Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:1549

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-01-2021
Datum publicatie
25-02-2021
Zaaknummer
8759410 CV EXPL 20-32167
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Factuur webwinkel. Ontvangst 1 van de bestellingen betwist. Met betrekking tot andere bestelling sprake van korting?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8759410 CV EXPL 20-32167

uitspraak: 29 januari 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

bol.com B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die procedeert in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘bol.com’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 31 augustus 2020, met producties;

  2. het schriftelijke verweer, met bijlagen;

  3. de conclusie van repliek, met een productie;

  4. de nadere schriftelijke reactie van [gedaagde], met een bijlage.

Het vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1

Bol.com vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan bol.com van € 114,22, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 79,90 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

Bol.com heeft nakoming van de tussen partijen gesloten koopovereenkomsten aan haar vordering ten grondslag gelegd. Via de website van bol.com heeft [gedaagde] twee bestellingen geplaatst. [gedaagde] heeft de producten in ontvangst genomen, maar hij heeft de facturen van bol.com, ondanks meerdere aanmaningen, niet voldaan. [gedaagde] is daarom naast de factuurbedragen ook wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.

2.3

[gedaagde] is het niet eens met de vordering van bol.com en voert daartegen – kort samengevat – het volgende aan.
De bestelling van 30 januari 2019 is niet geleverd. [gedaagde] vindt daarom dat hij de factuur inzake deze bestelling niet hoeft te betalen. Met betrekking tot de bestelling van 4 maart 2019 zijn partijen een korting overeengekomen, omdat het product niet aan de specificaties voldeed. Op 18 december 2020 heeft [gedaagde] het overeengekomen bedrag van € 44,- betaald. Hiermee heeft [gedaagde] aan zijn betalingsverplichting voldaan.

3. De beoordeling

3.1

De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst op afstand met betrekking tot een zaak tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument onder meer aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

Uit hetgeen bol.com bij dagvaarding heeft gesteld, en nader met de door haar overgelegde producties heeft onderbouwd, blijkt dat zij de wettelijke precontractuele informatie heeft verstrekt bij de beide bestellingen die [gedaagde] heeft gedaan.

Tevens is voldoende gesteld en gebleken dat de persoonlijke accountpagina van [gedaagde] bij bol.com kan worden aangemerkt als een ‘duurzame gegevensdrager’ in de zin van de artikelen 6:230v lid 7 BW en 6:230g lid 1 onder h BW. In het account is immers de bestelling terug te vinden. Bovendien is daarin alle informatie over de bestelling toegankelijk gemaakt voor toekomstig gebruik, waarbij bol.com heeft benadrukt dat die informatie ongewijzigd blijft gedurende een periode van minimaal zeven jaar. Slechts in een drietal door bol.com genoemde gevallen wordt van het uitgangspunt van de toegankelijkheid van de persoonlijke accountpagina afgeweken. Bol.com heeft echter voldoende onderbouwd dat het in die situaties gaat om uitzonderingsgevallen, waarbij de te volgen procedure bovendien met voldoende waarborgen is omkleed.

3.2

Het tussen partijen gerezen geschil spitst zich toe op de vraag of [gedaagde] nog een bedrag verschuldigd is aan bol.com uit hoofde van de beide koopovereenkomsten, die partijen gesloten hebben. Ter zake van dat geschil overweegt de kantonrechter het volgende.

3.3

Op grond van artikel 7:26 lid 2 BW dient de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Partijen hebben niet gesteld dat zij van deze wettelijke regeling zijn afgeweken. [gedaagde] betwist dat hij de bestelling van 30 januari 2019 heeft ontvangen en hij verwijst in dat verband onder meer naar het door hem overgelegde e-mailbericht van de “Accountor”, waarin erkend wordt dat het onderhavige artikel niet is geleverd.

Bol.com heeft te kennen gegeven dat zij de door [gedaagde] bij het antwoord overgelegde e-mailberichten niet kan lezen, omdat zij compleet zwarte pagina’s van de griffie heeft ontvangen. De kantonrechter gelast de griffier om met dit vonnis aan bol.com leesbare kopieën toe te sturen van de bijlagen die [gedaagde] bij antwoord heeft overgelegd, zodat bol.com daarop alsnog schriftelijk kan regeren. Tevens dient bol.com in haar reactie bewijzen over te leggen waaruit volgt dat de het door [gedaagde] op 30 januari 2019 bestelde artikel wel degelijk aan hem is geleverd. De kantonrechter verwijst de zaak naar de hierna te noemen rolzitting opdat bol.com zich schriftelijk kan uitlaten.

Vervolgens zal de kantonrechter [gedaagde] als gedaagde partij in de gelegenheid zich eveneens schriftelijk uit te laten over de nadere stellingen van bol.com.

3.4

Met betrekking tot de bestelling van 4 maart 2019 staat vast dat partijen met elkaar een koopovereenkomst hebben gesloten uit hoofde waarvan [gedaagde] € 54,95 moest betalen aan bol.com. Tussen partijen is in geschil of zij naderhand een lagere koopsom van € 44,- zijn overeengekomen, omdat het product niet aan de specificaties zou voldoen. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 BW). Bol.com heeft erkend dat zij inderdaad een korting van € 10,95 heeft aangeboden. Volgens bol.com heeft [gedaagde] dit aanbod echter niet aanvaard.

3.5

Uit het e-mailbericht dat bol.com bij repliek heeft overgelegd blijkt dat zij, althans een van haar partners, de korting van € 10,95 ongeclausuleerd heeft aangeboden en niet heeft verlangd dat [gedaagde] dat aanbod binnen een bepaalde periode accepteerde, bij gebreke waarvan het kwam te vervallen. [gedaagde] heeft dat aanbod alsnog geaccepteerd getuige de betaling van
€ 44,00 die hij stelt gedaan te hebben op 18 december 2020. De kantonrechter zal bol.com tevens in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de vraag of zij die betaling daadwerkelijk ontvangen heeft.

3.6

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 25 februari 2021 opdat bol.com zich schriftelijk kan uitlaten omtrent het gestelde in rechtsoverweging 3.3. en 3.5;

gelast de griffier om met dit vonnis aan bol.com leesbare kopieën te verstrekken van de producties die [gedaagde] bij zijn eerste schriftelijke verweer in het geding heeft gebracht;

bepaalt dat [gedaagde] op een nader vast te stellen rolzitting in de gelegenheid zal worden gesteld om zich eveneens schriftelijk uit te laten over de nadere stellingen van bol.com;

houdt iedere verdere beslissing in dit stadium van het geding aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416/710