktails is, ondanks herhaalde aanmaning en sommatie, in gebreke gebleven met de tijdige en volledige voldoening van het bij haar in rekening gebrachte bedrag van € 6.721,55. De omstandigheid dat Cocktails haar evenement niet kan houden door de coronamaatregelen komt voor rekening en risico van Cocktails. Door de wanbetaling van Cocktails zag Klokgebouw zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Deze kosten van € 711,08 komen op grond van artikel 6:96 BW alsmede artikel 12.2 van de overeenkomst, voor rekening van Cocktails. Voorts maakt Klokgebouw aanspraak op de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW.

4. Het verweer

4.1.

Het verweer van Cocktails strekt tot afwijzing van de vordering. Daartoe heeft Cocktails aangevoerd dat vanwege de coronamaatregelen het door haar georganiseerde festival geen doorgang kon vinden en zij derhalve geen gebruik heeft gemaakt van het gehuurde. Door de coronacrisis is Cocktails door haar reserves heen geraakt. Zij heeft geen enkel inkomen ontvangen en is zij niet in aanmerking gekomen voor financiële steun van de overheid. Cocktails heeft aan Klokgebouw aangeboden het evenement te verplaatsen naar mei 2021, maar daar is Klokgebouw niet mee akkoord gegaan. Klokgebouw is evenmin akkoord gegaan met een betaling van € 750,00.

5. De beoordeling

5.1.

Vast staat dat tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten voor het gehuurde. Partijen houdt verdeeld voor wiens rekening en risico de gevolgen van de coronamaatregelen dienen te komen.

5.2.

Cocktails had het gehuurde gehuurd om op 9 mei 2020 het [evenement] te laten plaatsvinden. Vanwege de door de overheid genomen coronamaatregelen was dit (in deze omvang) niet meer mogelijk.

5.3.

Vooropgesteld wordt dat, voor zover Cocktails zich beroept op overmacht, dit beroep slaagt niet. Om een beroep op overmacht te rechtvaardigen moet de belemmering de prestatie zelf betreffen. In het onderhavige geval wordt de prestatie zelf – betaling van het bij Cocktails in rekening gebrachte bedrag – niet belemmerd door de coronacrisis.

5.4.

Door de overheidsmaatregelen werd het beoogde gebruik van de accommodatie verhinderd c.q. kon de verhuurder niet het huurgenot leveren dat was beoogd. Nu het hier gaat om een omstandigheid die niet aan de huurder is toe te rekenen, is sprake van een gebrek als bedoeld in artikel 7:204 BW. Dat deze omstandigheid evenmin is toe te rekenen aan de verhuurder en dat het een omstandigheid betreft, die verhuurder niet kan verhelpen, doet voor de kwalificatie als gebrek niet ter zake.

5.5.

Als ten gevolge van een gebrek (de overheidsmaatregelen in verband met corona) sprake is van vermindering van het huurgenot, kan dit onder omstandigheden leiden tot vermindering van de huurprijs. Tegelijkertijd komt niet iedere vermindering van het huurgenot als gevolg van een gebrek voor rekening van de verhuurder. Nu het in dit geval gaat om een gebrek dat aan geen van beide partijen is toe te rekenen en dit de verhuurder niet kan verhelpen, ligt het in de rede om aansluiting te zoeken bij het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden zoals geregeld in artikel 6:258 BW. Ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst was van coronaproblematiek en (zeker van) in verband daarmee te nemen maatregelen nog geen sprake en dergelijke maatregelen waren dan ook niet in de huurovereenkomst verdisconteerd.

5.6.

De kern van het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden is dat sprake is van een fundamentele verstoring van het evenwicht van de overeenkomst. De verhuurder is wel in staat om het gehuurde feitelijk beschikbaar te stellen, maar die beschikbaarstelling heeft voor de huurder iedere zin verloren, omdat het gehuurde niet (in deze omvang) geëxploiteerd kan worden als gevolg van een voor risico van de verhuurder komend gebrek. De verhouding tussen prestatie en wederprestatie is uit balans geraakt. Herstel van het evenwicht kan bereikt worden doordat de rechter met behulp van art. 6:258 BW de overeenkomst wijzigt of ontbindt.

5.7.

De kantonrechter is van oordeel dat de gevolgen van de coronacrisis en de daarop volgende overheidsmaatregelen niet geheel voor rekening van Klokgebouw dienen te komen, maar dat sprake is van een gedeelde ‘verantwoordelijkheid’. Immers kan geen van beide partijen een verwijt worden gemaakt van het ontstaan van de onvoorziene omstandigheid, zodat het voor de hand ligt het financiële nadeel daarvan onder hen te verdelen. De onvoorziene omstandigheden zijn van dien aard dat Klokgebouw naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst (lees: betaling van het volledig overeengekomen bedrag van € 6.721,55) niet mag verwachten. Te meer nu voornoemd bedrag tevens schoonmaak en afvalkosten van € 780,00 en beheerkosten van € 675,00 omvat, terwijl gesteld noch gebleken is dat Klokgebouw deze kosten daadwerkelijk heeft moeten maken. Omgekeerd mocht Cocktails niet verlangen dat Klokgebouw akkoord zou gaan met een regeling waarbij Cocktails de accommodatie op enig ander moment in de toekomst zou mogen huren zonder bijbetaling. Dat zou er immers op neerkomen dat Klokgebouw in totaal slechts één keer huur voor één dag zou ontvangen, terwijl de accommodatie twee maal één dag ten behoeve van Cocktails werd gereserveerd.

5.8.

Een verdeling van 50/50, oftewel € 3.360,78, wordt redelijk geacht. Nu vaststaat dat Cocktails nog niets van het gevorderde bedrag aan Klokgebouw heeft betaald, zal Cocktails worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.360,78.

5.9.

De wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW zal, nu daartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd, eveneens worden toegewezen. De rente zal worden toegewezen over een bedrag van € 3.360,78, aangezien er voor toewijzing over een hoger bedrag geen deugdelijke grondslag is gesteld.

5.10.

Klokgebouw maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vergoeding waarop ingevolge het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aanspraak kan worden gemaakt, zal worden berekend aan de hand van de toewijsbare hoofdsom, zijnde een bedrag van € 3.360,78. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen tot een bedrag van € 461,08 (excl. btw).

5.11.

Cocktails zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen zoals onder de beslissing vermeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Cocktails om aan Klokgebouw tegen kwijting te betalen € 3.821,86, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 3.360,78 23 april 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Cocktails in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Klokgebouw vastgesteld op:

  • -

    € 586,99 aan verschotten;

  • -

    € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde;

  • -

    beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

en indien Cocktails niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op begroot op € 120,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Indien van toepassing dienen beide bedragen te worden vermeerderd met btw. Ook is Cocktails de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

37555