Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2690

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-03-2021
Datum publicatie
29-03-2021
Zaaknummer
10/296689-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling diefstal met braak. Gevangenisstraf van 130 dagen met aftrek van voorarrest en 25 dagen voorwaardelijk onder oplegging van de bijzondere voorwaarden. Bij het bepalen van de straf is geen rekening gehouden met de ad informandum gevoegde feiten, nu deze onvoldoende zijn gespecificeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/296689-20

Datum uitspraak: 4 maart 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte]

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie de Schie,

raadsman mr. B. Vermeirssen, advocaat te Kattendijke.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 maart 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blotwijk heeft gevorderd:

  • -

    partiële vrijspraak voor feit 3 ten aanzien van de component koekjes;

  • -

    partiële vrijspraak voor feit 4 ten aanzien van de component elektrische tandenborstels;

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 129 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 25 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd in het rapport van 11 februari 2021.

4. Bewezenverklaring

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1

hij op 21 november 2020 te Rotterdam snoep en chocola die toebehoorden, aan [naam school] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen snoep en chocola onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2

hij op 21 november 2020 te Rotterdam handschoenen en een kaartje die toebehoorden, aan [naam gezondheidscentrum] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak ;

3

hij in de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november 2020 te Rotterdam de inhoud van een fles cola , die toebehoorde, aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

4

hij op 16 november 2020 te Rotterdam een fotocamera en mobiele telefoons en een tablet en een rugtas, die toebehoorden, aan [naam orthodontie-praktijk] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak ;

5

hij op 8 november 2020 te Rotterdam een laptop die toebehoorde, aan [naam ziekenhuis] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

3. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

4. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

5. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in korte tijd vijf keer schuldig gemaakt aan diefstal met braak. Dit zijn hinderlijke feiten die bij meerdere ondernemingen tot flinke overlast en financiële schade hebben geleid. Inbraken zorgen voor een gevoel van onveiligheid bij de betrokken slachtoffers in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

7.3.

Ad informandum gevoegde feiten

De rechtbank zal – anders dan de officier van justitie – geen rekening houden met de op de dagvaarding onder 6, 7 en 8 ad informandum gevoegde strafbare feiten. Deze feiten zijn summier omschreven. Uit de tenlastelegging volgt dat de verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan diefstal dan wel poging diefstal op 13 november 2020 respectievelijk 15 november 2020 te Rotterdam, zonder nadere specificering. Ook na de ter terechtzitting door de officier van justitie gegeven toelichting daarop, is niet duidelijk welke (poging tot) diefstal genoemd in het strafdossier bij welk ad informandum feit hoort en of deze feiten door de verdachte zijn erkend. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat de verdachte deze feiten heeft gepleegd én of de verdachte deze feiten bekent.

7.4.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.4.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 januari 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld..

7.4.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 februari 2021. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een patroon van vermogensdelicten. De reclassering heeft onvoldoende zicht kunnen krijgen in de persoonlijkheids- en hechtingsproblematiek van de verdachte. Het bestaan van traumatische klachten of een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) kan niet worden uitgesloten. De verdachte is via een vriend in aanraking gekomen met crack, wat als een zeer verslavend middel bekend staat. De verdachte ging dit gebruiken om vermoeidheid op het werk tegen te gaan. Dit ziet de reclassering als een inadequate manier van coping. Ten tijde van het tenlastegelegde had de verdachte geen werk en geen inkomen meer en was er sprake van een instabiele huisvestingssituatie. De reclassering ziet zijn middelengebruik en zijn financiële situatie als direct delictgerelateerd. Mogelijk is er sprake van een wisselwerking met het psychologisch functioneren van de verdachte en zijn (familie-)netwerk. Door middel van toezicht en diagnostiek kan hier mogelijk meer zicht op verkregen worden. Het gevaar op herhaling wordt ingeschat als gemiddeld. Indien de verdachte zou terugvallen in middelengebruik schatten wij het gevaar op herhaling in als hoog. De reclassering adviseert bij een veroordeling om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld bijzonder voorwaarden, namelijk: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, middelencontrole en een inspanningsverplichting om een legaal inkomen te verkrijgen.

7.5.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten is het opleggen van een gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Met de reclassering is de rechtbank van oordeel dat begeleiding en behandeling noodzakelijk is. Daarom zal een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk zijn, met daaraan gekoppeld de hierna te noemen voorwaarden. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 130 dagen passen en geboden, met aftrek van de 105 dagen die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 25 dagen voorwaardelijk, zodat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf resteert.

8. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam ziekenhuis] ter zake van het onder 5 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.027,29 aan materiële schade. De verdachte heeft zich, bij monde van zijn raadsman, afwijzing van de vordering bepleit, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

8.1.

Beoordeling

De vordering heeft betrekking op een HP Pro laptop. Het schadevergoedingsformulier is ondertekend door [naam persoon 1] . Ter onderbouwing is een offerte bijgevoegd op naam van het [naam ziekenhuis] , aangevraagd door [naam persoon 2] op 30 november 2020. Hieruit kan niet worden opgemaakt of de gevorderde schadevergoeding ziet op de laptop die door de verdachte is weggenomen. Hierover bestaat temeer onduidelijkheid omdat uit de aangifte van het [naam ziekenhuis] blijkt dat daar meerdere laptops zijn gestolen in een korte periode en de overgelegde offerte van een latere datum is dan de datum van de door de verdachte gepleegde diefstal. De benadeelde partij zal daarom in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard en de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

8.2.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 .Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 130 (honderddertig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 25 (vijfentwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich binnen vijf werkdagen na ingang van de proeftijd melden bij Reclassering Nederland op het adres Marconistraat 2 te Rotterdam. De veroordeelde zal zich blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

2. de veroordeelde zal deelnemen aan diagnostiek en de (eventueel) daaruit voortvloeiende behandeling. De behandeling start op een door de toezichthouder te bepalen tijdstip, bij voorkeur zo spoedig mogelijk na detentie. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan, indien overeengekomen door behandelaar en cliënt, onderdeel zijn van de behandeling. Bij terugval in middelengebruik ontstaat een grote kans op recidive. Dan kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor detoxificatie observatie en/of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, zal de veroordeelde zich laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

3. de veroordeelde zal meewerken aan middelencontrole om zijn drugsgebruik inzichtelijk te maken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik zal dit onderdeel worden van de behandeling. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde zal worden gecontroleerd;

4. de veroordeelde zal zich inspannen om een legaal inkomen te verkrijgen. De veroordeelde zal de reclassering inzicht geven in zijn financiën en schulden, hij zal meewerken aan het afbetalen van zijn schulden en, indien dit nodig en wenselijk blijkt, ook aan schuldhulpverlening;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

verklaart de benadeelde partij [naam ziekenhuis] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,

en mrs. A. van Luijck en L. Daum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 maart 2021.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 21 november 2020 te Rotterdam snoep en/of chocola, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam school] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen snoep en/of chocola onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2

hij op of omstreeks 21 november 2020 te Rotterdam handschoenen en/of een kaartje, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam gezondheidscentrum] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen handschoenen en/of kaartje onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3

hij in of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november 2020 te Rotterdam de inhoud van een fles cola en/of koekjes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen inhoud van een fles cola en/of koekjes onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

4

hij op of omstreeks 16 november 2020 te Rotterdam een fotocamera en/of mobiele telefoons en/of electrische tandenborstels en/of tablet en/of rugtas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam orthodontie-praktijk] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen fotocamera en/of mobiele telefoons en/of electrische tandenborstels en/of tablet en/of rugtas onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

5

hij op of omstreeks de periode van 8 november 2020 tot en met 11 november 2020 te Rotterdam een laptop, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam ziekenhuis] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen laptops onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Ad informandum gevoegde strafbare feiten:

6

Plaats: Rotterdam, gemeente Rotterdam

Datum en tijd: 15 november 2020

Omschrijving feit: Diefstal dmv braak, verbreking, inklimming, valse sleutels etc.;

7

Plaats: Rotterdam, gemeente Rotterdam

Datum en tijd: 15 november 2020

Omschrijving feit: Poging diefstal dmv braak, verbrekinginklimming, valse sleutel etc;

8

Plaats: Rotterdam, gemeente Rotterdam

Datum en tijd: 13 november 2020

Omschrijving feit: Poging diefstal dmv braak, verbrekinginklimming, valse sleutel etc.