Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:1853

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-01-2021
Datum publicatie
09-03-2021
Zaaknummer
C/10/611033 / FA RK 21-90
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, artikel 7:7 Wvggz, toegewezen. Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling niet in de accommodatie verbleef, is opname op (zeer) korte termijn voorzienbaar gelet op de opnames die in december en januari hebben plaatsgevonden. Gebleken is dat het toestandsbeeld van betrokkene in zeer korte tijd kan omslaan en het ernstig nadeel zich dan acuut manifesteert. Het is dan noodzakelijk om snel verplichte zorg in de accommodatie te kunnen verlenen, zonder wederom de procedure van een crisismaatregel te moeten doorlopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/611033 / FA RK 21-90

Referentienummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 11 januari 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en verblijvende aan de [adres betrokkene] ,

advocaat mr. J. van Veelen-de Hoop te Hoogvliet.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen op 7 januari 2021en het proces-verbaal van 8 januari 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van

6 januari 2021;

- de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van

6 januari 2021;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.

1.2.

De mondelinge behandeling van het ter zitting van 8 januari 2021 aangehouden verzoek heeft plaatsgevonden op 11 januari 2021.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

  • -

    betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2] , verpleegkundige, verbonden aan GGZ Delfland.

1.3.

De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene heeft meermaals suïcidaal gedrag vertoond door voor de metro of uit het raam te willen springen. De partner van betrokkene moet haar hierin herhaaldelijk tegenhouden en heeft de ramen van hun woning inmiddels gebarricadeerd. Betrokkene is in korte tijd meermaals met crisis maatregelen opgenomen geweest, waarna zij steeds spoedig is ontslagen uit de accommodatie. Zo zijn crisismaatregelen getroffen op 18 november 2020, 13 december 2020, 16 december 2020, 3 januari 2021 en 6 januari 2021.

2.2.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een borderlinepersoonlijkheidsstoornis, mogelijk dissociatieve identiteitsstoornis, en een posttraumatische stressstoornis.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling niet in de accommodatie verbleef, is opname op (zeer) korte termijn voorzienbaar gelet op de opnames die in december en januari hebben plaatsgevonden. Gebleken is dat het toestandsbeeld van betrokkene in zeer korte tijd kan omslaan en het gevaar zich dan acuut manifesteert. Het is dan noodzakelijk om snel verplichte zorg te kunnen verlenen, zonder wederom de procedure van een crisismaatregel te moeten doorlopen.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- het opnemen in een accommodatie. Opname mag gedurende de komende drie weken geschieden zodra het ernstig nadeel (levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel) dreigt en / of zich zodanig voordoet, dat het niet anders dan door opname afgewend kan worden. In geval van een opname mogen ook de volgende vormen van verplichte zorg worden ingezet:

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het insluiten van betrokkene;

- het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- het onderzoek aan kleding of lichaam;

- het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

- het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

2.5.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles en andere medische handelingen en therapeutische maatregelen ter behandeling van de psychische stoornis en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de verpleegkundige en de advocaat gemotiveerd hebben verklaard dat betrokkene daar vrijwillig aan meewerkt.

2.6.

Betrokkene verzet zich tegen voornoemde zorg op de momenten dat zij suïcidaal gedrag laat zien. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 februari 2021.

Deze beschikking is op 11 januari 2021 mondeling gegeven door mr. B. Oonincx, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.C.A. van 't Zelfde, griffier, en op 14 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.