Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2751

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-03-2021
Datum publicatie
30-03-2021
Zaaknummer
8548599 / CV EXPL 20-17173
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geldvordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8548599 / CV EXPL 20-17173

uitspraak: 5 maart 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOLDEN HIGHTECH B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

vertegenwoordigd door de heer [naam persoon] , enig aandeelhouder van eiseres,

tegen

[naam gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.R. Rens te Den Haag.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Golden Hightech’ respectievelijk ‘ [naam gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 19 mei 2020, met producties 1 tot en met 9;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 11;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens akte vermindering eis;

  • -

    de conclusie van dupliek;

  • -

    het tussenvonnis van 13 november 2020 van de kantonrechter van deze rechtbank, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2021. Namens Golden Hightech is de heer [naam persoon] verschenen. [naam gedaagde] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

De heer [naam persoon] (hierna: [naam persoon] ) is enig aandeelhouder van Golden Hightech.

2.2.

In januari 2018 hebben [naam persoon] en [naam gedaagde] per Whatsapp gecorrespondeerd over een door [naam persoon] aan te schaffen MacBook voor [naam gedaagde] (hierna: de MacBook).

2.3.

Op enig moment heeft [naam gedaagde] de MacBook ontvangen.

2.4.

Bij brief van 18 april 2018 heeft Golden Hightech [naam gedaagde] een gewijzigde overeenkomst gestuurd ter zake de geleverde MacBook ter waarde van € 2.000,- (hierna: de gewijzigde overeenkomst). In die overeenkomst staat, voor zover van belang, dat is afgesproken dat [naam gedaagde] genoemd bedrag in termijnen van € 100,- per maand zou terugbetalen, beginnend op 1 mei 2018. De overeenkomst is ondertekend door [naam persoon] .

2.5.

Op 2 mei 2018 heeft [naam gedaagde] een bedrag van € 100,- naar de privérekening van [naam persoon] overgemaakt.

2.6.

Per (aangetekende) brieven van 22 januari 2020 en van 1 februari 2020 heeft [naam persoon] [naam gedaagde] gesommeerd tot betaling van het (restant)bedrag van € 2.000,-.

2.7.

De gemachtigde van Golden Hightech heeft [naam gedaagde] per brieven van 24 en 28 februari 2020 gesommeerd tot betaling van € 2.306,67, inclusief wettelijke rente en incassokosten.

2.8.

Per e-mail van 25 februari 2020 heeft [naam gedaagde] aan de gemachtigde van Golden Hightech, voor zover thans van belang, bericht dat hij de onder 2.4 genoemde overeenkomst betwist.

2.9.

Op 21 april 2020 heeft [naam gedaagde] € 150,- naar de privérekening van [naam persoon] overgemaakt.

3. De vordering

3.1.

Golden Hightech heeft, na vermindering van eis, gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [naam gedaagde] te veroordelen aan haar tegen behoorlijke kwijting te betalen

a. een bedrag van € 999,- aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, althans de wettelijke (handels)rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

b. een bedrag van € 300,- aan buitengerechtelijke kosten in de zin van artikel 6:96 BW, althans subsidiair een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

c. een bedrag van € 907,50 aan juridische bijstand;

d. de proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering heeft Golden Hightech – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag gelegd dat [naam gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de gewijzigde overeenkomst. De MacBook kostte € 1.949,- en er is op verzoek van [naam gedaagde] op de MacBook een Officepakket geïnstalleerd, zodat het totaalbedrag € 2.000,- bedraagt. Golden Hightech heeft ten aanzien van de MacBook een bedrag van € 700,- voor eigen rekening genomen. [naam gedaagde] is akkoord gegaan met betaling van het resterende bedrag van € 1.249,-. [naam persoon] heeft op zijn privérekening een totaalbedrag van € 250,- ontvangen van [naam gedaagde] , welk bedrag is overgemaakt naar Golden Hightech. Ondanks sommatie daartoe heeft [naam gedaagde] tot op heden het resterende bedrag van € 999,- niet voldaan. Het gevorderde bedrag aan hoofdsom dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 31 december 2019. [naam gedaagde] dient voorts een bedrag van € 300,- aan incassokosten en van € 907,50 aan kosten voor juridische bijstand te voldoen. Ten slotte is [naam gedaagde] de proceskosten verschuldigd.

4. Het verweer

[naam gedaagde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Golden Hightech in de proceskosten. [naam gedaagde] betwist dat hij een overeenkomst is aangegaan met Golden Hightech voor het leveren van de MacBook. De door Golden Hightech in het geding gebrachte gewijzigde overeenkomst heeft [naam gedaagde] nooit ontvangen en hij betwist dat hij met die overeenkomst heeft ingestemd. Volgens [naam gedaagde] heeft hij voor de levering van de MacBook via Whatsapp een overeenkomst gesloten met [naam persoon] in privé. [naam persoon] heeft toegezegd een deel van de prijs te betalen om [naam gedaagde] zo een steuntje in de rug te geven voor zijn studie. Het bedrag dat [naam gedaagde] zou voldoen is een aantal keer gewijzigd, maar uiteindelijk zijn partijen overeengekomen dat [naam gedaagde] het verschil tussen € 1.949,- en € 1.300,- aan [naam persoon] zou betalen, te weten een bedrag van € 649,-. Omdat [naam gedaagde] reeds een totaalbedrag van € 250,- aan [naam persoon] heeft betaald, is hij [naam persoon] nog een restantbedrag van € 399,- verschuldigd. [naam gedaagde] heeft voorts betwist dat op zijn verzoek een Officepakket zou zijn geïnstalleerd op de MacBook. Volgens [naam gedaagde] heeft hij een dergelijk pakket via zijn opleidingsinstituut ontvangen.

5. De beoordeling

5.1.

In geschil is of [naam gedaagde] gehouden is om aan Golden Hightech uit hoofde van de gewijzigde overeenkomst een restantbedrag van € 999,- te betalen.

5.2.

[naam gedaagde] heeft bestreden dat sprake is van een overeenkomst tussen hem en Golden Hightech. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd: uit de Whatsapp-correspondentie met [naam gedaagde] blijkt dat [naam persoon] niet in zijn hoedanigheid van enig aandeelhouder van Golden Hightech heeft opgetreden, maar uit eigen naam; [naam gedaagde] diende het bedrag van € 649,- niet over te maken naar de bankrekening van Golden Hightech, maar naar de privérekening van [naam persoon] , en [naam gedaagde] mocht genoemd bedrag in zijn eigen tempo aflossen, wat duidt op een opstelling van een particulier en niet van een onderneming. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [naam gedaagde] lag het op de weg van Golden Hightech om feiten en omstandigheden te stellen ter (nadere) onderbouwing van haar stelling. Golden Hightech heeft dat niet, althans niet voldoende gedaan. De enkele stelling van Golden Hightech dat [naam gedaagde] akkoord was met de gewijzigde overeenkomst omdat hij na ontvangst van die overeenkomst € 100,- naar de privérekening van [naam persoon] heeft overgemaakt, is onvoldoende concreet om tot het oordeel te kunnen leiden dat tussen partijen een (al dan niet gewijzigde) overeenkomst tot stand is gekomen. Golden Hightech heeft haar stelling aldus onvoldoende onderbouwd, zodat niet aan bewijslevering wordt toegekomen. Dit betekent dat niet vast is komen te staan dat tussen partijen een dergelijke overeenkomst is gesloten. De overige stellingen en weren hoeven daarom niet besproken te worden. De vordering wordt afgewezen.

5.3.

Golden Hightech wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, aan de zijde van [naam gedaagde] tot aan deze uitspraak begroot op € 654,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten à € 218,00 per punt).

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Golden Hightech in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [naam gedaagde] vastgesteld op € 654,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

[46009]