Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:298

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-01-2021
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
C/10/598277 / HA ZA 20-576
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vorderingen tot schadevergoeding in conventie en reconventie. Naar het oordeel van de rechtbank is de voorwaarde in de intentieovereenkomst (marktconforme aanneemsom) niet vervuld, zodat tussen partijen geen aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen. Ook mocht De Nieuwe Norm er niet op vertrouwen dat een aannemingsovereenkomst tot stand zou komen, zodat de vordering in conventie niet toewijsbaar is. De vordering in reconventie is ook niet toewijsbaar, nu de intentieovereenkomst geen enkele tijdsbepaling bevat ten aanzien van de door De Nieuwe Norm uit te voeren werkzaamheden, zodat Nera haar niet gerechtvaardigd kan tegenwerpen dat zij te laat heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/598277 / HA ZA 20-576

Vonnis van 13 januari 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE NIEUWE NORM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.M. van der Corput te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NERA VASTGOED B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.G. Kabalt te Breukelen.

Partijen zullen hierna De Nieuwe Norm en Nera genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 2 juni 2020, met producties 1 tot en met 42;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 en 2;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 43 tot en met 50;

  • -

    de brief van 26 oktober 2020 van Nera, met productie 3;

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 10 november 2020;

  • -

    de ten behoeve van de mondelinge behandeling overgelegde samenvatting juridische standpunten met betrekking tot de eis in reconventie van mr. Kabalt;

  • -

    de spreekaantekeningen van mr. Van der Corput;

  • -

    de spreekaantekeningen van mr. Kabalt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

De Nieuwe Norm is een aannemersbedrijf voor de burgerlijke- en utiliteitsbouw.

2.2.

Nera is een projectontwikkelaar die zich onder meer bezighoudt met het ontwikkelen en verkopen van vastgoedprojecten.

2.3.

Nera had het voornemen om de door haar verworven kantoorpanden aan de [adres] (deels) te transformeren naar appartementen (hierna: het project). In het kader daarvan heeft Nera op 24 augustus 2017 een intentieovereenkomst gesloten met De Nieuwe Norm. In de intentieovereenkomst is - voor zover van belang - het volgende bepaald:

“(…) NV [Nera; rechtbank] en DNN [De Nieuwe Norm; rechtbank] samen hierna te noemen "Partijen"

Overwegen als volgt:

  1. NV de kantoorpanden met de bijhorende percelen grond aan de [adres] heeft verworven.

  2. NV voornemens is om deze kantoorpanden aan de [adres] deels te transformeren naar appartementen. Programma transformatie dient nader bepaald te worden. De transformatie te noemen als "Project".;

  3. NV de intentie heeft om DNN in te schakelen voor de realisatie van het project en dat de DNN bereid is om als aannemer dit project in samenspraak met NV verder te ontwikkelen en te realiseren.

  4. NV inmiddels de architect opdracht heeft gegeven voor het transformatie gedeelte Tussen NV en DNN zal bepaald worden welke documenten als basis zullen dienen voor de in b) bedoelde transformatie die onderdeel zullen maken van deze intentieovereenkomst. Na het vaststellen van de documenten zal DNN een elementenraming maken.

  5. DNN het project in eerste instantie zal ramen met daarbij horend een uitgangspuntenboek;

  6. NV met inachtneming van het in deze overeenkomst bepaalde voor de voorbereiding van het project het stellige voornemen heeft om voor de uiteindelijke realisatie van het project DNN, onder nader overeen te komen voorwaarden, in te schakelen.

Zijn het volgende overeengekomen:

  1. NV zal voor de (verdere) ontwikkeling, voorbereiding en realisatie van de transformatie DNN inschakelen mits er goedkeuring wordt verleend door NV op de aanneemsom genoemd onder 4) en 5);

  2. DNN al haar technische kennis zal inzetten om gezamenlijk met NV het technische ontwerp te realiseren binnen de nader te bepalen aanneemsom,

  3. DNN aan de hand van het met NV te voeren overleg een technische omschrijving zal opstellen;

  4. De aanneemsom wordt gevormd door de netto bouwkosten, bestaande uit de zogenaamde projectgebonden bouwplaatskosten en begeleiding, materiaalkosten, arbeidsloon en onderaannemingskosten. De netto bouwkosten worden verhoogd met een toeslag voor algemene kosten (7%), winst en risico (5%) alsmede de benodigde verzekeringen en bankgarantie, in de begroting is geen bedrag opgenomen ten behoeve van onvoorziene kosten. In de begroting zijn de kosten van DNN verdisconteerd op basis van de punten 1. t/m 3

  5. De intentieovereenkomst is gefocust op het vaststellen van de aanneemsom en de stichtingskostenopzet NV en DNN zullen zich gezamenlijk tijdens deze fase inspannen om zo nodig efficiency maatregelen door te voeren Conform punt d) in de considerans zal DNN het project ramen op basis van de NEN 2699 niveau 3 (kostenopbouw conform artikel 4). Uitgangspunt voor de onderhavige intentieovereenkomst is dat NV en DNN gezamenlijk de inspanningsverplichting hebben om een aanneemsom te genereren die marktconform is. Om deze inspanningsverplichting te effectueren schakelt NV een onafhankelijke bouwkostendeskundige in om de kwantificatie van deze samenwerking te beoordelen op marktconformiteit. Op het moment dat DNN, NV en de onafhankelijke bouwkostendeskundige concluderen dat de aanneemsom marktconform is (definitieve aanneemsom (DA)) zal direct de aannemingsovereenkomst worden opgesteld en op afzienbare termijn worden ondertekend door DNN en NV. Indien de conclusie is dat de aanneemsom niet marktconform is wordt deze intentie overeenkomst beëindigd zonder dat Partijen elkaar iets verschuldigd zijn. (…)

8. Partijen streven ernaar onderhavige overeenkomst door te ontwikkelen naar een aannemingsovereenkomst (…)

10. Deze overeenkomst heeft een looptijd na ondertekening van drie jaar en kan tussentijds door NV en/of DNN worden beëindigd indien blijkt dat het gewenste resultaat welke logischerwijs zou moeten volgen uit onderhavige overeenkomst niet wordt behaald. Bij beëindiging van deze overeenkomst zijn Partijen elkaar niets verschuldigd Voornoemde is alleen het geval indien DNN niet marktconform blijkt te zijn. Indien NV het project tussentijds doorverkoopt en DNN kan niet als aannemer optreden voor de nieuwe koper dan kan DNN de volgende rekenvergoeding in rekening brengen (per fase (…) wordt gecumuleerd indien meerdere fases zijn afgerond), te weten:

a) Tot fase DO: € 7.500 excl. BTW.

b) Tot omgevingsvergunning € 7 500 excl. BTW.

c) Tot definitieve prijsvorming: € 10.000 excl. BTW. (…)”

2.4.

Op 12 juni 2018 heeft De Nieuwe Norm per e-mail een raming aan Nera verstrekt. Volgens de raming van De Nieuwe Norm zou het project uitkomen op een bedrag van € 5.671.552,17. In de raming werd voorts een marge van +/- 25% genoemd.

2.5.

De Nieuwe Norm heeft Nera op 27 juni 2018 een e-mail gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

“(…) Naar aanleiding van ons overleg d.d. 26 juni 2018 inzake de realisatie van het project Transformatie [adres] voor de volledigheid de besproken punten;

(…)

De omgevingsvergunning is inmiddels door Nera aangevraagd. Verwachting afgifte vergunning juli/augustus 2018.

De bouw zal zsm starten bij het bereiken van 70% verkooppercentage. (…)

Nera zal de omgevingsvergunningaanvraag stukken aan DNN doen toekomen. DNN zal op basis van deze gegevens komen tot een definitieve prijsvorming.

Teneinde tot een marktconforme prijs te komen zal Nera aan DNN een opgave doen van partijen waarvan Nera wenst dat daar een offerte wordt opgevraagd.

Vertrouwend e.e.a. juist te hebben verwoord. (…)”

2.6.

Nera reageerde daar dezelfde dag nog op:

“(…) Zo hebben we het niet besproken. Ik voel me er een beetje "in gehangen" met deze e[-]mail. De begroting die is afgegeven is niet haalbaar voor ons. Die mening zijn jullie ook toegedaan. Wij sturen jullie inderdaad de stukken omgevingsvergunningsaanvraag.

Daarnaast zouden wij jullie een bedrag sturen waarvoor het wel haalbaar zou zijn. Vervolgens kijken jullie of het zin heeft om op basis hiervan verder te rekenen.

Zo ja dan volgt verdere calculatie. Zo nee, dan moeten we het dossier sluiten. (…)”

2.7.

Op 28 juni 2018 heeft De Nieuwe Norm in een e-mail het volgende geschreven:

“(…) Ik begrijp niet zo goed wat je bedoelt met "in gehangen". Ik ben me daar niet van bewust.

De begroting die afgegeven is is de begroting van het ontwerp welke door de architect is gemaakt. Wanneer het plan financieel niet haalbaar is zullen wij gezamenlijk moeten kijken hoe we dit plan wel haalbaar maken. Dit zijn wij immers overeengekomen in de intentieovereenkomst.

Uiteraard heeft het zin om verder te rekenen gezien de gemaakte afspraken. Wij gaan ervan uit dat deze afspraken in alle openheid en transparantie door beide partijen worden nageleefd.

Met betrekking tot jou opmerkingen om het dossier te sluiten zijn wij met stomheid geslagen. Zeker gezien de inspanningen die wij gezamenlijk met het team hebben verricht. In mij ogen hebben wij niets verkeerd of anders gedaan dan afgesproken. Ik ga er vanuit dat we weer op de juiste weg zitten om dit project met de juiste intentie zoals omschreven in de overeenkomst te realiseren. Graag zien wij de stukken tegemoet. (…)”

2.8.

Op 4 juli 2018 heeft Nera als volgt gereageerd:

“(…) Het gesprek van vorige week dinsdag is tot stand gekomen na jouw mail van 12 juni waarin je de raming toestuurt en melding maakt van het feit dat het te duur is geworden.

Ik had dit graag eerder gehoord. We hadden afgesproken dat jullie een aangepaste calculatie zouden maken na het overleg van 19 februari 2018, waarin met het team de belangrijkste uitgangspunten zijn vastgesteld en jullie het DO hebben gekregen op 22 februari. Helaas is dit niet het geval geweest. Pas op 12 juni, na indiening van de omgevingsvergunning komt de calculatie op basis van het DO die ook nog eens ver boven ons budget ligt.

Daarom hebben we op 12 juni, nadat we hadden vastgesteld dat er geen haalbare bezuinigingen waren, besloten tot een tweetrapsraket:

1. eerst te bekijken op basis van onze budget en de stukken aanvraag omgevingsvergunning of het zin heeft om hierop verder te rekenen.

2. alleen als het ernaar uitziet dat het conform ons ontwerp en ons budget kan worden gebouwd hiermee verder te gaan en anders niet.

Deze afspraak hebben we duidelijk gemaakt (het woord tweetrapsraket heb ik letterlijk gezegd op 12 juni) en daarna stel je voor dat we doorlopen alsof er niets aan de hand is in je mail van 27 juni (…)”

2.9.

Vervolgens heeft De Nieuwe Norm op 9 juli 2018 het volgende geschreven:

“(…) Er is inderdaad op jullie verzoek op 12 juni afgesproken om obv het definitieve DO een inschatting te maken van de werkelijke bouwkosten. Vervolgens kunnen jullie dan aangeven of we op basis van dit ontwerp een detailbegroting opstellen of dat we eerst de mogelijkheden tot bezuinigingen en alternatieven verder gaan onderzoeken om de kosten voor jullie op een goed niveau te krijgen.

Wat voor jullie wel of niet haalbaar is kunnen wij niet beoordelen daar wij geen inzicht van jullie hebben gekregen in de kosten/baten. De suggestie die wordt gewekt om uit elkaar te gaan als de eerste trap voor jullie niet bevredigend is is niet het juiste uitgangspunt. We gaan ervanuit dat we conform de gesloten intentieovereenkomst er beiden alles aan zullen doen om dit werk tot een gezamenlijk succes te maken. (…)”

2.10.

Nera heeft op 16 juli 2018 gereageerd:

“(…) Pas in april, nadat ik vraag waar de calculatie blijft, ga je om meer informatie vragen, waarna ik in mijn email van 30 april uitleg dat we geen behoefte hebben aan een calculatie achteraf. Uiteindelijk hebben we toch een calculatie achteraf (na indiening omgevingsvergunning) gekregen. Deze ligt ook nog eens veel te hoog.

Ik vind het bijzonder vervelend dat je nu net doet alsof er niets aan de hand is en het probleem bij mij neerlegt door te zeggen dat we door moeten gaan en ik op het plan moet gaan bezuinigen. Dit schept geen vertrouwen.

De bezuinigingen/alternatieven waar je het over hebt had ik graag tijdens het ontwerp proces vernomen. Dat is nu te laat. De door jou voorgestelde bezuinigingen tijdens ons overleg op 26 juni bieden geen uitkomst omdat deze de verkoopwaarde negatief beïnvloeden. Dit verbetert de situatie niet.

Mijn intentie was ook om er alles aan te doen om dit werk een succes te maken maar dit is me onmogelijk gemaakt. Op dit moment lijkt het een dood paard waaraan we trekken. (…)”

2.11.

Nera heeft op 12 september 2018 per e-mail aan De Nieuwe Norm te kennen gegeven dat zij een kostendeskundige zal inschakelen. Nera heeft vervolgens Bouwmanagement Katwijk ingeschakeld.

2.12.

Nera heeft in een e-mail van 14 mei 2019 aan De Nieuwe Norm te kennen gegeven de intentieovereenkomst te beëindigen. Hiertoe heeft zij het volgende geschreven:

“(…) Op woensdag 1 mei hebben wij jullie zoals afgesproken de stukken gestuurd op basis waarvan Bouwmanagement Katwijk haar begroting heeft gebaseerd.

In je mail van 3 mei stel je dat jullie nivo 3 raming op marktconformiteit dient te worden getoetst. Het is overigens in de intentieovereenkomst niet afgesproken dat de bouwkostendeskundige gezamenlijk dient te gorden vastgesteld. Er staat dat Nera Vastgoed deze inschakelt. Naar aanleiding van je email heb ik daarom bouwkostendeskundige Bouwmanagement Katwijk verzocht om jullie nivo 3 raming te toetsen op marktconformiteit gebaseerd op het SO. Het resultaat hiervan is bij gevoegd. De keukens zijn niet opgenomen omdat dit een directielevering betreft. Omdat bij jullie nivo 3 raming alleen het voorblad is gestuurd en nooit een onderbouwing is verstrekt, kan ik niet beoordelen wat hiervoor door jullie is opgenomen.

Bouwmanagement Katwijk komt tot de conclusie dat de raming van De Nieuwe Norm niet marktconform is.

Wij beëindigen derhalve de intentieovereenkomst, waarbij ik verwijs naar artikel 5 van deze overeenkomst. (…)”

2.13.

De raadsman van De Nieuwe Norm heeft op 9 oktober 2019 onder meer het volgende geschreven aan Nera:

“(…) In uw e‑mail van 14 mei 2019 deelt u mede dat de intentieovereenkomst wordt beëindigd omdat de raming van De Nieuwe Norm niet marktconform zou zijn. Cliënte had in de gelegenheid moeten worden gesteld een marktconforme begroting af te geven. (…)”

3. Het geschil

in conventie

3.1.

De Nieuwe Norm vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

“I. Primair:

(a) Gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen de door eiseres als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van gedaagde geleden schade ad € 634.660,33, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente met ingang van 14 mei 2019, althans met ingang van de dag waarop deze dagvaarding werd uitgebracht tot aan de dag der algehele voldoening.

II. Subsidair:

(b) Gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen de door eiseres als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van gedaagde geleden schade ad € € 283.574,65, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente met ingang van 14 mei 2019, althans met ingang van de dag waarop deze dagvaarding werd uitgebracht tot aan de dag der algehele voldoening.

III. Meer Subisidiar:

(c) Te verklaren voor recht dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen voortvloeiende uit de met eiseres gesloten Overeenkomst d.d. 23/24 augustus 2017;

(d) Te verklaren voor recht dat gedaagde gehouden is de schade van eiseres die het gevolg is van deze toerekenbare tekortkoming aan eiseres te vergoeden;

(e) gedaagde te veroordelen tot vergoeding aan eiseres van de door haar geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, onder bepaling dat gedaagde over de aldus nader te bepalen schade aan eiseres de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a, althans de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW is verschuldigd met ingang van 14 mei 2019, althans met ingang van de dag waarop deze dagvaarding werd uitgebracht tot aan de dag der algehele voldoening.

IV. Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:

(f) gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding, een redelijke vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand aan de zijde van eiseres daaronder begrepen, onder bepaling dat gedaagde over de aldus vastgestelde proceskostenveroordeling, bij niet tijdige voldoening daarvan, met ingang van de veertiende dag na de dag van het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:96 BW verschuldigd is.”

3.2.

De conclusie van Nera strekt tot afwijzing van de vorderingen van De Nieuwe Norm, met veroordeling van De Nieuwe Norm in de proceskosten, alsmede de nakosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Nera vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

“1. Te bepalen dat Nieuwe Norm gehouden is een bedrag ad € 468.380,-- + PM te betalen aan Nera, zijnde de door Nera geleden en nog te lijden schade, althans door Uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

2. Te bepalen dat Nieuwe Norm gehouden is de wettelijke rente over het onder 1 toegewezen bedrag te voldoen vanaf datum indiening eis reconventie;

3. Nieuwe Norm te veroordelen in de kosten van deze procedure tevens hieronder begrepen de na de uitspraak ontstane kosten op grond van artikel 237 Rechtsvordering, te begroten op € 131,00 zonder betekening, dan wel indien betekening van het vonnis plaatsvindt, te begroten op € 199,00.”

3.5.

De conclusie van De Nieuwe Norm strekt tot afwijzing van de vorderingen van Nera, met veroordeling van Nera - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - in de proceskosten.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1.

Centraal staat de vraag of Nera is gehouden tot betaling van een schadevergoeding aan De Nieuwe Norm wegens een tekortkoming in de nakoming van een aannemingsovereenkomst dan wel de intentieovereenkomst.

4.2.

Aan haar primaire vordering heeft De Nieuwe Norm ten grondslag gelegd dat tussen haar en Nera een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot het project, althans dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een dergelijke aannemingsovereenkomst tot stand zou komen. Dit baseert De Nieuwe Norm op het uitgangspunt dat de door haar afgegeven raming voor het project marktconform was, hetgeen volgens De Nieuwe Norm betekent dat direct een aannemingsovereenkomst tot stand kwam. Nu Nera de aannemingsovereenkomst op grond van artikel 7:764 BW heeft willen beëindigen althans beëindigd, maakt De Nieuwe Norm aanspraak op een schadevergoeding bestaande uit de voor het project geldende prijs, verminderd met eventuele besparingen, aldus De Nieuwe Norm.

4.3.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4.4.

Artikel 1 van de intentieovereenkomst vermeldt dat Nera De Nieuwe Norm voor het project zal inschakelen mits zij goedkeuring verleent op de aanneemsom (genoemd onder 4 en 5 van de intentieovereenkomst). In artikel 5 van de intentieovereenkomst zijn partijen onder meer overeengekomen dat wanneer De Nieuwe Norm, Nera en een onafhankelijke bouwdeskundige concluderen dat er sprake is van een marktconforme aanneemsom, direct een aannemingsovereenkomst zal worden opgesteld. In datzelfde artikel staat ook dat de intentieovereenkomst wordt beëindigd indien de aanneemsom niet marktconform is.

4.5.

Deze artikelen laten geen andere uitleg van de intentieovereenkomst toe dan dat pas een aannemingsovereenkomst tussen De Nieuwe Norm en Nera tot stand zou kunnen komen nadat partijen tot een marktconforme aanneemsom waren gekomen die bovendien was goedgekeurd door Nera. De Nieuwe Norm miskent met haar stellingen deze uitleg.

4.6.

De Nieuwe Norm heeft gesteld dat haar raming marktconform was. Die stelling is wankel, zeker tegen de achtergrond van de eigen mededeling van De Nieuwe Norm, dat zij in de gelegenheid had moeten worden gesteld (alsnog) een marktconforme begroting af te geven (zie rechtsoverweging 2.13). Zij is ook door Nera gemotiveerd betwist en het had op de weg van De Nieuwe Norm gelegen om haar stelling op dit punt concreter te onderbouwen. De rechtbank is niet de informatie aangereikt op basis waarvan de stelling van De Nieuwe Norm kan worden beoordeeld. Aldus heeft De Nieuwe Norm niet aan haar stelplicht voldaan, zodat niet kan worden vastgesteld dat partijen conform artikel 5 van de intentieovereenkomst tot een marktconforme aanneemsom zijn gekomen.

4.7.

Nu deze voorwaarde niet is vervuld, is tussen partijen geen aannemingsovereenkomst tot stand gekomen. De Nieuwe Norm mocht er ook niet - zoals zij stelt - gerechtvaardigd op vertrouwen dat een aannemingsovereenkomst tot stand zou komen, omdat ook daar een marktconforme aanneemsom voor nodig is, die ontbrak. De primaire vordering van De Nieuwe Norm stuit reeds af op het voorgaande.

4.8.

De Nieuwe Norm heeft aan haar subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen - kort samengevat - ten grondslag gelegd dat Nera is tekortgeschoten in de nakoming van de intentieovereenkomst, nu zij zich onvoldoende heeft ingespannen om samen met De Nieuwe Norm tot een marktconforme aanneemsom te komen. Om die reden is Nera volgens De Nieuwe Norm gehouden de daardoor door De Nieuwe Norm geleden schade te vergoeden.

4.9.

De rechtbank is van oordeel dat ook deze vorderingen niet toewijsbaar zijn. De Nieuwe Norm gaat ervan uit dat, indien Nera zich voldoende had ingespannen, partijen hoe dan ook tot een marktconforme aanneemsom waren gekomen en daarop een onherroepelijke aannemingsovereenkomst was gesloten. Dat uitgangspunt is onjuist. In de intentieovereenkomst is immers de mogelijkheid opengelaten dat de intentieovereenkomst wordt beëindigd wanneer de aanneemsom niet marktconform is. Kennelijk hebben partijen dus rekening gehouden met de mogelijkheid dat er geen marktconforme prijs tot stand zou komen. De stellingen van De Nieuwe Norm miskennen dit. Hiervoor is reeds overwogen dat niet is komen vast te staan dat de raming van De Nieuwe Norm marktconform was.

4.10.

Voorts is de rechtbank van oordeel, dat onvoldoende is gesteld dat Nera zich niet (mede) heeft ingespannen om tot een marktconforme aanneemsom te komen. Nera heeft, overeenkomstig artikel 5 van de intentieovereenkomst, een kostendeskundige ingeschakeld om de raming van De Nieuwe Norm te laten beoordelen op marktconformiteit. Dit duidt er niet op dat Nera - zoals De Nieuwe Norm stelt - niet bereid was om samen met De Nieuwe Norm te trachten een marktconforme aanneemsom te genereren. Daarbij komt dat De Nieuwe Norm zich niet heeft verzet tegen het inschakelen van een bouwkostendeskundige door Nera.

4.11.

Ten slotte gaat De Nieuwe Norm ervan uit, dat een marktconforme aanneemsom van De Nieuwe Norm onvoorwaardelijk tot het aangaan van een aanneemovereenkomst zou leiden. Dat is niet het geval: in artikel 1 van de overeenkomst is neergelegd dat Nera “goedkeuring” moet verlenen op de marktconforme aanneemsom. Dat is niet anders uit te leggen, dan dat Nera de mogelijkheid heeft om toch niet in zee te gaan met De Nieuwe Norm. In elk geval heeft Nera dit zo mogen begrijpen. Als De Nieuwe Norm het anders had bedoeld, had het op haar weg gelegen het anders in de intentieovereenkomst op te nemen; vast staat immers dat De Nieuwe Norm het concept van de intentieovereenkomst heeft opgesteld en niet is gesteld of gebleken dat Nera nadien voorstellen heeft gedaan over de bewoordingen van artikel 1.

4.12.

De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van De Nieuwe Norm zullen worden afgewezen.

4.13.

De Nieuwe Norm zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nera worden begroot op:

- griffierecht € 4.131,00

- salaris advocaat 6.198,00 (2,0 punten × tarief € 3.099,00)

Totaal € 10.329,00

4.14.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

in reconventie

4.15.

Nera heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat De Nieuwe Norm is tekortgeschoten in de nakoming van de intentieovereenkomst. Volgens Nera heeft De Nieuwe Norm niet voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 2 en 3 van de intentieovereenkomst. De Nieuwe Norm heeft nagelaten haar technische kennis in te zetten tijdens het ontwerpproces noch heeft zij een toegevoegde waarde geleverd. De Nieuwe Norm heeft pas in juni 2018, derhalve tien maanden nadat de intentieovereenkomst was gesloten, een raming afgegeven. In de visie van Nera was dit te laat, hetgeen ervoor heeft gezorgd dat Nera niet kon starten met de bouw van het project en thans inkomsten misloopt. Nera heeft hierdoor schade geleden, aldus Nera.

4.16.

Vooropgesteld wordt dat in artikel 2 van de intentieovereenkomst is vermeld dat De Nieuwe Norm al haar technische kennis zal inzetten om gezamenlijk met Nera het technisch ontwerp te realiseren. Artikel 3 van voornoemde overeenkomst vermeldt voorts dat De Nieuwe Norm een technische omschrijving zal opstellen. Het standpunt van Nera komt er in de kern op neer dat De Nieuwe Norm zich niet tijdig heeft gemengd in het ontwerpproces en onvoldoende input heeft geleverd, waardoor het project vertraging heeft opgelopen. Afgezien van het antwoord op de vraag of De Nieuwe Norm is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de intentieovereenkomst - hetgeen door De Nieuwe Norm is betwist - is de rechtbank van oordeel dat Nera miskent dat de intentieovereenkomst geen enkele tijdsbepaling bevat ten aanzien van de door De Nieuwe Norm te verrichten werkzaamheden. Op De Nieuwe Norm rustte derhalve geen verplichting om haar werkzaamheden binnen een bepaald vast omlijnd tijdsbestek uit te voeren. Nera kan De Nieuwe Norm achteraf dan ook niet gerechtvaardigd tegenwerpen dat zij ‘te laat’ heeft gehandeld. Ook is niet gebleken dat Nera De Nieuwe Norm ter zake in gebreke heeft gesteld of dat De Nieuwe Norm anderszins in verzuim is gekomen. Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van Nera worden afgewezen.

4.17.

Nera zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Nieuwe Norm worden begroot op € 3.099,00 aan salaris advocaat (2,0 punten × tarief € 3.099,00 × factor 0,5 (samenhang met conventie)).

4.18.

De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat het verzoek daartoe gegrond is op de wet en niet is weersproken door Nera.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt De Nieuwe Norm in de proceskosten, aan de zijde van Nera tot op heden begroot op € 10.329,00;

5.3.

veroordeelt De Nieuwe Norm in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat De Nieuwe Norm niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

in reconventie

5.4.

wijst de vorderingen af;

5.5.

veroordeelt Nera in de proceskosten, aan de zijde van De Nieuwe Norm tot op heden begroot op € 3.099,00;

5.6.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2021.

[3085/1407]