Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2933

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
8495427 CV EXPL 20-13307
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

exoneratiebeding op terreinbord; gebondenheid algemene voorwaarden bezoekers terrein; tekst voldoende kenbaar en duidelijk; ook kenbaar gemaakt dat betreden op eigen risico ook inhoudt aansprakelijkheid uitsluiten voor schade uit routinehandelingen bij laden vrachtwagen; met betreden terrein bindt chauffeur werkgever/transportbedrijf aan algemene voorwaarden; (achteraf) overhandiging papieren versie niet nodig; beroep op vernietiging slaagt niet; niet gesteld noch gebleken dat opzettelijk of met grove schuld is gehandeld dan wel dat kenbare gevaarlijke situatie ten onrechte is laten voortbestaan zodat beroep op exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2021/263
S&S 2021/58
RCR 2021/47
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8495427 CV EXPL 20-13307

uitspraak: 2 april 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Int. Transportbedrijf Van der Kaa B.V.,

gevestigd te Moordrecht, gemeente Zuidplas,

eiseres,

gemachtigde: mr. P.N. Meijer, DAS Rechtsbijstand,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

APM Terminals Rotterdam B.V.,

gevestigd te Maasvlakte, gemeente Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. S.M.E. Roose.

Partijen worden hierna aangeduid als Van der Kaa en APM Terminals.

Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. het exploot van dagvaarding van 21 april 2020, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. de conclusie van repliek, met producties;

  4. de conclusie van dupliek, met producties.

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

1.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

1.2

Een chauffeur van Van der Kaa is op 22 januari 2020 in de haventerminal van APM Terminals een container komen ophalen. Bij het laden van de container is aan het chassis van de door Van der Kaa van haar moedermaatschappij gehuurde vrachtwagen schade ontstaan.

1.3

Bij het betreden van het terrein van APM Terminals staat het volgende bord:

Het bord staat geplaatst bij de ingang naast de slagbomen. De chauffeur kan de slagboom openen door zich te legitimeren met zijn cargo card. Voor het verkrijgen van een cargo card of het vervangen daarvan dient de chauffeur een veiligheidsinstructiefilm te bekijken en een test te maken.

1.4

Van der Kaa heeft de door haar van de verhuurder ontvangen schadenota ad € 463,- exclusief BTW van 3 februari 2020 doorgestuurd naar APM Terminals.

2. De vordering, de grondslag en het verweer

2.1

Van der Kaa vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, APM Terminals te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 463,- aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, € 75,- aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na vonnisdatum tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van APM Terminals in de proceskosten, waaronder rente.

2.2

Van der Kaa legt het navolgende aan de vordering ten grondslag. APM Terminals heeft onrechtmatig gehandeld en is aansprakelijk voor de schade die Van der Kaa leidt. De straddle carrier chauffeur (hierna: SC chauffeur) van APM Terminals heeft onzorgvuldig gehandeld door onbesuisd te werk te gaan, waardoor schade is veroorzaakt aan de door Van der Kaa gehuurde vrachtwagen. Van der Kaa heeft de schade moeten voldoen aan de verhuurder.

2.3

APM Terminals betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen dan wel is er sprake van eigen schuld. De SC chauffeur handelde immers conform aanwijzingen van de chauffeur van Van der Kaa. Mocht het handelen van de SC chauffeur APM Terminals aangerekend kunnen worden dan beroept zij zich op het exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden. Door het betreden van het terrein heeft de chauffeur namens Van der Kaa ingestemd met de algemene voorwaarden van APM Terminals en de daarin opgenomen exoneratie.

Meer subsidiair beroept APM Terminals zich op de Rotterdamse Stuwadoors Condities 1976 en het daarin opgenomen exoneratiebeding. Daarnaast dient volgens artikel 10.2 van deze voorwaarden Van der Kaa haar vordering eerst te claimen bij haar verzekeraar.

Beoordeling van het geschil

3.1

Aan beoordeling van de schuldvraag met betrekking tot de schadeveroorzakende gebeurtenis wordt niet toegekomen indien APM Terminals zich met succes kan beroepen op het exoneratiebeding dat is vermeld op het terreinbord bij de toegangspoort van het terrein van APM Terminals. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

3.2

Aansprakelijkheid jegens bezoekers van een terrein kan in beginsel worden uitgesloten door middel van een tekst op een terreinbord. Met het merendeel van de bezoekers van het terrein zal immers geen overeenkomst zijn gesloten. Op haventerreinen is het hanteren van algemene voorwaarden door middel van het plaatsen van borden dan ook gebruikelijk. Van der Kaa wordt als professioneel transportbedrijf verondersteld daarmee bekend te zijn.

3.3

APM Terminals kan dus aansprakelijkheid uitsluiten voor schade die kan voortvloeien uit ongevallen die nu eenmaal kunnen plaatsvinden in het kader van dagelijkse (mogelijk risicovolle) activiteiten die op haar terrein plaatsvinden. Vereist is wel dat de tekst voor de betreffende bezoeker voldoende kenbaar en duidelijk is. Met een dergelijke tekst wordt immers te kennen gegeven dat bezoekers het terrein mogen betreden maar slechts indien zij aanvaarden dat zij dat op eigen risico doen, in die zin dat schade die zij eventueel zouden kunnen lijden als gevolg van hun aanwezigheid of de aanwezigheid van aan hen toebehorende zaken op het terrein niet kan worden afgewenteld. Het uitsluiten van aansprakelijkheid middels een bord is niet onbeperkt en geldt in ieder geval niet wanneer er sprake is van (het laten voortduren van) evident gevaar zettende situaties op het terrein waardoor bezoekers en hun zaken worden blootgesteld aan risico’s die in redelijkheid niet hoeven te worden verwacht.

3.4

In casu is niet in geschil dat het bord van APM Terminals voldoende zichtbaar bij de ingang van het terrein is geplaatst, dat de tekst daarop duidelijk leesbaar is aangebracht, dat chauffeurs van Van der Kaa het terrein wekelijks betreden en dat de chauffeurs het terreinbord kennen en de op het terrein uitgeoefende bedrijfsactiviteiten. APM Terminals stelt dat de door haar gehanteerde exoneratie (anders dan in het geschil dat leidde tot de uitspraak van het hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2015:2440) waar Van der Kaa naar verwijst) voldoende specifiek is. Zij voert aan dat buiten de waarschuwing op het tekstbord de chauffeurs van Van der Kaa, en daarmee Van der Kaa, door haar geïnformeerd zijn dat onder het begrip ‘eigen risico’ eveneens behoort schade die ontstaat aan een vrachtwagen tijdens het laden van containers. Zij wijst in dat verband op de instructiefilm en afsluitende toets die de chauffeurs moeten bekijken c.q. afleggen om hun cargo card te verkrijgen of vernieuwen en de door haar beschikbaar gestelde folders. Van der Kaa heeft deze stelling van APM Terminals niet betwist. Zij stelt slechts dat de terminologie ‘eigen risico’ geen algehele vrijbrief kan betekenen. Dat is op zichzelf juist zoals hiervoor onder 3.3. is overwogen. De schade die in het onderhavige geval is opgetreden, kan echter wel uitgesloten worden, mits dit voldoende kenbaar wordt gemaakt. Van der Kaa heeft de stellingen van APM Terminals dat dat het geval is, onvoldoende gemotiveerd betwist.

3.5

Met het betreden van het terrein heeft de betreffende chauffeur namens Van der Kaa te kennen gegeven in te stemmen met de voorwaarden die APM Terminals aan de toelating op haar terrein heeft verbonden. Een (achteraf) overhandiging van een papieren versie met daarop nogmaals die exoneratie dient dan geen doel meer. Een beroep op vernietiging door Van der Kaa omdat de exoneratie haar niet ter hand is gesteld, kan dan ook niet slagen.

3.6

Niet in geschil is tussen partijen dat de betreffende gebeurtenis, het plaatsen van een container op een chassis, een routinehandeling is die vaker (kleine) schades veroorzaakt. Gesteld noch gebleken is dat de SC chauffeur opzettelijk of met grove schuld heeft gehandeld dan wel dat APM terminals een voor haar kenbare gevaarlijke situatie ten onrechte heeft laten voortbestaan. Een beroep op de exoneratie is, voor zover aangevoerd door Van der Kaa, in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dan ook niet onaanvaardbaar. Slotconclusie is dat APM Terminals zich met succes kan beroepen op het exoneratiebeding.

3.7

Dit heeft het gevolg dat de vorderingen van Van der Kaa worden afgewezen.

3.8

Van der Kaa wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, tot aan deze uitspraak aan de zijde van APM Terminals bepaald op € 248,- aan salaris voor de gemachtigde ( 2 punten), te vermeerderen met de verschuldigde rente vanaf 14 dagen na de uitspraak van het vonnis tot aan de dag der voldoening.

De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en deze kosten zich reeds vooraf laten begroten.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst af de vorderingen van Van der Kaa;

veroordeelt Van der Kaa in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van APM Terminals vastgesteld op € 248,- aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening en indien Van der Kaa niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan kosten begroot op € 62,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Indien van toepassing dienen beide bedragen te worden vermeerderd met btw. Ook is Van der Kaa de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis voor zover de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

745