Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2969

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-04-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
C/10/598267 / HA ZA 20-575
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 843a Rv. Rechtsbetrekking-vereiste. Cessie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2021/124
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/598267 / HA ZA 20-575

Vonnis in incident van 7 april 2021

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

AGULHAS STREAM GMBH & CO.KG I.L.,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident ex art. 843a Rv,

advocaat mr. J.P. Eckoldt te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap naar het recht van Curaçao

SEATRADE GROUP N.V.,

gevestigd te Willemstad, Curaçao,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident ex art. 843a Rv,

advocaat mr. J.J. van de Velde te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Agulhas Stream en Seatrade genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 6 maart 2020;

  • -

    de akte overlegging producties van Agulhas Stream, met producties 1 tot en met 6;

  • -

    de incidentele conclusie houdende eis tot onbevoegdheid;

  • -

    de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident;

  • -

    het vonnis van 2 december 2021 in het bevoegdheidsincident;

  • -

    de incidentele conclusie ex art. 843a Rv, met producties 1 tot en met 2;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident ex art. 843a Rv.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident ex art. 843a Rv.

2. De vordering in de hoofdzaak

2.1.

Agulhas Stream vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Seatrade veroordeelt tot betaling van – samengevat – verscheidene geldsommen waarvan de hoofdsom zonder rente US$ 99.645,90 bedraagt.

2.2.

Hieraan legt Agulhas Stream – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag:

  • -

    Tot begin 2018 was Agulhas Stream de geregistreerde eigenaar van het vrachtschip [naam schip](hierna ook: het schip). De [naam schip] is op 28 februari 2018 verkocht.

  • -

    Tot het moment van verkoop was de [naam schip] ondergebracht in een scheepvaartpool met de naam “Seatrade Reefer Pool”. Seatrade is de manager van deze pool, zoals blijkt uit de Pool Agreement (hierna: de Poolovereenkomst) (prod. 1 Agulhas Stream).

  • -

    Op grond van artikel 2 van de Poolovereenkomst is Seatrade verplicht om ten aanzien van alle deelnemende schepen onder andere vracht, foutvracht en overliggelden te factureren en betalingen hiervan te eisen. Verder is Seatrade op grond van dit artikel verplicht om de verschuldigde bedragen uit te betalen aan de deelnemende scheepseigenaren.

  • -

    Agulhas Stream heeft contractueel recht op het resterende gedeelte van de opbrengsten uit de pool uit 2017 en 2018, te weten een bedrag van in totaal USD 99.645,90. Betaling van dit bedrag aan Agulhas Stream is door Seatrade bovendien uitdrukkelijk toegezegd.

  • -

    Tot op heden is Seatrade in gebreke gebleven met de betaling van dit bedrag.

3. Het geschil in het incident ex art. 843a Rv

3.1.

Seatrade vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Agulhas Stream beveelt aan Seatrade kopieën te doen toekomen van:

  • -

    i) alle correspondentie tussen Agulhas Stream en de koper Yongxiang Shipping International Co. Ltd. ter zake van de verkoop van het schip alsmede de correspondentie die hun hulppersonen in dat kader hebben gevoerd;

  • -

    ii) het taxatierapport dat in het kader van de verkoop is opgesteld,

onder bepaling dat afgifte door Agulhas Stream niet later zal geschieden dan binnen zeven dagen (dan wel binnen een door de rechtbank Rotterdam in goede justitie te bepalen termijn) na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van
€ 25.000,-- dan wel een door de rechtbank Rotterdam in goede justitie te bepalen dwangsom per dag of dagdeel dat Agulhas Stream nalaat gehoor te geven aan het door de rechtbank Rotterdam in dit incident te geven bevel, met veroordeling van Agulhas Stream in de proceskosten van dit incident.

3.2.

Hieraan legt Seatrade – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag:

  • -

    In 1999 is (het schip dat vanaf die tijd heette) de [naam schip] verkocht aan Agulhas Stream. Seatrade bleef echter participant in de [naam schip] door middel van de in Duitsland gevestigde vennootschap Triton Schiffahrts GmbH (hierna: Triton).

  • -

    In april 2018 is de [naam schip] door Agulhas Stream verkocht aan de vennootschap Yongxiang Shipping International Co. Ltd.

  • -

    Voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst waarbij de [naam schip] aan dit bedrijf is verkocht werden door Seatrade bezwaren geuit tegen deze verkoop en tegen de wijze waarop deze verkoop werd georganiseerd. Ten eerste maakte Seatrade bezwaar tegen het feit dat de [naam schip] voor een prijs werd verkocht die
    € 1.000.000,-- lag onder de marktwaarde voor dergelijke schepen. Ten tweede werd door Agulhas Stream geweigerd om de [naam schip] nog voor een laatste reis in de pool te laten. Deze weigering van Agulhas Stream heeft ertoe geleid dat Triton diende mee te delen in de extra kosten van de laatste reis van de [naam schip] zonder dat daar vrachtopbrengsten tegenover stonden.

  • -

    De totale vordering van Triton als gevolg van dit handelen van Agulhas Stream bedraagt meer dan € 1.000.000,--. Triton zal haar vordering gaan cederen aan Seatrade. Vervolgens zal Seatrade betaling van Agulhas Stream vorderen van dit bedrag door middel van het instellen van een eis in reconventie in de onderhavige zaak. Verder zal in conventie in de onderhavige zaak een beroep worden gedaan op verrekening.

  • -

    Agulhas Stream heeft geen openheid gegeven over de verkoop door haar van de [naam schip]. Met name heeft zij niet opgehelderd waarom zij het schip voor € 1.000.000,-- onder de marktwaarde heeft verkocht. Daarom heeft Seatrade recht en belang bij afgifte van alle correspondentie tussen Agulhas Stream en de koper Yongxiang Shipping International Co. Ltd. inzake deze verkoop. Verder vordert Seatrade afgifte van het taxatierapport dat in het kader van de verkoop van het schip is opgesteld. Op basis van deze documenten wil Seatrade aantonen dat het schip voor een bedrag is verkocht dat onder de marktwaarde ligt, dat bij deze verkoop onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de participant Triton en dat Triton door deze verkoop en door de wijze waarop deze werd georganiseerd benadeeld is.

  • -

    Door de handelwijze van Agulhas Stream heeft Triton schade geleden. Teneinde het verrekeningsverweer en de eis in reconventie nader te kunnen onderbouwen dient Seatrade daarom de hierboven genoemde bescheiden in te kunnen zien.

  • -

    De incidentele vordering van Seatrade voldoet aan alle vereisten van artikel 843a Rv.

3.3.

Agulhas Stream voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van Seatrade bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten van dit incident alsmede in de nakosten en de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis wordt betaald.

3.4.

Op de stellingen van Agulhas Stream in dit incident wordt hierna bij de beoordeling, voor zover zij daarvoor van belang zijn, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident ex art. 843a Rv

4.1.

Een vordering tot overlegging van bescheiden is slechts toewijsbaar op grond van artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) indien aan de drie in lid 1 van dat artikel genoemde voorwaarden is voldaan. Dat wil zeggen dat:

  • -

    de wederpartij van degene die bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, een rechtmatig belang heeft bij overlegging daarvan,

  • -

    de vordering betrekking heeft op “bepaalde” bescheiden, en

  • -

    de bescheiden een rechtsbetrekking betreffen waarbij degene die afschrift of inzage vordert partij is.

Daarnaast mag zich geen van de in artikel 843a lid 3 en 4 Rv omschreven uitzonderingen voordoen, welke uitzonderingen inhouden dat:

  • -

    degene die uit hoofde van zijn ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is, niet gehouden is aan de vordering te voldoen indien de bescheiden uitsluitend uit dien hoofde te zijner beschikking staan of onder zijn berusting zijn,

  • -

    degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan de vordering te voldoen indien daarvoor gewichtige redenen zijn,

  • -

    degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan de vordering te voldoen indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

4.2.

Tussen partijen is in geschil of (i) Seatrade een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv heeft bij de door haar gevorderde afgifte van kopieën, (ii) voldaan is aan het in dat artikel opgenomen bepaaldheidsvereiste en (iii) de bescheiden waar de vordering van Seatrade op ziet een rechtsbetrekking betreft waar Seatrade partij bij is in de zin van dat artikel.

4.3.

Zoals Agulhas Stream terecht heeft aangevoerd, dient de partij die verzoekt om bepaalde stukken, in dit geval dus Seatrade, een rechtmatig belang te hebben bij deze stukken ten tijde van het instellen van dit verzoek. Dat tijdstip geldt ook voor het vereiste van het bestaan van een rechtsbetrekking waar deze partij partij bij moet zijn en waar de verzochte stukken betrekking op moeten hebben. Van belang in dit verband is dus het tijdstip waarop de incidentele conclusie ex art. 843a Rv door Seatrade op de rol is ingediend, te weten 13 januari 2021.

4.4.

Zoals Seatrade in randnummer 19 van haar incidentele conclusie ex art. 843a Rv ook uitdrukkelijk heeft aangegeven, is de rechtsbetrekking in vorenbedoelde zin waar dit incident over gaat de participatieovereenkomst tussen Triton en Agulhas Stream. Dit is dus een rechtsbetrekking waar Seatrade ten tijde van het indienen van deze conclusie geen partij bij was. Overigens is gesteld noch gebleken dat Seatrade inmiddels wél partij is bij deze rechtsbetrekking. Zo is gesteld noch gebleken dat de door Seatrade beoogde cessie door Triton aan haar van vorderingen van Triton op Agulhas Stream inmiddels heeft plaatsgevonden.

4.5.

In zoverre lijkt Seatrade dus ook geen rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv te hebben bij haar vordering.

4.6.

De vordering van Seatrade voldoet dus niet aan de vereisten van artikel 843a Rv en wordt dan ook afgewezen.

4.7.

Seatrade wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het incident. Deze kosten aan de zijde van Agulhas Stream worden tot aan deze uitspraak begroot op:

salaris advocaat € 563,-- (1 punt x liquidatietarief II)

totaal € 563,--.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident ex art. 843a Rv

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Seatrade in de proceskosten, die aan de zijde van Agulhas Stream tot aan deze uitspraak begroot worden op € 563,--;

5.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4.

verwijst de zaak naar de rol van 5 mei 2021 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden augustus tot en met december 2021, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2021.

901/1573