Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:3052

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
10/812016-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van ontuchtelinge handelingen. Aanvullend bewijs ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/812016-20

Datum uitspraak: 12 maart 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] ,

raadsman mr. A. Ytsma, advocaat te Haarlem.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

Aan de verdachte zijn ten laste gelegd ontuchtige handelingen in de vorm van het kietelen van de minderjarige aangeefster en het daarbij betasten van haar borsten.

In het informatieve gesprek zou de aangeefster hebben gezegd dat de verdachte haar borsten niet heeft aangeraakt. Tijdens de aangifte en haar nadere verhoor bij de rechter-commissaris heeft de aangeefster verklaard dat de verdachte haar borsten bij het kietelen met opzet heeft aangeraakt. De verdachte heeft dit ontkend. Aanvullend bewijs van het op ontuchtige wijze aanraken van de borsten ontbreekt. Ook de vader van de aangeefster heeft blijkens zijn verklaring niet van de aangeefster gehoord dat de verdachte haar borsten zou hebben aangeraakt, laat staan op ontuchtige wijze. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

5. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.A. Hut, voorzitter,

en mrs. L. Daum en M. Bakhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 maart 2021.

De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2019 tot en met 16 augustus 2019 te [plaats], in elk geval in Frankrijk, met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2003), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het kietelen van die [naam slachtoffer] in haar zij en/of daarbij betasten van de borsten van die [naam slachtoffer] .