Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2676

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-03-2021
Datum publicatie
01-04-2021
Zaaknummer
C/10/614574 / JE RK 21-581
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht

Zaaknummer: C/10/614574 / JE RK 21-581

Datum uitspraak: 16 maart 2021

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

locatie Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2007 te [geboorteplaats minderjarige] , [geboorteland minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,

advocaat: mr. W.A. Berghuis, te Dordrecht

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Mw. [naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

Dhr. [naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van deze rechtbank van 5 maart 2021 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van de zitting van 11 maart 2021;

- de instemmingsverklaring d.d. 9 maart 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 16 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:
- [voornaam minderjarige] , die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, bijgestaan door

mr. W.A. Berghuis;
- de vader;
- de moeder;
- mw. [naam vertegenwoordigster 1] namens de Raad;
- dhr. [naam vertegenwoordiger] , mw. [naam vertegenwoordigster 2] en mw. [naam vertegenwoordigster 3] namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI).

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.

Bij beschikking van 5 maart 2021 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 5 juni 2021.

De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 5 maart 2021 voor de duur van vier weken. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De Raad verzoekt een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De situatie thuis was niet meer houdbaar. [voornaam minderjarige] liet externaliserende gedragsproblematiek zien. Er is meermalen fysiek contact geweest tussen [voornaam minderjarige] en de ouders. De hulpverlening die tot nu toe is ingezet, heeft onvoldoende effect gehad. [voornaam minderjarige] was ongemotiveerd om mee te werken aan de hulpverlening, waardoor de hulpverlening niet tot stand kwam. Ook waren er wachtlijsten bij de instanties. Ondanks dat [voornaam minderjarige] nog nooit in een open setting heeft verbleven, is een gesloten plaatsing noodzakelijk gezien zijn gedragsproblematiek. De Raad vindt de problematiek van [voornaam minderjarige] zodanig ernstig dat een langere gesloten plaatsing nodig is. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] bij Schakenbosch kan starten met school en behandeling.

De standpunten

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund. Het was thuis niet meer veilig en verantwoord voor [voornaam minderjarige] en de ouders, waardoor een gedwongen kader met een gesloten plaatsing noodzakelijk was. Op de groep bij Schakenbosch zijn er enkele escalaties geweest, maar over het algemeen gaat het goed met [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] wil graag naar huis, maar de GI is van mening dat de huidige gesloten groep op dit moment een goede plek voor hem is. De behandelmethode bij Schakenbosch zal naar verwachting op korte termijn zeer effectief voor [voornaam minderjarige] zijn.

De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek. De moeder ziet liever dat [voornaam minderjarige] op een andere manier geholpen kan worden, maar er is op dit moment geen andere oplossing dan een gesloten plaatsing. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] de behandeling krijgt die hij nodig heeft. De ouders zijn hier al lange tijd mee bezig, maar het is tot op heden niet gelukt om die behandeling te realiseren. Hierdoor is het in de thuissituatie ge√ęscaleerd. [voornaam minderjarige] heeft baat bij de structuur en regelmaat die hem wordt geboden bij Schakenbosch. Ook is het belangrijk dat er onderzocht wordt wat [voornaam minderjarige] nodig heeft en dat snel wordt gestart met behandeling. De moeder verwacht dat [voornaam minderjarige] baat zal hebben bij psychomotorische therapie (PMT).

De vader heeft ter zitting ook ingestemd met het verzoek. De vader is onder de indruk hoe goed [voornaam minderjarige] zijn best doet op de groep. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk terug naar huis kan komen. De vader begrijpt dat hiervoor aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan, zoals behandeling volgen. De vader wil dat intussen ambulante hulpverlening en systeemtherapie in de thuissituatie wordt ingezet, zodat de ouders ook vorderingen kunnen maken. [voornaam minderjarige] mag niet langer dan noodzakelijk bij Schakenbosch verblijven.

Het standpunt van [voornaam minderjarige]

Door en namens [voornaam minderjarige] is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek betreffende een plaatsing in gesloten jeugdhulp. [voornaam minderjarige] geeft aan dat de regelmaat bij Schakenbosch hem goed bevalt. Hij vindt het echter niet fijn dat hij nog niet is begonnen met school en dat hij de hele dag op zijn kamer zit. Verder snapt [voornaam minderjarige] niet goed waarom er direct is gekozen voor een gesloten plaatsing en niet voor een plaatsing op een open groep. Een gesloten plaatsing is een ultimum remedium. De informatie in het verzoekschrift van de Raad is eenzijdig. Er is op dit moment geen gevaar voor onttrekking van de hulpverlening en geen gevaar dat [voornaam minderjarige] weg zal lopen. Verzocht wordt om de machtiging gesloten plaatsing voor een kortere periode te verlenen, zodat onderzocht kan worden of de gesloten plaatsing noodzakelijk is of dat een alternatief passender is.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.

Op dit moment wordt [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Bij [voornaam minderjarige] is in 2019 een reactieve hechtingsstoornis vastgesteld. Dit maakt dat hij (sociale) situaties onjuist interpreteert, zich snel onveilig voelt en in paniek raakt. Het lukt [voornaam minderjarige] op die momenten onvoldoende om zijn emoties te reguleren. Tot op heden is de inzet van verschillende vormen van hulpverlening onvoldoende van de grond gekomen. Er was sprake van wachtlijstproblematiek en [voornaam minderjarige] was niet gemotiveerd om mee te werken. De afgelopen maanden is het in de thuissituatie meerdere keren uit de hand gelopen tussen de ouders en [voornaam minderjarige] , waarbij [voornaam minderjarige] de ouders fysiek heeft aangevallen. Ook is de schoolgang van [voornaam minderjarige] gestagneerd en is zijn dag- en nachtritme omgedraaid. [voornaam minderjarige] vertoont zelfbepalend gedrag en de ouders durven hem niet meer te corrigeren. De ouders hebben geen grip meer op [voornaam minderjarige] en zijn op dit moment onvoldoende in staat om zelfstandig de veiligheid van [voornaam minderjarige] en van zichzelf in de thuissituatie te waarborgen.

Vanwege de hiervoor beschreven situatie is [voornaam minderjarige] op 5 maart 2021 voorlopig onder toezicht gesteld en met spoed op een gesloten groep bij Schakenbosch geplaatst.

Een gesloten plaatsing is naar het oordeel van de kinderrechter mede gezien de verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper op dit moment de enige mogelijkheid om [voornaam minderjarige] te stabiliseren en om zicht te krijgen op zijn gedragsproblematiek. [voornaam minderjarige] is gebaat bij de regelmaat en structuur die hem bij Schakenbosch geboden worden. Voorts kan hij daar de begeleiding en behandeling krijgen die hij nodig heeft. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij zo snel mogelijk kan starten met behandeling. Een thuisplaatsing of een plaatsing in een open setting acht de kinderrechter vanwege de ernst van de problematiek vooralsnog niet haalbaar. De kinderrechter verleent daarom een machtiging gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

De komende periode is het van belang dat zorgvuldig onderzocht wordt welke behandeling [voornaam minderjarige] nodig heeft en welke hulpverlening voor de ouders passend is om ervoor te zorgen dat een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] succesvol zal verlopen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 16 maart 2021 tot 5 juni 2021.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2021 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 25 maart 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.