Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2838

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-03-2021
Datum publicatie
02-04-2021
Zaaknummer
C/10/613893 / FA RK 21-1506
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

gedesoriënteerd, diabetes, schizofrenie, geamputeerde been, fysiotherapie, herstellen, revalidatie, dysforie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/613893 / FA RK 21-1506

Referentienummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 maart 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te Rotterdam,

thans verblijvende in Antes, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,

advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 24 februari 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 10 februari 2021;

  • -

    de zorgkaart van 4 januari 2021;

  • -

    het zorgplan van 4 januari 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2021. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; en

  • -

    [naam arts] , arts, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene is gedesoriënteerd in het denken. Daarnaast is er sprake van dysforie en doet betrokkene dreigende uitspraken. Betrokkene is bekend met diabetes mellitus waardoor hij afhankelijk is van insuline. De advocaat bepleit namens betrokkene dat er geen sprake is van schizofrenie dan wel ernstig nadeel. Er is sprake van slechte zelfzorg; betrokkene weigert regelmatig te douchen en schone ondergoed of kleding aan te trekken. Betrokkene moet volledig worden aangestuurd in zijn zelfzorg. In de thuissituatie was de lichamelijke toestand van betrokkene dusdanig verslechterd dat hij moest worden opgenomen in het ziekenhuis met hoge glucosewaarden en koorts waardoor zijn onderbeen geamputeerd moest worden. Daarna is betrokkene overgeplaatst naar de MPU op de Zorgboulevard voor verder herstel en behandeling. Betrokkene stond in eerste instantie niet open voor revalidatie en zorg ten aanzien van zijn geamputeerde been waardoor er gevaar was voor ernstige lichamelijke problematiek. Wanneer betrokkene zorg weigert, kan er een levensbedreigende situatie ontstaan vanwege zijn diabetes mellitus.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Namens betrokkene wordt bepleit dat het verzoek moet worden afgewezen. Er is geen sprake van verzet, omdat betrokkene zorg toelaat op vrijwillige basis. De rechtbank neemt dit pleidooi niet over. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. In eerste instantie weigerde betrokkene zijn medicatie, fysiotherapie en zijn glucosemetingen. Betrokkene weigerde tevens het zwachtelen van zijn geamputeerde been waardoor zijn revalidatietraject is onderbroken. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de arts dat er sprake is van ambivalentie tegenover het accepteren van ambulante en klinische zorg; betrokkene laat lichamelijke zorg wisselend toe. Betrokkene heeft matig ziektebesef ten aanzien van zijn somatische problematiek en het ziekte-inzicht is zeer beperkt, omdat betrokkene het belang van regulatie van zijn diabetes mellitus niet overziet. De rechtbank heeft – gelet op de stukken en de toelichting van de arts – onvoldoende vertrouwen dat betrokkene in een vrijwillig kader zijn medicatie adequaat zal innemen en acht daarom verplichte zorg noodzakelijk.

2.5.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling met de aanwezigen besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; en

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank is van mening dat de verzochte duur van twaalf maanden onevenredig lang is omdat betrokkene meewerkt aan het verkrijgen van zijn prothese. De zorgmachtiging zal worden verleend, anders dan verzocht, voor de duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 september 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 16 maart 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 23 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.