Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2867

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-03-2021
Datum publicatie
01-04-2021
Zaaknummer
10/256965-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van het plegen van vernielingen op een metrostation. Psychiater heeft geadviseerd de verdachte deze feiten niet aan te rekenen vanwege zijn psychische stoornis. Gelet op dat advies wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging en er wordt een zorgmachtiging afgegeven. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2021:2868

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/256965-20

Datum uitspraak: 11 maart 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

preventief gedetineerd in de P.I. Vught (PPC),

raadsman mr. R. Küçükünal, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 maart 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.H. Slieker heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit;

  • -

    ontslag van alle rechtsvervolging van de verdachte wegens ontoerekeningsvatbaarheid.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde feit is door de verdachte bekend. Het feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:

hij op 13 oktober 2020 te Rotterdam,

opzettelijk en wederrechtelijk:

- zestien ruiten van een metrostation, en

- twee prullenbakken, en

- twee ruiten van reclamezuilen,

toebehorende aan een bedrijf genaamd RET Rotterdam, heeft vernield.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Psychiater [naam psychiater] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

17 december 2020. Dit rapport houdt - voor zover relevant voor de strafbaarheid van de verdachte - het volgende in.

De verdachte lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een ernstige psychose, veroorzaakt door schizofrenie. Ook ten tijde van het ten laste gelegde feit leed de verdachte aan die schizofrene psychose. Gezien de bevindingen van het onderzoek en gegevens in de

beschikbaar gestelde stukken is de verdachte tot de door hem bekende vernieling gekomen vanuit psychotische belevingen van ongestructureerde beïnvloedings- en betrekkingswanen en mogelijk ook gehoorhallucinaties. Aangezien de gedragingen van de verdachte blijkens de bevindingen van het onderzoek vrijwel volledig worden beheerst door psychotische belevingen die hem geen noemenswaardige vrijheid van gedragskeuzen laten, wordt geadviseerd hem het ten laste gelegde bij bewezenverklaring niet toe te rekenen.

Gezien deze condities is zowel uit zorgoogpunt als uit het oogpunt van recidivepreventie klinische psychiatrische behandeling van de verdachte in een gesloten setting aangewezen.

Geadviseerd wordt het recidivegevaar te beperken door de mogelijkheden te laten onderzoeken voor een zorgmachtiging op grond van de Wet Forensische Zorg (WFZ).

De rechtbank is van oordeel dat de conclusies van de psychiater gedragen worden door zijn bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt deze conclusies daarom over. Dit betekent dat wordt geoordeeld dat de bewezen feiten aan de verdachte wegens een psychische stoornis niet kunnen worden toegerekend.

Conform het advies van de psychiater en naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van de officier van justitie, zal de rechtbank bij separate beschikking ten behoeve van de verdachte een zorgmachtiging verlenen op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de WFZ, voor de duur van zes maanden.

De verdachte is niet strafbaar en zal wegens ontoerekeningsvatbaarheid worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7. Voorlopige hechtenis

Het bevel tot voorlopige hechtenis is bij afzonderlijke beslissing van 12 maart 2021 opgeheven.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. J.M.L. van Mulbregt en L. Stevens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van der Hoeff, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 13 oktober 2020 te Rotterdam,

opzettelijk en wederrechtelijk:

- zestien, althans één of meerdere, ruiten van een metro en/of metrostation, en/of

- twee, althans één of meerdere, prullenbakken, en/of

- twee, althans één of meerdere, ruiten van reclamezuilen,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een bedrijf en/of

persoon genaamd RET Rotterdam,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )