Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:1900

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-01-2021
Datum publicatie
08-03-2021
Zaaknummer
C/10/610768 / KG ZA 20-1198 (hierna: zaak 1) en C/10/610779 / KG ZA 20-1200 (hierna: zaak 2)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; executiegeschil veiling roerende zaken. Beslagen deels opgeheven en deels niet opgeheven, beslag op vruchtgebruik roerende zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Vonnis in kort geding in gevoegde zaken van 21 januari 2021

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/610768 / KG ZA 20-1198 (hierna: zaak 1) van

1. [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats eiser 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats eiser 2] ,

3. [eiser 3] ,

wonende te [woonplaats eiser 3] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 4] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisers,

advocaat mr. A.P.A. van den Heuvel te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats gedaagde 2] ,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats gedaagde 3] ,

gedaagden sub 1 tot en met 3,

advocaat mr. E.C. van der Spek te Heemstede,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats gedaagde 4] ,

gedaagde sub 4,

advocaat mr. A.P.A. van den Heuvel te ’s-Hertogenbosch,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/610779 / KG ZA 20-1200 (hierna: zaak 2) van

[eiser 5] ,

wonende te [woonplaats eiser 5] ,

eiser,

advocaat mr. A.P.A. van den Heuvel te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats gedaagde 2] ,

3. [gedaagde 3] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 3] ,

gedaagden,

advocaat mr. E.C. van der Spek te Heemstede.

Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s., [gedaagde 1] c.s. en [eiser 5] genoemd worden. Eisers in zaak 1 worden hierna afzonderlijk [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] en [eiser 4] genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure in zaak 1 blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 januari 2021, met producties en aanvullende producties;

- de mondelinge behandeling gehouden op 18 januari 2021;

- de pleitnota van [eiser 1] c.s. en [eiser 5] ;

- de pleitnota van [gedaagde 1] c.s., met productie.

1.2.

Het verloop van de procedure in zaak 2 blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 8 januari 2021, met producties en aanvullende producties;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 18 januari 2021;

  • -

    de pleitnota van [eiser 5] ;

  • -

    de pleitnota van [gedaagde 1] c.s., met productie.

1.3.

Mr. Van den Heuvel heeft namens [eiser 1] c.s. en [eiser 5] gevorderd om een gevoegde behandeling van zaak 1 en zaak 2 in verband met de samenhang tussen de beide zaken. [gedaagde 1] c.s. hebben geen bezwaar gemaakt tegen de voeging. De voorzieningenrechter heeft de voeging toegestaan en bepaald dat de gevoegde zaken worden beslist in één vonnis.

1.4.

Vonnis in beide zaken is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

[gedaagde 1] c.s. zijn de erfgenamen van wijlen de heer [erflater] (hierna: [erflater] .), overleden op 12 juli 2019. In de periode van juni 2010 tot en met december 2018 heeft [eiser 5] diverse geldleningen van [erflater] . verkregen.

2.2.

[eiser 5] (73 jaar) en [eiser 1] (85 jaar) zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan, waarbij zij iedere gemeenschap van goederen hebben uitgesloten. Zij wonen samen in een woning in Krimpen aan de Lek.

2.3.

[eiser 2] en [eiser 3] zijn kinderen van [eiser 1] .

2.4.

[eiser 4] houdt zich volgens haar inschrijving bezig met het beleggen in, de exploitatie van en het aan- en verkopen van onroerende zaken. Enig aandeelhouder van [eiser 4] is [eiser 1] . Bestuurder van [eiser 4] is [eiser 5] . Het bezoekadres van [eiser 4] is in Amsterdam.

2.5.

Ter verhaal van hun vordering op [eiser 5] hebben [gedaagde 1] c.s. op 18 augustus 2020 conservatoir beslag gelegd op 55 roerende zaken in de woning van [eiser 5] en [eiser 1] . Deze zaken zijn gefotografeerd op foto’s genummerd van 1 tot en met 55, waarbij sommige foto’s meerdere zaken tonen en sommige zaken op meerdere foto’s voorkomen. De foto’s zijn aan het proces-verbaal van beslaglegging gehecht. De beslagen zaken betreffen onder meer geluidsinstallaties, (antieke) kasten, tafels, stoelen, bureaus, lampen, schilderijen, een vleugel van het merk Scholze, een oven, een strijkplank met strijkijzer, fietsen, (kantoor)apparatuur en een roeimachine.

2.6.

Bij e-mail van 25 augustus 2020 heeft de advocaat van [eiser 5] en [eiser 1] aan de advocaat van [gedaagde 1] c.s. meegedeeld dat een groot deel van de roerende zaken bij schenkingsaktes van 16 april 1992 en 9 september 2005 onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik is overgedragen aan de heer [naam zoon eiser 5] , de zoon van [eiser 5] .

2.7.

Bij e-mail van 30 september 2020 heeft de advocaat van [eiser 5] en [eiser 1] aan de advocaat van [gedaagde 1] c.s. meegedeeld dat diverse beslagen zaken op 26 maart 1992 door [eiser 1] onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik aan haar kinderen zijn geschonken. Daarnaast maakt de advocaat melding van een pandrecht dat door [eiser 1] is gevestigd ten behoeve van [naam zoon eiser 5] op een aantal andere beslagen zaken. Tot slot heeft de advocaat zich op het standpunt gesteld dat diverse apparatuur toebehoort aan [eiser 4] .

2.8.

Bij e-mail van 2 november 2020 heeft de advocaat van [eiser 5] en [eiser 1] aan de advocaat van [gedaagde 1] c.s. verzocht om een aantal zaken op te halen. In deze e-mail schrijft hij dat [eiser 5] en [eiser 1] hun woning moeten verlaten en dat de betreffende zaken niet kunnen worden opgeslagen.

2.9.

De advocaat van [eiser 5] en [eiser 1] heeft onder meer de volgende bewijsmiddelen verstrekt:

2.9.1.

Bij notariële akte van 26 maart 1992 heeft [eiser 1] onder meer de volgende zaken onder voorbehoud van recht van vruchtgebruik aan haar kinderen geschonken.

  • -

    Wortelnoten bureau met klep en vier laden

  • -

    Mahoniehouten hoekkastje met jaloeziedeurtje

  • -

    Mahoniehouten kabinet met rechte onderkast

  • -

    Stereo-installatie, strijkmachine

2.9.2.

Bij akte van 17 juni 2011 heeft [eiser 1] ten behoeve van [naam zoon eiser 5] een pandrecht gevestigd op de aanwezige en toekomstige roerende zaken in de woning in Krimpen aan de Lek. Volgens is het pandrecht gevestigd in verband met in 2009 en 2010 door [naam zoon eiser 5] aan [eiser 1] verstrekte leningen van in totaal € 18.000,-. De pandakte is op 27 juni 2011 geregistreerd bij de Belastingdienst. De vermelde zaken betreffen onder meer:

  • -

    Stoomoven en elektrische oven met warmhoudlade

  • -

    Alle bureaus met stoelen

  • -

    Alle aanwezige tafels (o.a. Jugendstil) en stoelen

  • -

    6 schilderijen van [naam persoon 5]

2.9.3.

Bij akte van 16 april 1992 heeft [eiser 5] de volgende zaken onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik geschonken aan [naam zoon eiser 5] :

  • -

    Schilderij in vergulde lijst, voorstellende “spelevarend gezelschap met kasteel op de achtergrond” - Armand Charnay (waarde ƒ 14.000,-)

  • -

    Eikehouten kabinet met gebogen kap, twee deuren

  • -

    Vleugel, merk Scholze ƒ 9.500,00

2.9.4.

Bij akte van 9 september 2005 heeft [eiser 5] de volgende zaken onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik geschonken aan [naam zoon eiser 5] :

  • -

    Een tweedelige mahoniehouten uitschuifbare eettafel (Oud-Hollands)

  • -

    Een mahoniehouten sidetable

  • -

    Een teakhouten keukentafel en (teakhouten) tuinmeubelen.

2.9.5.

Op een op 12 augustus 2004 gedateerde verklaring van Antiekhandel Antiek-Archipel te Den Haag staat ter attentie van [naam zoon eiser 5] het volgende vermeld:

Een duitse kast 18e eeuws ingeruild voor een hollands gebogen kabinet 18e eeuws.

2.9.6.

Op 30 oktober 2020 heeft de heer [naam persoon 1] (hierna: [naam persoon 1] ), voormalig directeur van [naam interieurbedrijf] verklaard dat hij de volgende zaken heeft geleverd aan [eiser 1] :

  • -

    Sidetable met lampen no 20 van de lijst

  • -

    Twee stuks bankstellen no 3 en 4 van de lijst

  • -

    Eetkamertafel van de lijst

  • -

    Tweezitsbankje no 38 van de lijst

  • -

    Heren fauteuil no 40 van de lijst

  • -

    Dames fauteuil no 39 van de lijst

  • -

    Staande leeslamp en de schemerlamp no 39 van de lijst

  • -

    tafeltje en de staande leeslamp no 55 van de lijst

  • -

    lampjes met groene kap twee stuks no 4 en 5 van de lijst

Daarnaast vermeldt de verklaring het volgende:

Tevens verklaar ik dat [naam interieurbedrijf] de beide z.g. Ridderstoelen in opdracht van mevrouw [eiser 1] met blauwe gestoffeerd heeft nadat ze eerst lange tijd voor haar opslagen waren in het magazijn van [naam interieurbedrijf] .

2.9.7.

Bij e-mail van 30 december 2020 heeft [eiser 2] verklaard dat hij het schilderij voorstellend een stadsgezicht, geschilderd door de heer [naam persoon 2] heeft gekocht en cadeau gegeven aan [eiser 1] .

2.9.8.

Op een factuur van lijstenmakerij Aluwa te Bergambacht van 4 juni 2019 staat vermeld dat zij het schilderij Hindelopen in opdracht van [eiser 1] voor een bedrag van € 295,- heeft gerestaureerd.

2.9.9.

Op een factuur van Kookpunt van 16 augustus 2019 staat vermeld dat zij koffie en aanverwante artikelen heeft geleverd aan [eiser 4] op het adres van [eiser 5] in Krimpen aan de Lek.

2.9.10.

In een e-mail van 30 oktober 2020 heeft de heer [naam persoon 3] verklaard dat hij zijn Concept II roeimachine in de zomer van 2016 heeft verkocht aan [naam zoon eiser 5] en dat deze in verband met het verblijf van [naam zoon eiser 5] in Singapore bij [eiser 5] thuis is afgeleverd, zodat [eiser 5] deze na diens thuiskomst aan [naam zoon eiser 5] kon afleveren wanneer hij weer in Nederland zou terugkeren.

2.9.11.

Een factuur van 31 december 2006 van Aannemers- en Timmerbedrijf F. van Vliet ten name van [naam zoon eiser 5] voor materialen voor de bouw van een kast voor een bedrag van € 1.326,91.

2.9.12.

Op een factuur van Correct Electronics van 7 juni 2016 staat vermeld dat een televisie van merk Samsung met een prijs van € 599,- is geleverd aan [eiser 4] op huisadres [eiser 5] .

2.9.13.

Op een factuur van de kunsthandel Gosse Goossen van 26 april 2000 staat handgeschreven dat het olieverfschilderij de Spes Enkhuizen is geschonken aan [eiser 1] .

2.9.14.

In een brief van 2 november 2020 verklaart [naam persoon 4] dat computerapparatuur (onder meer Apple iMac en iPad), kantoormeubilair en de koffieautomaat eigendom is van [eiser 4] en/of een andere BV en dat de betreffende facturen zijn verwerkt in de administratie/jaarrekening van deze vennootschappen.

2.9.15.

Op een factuur van 24 januari 2015 van Boom Tweewielers ten name van de heer [eiser 5] te Rotterdam staat vermeld de aankoop van een tweedehands Gazelle Orange Excell voor een bedrag van € 495,-.

2.9.16.

Op een factuur van 23 april 2005 van MegaBike te Rotterdam ten name van de heer [eiser 5] te Rotterdam staat vermeld de aankoop van een dames en een herenfiets van het merk Sparta Tyros voor een totaalbedrag van € 1.384,80.

2.10.

Naar aanleiding van de door de advocaat van [eiser 5] en [eiser 1] overgelegde bescheiden hebben [gedaagde 1] c.s. een deel van de beslagen opgeheven.

2.11.

Na daartoe verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank hebben [gedaagde 1] c.s. op 24 november 2020 hebben [gedaagde 1] c.s. ten laste van [eiser 5] conservatoir beslag doen leggen op de rechten van vruchtgebruik op de volgende zaken:

- de vleugel van het merk Scholze (foto 6 en 7)

- schilderij van een landschap van Charnay (foto 10 en 11)

- vier tuinstoelen en ronde tafel (foto 22 en 23)

- Teaken keukentafel en tien stoelen (foto 27)

- Mahoniehouten uitschuifbare eettafel en zeven stoelen (foto 29)

- Mahoniehouten kabinet/kast (foto 30)

2.12.

Bij vonnis van 9 december 2020 van de rechtbank Den Haag is [eiser 5] op vordering van [gedaagde 1] c.s. bij verstek veroordeeld tot betaling van (in hoofdsom in totaal) € 207.829,- aan [gedaagde 1] c.s. Het vonnis (hierna: het Vonnis) is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen het Vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.

2.13.

Op 17 december 2020 hebben [gedaagde 1] c.s. het Vonnis aan [eiser 5] doen betekenen en bevel gedaan tot betaling van € 163.342,01 (inclusief kosten en met aftrek van een betaling van € 50.000,-).

2.14.

Bij akte van cessie ondertekend op 2 en 4 januari 2021 heeft [naam zoon eiser 5] zijn vorderingen met betrekking tot de door [gedaagde 1] c.s. gelegde beslagen overgedragen aan [eiser 3] .

.2.15. In opdracht van [eiser 5] heeft de heer drs. C. Vellinga, gecertificeerd Register Taxateur op het gebied van kunst, antiek en inboedelgoederen 18 inboedelgoederen (onder meer meubilair en schilderijen) getaxeerd. In het taxatierapport van 15 januari 2021 staat vermeld dat deze inboedelgoederen zijn getaxeerd op € 1.500,00.

2.16.

Bij exploot van 29 december 2020 hebben [gedaagde 1] c.s. de executieverkoop van (het vruchtgebruik op) roerende zaken doen aanzeggen tegen 22 januari 2021 om 10:00 uur.

3. Het geschil

3.1.

Na wijziging van eis vorderen [eiser 1] c.s. in zaak 1 en [eiser 5] in zaak 2, samengevat:

primair: opheffing van het executoriale beslag en [gedaagde 1] c.s. te bevelen het beslag opgeheven te houden;

subsidiair: [gedaagde 1] c.s. te veroordelen het executoriale beslag op te heffen en opgeheven te houden;

meer subsidiair: [gedaagde 1] c.s. te verbieden om de door hen aangekondigde openbare verkoop van de beslagen goederen op 22 januari 2021 te staken en gestaakt te houden, dan wel een in goede justitie te bepalen passende voorziening te treffen,

een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten.

3.2.

Aan de vorderingen in Zaak 1 leggen [eiser 1] c.s. het volgende ten grondslag.

De ten laste van [eiser 5] beslagen roerende zaken behoren grotendeels toe aan [eiser 1] en aan [eiser 3] en [eiser 2] . Daarnaast heeft [eiser 3] alle vorderingen in dit geschil overgenomen van [naam zoon eiser 5] . Een en ander volgt uit de overgelegde aktes van schenking en de verklaringen van derden. De kantoorartikelen (zoals de televisie) behoren toe aan [eiser 4] . Aangezien de zaken niet toebehoren aan [eiser 5] maar aan [eiser 1] c.s. hebben zij er recht op en een spoedeisend belang bij dat de beslagen worden opgeheven en de openbare verkoop wordt verboden.

3.3.

Aan de vorderingen in Zaak 2 legt [eiser 5] het volgende ten grondslag.

[eiser 5] wil wel betalen maar hij is daartoe op dit moment niet in staat.

Na de beslaglegging heeft [eiser 5] per object aangetoond dat deze in eigendom toebehoren aan anderen.

Indien geoordeeld wordt dat de zaken wel aan [eiser 5] toebehoren dan geldt dat in strijd met het beslagverbod van artikel 447 lid 1 sub a Rv beslag is gelegd op inboedel. Met betrekking tot het recht van vruchtgebruik geldt dat niet valt in te zien hoe daarmee enige opbrengst kan worden behaald.

Door het handhaven van de beslagen en het doorzetten van de executieverkoop maken [gedaagde 1] c.s. misbruik van recht, aangezien de verkoop niet zal bijdragen aan de voldoening van de vordering van [gedaagde 1] c.s.

3.4.

[gedaagde 1] c.s. voeren in beide zaken gemotiveerd verweer en concluderen tot afwijzing van het gevorderde. Zij voeren daartoe het volgende aan.

[eiser 5] probeert ten onrechte en op slinkse wijze de indruk te wekken dat hij geen verhaal biedt. In het voorjaar van 2020 heeft [eiser 5] na een faillissementsaanvraag van [gedaagde 1] c.s. in enkele dagen de steunvordering van € 100.000,- voldaan.

De verklaringen met betrekking tot de eigendom van de beslagen zaken zijn onvolledig, onvoldoende onderbouwd en deels tegenstrijdig, zodat daaruit niet volgt dat [eiser 5] geen eigenaar is. Zo zijn de verklaringen met betrekking tot de levering van zaken onvoldoende om vast te stellen dat de betreffende zaken eigendom zijn van [eiser 1] . Ook de pandakte is in dit verband niet relevant. Voorts is het ongeloofwaardig te achten dat de zaken in de woning van [eiser 5] (zoals de fietsen, het roeiapparaat en de televisie) toebehoren aan [naam zoon eiser 5] dan wel [eiser 4] .

De beslagen zaken betreffen geen inboedel in de zin van artikel 447 lid 1 Rv (oud) en de beslagen zijn gelegd voorafgaand aan het verbod van artikel 447 lid 1 Rv (nieuw).

De openbare verkoop is geen misbruik van bevoegdheid, aangezien [gedaagde 1] c.s. een opbrengst verwachten van € 25.000,- tot € 50.000,-.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de door [gedaagde 1] c.s. gelegde beslagen (deels) moeten worden opgeheven en of de aangezegde openbare verkoop moet worden gestaakt. Hiertoe dient beoordeeld te worden of de beslagen zaken toebehoren aan anderen dan [eiser 5] , of de beslagen in strijd zijn met het beslagverbod van artikel 447 lid 1 sub a Rv en/of openbare verkoop misbruik van bevoegdheid oplevert.

Beslagverbod artikel 447 lid 1 sub a Rv

4.2.

Ingevolge artikel 447 lid 1 sub a Rv is het verboden beslag te leggen op zaken die behoren tot het geheel van tot huisraad en meubilering van een woning bestemde roerende zaken, tenzij deze in de gegeven omstandigheden bovenmatig zijn. Gelet op artikel 447 lid 2 en 3 Rv kan naar voorlopig oordeel bovenmatigheid worden aangenomen bij aanwezigheid van andere, al dan niet gelijksoortige zaken of indien een zaak vervangen kan worden door een als niet bovenmatig te beschouwen gelijksoortige zaak.

4.3.

Hoewel het beslagverbod van artikel 447 lid 1 Rv op 1 oktober 2020, dus na de eerste beslaglegging, in werking is getreden, neemt de voorzieningenrechter tot uitgangspunt dat openbare verkoop van zaken die onder het verbod van deze bepaling vallen, onrechtmatig is en dus moet worden verboden.

4.4.

Hoewel een deel van (de in het huis van [eiser 5] ) beslagen zaken is aan te merken als ‘inboedel’, is gelet op de hoeveelheid dubbele zaken en de aanstaande verhuizing naar een kleinere woning aannemelijk dat in ieder geval een deel van de beslagen zaken bovenmatig is en dus buiten de reikwijdte van het beslagverbod valt. Met betrekking tot de zaken waarvan hierna niet aannemelijk wordt gevonden dat deze toebehoren aan een ander dan [eiser 5] zal daarna worden beoordeeld of deze onder het beslagverbod vallen.

Zaken van derden

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser 5] en [eiser 1] al vele jaren samenwonen en dat zij iedere gemeenschap van goederen hebben uitgesloten. Dit betekent dat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat alle beslagen zaken toebehoren aan [eiser 5] .

4.6.

[gedaagde 1] c.s. hebben gesteld dat de geluidsinstallatie (foto 2) onmogelijk de geluidsinstallatie kan zijn die [eiser 1] in 1992 heeft geschonken aan haar kinderen, alleen al omdat er in die tijd geen subwoofers bestonden. Hoewel dat vervolgens wel op hun weg lag, hebben [eiser 1] c.s. niet aannemelijk gemaakt dat de in beslag genomen geluidsinstallatie dezelfde is als de niet-nader gespecificeerde geluidsinstallatie in de akte van schenking. De vorderingen met betrekking tot deze geluidsinstallatie worden daarom afgewezen.

4.7.

[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat nummer 9 (de houten dressoirkast) het wortelnoten bureau met klep en vier laden is dat zij bij akte van 26 maart 1992 aan haar kinderen heeft geschonken. Zij heeft hierbij toegelicht dat de klep van de kast als bureaublad kan fungeren. [gedaagde 1] c.s. heeft dit niet weersproken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee mede gelet op de bijhorende foto van een houten kast met vier laden voldoende aannemelijk te achten dat dit betreft het wortelnoten bureau betreft dat door [eiser 1] is geschonken aan haar kinderen.

4.8.

[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat de houten hoekkast (foto 12) het mahoniehouten hoekkastje met jaloeziedeurtje is, zoals vermeld in de akte van schenking van 26 maart 1992. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoet de beslagen kast qua vormgeving, formaat en deur aan de omschrijving. Op grond hiervan wordt dit beslag opgeheven.

4.9.

[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat de beslagen houten kast (foto 35) deel uitmaakt van het mahoniehouten kabinet met rechte onderkast, zoals vermeld in de akte van schenking van 26 maart 1992. [gedaagde 1] c.s. hebben op dit punt onvoldoende verweer gevoerd, zodat het beslag op de houten kast (foto 35) wordt opgeheven.

4.10.

Met betrekking tot de zaken die voorkomen op de lijst van [naam persoon 1] (zie 2.9.7) overweegt de voorzieningenrechter dat [eiser 1] c.s. met de verklaring van [naam persoon 1] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat deze zaken destijds zijn geleverd aan [eiser 1] . In het verlengde daarvan is aannemelijk te achten dat deze zaken toebehoren aan [eiser 1] en daarmee niet aan [eiser 5] . [gedaagde 1] c.s. hebben geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat deze zaken aan [eiser 5] toebehoren. Hetzelfde geldt voor de blauwe stoelen waarover [naam persoon 1] verklaart dat deze van [eiser 1] waren en dat hij deze in haar opdracht heeft gestoffeerd. Aangezien het blauwe bankje bij de blauwe stoelen hoort, is aannemelijk dat ook het bankje eigendom is van [eiser 1] .

Gelet hierop zullen de volgende beslagen worden opgeheven:

  • -

    Tafel met twee lampen met witte kap (foto 20)

  • -

    Bankstellen (foto 3 en 4)

  • -

    Tweezitsbank (foto 38)

  • -

    Herenfauteuil (foto 40)

  • -

    Damesfauteuil (foto 39)

  • -

    Staande lamp met witte kap (foto 39)

  • -

    Tafeltje en staande leeslamp (foto 55)

  • -

    Lampjes met groene (voorzieningenrechter: of blauwe) kap (foto 3, 4 en 5)

  • -

    De blauwe stoelen en bijbehorend blauw bankje (foto 9)

4.11.

Met betrekking tot de salontafel van foto 5 overweegt de voorzieningenrechter dat deze – anders dan [eiser 1] c.s. hebben gesteld – niet staat vermeld op de lijst van [naam persoon 1] . De opheffing van dit beslag is daarom niet toewijsbaar.

4.12.

[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat de stoomoven (foto 25), het bureau met stoel (48), de houten eettafel met zes stoelen en de 6 schilderijen van [naam persoon 5] (foto 18) eigendom zijn van [eiser 1] en dat dat volgt uit het feit dat zij deze zaken in 2011 heeft verpand aan [naam zoon eiser 5] . Op zichzelf juist is dat het pandrecht niet bewijst dat de betreffende zaken eigendom zijn van [eiser 1] , het vormt daarvoor wel een aanwijzing. [gedaagde 1] c.s. hebben in ieder geval geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat de betreffende zaken eigendom van [eiser 5] zijn. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de pandakte dateert van 2011, zodat niet zonder meer aannemelijk is dat het pandrecht enkel is gevestigd om [gedaagde 1] c.s. te belemmeren bij het verhaal van hun vordering. Of het pandrecht door voldoening van de daaraan verbonden vordering tenietgegaan is, is voor de beoordeling van de eigendom niet relevant. Aangezien niet aannemelijk is dat de zaken eigendom zijn van [eiser 5] worden de volgende beslagen opgeheven.

  • -

    Dubbele oven (foto 25)

  • -

    Houten eettafel met zes stoelen (foto 16)

  • -

    Het bureau met bureaustoel (foto 48)

  • -

    Schilderijen van [naam persoon 5] (foto 18 en 19)

4.13.

Hetzelfde geldt voor de geluidsinstallatie van foto 37, de linnenkast van foto 44. [gedaagde 1] c.s. hebben op dit punt geen zelfstandig verweer gevoerd.

4.14.

[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat het schilderij onder 13 door [eiser 2] is geschonken aan [eiser 1] . Op grond hiervan is onvoldoende aannemelijk dat dit schilderij toebehoort aan [eiser 5] . Het feit dat [eiser 1] eerder heeft verklaard dat het schilderij afkomstig is uit haar eerste huwelijk, maakt dit niet anders. Het beslag op het schilderij met stadsgezicht (foto 13) wordt daarom opgeheven.

4.15.

Tussen partijen is niet in geschil dat het schilderij van foto 14 in opdracht van [eiser 1] is gerestaureerd. Hiermee is vooralsnog voldoende aannemelijk dat het schilderij toebehoort aan [eiser 1] en niet aan [eiser 5] . Het beslag op dit schilderij wordt opgeheven.

4.16.

Op grond van de verklaringen en facturen met betrekking tot de koffieapparaten, de computerapparatuur en de televisie is voldoende aannemelijk dat deze toebehoren aan [eiser 4] en daarmee dus niet aan [eiser 5] . Het feit dat deze zaken zich bevinden in de woning van [eiser 5] en niet op het bezoekadres van [eiser 4] , maakt dat niet anders. De volgende beslagen worden daarom opgeheven:

  • -

    Espressoapparaat (een bonenmaler) (foto 26)

  • -

    Nespresso-apparaat (foto 26)

  • -

    Televisie (flatscreen) van het merk Samsung (foto 36)

  • -

    Apple iMac met toetsenbord en muis (foto 46)

4.17.

Met betrekking tot de roeimachine hebben [eiser 1] en [eiser 5] gesteld dat deze eigendom is van [naam zoon eiser 5] . Zij hebben hierbij verwezen naar de verklaring van [naam persoon 3] , waaruit volgt dat [naam persoon 3] dit apparaat in 2016 aan [naam zoon eiser 5] heeft verkocht, waarbij deze voorlopig bij [eiser 5] zou staan. [eiser 1] c.s. en [eiser 5] hebben evenwel niet verklaard waarom het apparaat nog altijd niet is afgegeven. Nu het tegendeel onvoldoende aannemelijk is geworden, moet het ervoor gehouden worden dat [eiser 5] eigenaar is van het roeiapparaat. Nu evenmin aannemelijk is dat het roeiapparaat behoort tot (onmisbare) inboedel en/of dat daarvan in redelijkheid geen opbrengst te verwachten is, wordt dit beslag niet opgeheven.

4.18.

[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat de witte houten kasten van foto 34 eigendom zijn van [naam zoon eiser 5] , omdat de materialen daarvoor in 2006 aan hem zijn geleverd. De levering van de materialen, althans de factuur op naam van [naam zoon eiser 5] , laat evenwel onverlet dat [eiser 5] eigenaar van de kasten kan zijn geworden. Aangezien de kasten zich in de woning van [eiser 5] bevinden, mogen schuldeisers er ook bij bekendheid met deze factuur van uitgaan dat [eiser 5] eigenaar is van deze kasten. [eiser 1] c.s. en [eiser 5] hebben het tegendeel onvoldoende aannemelijk gemaakt.

4.19.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de factuur van kunsthandel Gosse Goossen en de daarop handgeschreven opmerking voldoende om aannemelijk te maken dat het olieverfschilderij de Spes Enkhuizen is geschonken aan [eiser 1] (en dus niet aan [eiser 5] ). Dat [eiser 1] c.s. eerder hebben verklaard dat het schilderij afkomstig is uit haar eerdere huwelijk, maakt dat niet anders. Het beslag op dit schilderij (foto 41) wordt daarom opgeheven.

4.20.

Met betrekking tot de fietsen is op grond van de facturen voldoende aannemelijk te achten dat deze in 2005 en 2015 zijn aangeschaft op naam van [naam zoon eiser 5] . Nog daargelaten dat de executiewaarde van deze fietsen gering is hebben [gedaagde 1] c.s. geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat deze fietsen allemaal eigendom zijn van [eiser 5] . Het beslag op de fietsen (foto 52) wordt daarom opgeheven.

4.21.

Op grond van de verklaring van 12 augustus 2004 van Antiekhandel Antiek-Archipel is aannemelijk te achten dat het Hollands gebogen kabinet dat volgens de schenkingsakte door [eiser 5] is geschonken aan [naam zoon eiser 5] is geruild voor een Duitse kast, 18e eeuws en dat dat de kast van foto 2 betreft. Op grond hiervan is eveneens aannemelijk te achten dat de geruilde kast toebehoort aan [naam zoon eiser 5] en dat [eiser 5] met betrekking tot deze kast enkel het recht van vruchtgebruik heeft. Dit betekent dat het beslag dat is gelegd op de volle eigendom van de kast (houten kast, koloniale stijl van foto 2) moet worden opgeheven.

Vruchtgebruik

4.22.

Tussen partijen staat vast dat de vleugel, het schilderij van Charnay (foto 10 en 11), de tuinstoelen en ronde tafel (foto 22 en 23), de teaken keukentafel en tien stoelen (foto 27), de mahoniehouten uitschuifbare eettafel en zeven stelen en het mahoniehouten kabinet/kast (foto 30) door [eiser 5] onder voorbehoud van het recht van vruchtgebruik zijn geschonken aan [naam zoon eiser 5] .

4.23.

Hoewel de betreffende zaken geen vruchten voortbrengen, omvat het vruchtgebruik mede het gebruik van deze zaken gedurende het leven van [eiser 5] . Niet valt uit te sluiten dat het gebruik van deze zaken een zekere waarde vertegenwoordigt. Dit geldt met name voor het gebruik van de vleugel en het schilderij. Het feit dat executie van een dergelijk recht van vruchtgebruik ongebruikelijk is, betekent niet dat er geen opbrengst te verwachten is en/of dat deze executie misbruik van recht oplevert. De vorderingen met betrekking tot deze rechten wordt daarom afgewezen.

4.24.

Met betrekking tot de diverse serviezen (foto 17 en 20) overweegt de voorzieningenrechter dat de serviezen in de akte van schenking niet zijn gespecificeerd, zodat niet kan worden vastgesteld dat dit serviezen zijn die door [eiser 1] aan haar kinderen zijn geschonken. Dit kan evenwel ook niet worden uitgesloten. Nu niet gesteld of aannemelijk is gemaakt dat deze serviezen zouden toebehoren aan [eiser 5] en/of dat deze serviezen enige waarde vertegenwoordigen, zal de voorzieningenrechter de beslagen op deze serviezen opheffen.

4.25.

Met betrekking tot het bureau van foto 42 hebben [eiser 1] c.s. niet gesteld dat dit aan een ander toebehoort dan aan [eiser 5] . Voor de opheffing van dit beslag is onvoldoende gesteld.

4.26.

Met betrekking tot de zaken die volgens [eiser 5] geen waarde hebben (zoals bladmuziek, schilderij, kopieermachine, strijkplank, jachtgeweer) overweegt de voorzieningenrechter dat het beslag op deze zaken na de verkoop komt te vervallen.

Beslagverbod 2

4.27.

Met betrekking tot de resterende zaken is onvoldoende aannemelijk geworden dat deze niet-bovenmatige inboedel betreffen. Het beroep op het beslagverbod baat [eiser 5] dus niet.

Misbruik van bevoegdheid

4.28.

Hoewel vaststaat dat de verkoop van de overgebleven roerende zaken en de rechten van vruchtgebruik lang niet voldoende is om de vordering van [gedaagde 1] c.s. te voldoen, is niet aannemelijk geworden dat de te verwachten opbrengst zodanig gering is dat deze lager is dan de (executie)kosten. Op grond daarvan is dus ook niet aannemelijk dat het doorzetten van de executieverkoop misbruik van recht oplevert. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de gedeeltelijke opheffing van de beslagen partijen aanleiding kan geven om te proberen een minnelijke regeling te bereiken om de executie te voorkomen.

4.29.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de beslagen deels worden opgeheven. In de omstandigheid dat partijen in zaak 1 en in zaak 2 over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten in beide zaken te compenseren, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In zaak 1 en in zaak 2:

5.1.

heft op de door [gedaagde 1] c.s. ten last van [eiser 5] gelegde beslagen voor zover het betreft:

  • -

    Houten dressoir kast (foto 9)

  • -

    Een houten hoekkast (foto 12)

  • -

    Houten kast (foto 35);

  • -

    Tafel met twee lampen met witte kap (foto 20)

  • -

    Bankstellen en lampen (foto 3 en 4)

  • -

    Tweezitsbank (foto 38)

  • -

    Herenfauteuil (foto 40)

  • -

    Damesfauteuil (foto 39)

  • -

    Staande lamp met witte kap (foto 39)

  • -

    Tafeltje en staande leeslamp (foto 55)

  • -

    Lampjes met groene kap (foto 4 en 5)

  • -

    De blauwe stoelen en bijbehorend blauw bankje (foto 9)

  • -

    Dubbele oven (foto 25)

  • -

    Houten eettafel met zes stoelen (foto 16)

  • -

    Het bureau met bureaustoel (foto 48)

  • -

    schilderijen van [naam persoon 5] (foto 18 en 19)

  • -

    geluidsinstallatie van het merk Harman/Kardon, inclusief subwoofer en tweetal boxen (foto 37)

  • -

    de kledingkast (foto 44)

  • -

    houten kast (foto 2)

  • -

    schilderij met stadsgezicht (foto 13)

  • -

    schilderij met stadsgezicht (foto 14)

  • -

    Espressoapparaat (foto 26)

  • -

    Nespresso-apparaat (foto 26)

  • -

    Televisie (flatscreen) van het merk Samsung (foto 36)

  • -

    Apple iMac met toetsenbord en muis (foto 46)

  • -

    Schilderij met havenzicht van F.J. Goosen (foto 41)

  • -

    houten kast, koloniale stijl van foto 2

  • -

    Servies 17

  • -

    Servies 20

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de kosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. A.F.L. Geerdes op 21 januari 2021.

3077/1729