Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2484

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2021
Datum publicatie
23-03-2021
Zaaknummer
10/650144-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft de eigenaar van een kaaswinkel, met wie hij al 20 jaar op goede voet stond en voor wie hij samen met zijn partner (op opdrachtbasis) werkzaamheden verrichtte, voor ruim 125.000 euro opgelicht. Door toedoen van de verdachte is de goedlopende kaaswinkel van het slachtoffer ernstige financiële schade toegebracht, waardoor deze zijn bedrijf weer helemaal opnieuw heeft moeten opbouwen. Naast de financiële schade heeft de verdachte door zijn handelen het vertrouwen dat het slachtoffer in hem stelde ernstig geschaad. Het slachtoffer heeft hier nog lange tijd last van ondervonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/650144-17

Datum uitspraak: 19 maart 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. R. Tetteroo, advocaat te Schiedam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 238 (tweehonderdachtendertig) dagen met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

Standpunt verdediging

Door de verdediging is vrijspraak bepleit. De vals opgemaakte orders en facturen en de daarbij behorende mailcorrespondentie waren onderdeel van een plan dat de verdachte gezamenlijk met de aangever [naam slachtoffer] en met de getuige [naam getuige] had uitgedacht.

De ruim 125.000 euro, die door de aangever naar de ING-rekening van [naam getuige] is overgemaakt, zou met medeweten en goedkeuring van de aangever worden geïnvesteerd in illegale praktijken. Van oplichting van [naam slachtoffer] is daarmee geen sprake.

Beoordeling

Niet ter discussie staat dat de orders, de vier facturen die zien op de door de aangever overgemaakte bedragen van respectievelijk € 36.401,06, € 27.826,18, € 27.826,18 en € 33.177,99 en de daarbij behorende mailcorrespondentie door de verdachte valselijk zijn opgemaakt dan wel dat hij daartoe aan een derde de opdracht heeft verstrekt.

De rechtbank stelt daarnaast vast dat de aangifte van [naam slachtoffer] - kort gezegd dat hij door de verdachte voor eerder genoemde bedragen is opgelicht door het namens hem plaatsen van bestellingen op basis van niet bestaande orders - uitgebreid wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier.

Het door de verdachte geschetste alternatieve scenario is weinig concreet. De verdachte wil desgevraagd niet verklaren over de aard van de investering. De rechtbank acht deze verklaring daarom ongeloofwaardig. Het late tijdstip waarop de verklaring door de verdachte wordt gegeven en de vaststelling dat dit scenario op geen enkele wijze wordt ondersteund door enige verklaring of ander bewijsmiddel in het dossier, dragen daar verder aan bij.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank het primair ten laste gelegde feit

wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 17 februari 2017 tot en met 26 april 2017 in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam kaaswinkel] en/of [naam slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten geldbedrag(en van euro 36.401,06 (20-02-2017) en euro 27.826,18 (28-02-2017) en euro 27.826,18 (24-03-2017) en euro 33.177,99 (13-04-2017), door - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voor te doen als [valse naam verdachte] en

- richting [naam slachtoffer] te doen alsof hij contacten onderhield met zelfbedieningsgroothandel Makro over het samenstellen van kerstpakketten met producten van [naam kaaswinkel] en

- middels gefingeerde mailcorrespondentie die [naam slachtoffer] voor te spiegelen dat hij, verdachte, contacten onderhield met (potentiële) afnemers van kaas/kerstpakketten (waaronder Makro) en

- die [naam slachtoffer] voor te spiegelen dat hij, verdachte, contacten onderhield met een leverancier van port, althans wijn ten behoeve van die kerstpakketten en

- die [naam slachtoffer] inkooporders van Makro en verkoopfacturen, voor port, althans wijn te doen toekomen waardoor die [naam slachtoffer] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit,

de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft de eigenaar van een kaaswinkel, met wie hij al 20 jaar op goede voet stond en voor wie hij samen met zijn partner (op opdrachtbasis) werkzaamheden verrichtte, voor ruim 125.000 euro opgelicht. Door toedoen van de verdachte is de goedlopende kaaswinkel van het slachtoffer ernstige financiële schade toegebracht, waardoor deze zijn bedrijf weer helemaal opnieuw heeft moeten opbouwen. Naast de financiële schade heeft de verdachte door zijn handelen het vertrouwen dat het slachtoffer in hem stelde ernstig geschaad. Het slachtoffer heeft hier nog lange tijd last van ondervonden. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

9 februari 2021, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daarnaast weegt de rechtbank in matigende zin mee dat de redelijke termijn ruim is overschreden en zal zij daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van gelijke duur aan de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

8. Vorderingen benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Benadeelde partij [naam slachtoffer]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd de heer [naam slachtoffer] ter zake van het ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 560,00 ter zake van geleden materiële schade, bestaande uit gemaakte therapiekosten, en een vergoeding van € 250,00 ter zake van geleden immateriële schade.

De officier van justitie en de verdediging hebben geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij in de vordering.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu het causaal verband tussen de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd en het bewezen feit op dit moment onvoldoende is onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Verder onderzoek hiernaar zou het strafgeding te zwaar belasten, zodat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Omdat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van

de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Benadeelde partij [naam kaaswinkel]

Als benadeelde partij heeft zich daarnaast in het geding gevoegd [naam kaaswinkel] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van

€ 128.759,41 ter zake van geleden materiële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het gevorderde bedrag van in totaal € 125.231,41, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft de officier van justitie geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van de benadeelde partij in het overigens gevorderde. Verder heeft de officier van justitie de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Die schade zal worden vastgesteld op

€ 125.231,41, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2017. De benadeelde partij zal in het overigens gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat het bewezenverklaarde niet op die gestelde schade ziet. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Aan de verdachte zal tevens de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht worden opgelegd, met de mogelijkheid tot toepassing van gijzeling.

Omdat de vordering van de benadeelde partij grotendeels wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 .Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 238 (tweehonderd-achtendertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

vordering benadeelde partij [naam slachtoffer]

verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer] , geboren op 18 september 1958, niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [naam slachtoffer] in de proceskosten door de verdachte gemaakt, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil;

bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

vordering benadeelde partij [naam kaaswinkel]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam kaaswinkel] , te betalen een bedrag van € 125.231,41 (zegge: honderdvijfentwintigduizend en tweehonderdéénendertig euro en éénenveertig eurocent) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf

26 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam kaaswinkel] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam kaaswinkel]

gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam kaaswinkel]

begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog

te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam kaaswinkel] te betalen

€ 125.231,41 (hoofdsom, zegge: honderdvijfentwintigduizend en tweehonderd-éénendertig euro en éénenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

26 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 125.231,41 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 365 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam kaaswinkel] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam kaaswinkel] en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M.A. Hinfelaar, voorzitter,

en mrs. J.M.L. van Mulbregt en L.J.M. Janssen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2021.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Primair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 februari 2017 tot en met 26 april 2017 te Oud-Beijerland en/of te Barendrecht, in ieder geval in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels. [naam kaaswinkel] en/of [naam slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten (een) geldbedrag(en) van euro 36.401,06 (20-02-2017) en/of euro 27.826,18 (28-02-2017) en/of euro 27.826,18 (24-03-2017) en/of euro 33.177,99 (13-04-2017), in elk geval van enig goed, door – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voor te doen als [valse naam verdachte] en/of

- richting [naam slachtoffer] te doen alsof hij contacten onderhield met zelfbedieningsgroothandel Makro over het samenstellen van kerstpakketten met producten van [naam kaaswinkel] en/of

- middels gefingeerde mailcorrespondentie die [naam slachtoffer] voor te spiegelen dat hij, verdachte, contacten onderhield met (potentiële) afnemers van kaas/kerstpakketten (waaronder Makro)

- die [naam slachtoffer] voor te spiegelen dat hij, verdachte, contacten onderhield met een leverancier van port, althans wijn (merk [merknaam] ) ten behoeve van (die) kerstpakketten en/of

- die [naam slachtoffer] inkoopfacturen van Makro en verkoopfacturen, voor port, althans wijn te doen toekomen waardoor die [naam slachtoffer] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Subsidiair:

hij, in of omstreeks de periode 20 februari 2017 tot en met 26 april 2017, te Oud-Beijerland en/of Sint Maarten, gemeente Schagen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten geld (in totaal EUR 125.231,41, althans enig geldbedrag), heeft verworven, voorhouden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten dat geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.