Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:13187

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-12-2021
Datum publicatie
12-01-2022
Zaaknummer
C/10/584493 / HA ZA 19-982
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Dekkingsgeschil. Tussenvonnis. Uitlaten over bereddingskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/584493 / HA ZA 19-982

Vonnis van 29 december 2021

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE VOPAK N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. rechtspersoon naar buitenlands recht,

VOPAK TERMINALS SINGAPORE PTE LTD,

gevestigd te Singapore,

eiseressen,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam

tegen

vennootschap naar europees recht,

CHUBB EUROPEAN GROUP SE,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. E.J.W.M. van Niekerk te Rotterdam.

Eiseressen worden hierna Koninklijke Vopak en Vopak Singapore genoemd en gezamenlijk zullen zij als Vopak c.s. worden aangeduid. Gedaagde wordt hierna Chubb genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties 1 t/m 6;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 10;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties 7 t/m 9;

  • -

    de conclusie van dupliek;

  • -

    de brief van de rechtbank van 22 december 2020 waarbij de samenstelling van de rechtbank bij de comparitie van partijen is medegedeeld;

  • -

    aantekeningen voor de comparitie van partijen van Vopak c.s.;

  • -

    aantekeningen voor de comparitie van partijen van Chubb;

  • -

    het verhandelde ter comparitie van partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Op de Sebarok terminal in Singapore van Vopak Singapore is op 16/17 maart 2016 een van de opslagtanks van Vopak Singapore bezweken (hierna: het incident). Als gevolg daarvan is een verontreiniging van de bodem opgetreden door de uitstroom van 552 metrische ton “low sulphur waxy petroleum” (hierna: petroleum).

2.2.

Vopak Singapore huurde de site van Bougainville Realty PTE Ltd (hierna: Bougainville). In artikel 9 lid 4 van de huurovereenkomst (Lease-agreement, hierna: LA) van 24 juni 2005 is het volgende bepaald:

“9(4) Repairs
Without prejudice to Schedule 2, in the event of any damage to the Land or the Complex or any part thereof or if the Lessor shall serve on the Lessee a notice in writing specifying any repairs, renewal, replacement or rectification works to be done on the Land and/or the Complex, the Lessee shall forthwith execute the same and if the Lessee shall not within ten (10) days or such other reasonable period as agreed between the Lessor and the Lessee (having regard to the circumstances and extent of the damage or repairs, renewal, replacement or rectification works required) after such damage to the Land or the Complex (...) proceed diligently with the execution of such repairs then the Lessor shall be entitled to enter upon the Land and the Complex and execute such works and the costs thereof shall be a debt due from the Lessee to the Lessor and be forthwith recoverable by action.”

2.3.

Vopak Singapore heeft de vervuiling destijds zelf direct na het incident laten opruimen.

2.4.

De ten gevolge van het incident ontstane verontreiniging van de grond heeft Vopak Singapore niet gemeld bij het plaatselijk bevoegd gezag, de National Environmental Agency (hierna: NEA), in Singapore.

2.5.

Het incident is door Vopak c.s. op 9 december 2016 per e-mail bij Chubb gemeld.

2.6.

Ten tijde van het incident was Vopak Singapore verzekerd bij de rechtsvoorganger van Chubb (ACE European Group Limited) onder een lokale Premises Pollution Liability II Insurance Policy (met polisnummer [polisnummer 1]). De verzekerde som onder deze polis (hierna: de lokale polis) bedraagt EUR 1 miljoen. Verzekeringnemer is Koninklijke Vopak, Vopak Singapore is verzekerde onder deze polis.

2.7.

Koninklijke Vopak had, als verzekeringnemer, voorts een Premises Pollution Liability Master Policy (met polisnummer [polisnummer 2]) lopen bij (de rechtsvoorgangster van) Chubb (ACE European Group Limited) met een verzekerde som van EUR 25 miljoen. Deze polis (hierna: de Masterpolis) is op 1 juli 2015 ingegaan. Verzekeringnemer is Koninklijke Vopak, Vopak Singapore is verzekerde onder deze polis. Het betreft een claims made polis. AON trad bij het sluiten en daarna op als makelaar van Koninklijke Vopak.

2.8.

In de Masterpolis en de daarbij behorende ‘endorsements’ zijn, voor zover van belang, de volgende bepalingen opgenomen:

“(…)

Endorsement number 003

(…)

2. Difference in Limits

In the event that a claim is payable under a Local Policy and the total amount of the claim exceeds the limit of the liability thereunder this Policy will pay the difference between the limit of liability payable under such Local Policy and the corresponding limit stated in the Schedule under Limits of Liability.

It is hereby understood and agreed that the terms, definitions, exclusions and conditions contained in or endorsed onto this Policy shall be those used to determine the Company’s liability under this Difference in Limits Clause.

(…)

PREMISES POLLUTION LIABILITY POLICY
CLAIMS MADE BASIS
(…)

Section 2. Imposed Remediation Costs

The Company will pay on behalf of the Insured subject to the Limit of Liability the Remediation Costs which arise out of any Pollution Condition on, at, under or migrating from the Covered Locations listed in the Schedule where such Remediation Costs result from Regulatory Action or the requirement of a third party first imposed during the Period of Insurance and notified to the Company during the same Period of Insurance or during any applicable Extended Reporting.”

2.9.

Ramboll Environ Singapore Pte Ltd (hierna: Ramboll) heeft de schade-opgave van de expert van Koninklijke Vopak beoordeeld en haar beoordeling neergelegd in een memorandum van 9 oktober 2017.

2.10.

Vopak c.s. hebben aanspraak gemaakt op dekking onder zowel de lokale polis als de Masterpolis. Op grond van de lokale polis heeft Chubb de verzekerde som van EUR 1 miljoen aan Vopak Singapore uitbetaald. Onder de Masterpolis heeft Chubb dekking afgewezen.

3. Het geschil

3.1.

Vopak c.s. vorderen Chubb bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

“te veroordelen tot betaling aan [Koninklijke Vopak] als verzekeringnemer, althans aan [Vopak Singapore] als verzekerde, met dien verstande dat Chubb door betaling aan de één zal zijn gekweten jegens de ander, van een bedrag van Singaporese Dollars 5.918.861,92, omgerekend in euro's naar de koers van de dag van betaling, te verminderen met de uitkering onder de lokale polis van EUR 1 mio en het eigen risico onder de Master polis van EUR 500.000,00, doch te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2016, althans vanaf medio december 2016 (het moment van de melding van de schade bij Chubb), althans vanaf de dag waarop Ramboll aan Chubb heeft gerapporteerd, althans vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, alles met veroordeling van Chubb in de kosten van deze procedure.”

3.2.

Aan deze vordering leggen Vopak c.s. - samengevat en voor zover van belang - het volgende ten grondslag.

3.2.1.

De Masterpolis biedt dekking voor de kosten die Vopak Singapore heeft moeten maken voor de sanering van bodem van de Sebarok terminal in Singapore, welke sanering noodzakelijk was door de uitstroom van 552 metrische ton petroleum uit één van haar opslagtanks tengevolge van het incident. De door Vopak Singapore gemaakte kosten voor sanering zijn voortgevloeid uit een “requirement of a third party first imposed during the Period of Insurance” tot sanering van de bodem als bedoeld in section 2 van de Masterpolis, zodat sprake is van een verzekerd voorval.

3.2.2.

De door Vopak Singapore gemaakte kosten voor de sanering van de bodem (tank pit) zijn mede gedekt onder de Masterpolis als bereddingskosten op grond van artikel 7:957 BW. Door de uitstroom van het petroleum was sprake van een onmiddellijk dreigend gevaar voor zowel mens als milieu en onmiddellijke sanering was noodzakelijk om erger (gevaar voor de gezondheid en verdere vervuiling van het milieu) te voorkomen.

3.3.

Chubb voert gemotiveerd verweer en concludeert Vopak c.s. niet ontvankelijk te verklaren in hun vordering, althans hun deze te ontzeggen, alsmede Vopak c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente over die kosten vanaf 14 dagen na het wijzen van het vonnis.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Inleiding

4.1.

Op geschillen over de Masterpolis is Nederlands recht van toepassing vanwege de rechtskeuze in de Masterpolis (p. 10, onder Conditions, 2. Choice of Law). Die rechtskeuze bindt niet alleen Koninklijke Vopak als contractspartij, maar ook Vopak Singapore als verzekerde. Partijen twisten hierover niet.

4.2.

Deze procedure gaat over de vraag of de Masterpolis dekking biedt voor

het gedeelte van de kosten van sanering van de bodem van de Sebarok terminal in Singapore dat niet onder de lokale polis is vergoed. Vopak c.s. stellen dat de Masterpolis dekking biedt, omdat hun vordering valt binnen de omschrijving van section 2 van laatstgenoemde polis. Chubb bestrijdt dat.

4.3.

Uit section 2 van de Masterpolis (zie rov. 2.8) volgt dat dekking bestaat voor saneringskosten indien die kosten zijn voortgevloeid uit een “Regulatory Action” of een “requirement of a third party” waaraan is toegevoegd dat deze moeten zijn “first imposed during the Period of Insurance”.

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat de door Vopak Singapore gemaakte saneringskosten niet voortvloeien uit een “Regulatory Action”. Vaststaat dat Vopak Singapore de ten gevolge van het incident ontstane verontreiniging van de grond niet heeft gemeld bij de NEA (zie rov. 2.4). Van een “Regulatory Action” in de zin van section 2 van de Masterpolis is dan ook geen sprake geweest.

4.5.

Kernvraag in deze procedure is dus of er sprake is geweest van een “requirement of a third party first imposed during the Period of Insurance”.

Uitleg van de polisbepaling

4.6.

Voor beantwoording van de vraag of er sprake is geweest van een “requirement of a third party first imposed during the Period of Insurance”, komt het aan op de uitleg van section 2 van de Masterpolis. Die bepaling betreft een bepaling in een verzekeringsovereenkomst over de inhoud waarvan niet door partijen is onderhandeld. Voor de uitleg van die bepaling gelden de uitgangspunten uit het arrest Chubb/Dagenstaed (ECLI:NL:HR:2008:BC2793, NJ 2008/284) op grond waarvan de uitleg van de polisbepaling met name afhankelijk is van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de (eventuele) toelichting daarop. Het staat een verzekeraar vrij om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Dat brengt ook de vrijheid mee om daarbij - op een wijze die voor de verzekeringnemer op grond van voormelde objectieve factoren voldoende duidelijk kenbaar is - binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen te verbinden en aan andere niet, dan wel onderscheid te maken tussen gevallen die feitelijk zeer dicht bij elkaar liggen.

4.7.

Vopak c.s. stellen dat section 2 zo moet worden uitgelegd dat in dit geval sprake is geweest van een “requirement of a third party first imposed during the Period of Insurance”. Daarvoor voeren zij het volgende aan. De verplichting tot het opruimen van de petroleum vloeit voort uit artikel 9 lid 4 van de LA. Deze verplichting ontstond pas na het incident en niet reeds onmiddellijk na het sluiten van de LA in 2005. Vopak heeft zich op grond van artikel 9 lid 4 van de LA verbonden om, indien en op het moment dat er sprake is van schade aan het terrein, deze schade terstond op te ruimen. De daadwerkelijke eis tot opruiming (“requirement”) ontstaat echter pas op het moment dat de schade is ontstaan. Op dat moment wordt de eis (“requirement”) tot onmiddellijke sanering (“forthwith execution”) daadwerkelijk opgelegd (“imposed”) door de Lessor aan Vopak Singapore. Voorafgaand aan dat moment bestond nog geen concrete eis (“requirement”) tot sanering, alleen een verbintenis om te saneren op het moment dat sprake zou zijn van vervuiling (een voorwaardelijke verbintenis). Als in geval van vervuiling alleen zou hoeven worden uitgekeerd na een “event specific action”, in de zin van een vordering tot onmiddellijke sanering c.q. tot vergoeding van de schade, dan had het op de weg van Chubb gelegen dit duidelijker in de polisvoorwaarden tot uitdrukking te brengen.

Chubb heeft de door Vopak c.s. voorgestane uitleg van section 2 gemotiveerd betwist.

4.8.

De rechtbank is van oordeel dat section 2 zo moet worden uitgelegd dat voor dekking onder section 2 noodzakelijk is dat ná het incident aan Vopak Singapore een eis tot onmiddellijke sanering van de bodem wordt opgelegd door een derde partij en dat dus, zoals door Chubb bepleit, een “event specific action” nodig is om section 2 te ‘triggeren’.

4.9.

Deze uitleg is in overeenstemming met de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de bewoordingen van de zinsnede “requirement of a third party first imposed during the Period of Insurance” van section 2. Het moet blijkens die bewoordingen immers niet alleen gaan om een “requirement”, maar die moet voor het eerst zijn opgelegd tijdens de looptijd van de polis. De omstandigheid dat onder section 2 eveneens dekking bestaat voor saneringskosten die voortvloeien uit een “Regulatory Action” onderstreept dat een “event specific action” nodig is tijdens de looptijd van de polis, wil er dekking bestaan onder section 2; een regulation op zichzelf volstaat, zo blijkt uit die bewoordingen, niet. Uit de samenhang van die bepalingen volgt dat die “event specific action” blijkens de bewoordingen van section 2 afkomstig kan zijn van een Regulator of van een (andere) derde partij.

4.10.

Ook de polisvoorwaarden als geheel ondersteunen deze uitleg van section 2. Het gaat in het onderhavige geval om een aansprakelijkheidsverzekering, dus er is hoe dan ook betrokkenheid van een ander nodig die schade heeft geleden, waarvoor hij verzekerde aanspreekt. Uit de kop van het polisdocument waarin de dekkingsomschrijving is gegeven volgt, en tussen partijen staat ook niet ter discussie, dat de verzekering is gesloten op “claims made basis” (p. 1 van de Masterpolis, geciteerd in rov. 2.8). Bij een aansprakelijkheidsverzekering op “claims made basis” is voor dekking bepalend dat een claim (of eventueel een daaraan voorafgaande mededeling) is ontvangen tijdens de looptijd van de polis. Dat is voor de temporele afbakening van de dekking wezenlijk. Daarbij past niet dat een contractuele verplichting jegens een ander in combinatie met een in potentie aansprakelijkheid scheppend incident voldoende zou zijn voor dekking, als die ander verzekerde niet aanspreekt, om wat voor reden dan ook.

4.11.

Ook de verhouding tussen section 1 van de Masterpolis “Own Primary Remediation Costs” – waarvoor Vopak c.s., zoals tussen partijen vaststaat, geen verzekering hebben afgesloten – en section 2 “Imposed Remediation Costs” onderstreept voorgaande uitleg. Section 1 ziet op door de verzekerde uit eigen beweging gemaakte saneringskosten voor verontreiniging die door verzekerde zijn ontdekt tijdens de verzekeringsperiode en section 2 ziet op door verzekerde gemaakt saneringskosten als gevolg van een door een derde partij opgelegde eis tot sanering tijdens de verzekeringsperiode. Bij dat onderscheid past niet dat door verzekerde eigener beweging gemaakte kosten onder section 2 gedekt zijn zo lang de derde daar niet tenminste om vraagt gedurende de looptijd van de polis.

4.12.

De uit artikel 9 lid 4 van de LA voortvloeiende contractuele verplichting tot sanering, indien en op het moment dat zich een verontreiniging van de bodem voordoet, kan niet worden gekwalificeerd als een door een derde partij na het incident aan Vopak Singapore opgelegde eis tot sanering van de bodem. Deze contractuele verplichting is naar het oordeel van de rechtbank in de eerste plaats niet gelijk te stellen aan een eis tot sanering (“requirement”) als bedoeld in de polis omdat geen sprake is van een ‘event specific action’. Ook indien die contractuele verplichting wel zou (moeten) worden aangemerkt als een eis tot sanering (“requirement”) als bedoeld in de polis, dan leidt dat niet tot de conclusie dat er wel dekking bestaat onder section 2. In dat geval is immers geen sprake van een eis tot sanering “first imposed” “during the Period of Insurance”. De LA tussen Vopak Singapore en Bougainville is op 24 juni 2005 gesloten en dus ruim voor het moment van ingaan van de Masterpolis op 1 juli 2015.

4.13.

Dat, zoals Vopak c.s. stellen, het op de weg van Chubb had gelegen duidelijker in de polisvoorwaarden tot uitdrukking te brengen dat in geval van vervuiling onder section 2 alleen zou hoeven worden uitgekeerd na een “event specific action”, ziet de rechtbank niet in. De dekkingsomschrijving van section 2 is voldoende duidelijk. Daarbij komt dat Koninklijke Vopak een bedrijf van grote omvang is dat werd bijgestaan door een ter zake kundige makelaar.

4.14.

Gezien de wijze waarop section 2 moet worden uitgelegd en nu als vaststaand moet worden beschouwd dat Bougainville Vopak Singapore niet heeft gevraagd om de verontreiniging op te ruimen, laat staan dat van haar heeft gevorderd, is geen sprake geweest van een “requirement” van Bougainville als derde partij richting Vopak Singapore als verzekerde ná het incident. Dit betekent dat er geen dekking bestaat onder section 2 van de Masterpolis voor de door Vopak c.s. gevorderde kosten van sanering van de bodem van de Sebarok Terminal in Singapore.

Beroep Vopak c.s. op beperkende werking van redelijkheid en billijkheid

4.15.

Vopak c.s. stellen dat als section 2 moet worden uitgelegd zoals door Chubb bepleit, een beroep door Chubb op die bepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW). Volgens Vopak c.s. is hooguit formeel niet voldaan aan de omschrijving in de polisvoorwaarden, omdat een “event specific action” ontbrak, maar materieel gezien wel. Verder had Chubb Vopak c.s. op zijn minst moeten waarschuwen dat onder section 2 een “event specific action” nodig was voor dekking van door Vopak Singapore gemaakte saneringskosten en had Chubb moeten toelichten wat zij onder een “event specific action” verstaat.

Chubb heeft het beroep van Vopak c.s. op artikel 6:248 lid 2 BW gemotiveerd betwist.

4.16.

Het weigeren van een vergoeding die buiten de verzekeringsdekking valt, kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn indien zich bijzondere omstandigheden voordoen die dat oordeel rechtvaardigen. Het moet gaan om bijzondere omstandigheden, omdat een verzekeraar immers de vrijheid heeft om de dekking te omschrijven. De omstandigheden die Vopak c.s. naar voren brengen zijn naar het oordeel van de rechtbank niet zo bijzonder dat zij het beroep van Chubb op section 2 ter weigering van de dekking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken. Chubb had Vopak c.s. niet hoeven waarschuwen dat onder section 2 een “event specific action” nodig was voor dekking van door Vopak Singapore gemaakte saneringskosten en was ook niet gehouden aan Koninklijke Vopak toe te lichten welke gebeurtenis of handeling als zodanig valt te kwalificeren. De dekkingsomschrijving van section 2 is voldoende duidelijk en daarbij komt dat Koninklijke Vopak bij het sluiten van de Masterpolis werd bijgestaan door een ter zake kundige makelaar. Dat Koninklijke Vopak section 2 van de Masterpolis anders zou hebben begrepen, maakt dit niet anders.

4.17.

De omstandigheid dat hooguit formeel niet zou zijn voldaan aan de omschrijving in de polisvoorwaarden, omdat een “event specific action” ontbrak, maar materieel gezien wel, is ook niet aan te merken als een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Het is weliswaar juist dat, zoals Vopak c.s. in dit verband naar voren brengen, uit artikel 9 lid 4 van de LA een contractuele verplichting tot sanering voortvloeit indien en op het moment dat zich een verontreiniging van de bodem voordoet, maar dit betekent niet dat die situatie materieel gelijk te stellen is aan een op grond van de Masterpolis gedekt evenement. Kosten gemaakt voor het uit eigen beweging opruimen van verontreiniging - dus zonder dat sprake is van een door een derde partij opgelegde eis tot sanering tijdens de verzekeringsperiode - vallen onder section 1. Dat is echter, zoals gezegd, een section die door Koninklijke Vopak niet is verzekerd.

4.18.

Het beroep van Vopak c.s. op artikel 6:248 lid 2 BW faalt dus.

Bereddingskosten

4.19.

Volgens Vopak c.s. komen de door Vopak Singapore gemaakte kosten voor sanering van de bodem (tank pit) afzonderlijk als bereddingskosten voor vergoeding in aanmerking onder de Masterpolis op grond van artikel 7:957 BW. Daartoe voeren zij het volgende aan.
De petroleum die uit de tank in de bodem was gelopen is sterk vervuilend. Vopak Singapore heeft destijds al zeker 50 cm van de grond moeten laten verwijderen. Vopak Singapore mocht mede op basis van de adviezen van haar adviseurs GreenChem en Cunningham Lindsey aannemen dat zij onmiddellijk maatregelen moest treffen, aangezien de situatie gevaarlijk was voor mens en milieu en de schade nog verder zou toenemen op het moment dat de substantie nog verder in de bodem zou doordringen en/of mensen (waaronder werknemers) hiermee in aanraking zouden komen. Onder deze omstandigheden - die vergelijkbaar zijn met de omstandigheden die zich voordeden in de Staedion-zaak (ECLI:NL:HR:2007:BA7560, NJ 2007/641) - komen de kosten die Vopak Singapore heeft gemaakt als bereddingskosten voor vergoeding in aanmerking, nu sprake was van een reëel gevaar voor (in het kader van de polis relevante) schade die slechts door het nemen van deze bijzondere maatregel kon worden weggenomen.

Chubb heeft deze stellingen gemotiveerd betwist

4.20.

Art. 7:957 lid 1 BW bepaalt dat zodra de verzekeringnemer of de verzekerde van de verwezenlijking van het risico of het ophanden zijn daarvan op de hoogte is, of behoort te zijn, elk hunner, naar mate hij daartoe in de gelegenheid is, binnen redelijke grenzen verplicht is alle maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade kunnen leiden. Art. 7:957 lid 2 BW bepaalt dat de verzekeraar de kosten van die maatregelen vergoedt. Bereddingskosten zien dus onder meer op het voorkomen van het verwezenlijken van het verzekerde risico, in het belang van de verzekeraar, zodat de te vergoeden schade wordt voorkomen of de omvang daarvan wordt beperkt.

4.21.

Op basis van de stellingen van partijen is ongewis of de saneringskosten waarvan Vopak c.s. in deze procedure vergoeding vordert, zijn gemaakt ter voorkoming van het verwezenlijken van een onder de Masterpolis verzekerd risico.

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om zich hierover bij akte uit te laten.

4.22.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 januari 2022 voor het nemen van een akte na tussenvonnis door Vopaks c.s. waarin zij zich kunnen uitlaten als bedoeld in rechtsoverweging 4.21, waarna Chubb op de rol van vier weken later in de gelegenheid zal worden gesteld om een antwoordakte te nemen.

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, mr. J.E. Molenaar en mr. D.H. Dongelmans en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2021.