Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3320

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-04-2021
Datum publicatie
15-04-2021
Zaaknummer
8833644 \ VZ VERZ 20-18605
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag executeur (4:149 BW). Benoeming opvolgend executeur (4:142 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2021-0104
Jurisprudentie Erfrecht 2021/114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8833644 \ VZ VERZ 20-18605

uitspraak: 12 april 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

inzake het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. A.B. Sluijs te Den Haag,

tegen

[verweerder] , voor zich en tevens in zijn hoedanigheid van executeur van en erfgenaam in de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] ,

wonende te [woonplaats verweerder] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. S.G.G. Albersen te Rotterdam.

Belanghebbenden:

1. [belanghebbende 1],

wonende te [woonplaats belanghebbende 1] ,

2. [belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats belanghebbende 2] ,

3. [belanghebbende 3],

wonende te [woonplaats belanghebbende 3] ,

4. [belanghebbende 4],

wonende te [woonplaats belanghebbende 4] .

Partijen en belanghebbenden worden hierna aangeduid als ‘ [verzoeker] ’, ‘ [verweerder] ’, ‘ [belanghebbende 1] ’, ‘ [belanghebbende 2] ’, ‘ [belanghebbende 3] ’ en ‘ [belanghebbende 4] ’, tenzij hierna anders vermeld.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende (proces)stukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ontvangen op 19 oktober 2020;

  • -

    de brief van 4 november 2020 van de gemachtigde van verzoeker;

  • -

    de brief van 20 november 2020 van de gemachtigde van verzoeker;

  • -

    het gewijzigd verzoekschrift met producties, ontvangen op 2 december 2020;

  • -

    de brief van 9 december 2020 van de gemachtigde van verweerder, inhoudende een verzoek tot aanhouding van de behandeling van het onderhavige verzoek;

  • -

    de brief van 11 december 2020 van de gemachtigde van verzoeker;

  • -

    de aanvullende producties zijdens verzoeker, ontvangen op 5 maart 2021;

  • -

    het verweerschrift met producties, ontvangen op 10 maart 2021;

  • -

    de e-mail van 15 maart 2021 van [belanghebbende 4] .

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 maart 2021. Daarbij is [verzoeker] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook [verweerder] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Belanghebbenden [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] zijn in persoon verschenen. Het verzoek is met partijen besproken. De gemachtigden hebben de respectieve standpunten mondeling toegelicht, waarbij zij gebruik hebben gemaakt van pleitnotities. Die pleitnotities zijn aan het procesdossier toegevoegd. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen ter zitting is besproken.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak bepaald op heden.

2. De feiten

In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan:

2.1.

Op 23 februari 2019 is mevrouw [erflaatster] , geboren op [geboortedatum erflaatster] , overleden (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [woonplaats erflaatster] . Erflaatster was de weduwe van [naam erflater] (hierna: erflater), vader van haar kinderen [verzoeker] , [verweerder] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [naam] .

2.2.

Erflaatster heeft bij testament beschikt over haar nalatenschap. In het laatst bekende testament van 10 september 2011 is – voor zover nu van belang – het volgende vermeld:

“(…)

Erfstelling

Ik benoem tot mijn erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen: mijn kinderen.

Plaatsvervulling

Op deze erfstelling is de plaatsvervulling als geregeld in het Burgerlijk Wetboek voor erfopvolging bij versterf van toepassing, waarbij de plaatsvervulling gaat vóór de aanwas.

Executele

benoeming

Ik benoem tot executeur mijn zoon, [verweerder] (…).

Indien de hiervoor benoemde executeur mocht ontbreken, dan wel de functie van executeur niet kan of wil uitoefenen, benoem ik in zijn plaats tot (opvolgend) executeur mijn zoon, [verzoeker] (…).

Indien ook deze laatst benoemde executeur mocht ontbreken, dan wel de functie van executeur niet kan of wil uitoefenen, benoem ik in zijn plaats tot (opvolgend) executeur mijn zoon, [belanghebbende 1] (…).

verzorging uitvaart

De executeur verzorgt mijn uitvaart.

overige taak

De executeur heeft tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.

De executeur is daarom, voor zover van toepassing, onder meer bevoegd de legaten af te geven, de erfbelasting te betalen en de schulden van de nalatenschap te voldoen.

De executeur is bevoegd voordat hij de legaten afgeeft, de over geldlegaten verschuldigde erfbelasting in te houden. Bij afgifte van legaten van een bepaald goed is hij bevoegd de afgifte van het legaat op te schorten totdat de legataris de verschuldigde erfbelasting heeft gestort op de boedelrekening.

vertegenwoordiging

Gedurende zijn beheer vertegenwoordigt de executeur bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen.

De executeur kan ook als wederpartij voor zichzelf optreden, mits hij ten genoegen van de erfgenamen kan aantonen dat de belangen van de erfgenamen niet worden/werden geschaad. Indien betrokkenen hierover van mening verschillen, kan de meest gerede partij de kwestie aan de kantonrechter voorleggen.

beschikkingsonbevoegdheid

De erfgenamen kunnen niet zonder de medewerking van de executeur of machtiging van de kantonrechter over (hun aandeel in) de goederen van de nalatenschap beschikken voordat zijn bevoegdheid tot beheer is geëindigd.

te gelde maken goederen

De executeur is bevoegd de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden van de nalatenschap.

Over de keuze en de wijze van te gelde making treedt de executeur in overleg met mijn erfgenamen. Indien een erfgenaam bezwaar maakt tegen de voorgenomen te gelde making kan deze de beslissing van de kantonrechter inroepen.

toevoegen, in de plaats stellen, vervangen

Ik ken de executeur de bevoegdheid toe één of meer andere executeurs aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen; indien een benoemde executeur komt te ontbreken, is de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende bevoegd een vervanger te benoemen en diens loon vast te stellen.

boedelnotaris

De executeur heeft het recht om een boedelnotaris en zo nodig taxateurs aan te wijzen

het loon

De executeur heeft geen recht op loon. De door hem gemaakte onkosten worden direct uit de nalatenschap aan hem voldaan.

boedelbeschrijving

De executeur moet binnen zes (6) maanden vanaf de dag dat de nalatenschap is opengevallen een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van de schulden van de nalatenschap opmaken. Hij moet de hem bekende schuldeisers oproepen tot indiening van hun vorderingen bij de boedelnotaris of, als deze ontbreekt, bij (een van) de executeur(s), De aanmelding van een vordering stuit de verjaring.

informatieplicht, rekening en verantwoording

De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen over de uitoefening van zijn taak geven. De executeur moet bij het einde van zijn werkzaamheden aan de erfgenamen of zijn opvolger rekening en verantwoording doen van het beheer van de nalatenschap. Alle voor de belastingdienst van belang zijnde gegevens moet hij tijdig verschaffen.

einde executele en einde beheer

De taak en het beheer van de executeur eindigen als bij de wet bepaald.

(…)”

2.3.

Ingevolge het testament van erflaatster zijn [verzoeker] , [verweerder] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [naam] de erfgenamen van erflaatster. [naam] is op 5 juli 1994 vooroverleden. Zijn kinderen, [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] , zijn diens rechtsopvolgers.

2.4.

Blijkens de verklaring van executele van 1 maart 2019 heeft [verweerder] zijn benoeming tot executeur aanvaard. [verweerder] heeft daarbij verklaard dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.

2.5.

Bij deze rechtbank, kamer voor kantonzaken, is na het overlijden van erflaatster in 2019 op initiatief van [verweerder] in zijn hoedanigheid van executeur een procedure aanhangig gemaakt tegen de voormalig bewindvoerder over de goederen van erflaatster (hierna: de procedure tegen de voormalig bewindvoerder). De voormalig bewindvoerder is ingevolge de beschikking van 16 februari 2017 van de kantonrechter te Rotterdam Attente Mediation B.V. – Afdeling Bewindvoerders te Capelle aan den IJssel.

2.6.

In het geding gebracht zijn schriftelijke verklaringen van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] met betrekking tot de onderhavige procedure, waarin zij hebben verklaard het (gewijzigde) verzoek van [verzoeker] te steunen dan wel ermee in te stemmen.

3. Het verzoek

3.1.

Het gewijzigde verzoek van [verzoeker] strekt tot ontslag van [verweerder] uit zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van erflaatster en tot benoeming van [verzoeker] tot opvolgend executeur, met veroordeling van [verweerder] in privé in de proceskosten.

3.2.

Hetgeen [verzoeker] aan zijn gewijzigde verzoek ten grondslag heeft gelegd en heeft aangevoerd tegen de verzoeken van [verweerder] , laat zich als volgt samenvatten.

Ontslag executeur

3.2.1.

Er bestaan gewichtige redenen om [verweerder] als executeur te ontslaan. [verweerder] voorziet de erfgenamen niet van de verzochte informatie en houdt informatie achter. Hij schiet daardoor in ernstige mate tekort in de vervulling van zijn taak. Gelet op het verleden en de verstoorde onderlinge familieverhoudingen, is er sprake van een diepgeworteld, gefundeerd en duurzaam wantrouwen naar [verweerder] omdat [verweerder] in het verleden het vertrouwen heeft geschonden en nu zijn taak als executeur nu opnieuw verzaakt. [verweerder] heeft nog steeds geen definitieve boedelbeschrijving opgesteld, terwijl in het testament is bepaald dat dit binnen zes maanden na het overlijden van erflaatster had moeten gebeuren. [verweerder] gaat zijn taak van beheren van de nalatenschap te buiten door de procedure tegen de voormalig bewindvoerder te voeren en geen enkele informatie daarover te verschaffen. [verweerder] maakt misbruik van zijn positie door onder andere te dreigen om advocaatkosten die hij maakt in mindering te brengen op het erfdeel van [verzoeker] . Hij heeft [verzoeker] ervan beschuldigd zaken van erflaatster te hebben ontvreemd. Ook moet [verzoeker] volgens [verweerder] kosten voor het inschakelen van een deurwaarder voldoen en zet hij hem daardoor ontoelaatbaar onder druk. De wettelijke grondslag voor die vorderingen ontbreken en passen niet bij een juiste wijze van beheer van de nalatenschap.

In aanmerking moet worden genomen dat [verweerder] accountant is en in zoverre als een professional mag worden beoordeeld op het gebied van de afwikkeling van de nalatenschap.

Benoeming opvolgend executeur

3.2.2.

In het laatst bekende testament van erflaatster is opgenomen dat, indien [verweerder] als executeur mocht ontbreken dan wel de functie van executeur niet kan of wil uitoefenen, [verzoeker] in zijn plaats benoemd wordt tot opvolgend executeur. [verzoeker] is bereid de taak van executeur te aanvaarden. Er is geen grondslag voor het benoemen van een onafhankelijke executeur.

Aanhouding behandeling onderhavig verzoek

3.2.3.

Het verzoek van [verweerder] tot aanhouding van de behandeling van het onderhavige verzoek in verband met de procedure tegen de voormalig bewindvoerder moet worden afgewezen. Redenen voor afwijzing zijn dat [verweerder] niet heeft gesteld en onderbouwd dat er een inhoudelijke noodzaak is tot het voeren van de procedure tegen de voormalig bewindvoerder, dat [verweerder] niet voldoet aan zijn informatieplicht ex artikel 4:148 BW door geen informatie te verstrekken over die procedure en dat de nalatenschap bij voortzetting van die – volgens [verzoeker] nodeloze – procedure verder wordt uitgehold.

4. Het verweer

4.1.

[verweerder] heeft verweer gevoerd dat strekt tot afwijzing van het verzoek. Hij heeft verzocht de behandeling van het onderhavige verzoek aan te houden. Indien het onderhavige verzoek tot ontslag van de huidige executeur wordt toegewezen, verzoekt [verweerder] in dat geval een onafhankelijke derde als executeur te benoemen.

4.2.

Hetgeen [verweerder] naar voren heeft gebracht, kan als volgt worden samengevat.

Aanhouding behandeling onderhavig verzoek

4.2.1.

[verweerder] heeft bij brief van 9 december 2020 en nogmaals in het verweerschrift verzocht de behandeling van het onderhavige verzoek aan te houden tot 1 juli 2021 in verband met de behandeling van de procedure tegen de voormalig bewindvoerder. [verweerder] verwacht dat in die procedure omstreeks 1 juli 2021 een beslissing zal zijn genomen door de behandelend kantonrechter. Die beslissing is van belang voor de onderhavige procedure, omdat het door de bewindvoerder te verantwoorden vermogen bij het einde van het bewind tevens de boedelbeschrijving bij de start van de werkzaamheden van [verweerder] als executeur omvat. In de hoogte van dat bedrag zit een substantieel verschil, waarvoor [verweerder] als executeur niet ter verantwoording wil worden geroepen. Het een en ander heeft ook consequenties voor de door de executeur in te dienen aangifte Erfbelasting en voor de door de erfgenamen verschuldigde erfbelasting.

Ontslag executeur

4.2.2.

Ingevolge artikel 4:148 BW rust op [verweerder] in de hoedanigheid van executeur een inlichtingenplicht, niet een verantwoordingsplicht. [verweerder] heeft de erfgenamen altijd voorzien van een antwoord en heeft hen in de gegeven omstandigheden voldoende informatie verstrekt, hoewel dat voor [verzoeker] (en [belanghebbende 1] ) nooit voldoende is en zal zijn. Het is echter niet de bedoeling dat [verweerder] gedurende de afwikkeling van de nalatenschap rekening en verantwoording aflegt; dat gebeurt pas bij beëindiging van zijn taak. [verzoeker] en de andere erfgenamen zijn begin 2020 geïnformeerd over de strekking van de procedure tegen de voormalig bewindvoerder en [verweerder] zal de erfgenamen op de hoogte stellen van het oordeel van de kantonrechter in die procedure, zoals alsdan vastgelegd zal zijn in een beslissing.

Het verzoek tot ontslag van de executeur kan alleen worden beoordeeld vanaf de aanvang van de taakuitoefening van de executeur en niet over de periode daarvoor. In het onderhavige geval is daarom voor wat betreft het door [verzoeker] gestelde wantrouwen geen sprake van een nieuw feit waarop het ontslag gebaseerd kan worden. Dat wantrouwen kent zijn oorsprong in de familiegeschiedenis en is dus geen wantrouwen dat is ontstaan door handelingen van [verweerder] in de hoedanigheid van executeur. Enkel subjectieve belevenissen zijn ontoereikend voor het verlenen van ontslag van de executeur. Het is juist [verzoeker] (en [belanghebbende 1] ) die [verweerder] in zijn hoedanigheid van executeur heeft tegengewerkt. De afwikkeling van de nalatenschap is inmiddels in een vergevorderd stadium en is voor het overige inzichtelijk te verantwoorden, zodat het niet nodig is om de executeur te vervangen. De benoeming van een andere executeur is niet opportuun, omdat dat tot meer kosten zal leiden.

Benoeming opvolgend executeur

4.2.3.

Indien [verzoeker] zal worden benoemd tot opvolgend executeur, zal slechts sprake zijn van een rolverwisseling, waarbij het door [verzoeker] genoemde wantrouwen nog steeds aanwezig zal zijn. Daarbij komt dat de bepaling in het testament geen ruimte laat voor de benoeming van [verzoeker] als opvolgend executeur, omdat [verweerder] niet ontbreekt en de functie van executeur kan en wil uitoefenen. In het geval het verzoek wordt toegewezen, lijkt het [verweerder] gezien de verstoorde onderlinge familieverhoudingen verstandig om een onafhankelijke executeur te benoemen.

5. De beoordeling

5.1.

Een erfgenaam kan op grond van het bepaalde in artikel 4:149 lid 1 sub f jo. lid 2 BW de kantonrechter verzoeken de executeur ontslag te verlenen om gewichtige redenen. Van een gewichtige reden is sprake als de executeur in ernstige mate tekort is geschoten in de vervulling van zijn taak, als van één of meer erfgenamen niet kan worden gevergd dat de nalatenschap waarin zij deelgenoot zijn nog langer wordt beheerd door de executeur of als door ernstig wantrouwen de persoonlijke vertrouwensrelatie tussen een erfgenaam en de executeur ernstig is verstoord. Het wantrouwen moet van voldoende omvang en gewicht, langdurig aan de gang en niet aanstonds van grond ontbloot zijn.

5.2.

Op grond van artikel 4:144 BW heeft de executeur de taak om de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. Voor de definitie van ‘beheer’ dient aansluiting te worden gezocht bij het bepaalde in artikel 3:170 BW (HR 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD5985, NJ 2009/116). In dat wetsartikel is bepaald dat onder ‘beheer’ zijn begrepen alle handelingen die voor de normale exploitatie van een goed dienstig kunnen zijn, als ook het aannemen van aan de gemeenschap verschuldigde prestaties. Het beheer van de nalatenschap brengt mee dat de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak als vertegenwoordiger van de erfgenamen optreedt, zowel in als buiten rechte (artikel 4:145 lid 2 BW). Daarnaast rust op de executeur een inlichtingenplicht. Hij dient aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven (artikel 4:148 BW).

5.3.

Uit de overgelegde stukken en ook uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat [verweerder] de erfgenamen, ondanks verzoek daartoe, niet inhoudelijk wil informeren over de door hem geïnitieerde procedure tegen de voormalig bewindvoerder en evenmin openheid van zaken wil geven over de door hem gevraagde beslissing in die procedure. Bij gebreke aan informatie over die procedure kan niet worden beoordeeld of een beslissing in die procedure van belang is voor het onderhavige verzoek. Dat leidt ertoe dat het aanhoudingsverzoek van [verweerder] , dat daarop is gebaseerd, wordt afgewezen.

5.4.

Het niet willen verschaffen van informatie over de procedure tegen de voormalig bewindvoerder brengt mee dat ook niet kan worden vastgesteld of het voeren van die procedure binnen de beheerstaken van [verweerder] als executeur valt en, indien dat wel het geval is, of hij die taken naar behoren uitoefent. Vaststaat dat die procedure zonder instemming of medeweten van de erfgenamen is gestart. Daargelaten de andere aangevoerde argumenten, is het voorgaande aan te merken als een gewichtige reden dat tot ontslag van [verweerder] als executeur dient te leiden. Het verzoek tot ontslagverlening ligt daarom voor toewijzing gereed.

5.5.

Dan is aan de orde het verzoek tot het benoemen van [verzoeker] als opvolgend executeur. Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter op grond van het bepaalde in artikel 4:142 BW alleen een opvolgend executeur kan benoemen, indien erflaatster die mogelijkheid in het testament heeft opgenomen.

5.6.

Het testament van erflaatster voorziet in een opvolgend executeur indien de eerst benoemde executeur mocht ontbreken dan wel de functie van executeur niet kan of wil uitoefenen. In het testament is ook bepaald (onder het kopje ‘executele’ en vervolgens onder ‘toevoegen, in de plaats stellen, vervangen’) dat de kantonrechter bevoegd is een vervanger te benoemen en diens loon vast te stellen, indien een benoemde executeur komt te ontbreken. Aangezien [verweerder] als executeur wordt ontslagen en dus in die zin komt te ontbreken, acht de kantonrechter zich bevoegd een opvolgend executeur te benoemen, gelet op artikel 4:142 lid 1 BW en het bepaalde in het testament.

5.7.

Op basis van het testament, komt [verzoeker] voor benoeming tot opvolgend executeur in aanmerking (en daarna [belanghebbende 1] , indien [verzoeker] komt te ontbreken). [verzoeker] heeft verzocht hem tot executeur te benoemen en hij heeft verklaard bereid te zijn die taak op zich te nemen. De bepaling in het testament laat in die omstandigheden in beginsel geen ruimte voor de kantonrechter om – anders dan in het testament is bepaald – een neutrale, professionele executeur te benoemen. [verweerder] heeft echter bezwaar gemaakt tegen de benoeming van [verzoeker] en aangevoerd dat het hem verstandiger lijkt een onafhankelijke derde te benoemen vanwege de verstoorde onderlinge familieverhoudingen. Benoeming van [verzoeker] als executeur zal slechts een rolverwisseling betekenen en de verstoorde onderlinge familieverhoudingen en het gestelde wantrouwen niet wegnemen, aldus [verweerder] .

5.8.

Uit de processtukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat sprake is van verstoorde onderlinge familieverhoudingen. De kantonrechter acht het bezwaar van [verweerder] daarom gegrond. Dat brengt mee dat het verzoek van [verzoeker] om benoemd te worden tot opvolgend executeur in deze omstandigheden vooralsnog niet voor toewijzing in aanmerking komt. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor een eventueel gelijkluidend verzoek van [belanghebbende 1] .

5.9.

De kantonrechter komt dan toe aan het verzoek van [verweerder] om een onafhankelijke derde te benoemen tot opvolgend executeur. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aan partijen voorgehouden dat het benoemen van een onafhankelijke derde in overweging wordt genomen, indien daartoe grond en aanleiding bestaat. Van die situatie is thans sprake. Partijen hebben nog geen voorstel gedaan ter zake de persoon van de te benoemen onafhankelijke derde en zich nog niet uitgelaten over diens door de kantonrechter vast te stellen loon. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hierover schriftelijk uit te laten op onder de beslissing te vermelden wijze. Eerst zal [verzoeker] in de gelegenheid worden gesteld zich schriftelijk uit te laten. Daarna mag [verweerder] op die reactie schriftelijk reageren.

5.10.

De nevenverzoeken vloeien voort uit de wet en voor zover de nevenverzoeken niet voortvloeien uit de wet, zijn die verzoeken thans niet onderbouwd dan wel te onbepaald. Partijen worden in de gelegenheid gesteld de respectieve standpunten hierover schriftelijk toe te lichten op onder de beslissing te vermelden wijze. Eerst zal [verzoeker] in de gelegenheid worden gesteld zich schriftelijk uit te laten. Daarna wordt [verweerder] in gelegenheid gesteld om op die reactie schriftelijk reageren.

5.11.

Aangezien partijen zich nog dienen uit te laten als hiervoor bedoeld, eindigt de procedure niet met deze beschikking. De kantonrechter ziet aanleiding om gebruik te maken van de bevoegdheid ex artikel 4:149 lid 2 BW om ambtshalve [verweerder] als executeur te schorsen hangende de procedure.

5.12.

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

6. De beslissing

De kantonrechter:

schorst [verweerder] als executeur in de nalatenschap van erflaatster, totdat in deze procedure een einduitspraak is gedaan die in kracht van gewijsde is gegaan;

stelt partijen in de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten als hiervoor bedoeld onder punt 5.9 en 5.10 en bepaalt dat [verzoeker] daartoe eerst in de gelegenheid wordt gesteld; zijn schriftelijke reactie dient uiterlijk maandag 10 mei 2021 om 08:00 uur ter griffie ontvangen te zijn;

houdt iedere verdere beslissing in dit stadium van het geding aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

34286