Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:13149

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-12-2021
Datum publicatie
07-01-2022
Zaaknummer
10/700192-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tbs-verlenging voor 2 jaar. Het resocialisatietraject zal meer dan 1 jaar in beslag nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/700192-15

Datum uitspraak: 15 december 2021

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[naam ter beschikking gestelde] (de ter beschikking gestelde),
geboren op [geboorteplaats ter beschikking gestelde] op [geboortedatum ter beschikking gestelde] ,

verblijvende in [naam instelling] te [plaatsnaam] (de instelling),

raadsvrouw mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te Den Haag.

1. Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 23 oktober 2015 is de terbeschikkingstelling van

L.E. Hooi gelast en is zijn verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) bevolen.

De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 24 november 2015.

Bij beslissing van deze rechtbank van 4 december 2019 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.

2. Procesverloop

De rechtbank heeft op 21 oktober 2021 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar. Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd dan wel zijn die later toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 15 december 2021 behandeld. De officier van justitie mr. J. Berton, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsvrouw, en (door middel van videoverbinding) de deskundige [naam] , werkzaam als gz-psycholoog en behandelcoördinator bij de instelling, zijn gehoord.

3. Advies

Advies instelling

De instelling adviseert in het rapport van 24 september 2021 de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.

Bij de ter beschikking gestelde is nog steeds sprake van stoornissen. Op 10 februari 2021 is de ter beschikking gestelde naar [naam instelling] overgeplaatst. Inmiddels is hij ingebed in de nieuwe structuur en is sprake van een goede behandelrelatie met de instelling. In geval van (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs-matregel met dwangverpleging is het recidiverisico hoog. In de huidige setting wordt het recidiverisico als laag-matig ingeschat. De ter beschikking gestelde zal aangewezen blijven op de stevige forensische structuur, begeleiding en toezicht die wordt geboden om blijvend stabiel te functioneren. De ter beschikking gestelde staat thans op de wachtlijst geplaatst voor Eikenstein, de open afdeling op het terrein van [naam instelling]. Een voorwaarde voor de overplaatsing is dat de ter beschikking gestelde abstinent van middelen blijft. Op korte termijn zal het Forensisch Psychiatrisch Team (FPT) worden ingezet waarbij om een adviesrapport met het oog op proefverlof zal worden verzocht.

Op de terechtzitting gegeven aanvulling

De deskundige [naam] heeft het advies van de instelling op de terechtzitting aangevuld. De ter beschikking gestelde is kort geleden overgeplaatst naar de open afdeling op het terrein van [naam instelling] en hij is ook al voor een plek in het FPT aangemeld. Begin november 2021 is een aanvraag voor proefverlof ingediend. Indien de aanvraag wordt goedgekeurd, zou de ter beschikking gestelde naar verwachting vanaf mei/ april 2022 proefverlof kunnen praktiseren.

4. Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Standpunt van de ter beschikking gestelde

De raadsvrouw heeft primair om verlenging van de ter beschikking gestelde met de duur van één jaar bepleit. Subsidiair heeft zij zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling zoals verzocht.

5. Beoordeling

Op grond van het advies van de deskundige van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:

- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.

De ter beschikking gestelde heeft ten aanzien van het tbs-traject in de afgelopen periode een positieve ontwikkeling laten zien. De samenwerkingsrelatie met de instelling is goed en de ter beschikking gestelde zet zich naar vermogen in voor de behandelonderdelen. Dat neemt niet weg dat hij nog een weg te gaan heeft. Gelet op het advies van de instelling dienen de verdere stappen in het traject geleidelijk plaats te vinden om tot een goede en verantwoorde resocialisatie te komen. De ter beschikking gestelde is zeer recent overgeplaatst naar de open afdeling op het terrein van [naam instelling] en er moet worden bezien hoe het tbs-traject zich verder ontwikkelt. Ook het proefverlof dat kort geleden is aangevraagd, moet nog worden goedgekeurd.

Nu een en ander naar verwachting nog zeker meer dan één jaar in beslag zal nemen, ziet de rechtbank geen aanleiding om de terbeschikkingstelling slechts met één jaar te verlengen. Het daartoe strekkende verzoek van de raadsvrouw zal daarom worden afgewezen. De rechtbank zal de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar toewijzen.

De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

6. Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaar;

wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. J.J. Bade, voorzitter,

en mrs. J. de Lange en M.M. Dolman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Erasmus griffier,

en is in het openbaar uitgesproken.

De oudste en de jongste rechters zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.