Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2550

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-03-2021
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
C/10/602901 / HA ZA 20-813
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg overeenkomst; Haviltex-criterium.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/602901 / HA ZA 20-813

Vonnis van 10 maart 2021

in de zaak van

[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam]

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. M.P.M. Fruytier te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOLKER ENERGY SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Stam te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en VES genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    de oproepingsbrieven van de rechtbank van 12 november 2020;

  • -

    de zittingsagenda van 8 december 2020;

  • -

    de brief van de advocaat van [eiser] van 23 december 2020 met aanvullende producties;

  • -

    de brief van de advocaat van VES van 24 december 2020 met aanvullende producties;

  • -

    de spreekaantekeningen van de advocaat van [eiser] ;

  • -

    de spreekaantekeningen van de advocaat van VES;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 11 januari 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

[eiser] werkt als zelfstandig projectmanager in de bouwsector. VES (voorheen genaamd Joulz Energy Solutions) houdt zich bezig met het ontwerpen en bouwen van infrastructuren voor energievoorziening.

2.2.

In juli 2019 is [eiser] benaderd door de heer [naam persoon 1] van VES (hierna: “ [naam persoon 1] ”), voor het begeleiden van een lopend project van VES, te weten: de renovatie van een hoogspanningsstation van TenneT in Krimpen aan den IJssel (hierna: het “Project”) .

2.3.

[eiser] heeft eind juli 2019 gesproken met [naam persoon 1] en de heer [naam persoon 2] , manager operations van VES (hierna: “ [naam persoon 2] ”). Op 6 augustus 2019 heeft [eiser] de heer [naam persoon 3] , directeur van VES (hierna: “ [naam persoon 3] ”) gesproken. Hierna heeft [eiser] gesproken met de heer [naam persoon 4] , directeur van het moederbedrijf van VES.

2.4.

[eiser] heeft op 9 augustus 2019 met [naam persoon 3] gebeld. Op 11 augustus 2019 heeft [eiser] een e-mail gestuurd aan [naam persoon 3] met de volgende tekst:

“Dank je wel voor de mondelinge opdracht van afgelopen woensdag. Ik heb een en ander

verwoord in een offerte tekst en heb je meteen mijn algemene voorwaarden gestuurd.

Beide documenten tref je aan in de bijlage. Lijkt me goed deze stukken te gebruiken in

de opdracht van Joulz aan DLBM.”

De in deze e-mail genoemde “offerte tekst” luidt als volgt:

“De afgelopen weken hebben we kennisgemaakt en met elkaar gesproken over mijn inzet

voor Joulz. Dit heeft geleid tot uw mondelinge opdracht van afgelopen woensdag waarvan ik de belangrijkste zaken als volgt verwoord:

Ik start op 2 september 2019 en zal worden ingezet op een nader te bepalen project.

• Naast dat project behoort het verder professionaliseren van het projectmanagement

binnen Joulz tot mijn taken; coaching van projectleiders hoort daarbij.

• Ingeschatte duur en inzet is voor het eerste jaar: 5 dagen per week met 8 uren

declarabel per dag. Derhalve 40 uren per week te declareren.

• De inzet en duur wordt maandelijks met u geëvalueerd en waar nodig en mogelijk

aangepast.

• Uurtarief bedraagt € 115,= inclusief woon-werkverkeer bij werk in omgeving

Rotterdam, excl. BTW en excl. reis- en parkeerkosten en vast tot 1-7-2020

• Reiskosten 0,30 / km excl. BTW. Parkeerkosten zijn afhankelijk van eventueel

beschikbare parkeerplaatsen bij kantoor.

• Facturatie per twee weken en betaling binnen 30 dagen na factuur en een simpel

factuurproces

• Een deel van het werk doe ik vanaf mijn thuiskantoor (optimalisatie reisuren). Onder

dezelfde optimalisatie valt het af en toe verblijven in een hotel in Rotterdam voor mijn

kosten.

• Mijn werkzaamheden vallen onder de normaal geldende CAR- en WA verzekeringen

van Joulz. Ik heb een normale beroepsaansprakelijkheidsverzekering.

• U verzorgt een e-mailaccount, een laptop, visitekaartjes en een degelijke introductie.

Exit scenario van uw kant bij onvoldoende prestatie van mijn kant kent een opzeggingstijd

van een maand waarin we samen zorgdragen voor een goede overdracht.

Andersom, bijvoorbeeld in geval van een relevante andere positie, geldt ook een

opzegtermijn van een maand met een zelfde goede overdracht. Overigens zal ik mij voor

deze opdracht voor langere tijd commiteren. Van uw kant ligt er een toezegging voor

anderhalf jaar werkgarantie.

Wilt u van deze aanbieding gebruik maken, stuur dan de offerte ondertekend terug per e-mail of per post, vooruitlopend op de schriftelijke opdracht van uw kant. Wilt u ervoor zorgdragen dat u voor die opdracht gebruikt maakt van een door de Belastingdienst goedgekeurde ZZP onderlegger?

Heeft u nog vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze offerte neem dan contact met

mij op. Lijkt me goed dit binnen twee weken met elkaar af te ronden en dus ruim voor start

werkzaamheden. Komende week ben ik op vakantie en dus wat lastiger bereikbaar.”

2.5.

[eiser] en [naam persoon 3] hebben op 21 augustus 2019 nogmaals met elkaar gebeld. Op dezelfde dag stuurt [naam persoon 3] een e-mail aan [eiser] met de volgende tekst:

“Zoals telefonisch besproken nog even bevestiging via de e-mail:

• Tarief van €115 p/u all-in obv een volledige werkweek van 40 uur

• In principe wordt er niet meer dan 40 uur per week geschreven. In uitzonderlijke gevallen wordt er alleen na goedkeuring van [naam persoon 2] vooraf meer dan 40 uur per week geschreven

• Dit tarief is inclusief woon-werk en normale parkeerkosten

• Bij woon-werk horen ook reguliere overleggen met klant

• Mochten er uitzonderlijke reiskilometers en/of parkeerkosten gemaakt worden wordt dit vooraf met [naam persoon 2] besproken en over vergoeding besloten

We gaan alles in orde maken en kijken uit naar je start!”

2.6.

[eiser] is op 2 september 2019 begonnen met zijn werkzaamheden voor het Project.

2.7.

Op 11 september 2019 ontvangt [eiser] een e-mail van de heer [naam persoon 5] van De Staffing Groep, een bedrijf dat zich bezig houdt met recruitment, detachering en contractmanagement. In deze e-mail schrijft [naam persoon 5] onder meer:

“[…] Zoals telefonisçh besproken ontvangen wij graag een aantal documenten om vervolgens de overeenkomst in orde te kunnen maken zodra wij het getekende contract van Volker Energy Solutions (Joulz) ontvangen hebben. De documenten kunt u sturen naar contractmanagement@destaffinggroep.nl. […]

In de bijlage vindt u een voorbeeld Bovib modelovereenkomst met bijlagen en de specifieke afspraken welke van toepassing zijn op de overeenkomst. […]”

2.8.

[eiser] stuurt op 12 september 2019 een e-mail aan contractmanagement@destaffinggroep.nl waarin hij onder meer schrijft:

“Bijgaand de door u gevraagde documenten ingevuld en getekend retour. Paar opmerkingen:

• […]

• De in de modelovereenkomst opgenomen paragrafen 14.3 en 14.4 zijn niet afgesproken en moeten uit de overeenkomst tekst worden gehaald.

• Ik kwam een twee-wekelijkse facturatie overeen met Volker met betaling binnen 30 dagen. Ik heb dat handmatig aangepast in uw tekst

• […]”

2.9.

[naam persoon 5] stuurt op 18 september 2019 een e-mail aan [eiser] waarin onder meer het volgende is opgenomen:

“Bedankt voor het aanleveren van uw documenten. De documenten zijn in goede orde ontvangen en verwerkt. […]

Wij kunnen artikel 14.3 en 14.4 [kunnen wij] niet verwijderen uit de overeenkomst. Wij worden door de Bovib/Belastingdienst verplicht om deze artikelen op te nemen in onze overeenkomsten met zelfstandigen.

Wat betreft de facturatie: helaas bieden wij alleen maandelijkse facturatie.

Zodra wij akkoord hebben vanuit Joulz/Volker op het wederzijdse opzegtermijn van 30 dagen, maken wij uw overeenkomst op. […]”

2.10.

[eiser] antwoordt diezelfde dag per e-mail aan [naam persoon 5] . In die e-mail staat onder meer het volgende:

“[…] Ik ben wel degelijk ondernemer in de zin van de wet. […] Dat is ook de reden dat ik artikel 14.3 en l4.4 geschrapt wilde hebben. […]

De clausule mag in de overeenkomst blijven staan; in voorkomende gevallen zal ik terugvallen op mijn offerte met voorwaarden.

Dat jullie alleen een maandelijkse afrekening kennen is voor mij niet erg relevant. Ik heb met de directeur van de eindklant twee-wekelijks afgesproken. Ik stel me dan ook voor dat jullie dat alsnog invullen.

De maandelijkse opzegtermijn lijkt me geen probleem voor Volker. [naam persoon 6] van Volker zal dat morgen ook met jullie kortsluiten.”

2.11.

[eiser] en IT-Staffing Nederland B.V. (hierna: “IT-Staffing”) hebben op 25 september 2019 een overeenkomst van opdracht (productie 4 bij dagvaarding, hierna: de “Overeenkomst”) ondertekend.

2.12.

[naam persoon 2] heeft op 2 juni 2020 aan [eiser] medegedeeld dat VES de samenwerking met [eiser] wilde beëindigen. [eiser] is vervolgens gestopt met zijn werkzaamheden voor het Project.

2.13.

[naam persoon 5] heeft op 11 juni 2020 een e-mail gestuurd aan [eiser] , waarin onder meer is vermeld:

“Hierbij bevestigen wij u de beëindiging inzake uw inzet bij Volker Energy Solutions B.V. te Rotterdam. De overeenkomst zal op 25 juni 2020 beëindigd worden. […]”

2.14.

Na 11 juni 2020 heeft IT-Staffing de datum van beëindiging van de Overeenkomst aangepast naar 12 juli 2020.

2.15.

IT Staffing heeft de facturen van [eiser] voor zijn werkzaamheden tot 2 juni 2020 voldaan.

3. Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, om voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

I VES te veroordelen tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding ter hoogte van

€ 121.440,- op grond van de afgegeven garantie, binnen zeven dagen na het in dezen te wijzen vonnis, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting en - voor het geval voldoening van voornoemd bedrag niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 juli 2020 tot en met de dag der algehele voldoening;

Subsidiair:

II. VES te veroordelen tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding ter hoogte van

€ 27.600,- op grond van het niet in acht nemen van de opzegtermijn, binnen zeven dagen na het in dezen te wijzen vonnis, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting en - voor het geval voldoening van voornoemd bedrag niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag tot aan de dag der algehele voldoening;

III. VES te veroordelen tot betaling van een bedrag ter hoogte van € 15.000,- als compensatie voor het onterecht verlagen van het uurtarief, binnen zeven dagen na het in dezen te wijzen vonnis, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting en - voor het geval voldoening van voornoemd bedrag niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. VES te veroordelen tot betaling van een bedrag aan, een door u edelachtbare in goede justitie te bepalen, schadevergoeding wegens beëindiging van de samenwerking, te betalen binnen zeven dagen na het in dezen te wijzen vonnis, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting en - voor het geval voldoening van voornoemde kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

Primair en subsidiair:

I. te veroordelen om de buitengerechtelijke kosten berekend ad € 1.989,40 te betalen, althans een bedrag waarop u edelachtbare van oordeel is dat [eiser] in redelijkheid aanspraak kan maken, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

II. te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, betaling van een bedrag aan nakosten, begroot op € 157,-, dan wel op € 246,- verhoogd met € 82,- in geval van betekening van het ten deze te wijzen vonnis.

3.2.

[eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [eiser] is een (mondelinge) overeenkomst van opdracht aangegaan met VES. IT-Staffing is een administratief bureau dat de administratie en facturatie voor VES regelt. Dat IT-Staffing de overeenkomst eenzijdig opzegt laat onverlet de afspraken die zijn gemaakt tussen [eiser] en VES. Onderdeel van de overeenkomst tussen [eiser] en VES is een werkgarantie tot eind 2020 en een bepaling dat de overeenkomst slechts opzegbaar is bij onvoldoende prestatie door [eiser] . VES heeft de overeenkomst met [eiser] op 2 juni 2020 met onmiddellijke ingang opgezegd. VES kon dat alleen doen bij onvoldoende presteren van [eiser] . Daarvan is geen sprake. VES heeft door de opzegging derhalve wanprestatie gepleegd. [eiser] heeft recht op schadevergoeding. De schade is gelijk aan het gemiste inkomen van [eiser] van 2 juni 2020 tot 31 december 2020. Subsidiair heeft [eiser] recht op doorbetaling gedurende de opzegtermijn van een maand en compensatie voor de korting van € 15,-- op zijn uurtarief die hij zonder werkgarantie nooit zou hebben gegeven.

3.3.

VES voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser] , met veroordeling van [eiser] , bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten. VES voert daartoe het volgende aan. VES betwist dat sprake is van een overeenkomst tussen [eiser] en VES. Er is sprake van een overeenkomst tussen [eiser] en IT-Staffing. Deze is opgezegd met inachtneming van de overeengekomen termijn van 30 dagen. VES betwist dat geen sprake was van onvoldoende presteren van [eiser] . Voor het geval de rechtbank aanneemt dat sprake is van een overeenkomst tussen [eiser] en VES betwist VES dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van de opzegging van die overeenkomst en betwist VES dat [eiser] recht heeft op een vergoeding over de duur van de opzegtermijn.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

[eiser] vordert nakoming van de door hem gestelde overeenkomst met VES. VES betwist het bestaan van die overeenkomst.

4.2.

Artikel 6:217 BW bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan.

4.3.

[eiser] onderbouwt zijn stelling dat tussen hem en VES een overeenkomst tot stand is gekomen als volgt. In het gesprek tussen [eiser] en [naam persoon 3] op 6 augustus 2019, dan wel in het gesprek tussen [eiser] en [naam persoon 3] op 9 augustus 2019, is overeenstemming bereikt over de opdracht. De bereikte overeenstemming is door [eiser] vastgelegd in zijn e-mail aan [naam persoon 3] van 11 augustus 2019. In het gesprek tussen [eiser] en [naam persoon 3] op 21 augustus 2019 zijn afspraken gemaakt over enkele ondergeschikte punten. De overeenkomst tussen [eiser] en VES is vervolgens door [naam persoon 3] bevestigd met zijn e-mail aan [eiser] van 21 augustus 2019. De Overeenkomst (met IT-Staffing) is een formaliteit die niks veranderde aan de afspraken tussen [eiser] en VES. Alleen de administratie en facturatie verliepen via IT-Staffing.

4.4.

VES voert daartegen het volgende aan. De e-mail van [eiser] van 11 augustus 2019 is geen correcte vastlegging van hetgeen tussen [eiser] en [naam persoon 3] op 6 en 9 augustus 2019 is besproken. Die e-mail bevat een offerte van [eiser] en die offerte is niet door [naam persoon 3] aanvaardt. Het contact tussen [eiser] , IT-Staffing en VES na 11 augustus 2020 heeft ertoe geleid dat een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen tussen [eiser] en IT-Staffing.

4.5.

Of tussen [eiser] en VES op of vóór 21 augustus 2020 een overeenkomst tot stand is gekomen, zoals door [eiser] is gesteld, kan in het midden blijven indien tussen partijen nadien is overeengekomen dat de Overeenkomst in de plaats zou treden van de eerdere afspraken tussen [eiser] en [naam persoon 3] . Of dit het geval is, moet beantwoord worden aan de hand van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex). Bij die beoordeling zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

4.6.

[eiser] heeft ter zitting het volgende verklaard:

“Op 2 september 2019 ben ik begonnen met de werkzaamheden. Na de eerste week had ik nog niet de vastlegging van Volker gekregen. Ik heb toen contact opgenomen met [naam persoon 6] , recruiter bij Volker. Zij gaf aan dat alles via IT-Staffing, de broker van Volker, moest lopen. Toen heb ik gezegd: “kom maar door” want als dit standing procedure is bij Volker krijg ik iets anders er niet door. Ik had daar nog niets van gehoord en dacht dat dit alleen voor de financiële administratie was.”

4.7.

Nadat [eiser] dit gesprek met [naam persoon 6] had gevoerd heeft [naam persoon 5] contact met hem opgenomen. Daarna zijn de in 2.8, 2.9 en 2.10 genoemde e-mails tussen [naam persoon 5] en [eiser] gewisseld. In deze e-mails stelt [eiser] dat de aan hem toegezonden modelovereenkomst op bepaalde punten afwijkt van hetgeen in zijn visie is overeengekomen met VES en verzoekt hij om aanpassing van de modelovereenkomst op deze punten.

4.8.

In de Overeenkomst is vermeld dat sprake is van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 e.v. BW. Artikel 7:400 lid 1 BW luidt:

“De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken.”

4.9.

IT-Staffing wordt in de Overeenkomst aangeduid als Opdrachtgever, [eiser] als Opdrachtnemer en VES als Eindklant. Blijkens de bij de Overeenkomst gevoegde algemene voorwaarden is de Eindklant “de onderneming of organisatie die met Opdrachtgever [in dit geval dus IT-Staffing] een overeenkomst van opdracht aangaat”.

4.10.

Uit de onder 4.6 tot en met 4.9 genoemde feiten en omstandigheden blijkt dat het de bedoeling van VES was dat IT-Staffing als de opdrachtgever van [eiser] (in de zin van artikel 7:400 lid 1 BW) zou optreden, en dat VES als opdrachtgever van IT-Staffing zou optreden. Indien [eiser] de mededeling van [naam persoon 6] “dat alles via IT-Staffing, de broker van Volker, moest lopen” in eerste instantie zo heeft opgevat dat het de bedoeling van VES was dat slechts de administratie en facturatie via IT-Staffing zou lopen, moet hem na ontvangst van de modelovereenkomst, en in elk geval na ontvangst van het door hem te tekenen exemplaar van de Overeenkomst, duidelijk zijn geworden dat de bedoeling van VES was om geen contractuele relatie met [eiser] te onderhouden. Het lag daarom op de weg van [eiser] om, indien hij niet IT-Staffing maar VES als zijn opdrachtgever in de zin van artikel 7:400 lid 1 BW wilde kunnen aanspreken, dit aan VES kenbaar te maken. Dit heeft [eiser] niet gedaan. [eiser] heeft de overeenkomst met IT-Staffing getekend. Daarmee heeft [eiser] aanvaard dat niet VES maar IT-Staffing als zijn opdrachtgever (in de zin van artikel 7:400 lid 1 BW) heeft te gelden en dat, voor zover al sprake was van een (mondelinge) overeenkomst van opdracht tussen VES en [eiser] , deze overeenkomst is geëindigd.

4.11.

Omdat hiervoor is vastgesteld dat er geen overeenkomst (meer) is tussen [eiser] en VES worden de daarop gegronde vorderingen van [eiser] afgewezen.

4.12.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VES worden begroot op:

- griffierecht € 4.131,00

- salaris advocaat € 3.540,00 (2 punten × tarief € 1.770,00)

Totaal € 7.671,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van VES tot op heden begroot op € 7.671,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.M. Schellekens en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. J.F. Koekebakker, rolrechter, op 10 maart 2021.

1573/3310