Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:2156

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-03-2021
Datum publicatie
18-03-2021
Zaaknummer
C/10/613631 / FA RK 21-1377
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Hierbij een aantal steekwoorden voor in de koptekst: zorgmachtiging, psychose, desorganisatie, hallucinaties, paranoïde, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, woonbegeleiding, zwerven, angst, achterdocht, bereidwilligheid, ziektebesef, psychiater.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/613631 / FA RK 21-1377

Referentienummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 maart 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats betrokkene] , gemeente [gemeente] ,

thans verblijvende in Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam,

advocaat mr. R.H.P. Feiner te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 19 februari 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 16 februari 2021;

  • -

    de zorgkaart van 15 februari 2021;

  • -

    het zorgplan van 12 februari 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 maart 2021.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam psychiater 2] , psychiater, verbonden aan Erasmus Medisch Centrum.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychose binnen een schizofrenieforme ontwikkeling. Er is sprake van een psychose met desorganisatie, hallucinaties en paranoïde.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang. Betrokkene heeft al enige tijd woonbegeleiding, maar hij kon niet goed voor zichzelf en zijn woning zorgen. Hij vervuilde en beschilderde thuis de muren met psychotische kreten en paranoïde wanen. Daarnaast heeft betrokkene 1,5 dag door Nederland gezworven met de trein waarbij hij zijn telefoon en andere papieren is kwijtgeraakt. Betrokkene durft vaak het huis niet uit door angst voor achtervolging. Recent is betrokkene op blote voeren in zijn pyjama de straat op gegaan toen hij zich thuis niet veilig voelde. Betrokkene is in de huidige toestand niet in staat tot het volgen van een opleiding of het uitvoeren van werk. Tijdens de opname van betrokkene was er sprake van vrijwel niet slapen, akoestische hallucinaties, wijdlopig in het denken en paranoïde beïnvloedingsideeën. Betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat hij nog stemmen hoort. Betrokkene verklaart tevens achterdocht en wantrouwen te hebben. Het toestandsbeeld is nog niet (voldoende) gestabiliseerd.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene geen bereidwilligheid toont om zijn medicatie op vrijwillige basis te accepteren en niet opgenomen wil worden. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de psychiater van betrokkene dat betrokkene enig ziektebesef heeft, maar daarentegen weinig ziekte-inzicht heeft. De bereidwilligheid voor het innemen van medicatie en het accepteren van behandeling is volgens de psychiater van betrokkene nog te fragiel voor passende zorg op vrijwillige basis. Gelet hierop is verplichte zorg nodig.

2.5.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 september 2021.

Deze beschikking is op 4 maart 2021 mondeling gegeven door mr. G.P. van de Beek, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 12 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.