Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2190

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-03-2021
Datum publicatie
18-03-2021
Zaaknummer
8618855 CV EXPL 20-21807
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Loonvordering. Vordering niet betwist. Werkgever is verplicht om het verschuldigde loon te voldoen. Gestelde slechte financiële omstandigheden maken dat niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0342
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8618855 CV EXPL 20-21807

uitspraak: 5 maart 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats eiser],

eiser,

gemachtigde: mr. K. Bennink (DAS Rechtsbijstand),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Besides Pensioendetachering B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde,

procederend zonder gemachtigde.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] (eiser) en Besides Pensioendetachering (gedaagde).

1. Het verloop van de procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- het exploot van dagvaarding met producties, uitgebracht op 17 juni 2020;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1

[eiser] is op 6 juli 2015 bij Besides Pensioendetachering voor onbepaalde tijd in dienst getreden in de functie van Consultant voor 40 uur per week.

2.2

Het overeengekomen basisloon bedraagt € 2.800,- bruto per maand exclusief 8 % vakantietoeslag en exclusief een variabele maandelijkse prestatietoeslag. Deze prestatietoeslag bedraagt € 8,- bruto per uur voor ieder gewerkt uur in de maand en € 20,- bruto per uur voor ieder gewerkt uur boven de 160 uren in een maand.

2.3

De arbeidsovereenkomst tussen partijen is per 1 maart 2020 met wederzijds goedvinden beëindigd.

3. Het geschil

3.1

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Besides Pensioendetachering te veroordelen - samengevat - aan hem te voldoen € 968,- bruto aan prestatietoeslag over februari 2020, € 2.986,88 bruto aan vakantiegeld over juni 2019 tot en met februari 2020, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW en vervolgens te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW,

€ 520,49 aan buitengerechtelijke incassokosten en om aan hem te verstrekken de loonstrook van januari 2020 en de eindafrekening op straffe van een dwangsom, met veroordeling van Besides Pensioendetachering in de proceskosten, waaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde.

3.2

Aan de vordering legt [eiser] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat Besides Pensioendetachering gehouden is tot nakoming van haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Omdat het verschuldigde loon niet (tijdig) is voldaan, heeft [eiser] recht op de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging op grond van artikel 6:119 BW. [eiser] heeft zich genoodzaakt gezien zijn vordering uit handen te geven, zodat hij op grond van artikel 6:96 BW recht heeft op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

3.3

Besides Pensioendetachering betwist de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet.

4. De beoordeling

4.1

Besides Pensioendetachering betwist niet dat zij de gevorderde bedragen aan prestatietoeslag en vakantietoeslag is verschuldigd. De door Besides Pensioendetachering aangevoerde omstandigheid dat zij niet beschikt over de financiële middelen om te betalen, doet aan haar betalingsverplichting jegens [eiser] niet af. De gevorderde bedragen worden daarom toegewezen.

4.2

De gevorderde wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW is toewijsbaar aangezien de te late betaling aan Besides Pensioendetachering is toe te rekenen. De kantonrechter ziet in de door Besides Pensioendetachering aangevoerde omstandigheden wel aanleiding het percentage van de wettelijke verhoging te matigen tot 20 procent omdat voldoende aannemelijk is dat geen sprake is van betalingsonwil, maar eerder van financiële moeilijkheden.

4.3

De gevorderde wettelijke rente is, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijsbaar over de gevorderde bedragen en over de daarover toegewezen wettelijke verhoging.

4.4

De vordering tot het verstrekken van een specificatie over januari 2020 en de eindafrekening is, als niet weersproken, eveneens toewijsbaar. Dat geldt ook voor de gevorderde dwangsom.

Eisvermeerdering

4.5

Op 23 februari 2021 heeft [eiser] een akte ingediend waarin hij zijn eis vermeerdert, in die zin dat hij vordert om Besides Pensioendetachering ook te veroordelen tot het overleggen van de jaaropgave 2020. Vanwege de goede procesorde en gelet op de stand waarin de procedure zich bevindt, wordt deze eisvermeerdering buiten beschouwing gelaten. De kantonrechter wijst Besides Pensioendetachering er wel op dat zij een wettelijke verplichting heeft tot het verstrekken van de jaaropgave aan [eiser].

4.6

[eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

4.7

De proceskosten komen voor rekening van Besides Pensioendetachering omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

4.8

Dit vonnis wordt, zoals [eiser] vordert, ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat Besides Pensioendetachering aan de veroordelingen moet voldoen, ook als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter,

veroordeelt Besides Pensioendetachering om aan [eiser] te betalen een bedrag van

€ 3.954,88 bruto te vermeerderen met 20% wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW en te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW over de hoofdsom en over de wettelijke verhoging, gerekend vanaf het moment van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt Besides Pensioendetachering om binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis aan [eiser] te verstrekken een loonspecificatie voor de maand januari 2020 en een eindafrekening, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Besides Pensioendetachering in gebreke mocht blijven aan deze veroordelingen te voldoen, met een maximum van € 5.000,-;

veroordeelt Besides Pensioendetachering om aan [eiser] te betalen een bedrag van

€ 520,49 aan buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt Besides Pensioendetachering in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 236,- aan griffierecht, € 112,05 aan dagvaardingskosten en € 480,- (2 punten maal € 240,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde van [eiser];

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

34650