Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3205

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-02-2021
Datum publicatie
13-04-2021
Zaaknummer
C/10/610668 / KG ZA 20-1195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

aanbesteding; geschiktheidseisen; referentiewerken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/610668 / KG ZA 20-1195

Vonnis in kort geding van 12 februari 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BERTENS BOUW B.V.,

gevestigd te Tilburg,

eiseres,

advocaat mr. O. Diemel te Rosmalen,

tegen

de stichting

STICHTING ALBEDA,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam.

Partijen worden hierna Bertens Bouw en Albeda genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 4 januari 2021, met producties 1 tot en met 9,

  • -

    de mondelinge behandeling van 29 januari 2021,

  • -

    de brief van Albeda van 27 januari 2021,

  • -

    de brief van Bertens Bouw van 28 januari 2021,

  • -

    de spreekaantekeningen van Bertens Bouw,

  • -

    de spreekaantekeningen van Albeda.

1.2.

Voorafgaand aan de zitting heeft Bertens Bouw nadere producties ingediend. Albeda heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter deze nadere producties geweigerd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Albeda heeft op 13 november 2020 een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure gepubliceerd voor een raamovereenkomst voor het onderhoud aan bouwkundige elementen en het uitvoeren van bouwkundige projecten. Albeda heeft de opdracht verdeeld in twee onderdelen:

1) bouwkundige projecten, te weten verbouwingen, renovaties en functionele aanpassingen, tot een bovenwaarde van € 1.815.000,00,

2) onderhoud aan bouwkundige elementen, te weten het correctief (dagelijks) onderhoud en het planmatig (groot) onderhoud.

2.2.

De selectieleidraad van 13 november 2020 luidt voor zover hier van belang:

“(…)

2.7

Geldigheid

Aanmeldingen dienen te voldoen aan:

• Alle eisen en voorwaarden die in de leidraad zijn opgenomen.

• Onvoorwaardelijkheid.

• Volledigheid.

Indien de aanmelding niet voldoet aan één of meer van bovenstaande eisen kan de gegadigde van (verdere) deelname aan de aanbesteding worden uitgesloten.

(…)

4.6

Geschiktheidseisen

(…)

4.6.3

Technische bekwaamheid

De gegadigde dient maximaal drie (3) referenties in te dienen om in aanmerking te komen voor verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Voor de referenties gelden de volgende minimale voorwaarden:

• Oplevering heeft op 1 mei 2016 of later plaatsgevonden. Projecten die zijn opgeleverd vóór 1 mei 2016 zijn daarom niet geschikt als referentie. Ook projecten die in uitvoering zijn en nog niet zijn opgeleverd gelden voor de aanbestedende dienst niet als geschikte referentie.

(…)

Het is mogelijk voor twee referentieonderdelen dezelfde referentie in te dienen, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in onderstaande tabel.

(…)

4.7

Selectiecriteria

Indien meer dan vijf (5) gegadigden voldoen aan de gestelde geschiktheidscriteria wordt bekeken wie de hoogste score behaalt op de selectiecriteria. Voor de selectiecriteria mogen maximaal vier (4) referenties ingediend worden.

Voor de selectiecriteria mogen dezelfde referenties worden ingediend als bij de geschiktheidseisen, zoals omschreven in paragraaf 4.6.3.

De minimale voorwaarden ten aanzien van de referenties opgenomen in 4.6.3 gelden ook voor de selectiecriteria.

De vijf gegadigden met de hoogste scores worden uitgenodigd voor de gunningsfase. Maximaal worden vijf gegadigden toegelaten tot de gunningsfase. Indien meerdere gegadigden met gelijke score op de 5 plaats eindigen wordt door middel van loting bepaald welke gegadigde wordt uitgenodigd.

4.8

Indienen bij aanmelding

In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van hetgeen ingediend dient te worden bij aanmelding.

(…)”.

2.3.

Bij de selectieleidraad is “Annex 1 invulblad referenties” gevoegd. Dit document luidt voor zover hier van belang:

“U dient kolom 3 van het referentieblad in deze Annex ingevuld in te dienen bij aanmelding. De referentiebladen ter onderbouwing dient u bij het document te voegen (maximaal 2 pagina’s per referentie). Dit mag een referentie volgens een eigen format zijn. Op het referentieblad dient duidelijk te lezen te zijn of de referentie voldoet aan de gestelde eisen.

Referenties mogen voor meerdere criteria worden ingezet. Een referentie kan derhalve bij onderdeel A en bij onderdeel B worden ingezet. Het is dus mogelijk om met twee referenties die aansluiten op de gestelde eisen de maximale score te behalen.

(…)”.

2.4.

Bertens Bouw heeft een aanmelding ingediend. Bij haar aanmelding heeft zij een ingevuld Uniform Europees Aanbestedingsdocument (hierna: UEA) ingediend en een ingevuld ‘Annex 1, invulblad referenties’ met vier referentiebladen.

2.5.

Bij brief van 16 december 2020 heeft Albeda aan Bertens Bouw bericht dat Bertens Bouw niet wordt uitgenodigd voor de gunningsfase.

2.6.

Op 18 december 2020 heeft een (videobel)gesprek plaatsgevonden tussen Bertens Bouw en Albeda. Bertens Bouw heeft bij brief van 21 december 2020 bezwaar gemaakt tegen de selectiebeslissing van Albeda van 16 december 2020. Daarin verzoekt/sommeert zij Albeda die beslissing in te trekken en een nieuwe beslissing te nemen waarin wordt bevestigd dat Bertens Bouw bij de eerste vijf inschrijvers is geëindigd en wordt uitgenodigd voor de gunningsfase.

2.7.

Een brief van Albeda aan Bertens Bouw van 29 december 2020 luidt voor zover hier van belang:

“(…)

Tussen de instructies die zijn opgenomen in paragraaf 4.6.1. en 4.6.2. enerzijds en paragraaf 4.6.3. anderzijds zit een duidelijk en helder verschil, blijkend uit de tekst alsmede uit de tabel. De bewijsmiddelen met betrekking tot de paragrafen 4.6.1. en 4.6.2. mogen na het verzoek van de aanbestedende dienst ingediend worden. In tegenstelling tot de instructie bij paragraaf 4.6.3., waar uit de tekst en de tabel duidelijk en helder blijkt dat de bewijsmiddelen direct bij aanmelding ingediend moeten worden. (…)

De aanmelding van Bertens Bouw bevatte het gevraagde UEA én de benodigde bewijsmiddelen die eventueel later konden worden opgevraagd (de bewijsmiddelen voor paragrafen 4.6.1 en 4.6.2). De aanmelding van Bertens Bouw bevatte voorts het invulblad referenties met daarbij informatie over vier overeenkomsten, ingediend ten behoeve van paragraaf 4.6.3 en 4.7.

De aanmelding van Bertens Bouw voldoet daarmee procedureel aan hetgeen Albeda voorgeschreven heeft.

Puntenscore

Albeda heeft de projecten die Bertens heeft opgevoerd, beoordeeld op basis van de eisen die in de tekst en in de tabel van paragraaf 4.6.3 zijn genoemd. In het kader van de beoordeling van de technische bekwaamheid is beoordeeld of Bertens met de ingediende referentie-informatie voldoet aan alle eisen. In het kader van de beoordeling van de selectiecriteria worden vervolgens punten toegekend aan de hand van de informatie in paragraaf 4.7, indien de aanmelding van Bertens voldoet aan de geschiktheidseisen.

Albeda heeft de volgende eis gesteld aan de oplevering van een referentie:

Oplevering heeft op 1 mei 2016 of later plaatsgevonden. Projecten die zijn opgeleverd vóór 1 mei 2016 zijn daarom niet geschikt als referentie. Ook projecten die in uitvoering zijn en nog niet zijn opgeleverd gelden voor de aanbestedende dienst niet als geschikte referentie.

Op basis hiervan zijn referentie 2 (Landelijke Politie) en referentie 4 (Universiteit Utrecht) niet geschikt.

Verder heeft Albeda voorgeschreven dat de referentie een uitgevoerd project moet zijn, zodat werkzaamheden uitgevoerd onder een raamovereenkomst zich niet lenen als referentie, tenzij onder die raamovereenkomst een vastomlijnd project is uitgevoerd. Uit de ingediende informatie blijkt dat alle vier referenties raamovereenkomsten betreffen. Onder die raamovereenkomsten vallen ook grote projecten. Bertens Bouw heeft echter geen enkel concreet project beschreven en is dus ook niet ingegaan op de eisen waaraan de betreffende referentie moet voldoen. Uit de verstrekte informatie blijkt niet wat de omvang van een project onder een raamovereenkomst is geweest.

Het oordeel per ingediende referentie:

1) Referentie Albeda

A) Gevraagd is 1 specifiek project buiten schoolvakantie. Voldoet niet.

B) gevraagd 2 geclusterde projecten binnen de zomervakantie, is niet op te maken welke zijn geclusterd.

C) Niet benoemd project. Concreet staat dat de opdrachtgever minimaal om de week wordt geïnformeerd over meer- en minderwerk. Andere elementen worden wel benoemd, maar niet duidelijk of opdrachtgever hierin is betrokken.

2) Referentie Politie

A). Er wordt verwezen naar werkzaamheden bij niet in gebruik. maar moet zijn wel in gebruik.

B) Geclusterde projecten worden niet helder gemaakt (bv jaar?)

C) Lijkt algemene tekst, niet specifiek gemaakt op een project. Is kopie van referentie 1

3) Referentie Fontys

A) voldoet niet.

B) Geclusterde projecten worden niet specifiek gemaakt, voldoet niet

C) Standaard tekst, niet te koppelen aan project. Gekopieerde tekst.

4) Referentie Universiteit Utrecht

A) Uit de omschrijving blijkt het te gaan om verschillende opdrachten en niet om een

specifieke opdracht. Voldoet niet.

B) Gedeeltelijk wel en niet uitgevoerd in de zomervakantie.

C) Standaard tekst, niet te koppelen aan project. Gekopieerde tekst.

Conclusie

Albeda concludeert dat uit de aanmelding niet blijkt dat Bertens Bouw voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen en wij sluiten de aanmelding om die reden uit. Deze beslissing vervangt de beslissing die wij Bertens Bouw op 16 december 2020 toezonden.

Zou de aanmelding van Bertens Bouw wèl voldoen dan zou aan die aanmelding de volgende score worden toegekend. In de tabel zijn ook de totaalscores van de winnende partijen vermeld:

(…)”.

3. Het geschil

3.1.

Bertens Bouw vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

A) Albeda te gebieden om, binnen 5 kalenderdagen na het vonnis, haar twee selectiebeslissingen aan Bertens Bouw van 16 en 29 december 2020 in te trekken;

B) Albeda te verbieden om de gunningsprocedure te starten zonder uitnodiging van Bertens Bouw voor de gunningsprocedure;

C) Albeda te gebieden om, binnen 5 kalenderdagen na het vonnis, Bertens Bouw schriftelijk

aan te wijzen als een van de vijf gegadigden met de hoogste score op de selectiecriteria en Bertens Bouw uit te nodigen tot de gunningsprocedure;

D) Albeda te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de veertiende dag na betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening;

E) Albeda te veroordelen in de nakosten voor een bedrag van € 157,00, te vermeerderen met € 82,00 bij betekening van het vonnis, deze kosten te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de veertiende dag na betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.

3.2.

Albeda voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van Bertens Bouw in de proceskosten en de nakosten, te betalen uiterlijk zeven dagen na de datum van het vonnis en, bij niet tijdige betaling, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de achtste dag na de datum van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen van Bertens Bouw. Albeda heeft het spoedeisend belang bovendien niet betwist.

4.2.

Bertens Bouw vordert ten eerste om de selectiebeslissing van 16 december 2020 in te trekken. Uit de brief van Albeda van 29 december 2020 (zie 2.7) blijkt echter dat, zoals Albeda ter zitting heeft toelicht, Albeda de selectiebeslissing van 16 december 2020 heeft ingetrokken. De vordering tot intrekking van deze selectiebeslissing wordt daarom bij gebrek aan belang afgewezen. Voor zover de stellingen van partijen betrekking hebben op de selectiebeslissing van 16 december 2020, behoeven deze dus geen bespreking.

4.3.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of Albeda de aanmelding van Bertens Bouw bij brief van 29 december 2020 (zie 2.7) terecht heeft uitgesloten, omdat Bertens Bouw met de door haar ingediende referenties niet zou hebben aangetoond dat zij aan de geschiktheidseisen op het punt van technische bekwaamheid voldoet.

4.4.

Wanneer het aankomt op de beoordeling van geschiktheidseisen als hier aan de orde, komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe. Het is niet de bedoeling dat de voorzieningenrechter op de stoel van de aanbestedende dienst gaat zitten en de beoordeling van de referenties nog eens over doet. Slechts in geval van aperte, procedurele of inhoudelijke, onjuistheden is plaats voor ingrijpen van de voorzieningenrechter.

4.5.

In paragraaf 4.6 van de selectieleidraad (zie 2.2) staat dat voor een uitnodiging tot inschrijving enkel gegadigden in aanmerking komen die voldoen aan de gestelde geschiktheidseisen, onder meer op het gebied van technische bekwaamheid. Deze eisen (a tot en met c) zijn opgenomen in een tabel in paragraaf 4.6.3. In paragraaf 4.6.3 is verder voorgeschreven dat een gegadigde maximaal drie referenties moet indienen om in aanmerking te komen voor verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Uit deze referenties moet de ervaring van de gegadigde blijken ten aanzien van alle onderdelen van de in paragraaf 4.6.3 beschreven geschiktheidseisen a tot en met c. Projecten die in uitvoering zijn en nog niet zijn opgeleverd zijn niet geschikt als referentie en oplevering moet op 1 mei 2016 of later hebben plaatsgevonden.

In paragraaf 4.8 is voorts vermeld blijkt dat de gegadigden bij aanmelding een ingevuld en ondertekend UEA moeten indienden en daarnaast referenties, inclusief ingevuld invulblad referenties conform Annex 1 en een onderbouwing conform de referentiebladen.

In het Annex 1-formulier is vermeld dat gegadigden op het referentieblad duidelijk moeten maken of de referentie voldoet aan de gestelde eisen (zie 2.3).

4.6.

Uit het voorgaande volgt dat de behoorlijk geïnformeerde en oplettende gegadigde moest begrijpen dat ten aanzien van de geschiktheidseisen op het punt van technische bekwaamheid bij aanmelding alleen het ingevulde Annex 1 met referentiebladen moest worden ingediend en dat daaruit concreet moest blijken dat werd voldaan aan alle onderdelen van de in paragraaf 4.6.3 van de selectieleidraad weergegeven geschiktheidseisen. Reeds tegen die achtergrond treft de stelling van Bertens Bouw dat zij aan de hand van de (door de voorzieningenrechter geweigerde) producties 10 tot en met 20 kan bewijzen dat zij aan de geschiktheidseisen als bedoeld in paragraaf 4.6.3 van de selectieleidraad voldoet, geen doel.

4.7.

Vaststaat dat Bertens Bouw op de bij haar aanmelding gevoegde Annex 1 referenties heeft vermeld van 1) Albeda College, 2) Landelijke Politie, 3) Fontys Hogescholen en 4) Universiteit Utrecht (hierna: referentie 1) respectievelijk 2), 3) en 4). Deze referenties heeft zij vervolgens toegelicht in de bij haar aanmelding gevoegde referentiebladen.

Referentie 1) en 3)

4.8.

Albeda voert aan dat referenties 1) en 3) niet voldoen aan geschiktheidseis A, omdat geen sprake is van een specifiek project van voldoende omvang buiten de schoolvakantie. Referentie 1) voldoet ook niet aan geschiktheidseis B, omdat niet duidelijk is welke projecten zijn geclusterd. Referentie 3) voldoet niet aan geschiktheidseis B, omdat Bertens Bouw de geclusterde projecten niet specifiek heeft gemaakt, aldus de brief van 29 december 2020. Referentie 1) en 3) voldoen tot slot niet aan geschiktheidseis C, omdat niet duidelijk is op welke concrete projecten de benoemde werkzaamheden betrekking hebben.

4.9.

Blijkens de selectieleidraad is bij geschiktheidseis A (onder meer) vereist het aantoonbaar hebben uitgevoerd van bouwkundige onderhoudsprojecten in een publiek gebouw met minimaal 5000 m2 bvo, dat tijdens uitvoering van het onderhoud in gebruik was en met een omvang van minimaal € 40.000,00 (zie 2.2). Bertens Bouw heeft de toelichting bij zowel referentie 1) als referentie 3) onderverdeeld in ‘correctief en planmatig werk/interne verbouwingen tot € 40.000 incl BTW’ en ‘grote projecten’. Uit beide referenties blijkt weliswaar van werkzaamheden, terwijl het betreffende gebouw in gebruik was, maar dit gaat alleen om werkzaamheden onder de noemer ‘correctief en planmatig werk tot € 40.000,00’. Uit referenties 1) en 3) blijkt voorts dat de werkzaamheden onder de noemer ‘grote projecten’ hebben plaatsgevonden in de zomervakantie, dus in een periode dat de betreffende gebouwen niet in gebruik waren. Reeds tegen die achtergrond heeft Albeda in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat referenties 1) en 3) niet voldoet aan alle onderdelen van geschiktheidseis A.

4.10.

Ten aanzien van geschiktheidseis B blijkt uit de selectieleidraad dat vereist is het aantoonbaar hebben uitgevoerd van 2 geclusterde bouwkundige projecten bij dezelfde opdrachtgever gedurende een tijdperiode van 6 weken in de zomervakantieperiode, onderverdeeld over meerdere gebouwen waarvan minimaal 1 project met een omvang van minimaal € 500.000,00. Daarbij moet de referentie minimaal de volgende onderdelen vermelden:

• de omvang en aard van de 2 projecten;

• de wijze waarop de projectbegeleiding is georganiseerd;

• de wijze waarop geregeld is dat op de 2 projecten voldoende gekwalificeerd personeel inzetbaar is;

• een planning, waarin o.a. zichtbaar is welke onderaannemers op welke dagen werkzaamheden verrichten

• het behaald hebben van de opleverdata (zie 2.2).

4.11.

Uit referentie 1) kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden afgeleid welke projecten concreet zijn geclusterd en wat de omvang van ieder project was.

In referentie 3) heeft Bertens Bouw wel vermeld dat sprake is van geclusterde projecten op verschillende locaties, maar uit referentie 3) blijkt niet dat aan alle vereisten als vermeld onder 4.10 is voldaan, waaronder een vermelding van de omvang van de geclusterde projecten. Op grond van het voorgaande heeft Albeda in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat referenties 1) en 3) niet voldoen aan alle onderdelen van geschiktheidseis B.

4.12.

Bij geschiktheidseis C gaat het blijkens de selectieleidraad om het aantoonbaar aanleveren van de benodigde informatie aan de opdrachtgever om zowel inhoudelijk als organisatorisch gedurende de uitvoering van de projecten overzicht op het project te kunnen houden (zie 2.2).

4.13.

In referenties 1) en 3) heeft Bertens Bouw weliswaar werkzaamheden omschreven, zoals bedoeld in geschiktheidseis C), maar dit betreft geen concreet omschreven werkzaamheden behorend bij een concreet project. Naar Albeda terecht stelt, kan daarom (bovendien) niet vastgesteld worden dat de beschreven werkzaamheden zijn uitgevoerd voor een project dat op 1 mei 2016 of later is opgeleverd. Aldus heeft Albeda in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat referenties 1) en 3) niet voldoen aan alle onderdelen van geschiktheidseis C.

Referentie 2) en 4)

4.14.

Blijkens de brief van 29 december 2020 heeft Albeda referentie 2) en referentie 4) als niet geschikt aangemerkt, omdat deze projecten nog in uitvoering zijn.

4.15.

Uit referentie 2) blijkt dat het project van Bertens Bouw bij de Nationale Politie nog loopt. Uit deze referentie blijkt niet wanneer eventuele vastomlijnde deelprojecten concreet zijn uitgevoerd en opgeleverd.

4.16.

Uit referentie 4) blijkt dat het project van Bertens Bouw bij de Universiteit Utrecht is aangevangen in juli 2020 en thans nog loopt. Ook uit deze referentie blijkt niet wanneer eventuele vastomlijnde deelprojecten concreet zijn uitgevoerd en opgeleverd.

4.17.

Tegen die achtergrond en gelet op de onder 4.5 weergegeven eisen die voor referenties golden, heeft Albeda in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat Bertens Bouw met de ingediende referentie 2) en 4) niet voldoet aan de geschiktheidseisen als bedoeld in paragraaf 4.6.3. van de selectieleidraad.

Conclusie

4.18.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Albeda Bertens Bouw terecht heeft uitgesloten van verdere deelname aan de onderhavige aanbestedingsprocedure, omdat Bertens Bouw niet heeft aangetoond dat zij aan de geschiktheidseisen voldeed. Dat betekent dat de vorderingen van Bertens Bouw worden afgewezen.

4.19.

Ten aanzien van de vordering onder 3) merkt de voorzieningenrechter ten overvloede nog op dat deze vordering er (blijkbaar) toe strekt dat de voorzieningenrechter de score op de selectiecriteria vaststelt. Bij de beantwoording van de vraag in hoeverre een referentiewerk beantwoordt aan de door de aanbestedende dienst gestelde selectiecriteria, komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe zoals weergegeven onder 4.4. De voorzieningenrechter kan bijvoorbeeld niet beoordelen of een aanmelding/inschrijving op een bepaald onderdeel de score “goed” dan wel “zeer goed” toekomt of het aantal behaalde punten voor een bepaald onderdeel vaststellen.

4.20.

Bertens Bouw wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Albeda worden begroot op:

- griffierecht € 667,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.647,00

4.21.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Bertens Bouw in de proceskosten, aan de zijde van Albeda tot op heden begroot op € 1.647,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Bertens Bouw in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Bertens Bouw niet binnen 7 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de achtste dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2021.

[2083/2009]