Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3158

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2021
Datum publicatie
12-04-2021
Zaaknummer
10/316390-20 vordering TUL VV: 10/258069-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

“Woninginbraak in vereniging. Rechtbank houdt rekening met de wens van de verdachte om te breken met zijn criminele verleden. Gevangenisstraf van 7 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, begeleid wonen en een inspanningsverplichting met betrekking tot het verkrijgen en behouden van werk en een legaal inkomen.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/316390-20

Parketnummer vordering TUL VV: 10/258069-18

Datum uitspraak: 8 april 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd

in de PI Krimpen aan den IJssel, HvB, te Krimpen aan den IJssel,

raadsvrouw mr. P. van Dongen, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.C. Visser heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, begeleid wonen, een contactverbod met de medeverdachten en een inspanningsverplichting met betrekking tot het verkrijgen en behouden van werk en een legaal inkomen;

  • -

    afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/258069-18.

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring

Het primair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 12 december 2020 tot en met 13 december 2020

te Brielle

tezamen en in vereniging met anderen,

twee chocola celebrations doosjes, een parfum flesje (merk Wish Chopard), drie

bankbiljetten, blauwe Samsung telefoon, tassen, een portemonnee,

een rijbewijs en een bankpas, die toebehoorden aan

[naam slachtoffer] ,

heeft weggenomen, in/uit een woning gelegen aan de [adres]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en die weg te nemen voornoemde voorwerpen onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

(primair)

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met twee anderen in de nachtelijke uren schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Dit heeft overlast en inbreuk op de privacy van de bewoners van de woning tot gevolg gehad. Voor deze overlast en het nadeel heeft de verdachte geen oog gehad. Woninginbraken veroorzaken niet alleen materiële schade, maar zorgen ook onrust en gevoelens van onveiligheid in de buurt. De verdachte heeft zich om deze gevolgen niet bekommerd en kennelijk slechts aan zijn eigen financiële voordeel gedacht.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

9 maart 2021, waaruit blijkt dat de verdachte weliswaar eerder is veroordeeld, maar niet recentelijk voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank zal deze omstandigheid niet laten meewegen bij het bepalen van de straf.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

8 maart 2021. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Ondanks alle in het verleden ingezette hulpverlening blijft betrokkene recidiveren. Risicofactoren zijn gelegen in de criminele mindset van betrokkene, zijn sociale omgeving en zijn praktische problemen. Eerder gaven wij aan dat met een reclasseringstoezicht geen gedragsverandering gerealiseerd kon worden en dat wij geen opties meer zagen, anders dan dat betrokkene zelf aan de slag zou moeten gaan. Tijdens zijn huidige voorarrest heeft betrokkene een plaatsing bij Stichting Moria weten te realiseren waarbij een garantieplaats is afgegeven. Het vertrekken uit zijn sociale omgeving en het totaalpakket wonen, werken en middelencontrole binnen een justitieel kader, gerealiseerd door betrokkene zelf, bieden mogelijk een kans tot verandering. Zijn zoontje en zijn ouders zijn daarbij beschermende en motiverende factoren.

De reclassering wil de verdachte het voordeel van de twijfel geven met een aantal voorwaarden. Geadviseerd wordt een meldplicht bij de reclassering, begeleid wonen bij Stichting Moria te Nijmegen, een contactverbod met de medeverdachten en een inspanningsverplichting gericht op het verkrijgen en behouden van werk en legaal inkomen als bijzondere voorwaarden te verbinden aan een al dan niet gedeeltelijk voorwaardelijk strafdeel. De verdachte heeft op de zitting verklaard in te stemmen met dit advies en zich bereid verklaard hieraan mee te werken.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank andere uitgangspunten gehanteerd dan die de officier van justitie ten grondslag heeft gelegd aan zijn eis. Als strafverzwarende omstandigheden heeft de rechtbank meegewogen dat het bewezen verklaarde feit in vereniging is gepleegd en dat de verdachte een strafbaar feit heeft begaan terwijl hij nog in een proeftijd liep.

De verdachte heeft ter zitting verantwoordelijkheid genomen voor het feit. Zijn wens om eindelijk te breken met zijn criminele verleden lijkt oprecht en hij heeft zelf stappen gezet om dat te realiseren. De rechtbank is het met de officier en de verdediging eens dat het van belang is dat de verdachte naar Moria gaat. Nu de rechtbank, overeenkomstig het advies van de reclassering, begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk worden opgelegd, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst toch opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan is geadviseerd en geëist, ziet de rechtbank geen aanleiding een contactverbod met de medeverdachten op te leggen, voornamelijk omdat niet is gebleken dat de verdachte recentelijk intensief contact heeft gehad met de medeverdachten en hij bovendien op korte termijn zal gaan verhuizen, op geruime afstand van het woongebied van de medeverdachten.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering tenuitvoerlegging

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 28 maart 2019 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Standpunten officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot afwijzing van de vordering en de verdediging heeft bepleit de officier van justitie daarin te volgen.

Beoordeling

Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. De rechtbank acht dat echter niet opportuun, gelet op de afdoening van de hoofdzaak. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal verblijven in de instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang Stichting Moria te Nijmegen, of een soortgelijke instelling, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, of zoveel korter als de reclassering, in overleg met de directeur van die instelling verantwoord vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

3. de veroordeelde zal actieve inspanningen leveren gericht op het verkrijgen en behouden van werk en een legaal inkomen;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 28 maart 2019 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, parketnummer 10/258069-18.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Hello, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en N.M. Ketelaar, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

(primair)

hij in of omstreeks de periode van 12 december 2020 tot en met 13 december 2020

te Brielle

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

twee chocola celebrations doosjes, een parfum flesje (merk Wish Chopard), drie

bankbiljetten, blauwe Samsung telefoon, één of meer tas(sen), een portemonnee,

een rijbewijs en/of een bankpas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan

een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan

[naam slachtoffer] ,

heeft weggenomen, in/uit een woning gelegen aan de [adres]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen voornoemde onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(subsidiair)

hij in of omstreeks de periode van 12 december 2020 tot en met 13 december 2020,

te Brielle en/of Hellevoetsluis, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer voorwerp(en), te weten twee chocola celebrations doosjes, een parfum flesje (merk

Wish Chopard) en/of blauwe Samsung telefoon, heeft verworven, voorhanden

gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een of meer voorwerp(en), te weten twee

chocola celebrations doosjes, een parfum flesje (merk Wish Chopard) en/of blauwe

Samsung telefoon, gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was uit enig misdrijf.