Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:257

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-01-2021
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
ROT 19/5706
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Warenwetbesluit informatie levensmiddelen; Boete omdat ten aanzien van 3 producten claims werden gebruikt die zinspelen op de snelheid of de mate van gewichtsverlies. De zinsnede ‘waarbij je in 4 weken 8 tot 12% van je gewicht verliest’ heeft geen betrekking op de levensmiddelen die door eiseres op haar website worden aangeboden. Niet is komen vast te staan dat eiseres de haar verweten overtreding heeft begaan. De boete is ten onrechte opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 19/5706

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 januari 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaats] , eiseres,

gemachtigde: [naam gemachtigde] ,

en

de Minister voor Medische Zorg, verweerder,

gemachtigde: mr. D. Gerritsen.

Procesverloop

Bij besluit van 31 mei 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres drie bestuurlijke boetes opgelegd voor een totaalbedrag van € 1.575,-.

Bij besluit van 4 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2020. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 5 februari 2019 is de webshop van eiseres geïnspecteerd door een inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Tijdens de inspectie zijn meerdere overtredingen geconstateerd. De bevindingen van de inspecteur zijn neergelegd in een rapport van bevindingen van 28 maart 2019. Op basis daarvan heeft verweerder de bij het bestreden besluit gehandhaafde boetes opgelegd.

2. Het bestreden besluit berust op verweerders standpunt dat er in het kader van de bedrijfsactiviteiten van eiseres voor drie verschillende levensmiddelen claims werden gebruikt die zinspelen op de snelheid of de mate van gewichtsverlies. In dat verband wijst verweerder op een artikel in de [naam krant] van 23 januari 2019 waarin een koppeling wordt gelegd tussen de in de advertentie genoemde snelheid of mate van gewichtsverlies en de in de webshop aangeboden producten ‘chocolade cracotte’, ‘biscuit chocolade’ en ‘crunch reep vanille’. Door de wijze waarop de advertentie is geformuleerd en de daarin opgenomen afbeeldingen ontstaat volgens verweerder het beeld dat zowel voormelde koolhydraatarme en eiwitrijke producten als de aangeboden stofwisselingskuur hun plaats hebben in het bereiken van het in het artikel genoemde gewichtsverlies van 8 tot 12% in vier weken. Dit levert een overtreding op van artikel 2, vierde lid, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, in samenhang gelezen met artikel 12, onder b, van Verordening (EG) 1924/2006.

3. Eiseres voert aan dat geen sprake is van een overtreding. Gelet op de opmaak en de gebruikte formulering van de advertentie zien de daarin genoemde snelheid en mate van gewichtsverlies enkel op de door eiseres aangeboden stofwisselingskuur en niet op de bewuste producten die in de webshop worden aangeboden. Ook zien de afbeeldingen enkel op het [naam behandeling] en hebben deze geen betrekking op de in het artikel genoemde producten. Daarnaast betoogt eiseres dat als al sprake is van een overtreding, het opleggen van drie boetes niet proportioneel is. Er is immers maar één advertentie geplaatst en maar één wettelijk voorschrift overtreden.

3.1

Op grond van artikel 2, vijfde lid, van Verordening (EG) 1924/2006, wordt onder gezondheidsclaim verstaan een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat er een verband bestaat tussen een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan en de gezondheid.

Op grond van artikel 12, onder b, van Verordening (EG) 1924/2006 is een claim die zinspeelt op de snelheid of de mate van gewichtsverlies verboden.

Op grond van artikel 2, vierde lid, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, is het, voor zover hier van belang, verboden te handelen in strijd met artikel 12 van Verordening (EG) 1924/2006.

3.2

In het artikel met de titel ‘Een kledingmaat minder in 4 weken bij [naam eiseres] ’ in de [naam krant] van 23 januari 2019 staat het volgende vermeld:

“(…) [naam eiseres] begeleid[t] al jaren mensen naar een gezond gewicht met koolhydraatarme en eiwitrijke producten (voorheen [naam bedrijf] ) en de Stofwisselingskuur, een detox kuur waarbij je in 4 weken 8 tot 12% van je gewicht verliest.

Om meer mensen te kunnen helpen met afvallen heeft [naam eiseres] een webshop met haar eigen producten onder de naam [naam eiseres] shop; [naam internetsite] ontwikkeld. De koolhydraatarme en eiwitrijke producten en de stofwisselingskuur zijn via de webshop te bestellen, je kunt ze laten bezorgen of tijdens een afval begeleidingsconsult in de Studio meenemen. De producten in de webshop zijn de goedkoopste per stuk in Nederland!

‘Geen hongergevoel, verantwoord en snel afvallen voor een goede prijs kwaliteit verhouding is het doel van mijn webshop en begeleiding’ zo zegt [naam eiseres] .

(…)

Gegarandeerd 1 kledingmaat afvallen in 4 weken. (…)

Hoe behaal je in 4 weken 1 kledingmaat kleiner?
Je komt 4 weken aaneengesloten, 2 keer per week naar de studio voor een behandeling met het [naam behandeling] .

Het [naam behandeling] zorgt ervoor dat je vetcellen het opgeslagen vet vrij geven door middel van Ultrasound (ook wel Cavitatie genoemd), de spierstimulatie van het systeem verbrand[t] het vrijgegeven vet en de afvalstoffen verlaten door middel van je lymfestelsel het lichaam. Het [naam behandeling] zorgt ook voor huidverstrakking.

In de 4 weken van de kuur volg je ook de Stofwisselingskuur voor het verliezen van 8% tot 12% van je gewicht. (…)”

3.3

Uit het artikel kan worden afgeleid dat mensen aan de hand van koolhydraatarme en eiwitrijke producten worden begeleid naar een gezond gewicht. Deze producten spelen dan ook een rol bij het afvaltraject dat door eiseres wordt aangeboden. Daarmee wordt er aan die producten de eigenschap toegeschreven dat deze gewichtsverlies opleveren, of in ieder geval daar een bijdrage aan leveren. De rechtbank is van oordeel dat daarmee echter niet wordt gezinspeeld op de snelheid en mate van het gewichtsverlies. De zinsnede ‘waarbij je in 4 weken 8 tot 12% van je gewicht verliest’ heeft grammaticaal betrekking op de detoxkuur, zijnde de Stofwisselingskuur, die – gelet op het woordje ‘en’ naast de eerder genoemde producten kan worden ingezet. Dit volgt ook uit de verdere tekst van het artikel waarin nader wordt uitgelegd op welke wijze dit doel kan worden bereikt. Onder de vraag ‘Hoe behaal je in 4 weken 1 kledingmaat kleiner?’ wordt expliciet ingegaan op het [naam behandeling] en wordt nader uitgelegd dat voor het in vier weken verliezen van 8 tot 12% van het gewicht de Stofwisselingskuur dient te worden gevolgd. Hierbij worden de koolhydraatarme en eiwitrijke producten in het geheel niet meer genoemd. Gelet hierop moet ook worden aangenomen dat de onder het artikel geplaatste foto’s van de “voor-na” situatie en de claim waarbij je in 4 weken 8 tot 12% van je gewicht verliest slechts betrekking hebben op het [naam behandeling] dan wel de Stofwisselingskuur.

Nu het [naam behandeling] noch de Stofwisselingskuur zijn aan te merken als een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan, vallen deze niet onder de verbodsbepaling van artikel 12 van de Verordening (EG) 1924/2006 en levert de vermelding dat men daarmee in vier weken 8 tot 12% van het lichaamsgewicht kan verliezen niet de eiseres verweten overtreding op. Ook in de webshop, waar in het artikel naar wordt verwezen, wordt in de productbeschrijving van de betreffende producten op geen enkele wijze gezinspeeld op de snelheid of mate van gewichtsverlies. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een op grond van artikel 12, onder b, van Verordening (EG) 1924/2006 verboden gezondheidsclaim. Dat een gemiddelde lezer het artikel niet taalkundig zal ontleden, zoals verweerder in zijn verweerschrift naar voren brengt, maakt, wat daar verder ook van zij, het oordeel van de rechtbank niet anders.

4. Gelet op het vorenstaande is niet komen vast te staan dat eiseres de haar verweten overtreding heeft begaan. Verweerder heeft eiseres daarom ten onrechte de boetes opgelegd. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank zal verder het primaire besluit herroepen. Dat betekent dat eiseres geen boetes hoeft te betalen. Wat eiseres voor het overige heeft aangevoerd, kan onbesproken blijven.

5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.602,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 345,- vergoedt;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.602,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.S.J. Letschert, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 19 januari 2021.

De griffier is buiten staat en de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.