Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3072

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
596761 / HA ZA 20476
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis. Echtscheiding. Verdeling. Voorwaardelijke toedeling woning aan de man. Peildatum voor waarde van de woning.

Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning en een polis. De man heeft de bewoning voortgezet sinds partijen in 2006 feitelijk uit elkaar gingen. Nu beide partijen het daar over eens zijn, zal de rechtbank de woning – in beginsel – aan de man toedelen, onder de voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld. De peildatum voor de waarde van de woning is in beginsel het moment van verdeling (nu). De redelijkheid en billijkheid kunnen rechtvaardigen dat van een andere waardepeildatum wordt uitgegaan. De rechtbank acht het in dit geval redelijk en billijk om uit te gaan van de waarde van de woning op het moment van de echtscheiding van partijen. Uit de stellingen van partijen en de producties blijkt genoegzaam dat de woning toen een aanmerkelijke onderwaarde had. Dat dat per heden zou zijn omgeslagen in een overwaarde is zeer de vraag. De man heeft onderbouwd aangevoerd waarom hij meent van niet, en de vrouw heeft ten tijde van de comparitie van partijen meegedeeld dat (ook) zij er niet van uitging dat op dat moment sprake was van een overwaarde. De rechtbank zal de polis aan de man toedelen, zonder nadere verrekening. De rechtbank begroot de vordering van de vrouw terzake de gebruiksvergoeding als even hoog als de vordering van de man op de vrouw terzake de helft van de eigenaarslasten, zodat partijen elkaar per saldo, over en weer, niets verschuldigd zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM


Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: 596761 / HA ZA 20-476

Vonnis van 24 maart 2021

in de zaak van

[naam vrouw] ,

wonende te [woonplaats vrouw] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. S. Meeuwsen te Gorinchem,

tegen

[naam man] ,

wonende te [woonplaats man] , gemeente [gemeente] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A. Aksü te Rotterdam.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 29 oktober 2020,

  • -

    de akte houdende overleggen producties van de man,

  • -

    de antwoordakte, tevens vermeerdering van eis van de vrouw,

  • -

    de overgelegde producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Partijen zijn op 30 december 1984 met elkaar gehuwd in Turkije. Bij beschikking van 26 maart 2007 van de rechtbank Rotterdam is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Op 12 april 2007 is de echtscheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2.

De vrouw en de man zijn samen eigenaar van de woning gelegen aan de [adres] ( [postcode] ) in Spijkenisse (hierna: de woning). De man heeft de bewoning voortgezet sinds partijen in 2006 feitelijk uit elkaar gingen, de vrouw is toen elders gaan wonen.

2.3.

Partijen hebben de aankoop van de woning (in 2000) gefinancierd met een hypothecaire geldlening bij Florius die daarna (maar voorafgaand aan de echtscheiding) twee keer is opgehoogd. Op de hypotheek wordt niet afgelost. De hypothecaire schuld bedroeg zowel ten tijde van de echtscheiding als per 1 oktober 2020 € 233.000,=. De man voldoet sinds april 2007 de rente.

2.4.

Bij ASR Levensverzekering N.V. zijn partijen een gemengde levensverzekering/beleggingsverzekering aangegaan, bedoeld om einde looptijd een deel van de hypothecaire schuld mee af te lossen, of (deels) te kunnen aflossen indien (één van) partijen voor einde looptijd zou(den) komen te overlijden, met polisnummer: [nummer polis] . De ingangsdatum is 3 april 2006. De man heeft steeds de premies voldaan.

3. De vorderingen in conventie en reconventie

3.1.

De vrouw vordert in conventie bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Te bepalen dat de woning wordt toebedeeld aan de man, onder de voorwaarden dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening(en), waarbij de man tevens wordt veroordeeld om wegens overbedeling de helft van de overwaarde aan de vrouw te voldoen;

II. Indien de man binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis geen uitvoering kan of wil geven aan het primair onder I. gevorderde, de man te veroordelen om mee te werken aan de verkoop van de woning, inhoudende dat:

- de man samen met de vrouw een makelaar inschakelt, die binnen twee weken na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis de vraag- en laatprijs bepaalt;

- de woning binnen vier weken na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis te koop zal worden gezet via deze makelaar;

- de man meewerkt aan bezichtigingen van de woning en de makelaar hiertoe ook een sleutel beschikbaar zal stellen;

- de man het advies van de makelaar zal opvolgen, ook aangaande de uiteindelijke verkoopprijs;

- de man bij verkoop van de woning, de koop-verkoop-overeenkomst zal ondertekenen;

- de man na verkoop alle medewerking zal verlenen aan de levering van het onroerend goed via de door de koper(s) aan te wijzen notaris,

dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,= per dag dat de man na betekening van dit vonnis geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de uitvoering hiervan;

III. Voor zover de man vervolgens niet binnen een termijn van twee weken een begin heeft

gemaakt met het onder II. gevorderde:

- te bepalen dat een door de vrouw aan te wijzen makelaar, in opdracht en voor rekening van partijen zal bemiddelen bij de verkoop van het de woning, dan wel de vrouw te machtigen om zelf al datgene te bewerkstelligen dat leidt tot de verkoop van de woning;

- te bepalen dat het in deze te wijzen vonnis in de plaats komt van de noodzakelijke

toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man tot het in verkoop

geven van de woning bij een door de vrouw aan te wijzen makelaar;

- Te bepalen dat, indien een bod wordt gedaan en de makelaar adviseert dit bod te accepteren, het onderhavige vonnis de toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man voor de acceptatie van het bod zal vervangen;

- Te bepalen dat dit vonnis in de plaats komt van de toestemming en/of wilsverklaring

en/of handtekening van de man bij het ondertekenen van de koop-verkoopovereenkomst

en bij de daaropvolgende ondertekening van de leveringsakte bij een door de koper(s) aan te wijzen notaris;

IV. Te bepalen dat na verkoop van de woning de overwaarde bij helfte tussen partijen

wordt verdeeld;

V. De man te veroordelen in de kosten van het geding.

Bij akte eisvermeerdering heeft de vrouw voorts gevorderd: voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

VI. Partijen te veroordelen over te gaan tot verdeling bij helfte van de ASR beleggingspolis met polisnummer [nummer polis] .

3.2.

De man voert verweer in conventie. In reconventie vordert de man bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Te verklaren voor recht dat het onverdeeld aandeel van de vrouw in de woning en levensverzekering toekomt aan de man;

2. Te verklaren voor recht dat de man in de woning kan blijven wonen;

3. De vrouw te veroordelen tot betaling van de helft van de hypotheeklasten met terugwerkende kracht en betaling van de helft van de lasten per datum uitspraak totdat de vrouw geen eigenaar meer is van de woning;

4. De vrouw te veroordelen tot betaling van de helft van de lasten met terugwerkende kracht terzake het onderhoud en behoud van de woning;

5. De vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure, inclusief het salaris van de advocaat.

3.3.

De stellingen en weren zullen, waar nodig, in de beoordeling worden betrokken. Stellingen en weren omtrent onderwerpen waarover niet wordt gevorderd zijn niet van belang.

4. De beoordeling in conventie en reconventie

4.1.

Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van een woning en een polis. Als zodanig zijn zij deelgenoten. Indien de deelgenoten in een gemeenschap geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken kan de rechter de verdeling daarvan op de voet van artikel 3:185 lid 1 BW vaststellen. Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang. De rechter die de verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en hij behoeft niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen aanvoeren. (HR 17 april 1998, ECLI:NL:1998:ZC2631).

Vordering I van de vrouw

4.2.

Nu beide partijen het daar over eens zijn, zal de rechtbank de woning – in beginsel – aan de man toedelen.

4.3.

Over de waarde van de woning wordt als volgt geoordeeld. De peildatum voor de waarde van de woning is in beginsel het moment van verdeling (nu). De redelijkheid en billijkheid kunnen rechtvaardigen dat van een andere waardepeildatum wordt uitgegaan. De rechtbank acht het in dit geval redelijk en billijk om uit te gaan van de waarde van de woning op het moment van de echtscheiding van partijen. Uit de stellingen van partijen en de producties blijkt genoegzaam dat de woning toen een aanmerkelijke onderwaarde had. Dat dat per heden zou zijn omgeslagen in een overwaarde is zeer de vraag. De man heeft onderbouwd aangevoerd waarom hij meent van niet, en de vrouw heeft ten tijde van de comparitie van partijen meegedeeld dat (ook) zij er niet van uitging dat op dat moment sprake was van een overwaarde.

Wel staat vast dat de woning in waarde is gestegen sedert de echtscheiding. Die waardestijging is veroorzaakt door, naast het aantrekken van de markt, substantiële verbouwingen aan het huis, en verbeteringen van de voor- en achtertuin, sedert de echtscheiding. De man heeft als enige die verbouwingen en verbeteringen bekostigd. De vrouw heeft daar niet aan meebetaald. Ook heeft de man sinds de echtscheiding als enige de woonlasten betaald. Bij die stand van zaken is het geenszins billijk om de man te veroordelen tot betaling aan de vrouw van de helft van enige overwaarde van de woning, voor zover daarvan thans tóch sprake zou zijn. Bij haar oordeel heeft de rechtbank nog betrokken dat de vrouw een tijdens het huwelijk gemeenschappelijk verworven woning van partijen in Turkije heeft verkocht voor een verkoopprijs van € 35.000,- en dat dit bedrag niet mede ten goede is gekomen aan de man.

De man stelt voor om de woning aan hem toe te delen met gesloten beurzen, dus zonder dat de vrouw voor de helft hoeft bij te dragen in de onderwaarde van de woning ten tijde van de echtscheiding. De rechtbank heeft geen reden om in het nadeel van de vrouw anders te beslissen.

4.4.

De man zal de kosten van notariële levering van de woning aan hem dienen te dragen, evenals de kosten gemoeid met het ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld. De hypothecaire geldlening zal aan de man worden toegerekend, waarbij bepaald zal worden dat de man de vrouw zal moeten vrijwaren tegenover de bank.

Vorderingen II en III van de vrouw

4.5.

De man zal een termijn van zes maanden worden gegund om ervoor te zorgen dat de woning op zijn naam wordt gesteld en de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening, bij gebreke waarvan partijen zullen worden gelast om de woning te verkopen aan een derde.

4.6.

In geval de woning alsnog verkocht moet worden aan een derde, dient ieder van partijen de helft van de eventuele verkoopkosten te dragen en ieder van partijen zal – in beginsel – (behoudens eventuele verrekenposten) gerechtigd zijn tot de helft van de overwaarde, resterend na verkoop van de woning en aflossing van de hypothecaire geldlening uit de opbrengst. Mocht sprake zijn van onderwaarde, dan dienen partijen ieder de helft van de restschuld te dragen. Het komt de rechtbank geraden voor om aan de man een dwangsom op te leggen voor het geval hij niet of niet goed meewerkt aan verkoop van de woning. Deze dwangsom zal worden beperkt en gematigd op na te melden wijze. De rechtbank beschouwt deze dwangsom als een voldoende prikkel tot nakoming. Een meer gedetailleerde beslissing, zoals door de vrouw gevorderd, acht de rechtbank onnodig.

Vordering IV van de vrouw

4.7.

De rechtbank zal, zoals reeds geoordeeld, bepalen dat na verkoop van de woning aan een derde, de overwaarde bij helfte tussen partijen moet worden verdeeld en dat bij onderwaarde partijen de restschuld bij helfte dienen te dragen.

Vordering V van de vrouw

4.8.

Dit betreft de door de vrouw gevorderde proceskostenveroordeling van de man. Hier komt de rechtbank op terug.

Vordering VI van de vrouw (eisvermeerdering)

4.9.

De rechtbank acht deze eisvermeerdering, betreffende de ASR levensverzekering / beleggingspolis met polisnummer [nummer polis] , niet in strijd met de goede procesorde. Deze eisvermeerdering is slechts een formalisering van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, namelijk dat deze polis in de verdeling moet worden betrokken. Tussen partijen is niet in geding dat de polis gemeenschappelijk eigendom is.

4.10.

De rechtbank neemt geen kennis van de producties die de vrouw bij de eisvermeerdering heeft overgelegd. De man heeft niet kunnen reageren op die producties, zodat anders hoor en wederhoor zou worden geschonden.

4.11.

De rechtbank zal de polis aan de man toedelen, zonder nadere verrekening. De navolgende feiten en omstandigheden en belangen van partijen zijn meegewogen bij voormeld oordeel. Weliswaar stelt de vrouw dat de beleggingsverzekering tijdens het huwelijk is aangegaan en in de gemeenschap valt, maar de man heeft onderbouwd gesteld dat de beleggingsverzekering is aangegaan kort voordat partijen uit elkaar gingen en dat hij steeds de premies heeft voldaan. Verder was de opbouw van de waarde van de beleggingsverzekering ten tijde van de ontbinding van het huwelijk nog gering. Daarnaast speelt een rol, zoals onder 4.3. overwogen, dat de vrouw de opbrengst van de verkoop van de woning in Turkije heeft aangewend voor persoonlijke doeleinden.

Vordering 1 van de man: woning en polis

4.12.

Deze vordering behoeft geen beoordeling meer, nu daarover al is geoordeeld bij de vorderingen van de vrouw.

Vordering 2 van de man: de man mag in de woning blijven wonen

4.13.

De rechtbank heeft al geoordeeld dat de man zes maanden de tijd krijgt om de woning op zijn naam te zetten en dat anders de woning verkocht zal moeten worden. De onderhavige vordering lost zich daarin op en heeft daardoor geen zelfstandige betekenis meer. In zoverre wordt deze vordering afgewezen.

Vordering 3 van de man: onderhoudskosten

4.14.

Deze vordering zal worden afgewezen. Gelet op de hiervoor vermelde beoordeling is het billijk om door de man gemaakte kosten ten behoeve van de verbetering van de woning ten laste van de man te laten komen, te meer nu de vrouw niet in die door de man aangebrachte verbeteringen is gekend. Afgezien hiervan heeft de man zijn vordering ook niet op deugdelijke wijze onderbouwd. De man beroept zich op bonnetjes. De rechtbank kan op geen enkele wijze vaststellen dat de desbetreffende bonnetjes betrekking hebben op de woning.

Vordering 4 van de man: verrekening eigenaarslasten

4.15.

In beginsel dient de vrouw, als mede-eigenaar van de woning, bij te dragen in de eigenaarslasten van de woning. Daar staat tegenover dat de vrouw het gebruiksrecht van de woning heeft moeten missen. Om die reden kan de rechtbank de vrouw een gebruiksvergoeding ten laste van de man toekennen, en de rechtbank is van oordeel dat daartoe ook aanleiding is. De rechtbank begroot de vordering van de vrouw terzake die gebruiksvergoeding als even hoog als de vordering van de man op de vrouw terzake de helft van de eigenaarslasten. De vrouw mag haar vordering verrekenen, zodat partijen elkaar per saldo, over en weer, niets verschuldigd zijn.

Vordering 5 van de man: proceskosten

4.16.

De proceskosten tussen partijen (ex-echtelieden) zullen zowel in conventie als in reconventie worden gecompenseerd.

Uitvoerbaar bij voorraad

4.17.

De rechtbank zal het vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en reconventie

5.1.

deelt de woning op het adres [adres] ( [postcode] ) in Spijkenisse aan de man toe, gelast partijen medewerking te verlenen aan de notariële levering/toedeling van de woning aan de man onder de voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld, veroordeelt de man tot betaling van de kosten die gemoeid zijn met deze levering/toedeling en met dat ontslag, rekent de hypothecaire geldlening aan de man toe en gelast de man om de vrouw te vrijwaren in geval de bank enige vordering uit hoofde van de hypothecaire geldlening instelt tegen de vrouw,

5.2.

bepaalt dat dit vonnis, zo nodig, in de plaats treedt van de rechtshandelingen die de vrouw dient te verrichten in verband met de notariële levering/toedeling van de woning aan de man,

5.3.

gelast partijen, in het geval de man niet binnen zes maanden na datum van dit vonnis volledig heeft voldaan aan zijn veroordeling om de woning op zijn naam te stellen en de vrouw te laten ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid, de woning te verkopen aan een derde, gelast ieder van partijen de helft van de eventuele verkoopkosten te dragen, gelast partijen om met de verkoopopbrengst de hypothecaire geldlening af te lossen en deelt aan ieder van partijen de helft van de winst na verkoop toe, en rekent in het geval van onderwaarde de ene helft van de restschuld aan de vrouw toe en de andere helft aan de man toe,

5.4.

gelast de man, in het geval de man niet binnen zes maanden na datum van dit vonnis volledig heeft voldaan aan zijn veroordeling om de woning op zijn naam te stellen en de vrouw te laten ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid, tot het verlenen van medewerking aan de verkoop van de woning aan een derde, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,= per dag met een maximum van € 20.000,=,

5.5.

deelt toe aan de man de rechten uit de beleggingsverzekering, gesloten bij ASR Levensverzekering N.V., onder polisnummer: [nummer polis] , zonder verrekening van enige waarde met de vrouw,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman, rolrechter op 24 maart 2021.
3255/2517/638