Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:13178

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-12-2021
Datum publicatie
11-01-2022
Zaaknummer
10/996642-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen van een (totaal)bedrag van € 455.030 en drie personenauto’s. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat de verdachte jarenlang structureel speelwinsten heeft behaald op gokmachines. Bij gebreke aan een afdoende verklaring omtrent een legale herkomst van de geldbedragen komt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat die bedragen en de daarmee aangeschafte auto’s middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dat wist. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996642-18

Uitspraakdatum: 23 december 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] ( [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

bijgestaan door mr. G.S.J. van Gestel en mr. H. Raza, advocaten te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 december 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L.M. Kuiper heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde (met uitzondering van het medeplegen);

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte een voldoende concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de legale herkomst van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen en voertuigen.

Beoordeling

De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij zich in de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 november 2018, al dan niet samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van onder meer een (totaal)bedrag van € 455.030 en drie personenauto’s.

Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat vaststaat dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat hoeft niet een nauwkeurig aangeduid misdrijf te zijn. Als er geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen het voorwerp en een delict, kan toch bewezen worden geacht dat het ‘uit enig misdrijf’ afkomstig is, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Het is aan de officier van justitie om dergelijke feiten en omstandigheden naar voren te brengen. Als de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het betreffende voorwerp. Een dergelijke verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Als de verdachte zo’n verklaring heeft gegeven, dan ligt het vervolgens op de weg van de officier van justitie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Vermoeden van witwassen

Vast staat dat van de verdachte in de ten laste gelegde periode geen legale inkomsten of noemenswaardige spaartegoeden bekend zijn. Ook staat vast dat hij in die periode drie auto’s heeft aangeschaft, te weten een Audi RS3, een BMW 330d en een Audi Q5. De verdachte heeft de aanschafprijs van deze voertuigen, al dan niet na inruil van andere voertuigen, telkens contant voldaan. Het ging daarbij om contante betalingen van respectievelijk € 30.500, € 68.000 en € 30.000. Ook is komen vast te staan dat in periode van 1 januari 2012 tot en met medio juni 2018 sprake is geweest van contante geldstortingen voor een (totaal)bedrag van € 244.650 op de bankrekening van de verdachte. Onder de verdachte is daarnaast € 32.880 aan contanten aangetroffen. De verdachte heeft tot slot zijn huis laten verbouwen voor een bedrag van € 32.000.

Er is geen brondelict aan te wijzen als herkomst van de genoemde geldbedragen. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Dat vermoeden volgt uit de aanzienlijke discrepantie tussen de omvang van de uitgaven, de contante stortingen en het onder de verdachte aangetroffen geldbedrag enerzijds en het ontbreken van legale geregistreerde inkomsten anderzijds. Dat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het geld waarmee genoemde uitgaven zijn bekostigd niet van misdrijf afkomstig is.

Verklaring verdachte

Over de herkomst van de geldbedragen heeft de verdachte verklaard dat dit gokwinsten zijn. De verdachte gokt naar eigen zeggen zijn hele leven al en kan daarmee ruim in zijn levensonderhoud voorzien. In de ten laste gelegde periode heeft de verdachte structureel inkomsten gegenereerd in het casino. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft de verdachte verwezen naar de onder hem in beslag genomen casinobonnen.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met het voorgaande een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven dat de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen en personenauto’s niet van misdrijf afkomstig zijn.

Resultaten onderzoek FIOD

De FIOD heeft naar aanleiding van de verklaringen van de verdachte, voor zover dit mogelijk was, nader onderzoek ingesteld.

Er is onder meer onderzoek gedaan naar de onder de verdachte aangetroffen casinobonnen, daterend van 11 maart 2012 tot en met 31 oktober 2018. Het merendeel van deze bonnen waren afkomstig uit casino Diamond Palace te Rotterdam. Uit dit onderzoek is onder meer gebleken dat de bonnen geen bewijs van winst vormen, maar slechts een bewijs van uitkering. Die uitkering kan bestaan uit inleg, verlies of winst.

Voorts zijn getuigen gehoord, onder wie [naam persoon 1] , [naam functie 1] bij Diamond Palace. [naam persoon 1] heeft verklaard dat de verdachte een vaste bezoeker is van het casino en dat hij bekend staat om het spelen op grove gokmachines. [naam persoon 1] had evenwel geen zicht op verdachtes inleg, verlies of winsten.
Ook [naam persoon 2] , [naam functie 2] Palace Casino’s, is gehoord. Hij heeft verklaard dat in het algemeen niemand structureel winst kan genereren bij een casino als Diamond Palace, waar uitsluitend op elektronische speelautomaten kan worden gespeeld.

[naam persoon 3] , inspecteur bij de Kansspelautoriteit, heeft verklaard dat het nagenoeg uitgesloten is dat iemand zo structureel winsten genereert van het spelen op gokmachines dat van de winsten in het levensonderhoud kan worden voorzien. De enige mogelijkheid om op deze wijze structureel inkomsten te genereren, is door het zogeheten ‘afleggen’: het langdurig in de gaten houden van een gokmachine die door een derde wordt bespeeld.
Dit is een praktijk die casino’s volgens [naam persoon 3] over het algemeen niet willen hebben. Dit vindt steun in de verklaring van [naam persoon 2] , dat het beleid van Diamond Palace is om afleggen (ook wel ‘timeren’ genoemd) uit te bannen, dat de medewerkers wordt meegegeven daar goed op te letten en dat gasten die meekijken met een ander die op een gokmachine speelt daarop worden aangesproken. Daarnaar gevraagd en na bestudering van de onder de verdachte aangetroffen casinobonnen, heeft [naam persoon 3] verklaard dat het, gelet op de tijdstippen van de bonnen, onmogelijk is dat de verdachte heeft ‘afgelegd’ en tegelijk op de gokmachines heeft gespeeld.

De verdachte heeft ter terechtzitting uitvoerig betoogd dat hij er in slaagde winsten te behalen op de gokmachines door middel van afleggen. Een groep van vijf à zes vaste bezoekers van het casino hield ten behoeve van de verdachte de gokmachines nauwlettend in de gaten. Van deze groep personen kende de verdachte maar van één persoon (slechts de voor)naam en het telefoonnummer, van de overige kende hij geen namen of telefoonnummers. Als een potentieel uitkerende machine vrij kwam, werd de verdachte daarvan door hen in kennis gesteld. De gokmachine werd dan gereserveerd tot de verdachte arriveerde. Op die manier verwierf hij, aldus de verdachte, met een relatief geringe inleg, grote winsten.

De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk geworden. Niet alleen omdat de verdachte wisselend heeft verklaard over het afleggen, maar ook omdat dit in tegenspraak is met hetgeen er van de zijde van de Kansspelautoriteit en Diamond Palace over is gesteld. Uit de verklaring van [naam persoon 3] leidt de rechtbank af dat afleggen tijd kost en niet te verenigen is met het tegelijkertijd zelf spelen. Het behalen van winst op gokmachines lijkt uitsluitend mogelijk indien iemand structureel op het juiste moment in het spel stapt en weet te profiteren van de verliezen van anderen. Deze werkwijze vergt echter zo’n mate van organisatie, consequentheid, structuur en omvang dat het de rechtbank onaannemelijk voorkomt dat de verdachte bijna 7 jaren lang op deze wijze en met dergelijke hoge winsten heeft kunnen opereren zonder dat dit opviel bij de medewerkers van Diamond Palace. Daar komt bij dat niet valt in te zien waarom anderen bij een potentieel uitkerende gokmachine, niet zelf zouden spelen maar steeds de verdachte in de gelegenheid zouden stellen daarvan te profiteren. Evenmin valt in te zien hoe het kan dat uitsluitend de verdachte erin slaagt telkens op deze manier inkomsten uit gokken te genereren. Dat de verdachte, naar eigen zeggen ‘de Ronaldo van de gokmachines’, in dit opzicht over bijzondere gaven beschikt, is niet aannemelijk geworden.

Het enkele gegeven dat de verdachte een frequente bezoeker is van Diamond Palace en een groot aantal casinobonnen voorhanden heeft, onderbouwt zijn verklaring op zichzelf niet. Van de verdachte mocht meer worden gevergd om te onderbouwen dat de geldbedragen nettowinsten betroffen. De rechtbank kent daarbij in het bijzonder betekenis toe aan de (aanzienlijke) omvang van de bedragen, het systematische karakter van de contante stortingen gedurende een periode van ruim zes jaar, het feit dat gokwinsten de enige gestelde inkomstenbron waren, het uitgavenpatroon van de verdachte en de omstandigheid dat niet op reguliere wijze aangifte kansspelbelasting is gedaan terwijl de verdachte wel een boekhouder had en deze hem zelfs had aangeraden de casinobonnen te bewaren. Onder deze omstandigheden rust op de verdachte een behoorlijk zware onderbouwingslast om zijn alternatieve scenario aannemelijk te maken. De rechtbank tekent daarbij aan dat de verdachte niet zijn onschuld hoeft te bewijzen, maar dat hij tegenover het sterke vermoeden dat de geldbedragen een criminele herkomst hadden, meer had moeten inbrengen om dit vermoeden te ontkrachten dan hij heeft gedaan. Temeer omdat hij moest beseffen dat zijn verklaring over de herkomst van de geldbedragen op ongeloof zou stuiten, nu het een feit van algemene bekendheid is dat het jarenlang structureel behalen van nettowinsten met kansspelen uitzonderlijk is. De verdachte heeft in het geheel geen overzichten over zijn (netto) speelwinsten of anderszins stukken die de gestelde structurele speelwinsten onderbouwen, overgelegd.

Dit alles maakt dat de verdachte er niet in is geslaagd het vermoeden van witwassen te ontkrachten. Bij gebreke aan een afdoende verklaring omtrent een legale herkomst van de geldbedragen komt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat die bedragen en de daarmee aangeschafte auto’s middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dat wist.

Door de verdediging is betoogd dat nader onderzoek had moeten worden verricht naar de personen die de gokautomaten in het casino in de gaten hielden. De rechtbank overweegt dat de verdachte aanvankelijk geen namen heeft willen noemen van deze personen. Zo heeft de verdachte eerst nadat hij werd geconfronteerd met tapgesprekken, willen verklaren dat [naam persoon 4] een van die personen betreft. Door de wisselende verklaringen die de verdachte op dit punt heeft afgelegd, is er geen duidelijk beeld ontstaan over de identiteit van deze personen en de werkwijze die deze groep zou hanteren. De verdachte is in 2018 al geconfronteerd met de onderhavige verdenking, zodat hem niet de tijd ontbrak om informatie over hun identiteit aan te leveren. De verdachte heeft aldus onvoldoende aanknopingspunten gegeven voor nader onderzoek.

Voor zover de verdediging heeft aangevoerd dat is nagelaten nader onderzoek te verrichten aan het zgn. REAC-systeem, heeft de officier van justitie, onder verwijzing naar de verklaring van [naam persoon 1] , voldoende onderbouwd dat het REAC-systeem de identiteit van de speler die gebruik maakt van een specifiek gokautomaat niet registreert en dat nader onderzoek aan dit systeem dan ook geen relevante gegevens voor de onderhavige strafzaak zou opleveren. De rechtbank is niet gebleken dat cruciaal onderzoek achterwege is gelaten.

Medeplegen

Niet is komen vast te staan dat de verdachte nauw en bewust met een ander of anderen heeft samengewerkt, zodat hij zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

Conclusie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk witwassen van geldbedragen en drie voertuigen. De verdachte heeft de geldbedragen en de voertuigen gedurende de ten laste gelegde periode verworven, voorhanden gehad en/of omgezet en er gebruik van gemaakt. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde. Gelet op de omvang van het bedrag en de pleegperiode acht de rechtbank bewezen dat sprake is geweest van gewoontewitwassen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 1 januari 2012

tot en met 20 november 2018 te Rotterdam en/of Oirschot,

voorwerpen, te weten (onder meer):

- een geldbedrag van 244.650 euro en

- een geldbedrag van 32.880 euro en

- een geldbedrag van 32.000 euro en

- een geldbedrag van 47.500 euro en

- een geldbedrag van 68.000 euro en

- een geldbedrag van 30.000 euro

en

-een auto van het merk Audi RS3 en

een auto van het merk BMW 330d en

een auto van het merk Audi Q5

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of

heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim zes jaar schuldig gemaakt aan het witwassen van een (totaal)bedrag van € 455.030. Van dat geld heeft de verdachte onder meer drie auto’s aangeschaft, zijn huis verbouwd en contante stortingen gedaan op zijn bankrekening. Witwassen is een ernstig feit. Hierdoor worden de inkomsten uit misdrijven in het legale betalingsverkeer gebracht. Dit is een gevaar voor de integriteit van het financiële en economische verkeer. Bovendien worden deze inkomsten daarmee aan het zicht van de justitiële en fiscale autoriteiten onttrokken.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het op naam van de verdachte staand uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 21 oktober 2021, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor witwassen. Weliswaar is de verdachte eerder veroordeeld ter zake van een vermogensdelict, maar vanwege het tijdsverloop zal deze veroordeling niet in het nadeel van de verdachte meewegen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten die gelden voor fraude.

Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. De verdachte is in de onderhavige zaak op 20 november 2018 in verzekering gesteld. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden.

Tussen 20 november 2018 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim 3 jaar. Uitgaande van een redelijke termijn van 2 jaar, is er in deze zaak sprake van een overschrijding daarvan van 1 jaar. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn diverse voorwerpen en geldbedragen in beslag genomen. De officier van justitie heeft ten aanzien van de geldbedragen, het Rolex horloge en de Rolexdoos met daarin een garantiebewijs gevorderd deze verbeurd te verklaren. Ten aanzien van de overige goederen heeft zij gevorderd dat deze worden teruggegeven aan de verdachte.

De rechtbank beslist ten aanzien van de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen als volgt:

  • -

    de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 genummerde voorwerpen zullen verbeurd worden verklaard, nu het bewezen feit met betrekking tot deze voorwerpen is begaan;

  • -

    de onder 8 en 9 genummerde voorwerpen, zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf:

Voorwerp Waarde

Geld Euro 25000.00

-

IBG d.d. 20-11-2018 [beslagnummer 1]

2. Geld Euro 4630.00

-

IBG d.d. 20-11-2018 [beslagnummer 2]

3. Geld Euro 730.00

-

IBG d.d. 20-11-2018 [beslagnummer 3]

4. Geld Euro 410.00

-

IBG d.d. 20-11-2018 [beslagnummer 4]

5. Geld Euro 110.00

-

IBG d.d. 20-11-2018 [beslagnummer 5]

6. Geld Euro 2000.00

IBG d.d. 20-11-2018 [beslagnummer 6]

7. 1.00 STK Horloge Kl:zilverkleu

ROLEX Oyster Per

Horloge Rolex Oyster Perpetual [beslagnummer 7]

10. 1.00 DS Doos Kl:D01.04.001

DOOS VAN ROLEX Oyster L met garantiebewijs

Hoort bij Rolex horloge vwn: [beslagnummer 8]

- gelast de teruggave aan verdachte van:

8. 1.00 STK Documentenmap

-

Locatie A/ [naam] [nummer] DOC-027 t/m 205

9. 1.00 STK Documentenmap

-

Locatie A/ [naam] [nummer] DOC-206 t/m 288 en DOC-305.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. Bade, voorzitter,

mr. R.H. Kroon en mr. M.J.C. Spoormaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Ince, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 december 2021.

De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 20 november 2018 te Rotterdam en/of Oirschot, althans in een of

meer plaats(en) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander althans alleen,

van één of meerdere voorwerp(en), te weten (onder meer):

- een (groot) geldbedrag van 244.650 euro (AMB-005 ) en/of

- een (groot) geldbedrag van 32.880 euro (AMB-018) en/of

- een (groot) geldbedrag van 32.000 euro en/of

- een (groot) geldbedrag van 47.500 euro (AMB-002) en/of

- een (groot) geldbedrag van 68.000 euro (AMB-002) en/of

- een (groot) geldbedrag van 30.000 euro (AMB-002),

althans (van) (een) geldbedrag(en),

en/of

-een auto van het merk Audi RS3 en/of

een auto van het merk BMW 330d en/of

een auto van het merk Audi Q5,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbenden op die voorwerpen waren, en/of heeft verborgen

en/of verhuld wie die voorwerpen voorhanden hebben gehad

immers heeft verdachte

voor een bedrag aan 244.650 euro in contanten op zijn rekening

[rekeningnummer] gestort over de periode 2012 tot en met augustus 2018

(DOC-011) en/of

voor een bedrag aan 32.000 zijn woning aan de [adres verdachte] in Rotterdam

verbouwd en/of

- voor een contant bedrag van 47.500 euro een Audi RS3 gefinancierd en/of

- voor een contant bedrag van 68.000 euro een BMW 330d gefinancierd en/of

- voor een contant bedrag van 30.000 euro een Audi Q5 gefinancierd

en/of

een of meerdere voorwerp(en), te weten (onder meer):

- een (groot) geldbedrag van 244.650 euro (AMB-005 ) en/of

- een (groot) geldbedrag van 32.880 euro (AMB-018) en/of

- een (groot) geldbedrag van 32.000 euro en/of

- een (groot) geldbedrag van 47.500 euro (AMB-002) en/of

- een (groot) geldbedrag van 68.000 euro (AMB-002) en/of

- een (groot) geldbedrag van 30.000 euro (AMB-002),

althans (van) (een) geldbedrag(en),

en/of

-een auto van het merk Audi RS3 en/of

een auto van het merk BMW 330d en/of

een auto van het merk Audi Q5

- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of

heeft omgezet en/of gebruikt heeft gemaakt,

terwijl hij verdachte, en/of zijn mededader(s), wist(en) dat/die voorwerpen -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e)

misdrijf/misdrijven;

en hij en/of zijn, verdachtes, mededader(s) van het plegen van dit feit een

gewoonte heeft gemaakt.