Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2200

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
17-03-2021
Zaaknummer
C/10/611050 / JE RK 21-25
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht

Zaaknummer: C/10/611050 / JE RK 21-25

Datum uitspraak: 9 maart 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

locatie Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2004 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen: [naam kind 1] ,

[naam kind 2] ,

geboren op [geboortedatum kind 2] 2011 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen: [naam kind 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 januari 2021, ingekomen bij de griffie op 6 januari 2021;

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 18 januari 2021, ingekomen bij de griffie op 18 januari 2021.

Op 9 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2]
.

Opgeroepen en niet verschenen is:
- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] wordt uitgevoerd door de vader.

[naam kind 1] verblijft bij Horizon, locatie Harreveld en [naam kind 2] verblijft in een gezinshuis.

Bij beschikking van 24 juni 2020 zijn [naam kind 1] en [naam kind 2] onder toezicht gesteld tot 24 maart 2021. De kinderrechter heeft bij beschikking van 24 juni 2020 ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 24 maart 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Naar de mening van de GI is er geen uitzicht meer op een terugplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] bij de vader. Er bestaan nog steeds zorgen rondom de gezondheid van de vader. Hierdoor is de vader niet in staat om de zorg en opvoeding van [naam kind 1] en [naam kind 2] te dragen. Sinds december 2020 verblijft [naam kind 2] in een perspectief biedend gezinshuis. Het gaat erg goed met haar. De gezinshuisouders zijn gespecialiseerd in de opvoeding van kinderen met autisme. Er moeten nog wel stappen worden gezet in het verbeteren van de communicatie tussen de gezinshuisouders en de vader. [naam kind 1] verblijft nog bij Harreveld, maar zal in het komende jaar doorstromen naar een perspectiefhuis van Timon. Hij is al op intake geweest. Hij zal daar zelfstandig gaan wonen met begeleiding.

De beoordeling

Uit de stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [naam kind 1] en [naam kind 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Bij [naam kind 1] en [naam kind 2] is sprake van kindeigen problematiek (autisme). Daarnaast hebben zij ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en zijn er zorgen over hun sociaal-emotionele ontwikkeling. [naam kind 2] verblijft sinds december 2020 in een perspectief biedend gezinshuis waar zij zich positief ontwikkelt. De bedoeling van de GI en de vader is dat [naam kind 2] hier verder zal opgroeien. [naam kind 1] verblijft op dit moment nog op een open groep bij Horizon, locatie Harreveld. In het komende jaar zal hij naar een fasehuis worden overgeplaatst, waar hij zelfstandig gaat wonen met de nodige begeleiding. De GI en de vader menen dat het perspectief van [naam kind 1] is gelegen in het fasehuis. Het is positief dat [naam kind 1] is begonnen met een bijbaantje en dat hij ook goed zijn best doet op school.

De kinderrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding, zoals bedoeld in artikel 1:265c, tweede lid, BW. De zorg die de kinderen nodig hebben, overstijgt de draagkracht van de vader, mede gelet op zijn eigen gezondheidsproblemen. De vader wordt daarom niet staat geacht om de opvoeding en de verzorging van de kinderen weer op zich te nemen.

De kinderrechter is met de GI van oordeel dat er in het komende jaar een behandeltraject moet worden ingezet voor de kinderen dat zich vooral richt op rouwverwerking, omdat is gebleken dat de kinderen nog altijd moeite hebben met het verlies van hun moeder.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] tot 24 maart 2022;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 24 maart 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2021 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E.M.P. van de Kamp, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 16 maart 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.