Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:12969

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-09-2021
Datum publicatie
30-12-2021
Zaaknummer
9188395 \ CV EXPL 21-15593
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Licentieovereenkomst, 6:258 BW onvoorziene omstandigheden, Coronamaatrelegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9188395 \ CV EXPL 21-15593

uitspraak: 17 september 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. de vereniging

Vereniging Buma,

gevestigd te: Hoofddorp en

2. de stichting

Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten

gevestigd te Hilversum,

eiseressen bij exploot van dagvaarding van 22 april 2021,

gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor De Best en Partners B.V. te Hoofddorp,

tegen

[gedaagde] ,

h.o.d.n. [naam bedrijf]

woonplaats: [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

gemachtigde: Administratiekantoor L. van Oers te Lepelstraat.

Partijen worden hierna aangeduid als Buma, Sena en [gedaagde].

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het exploot van dagvaarding, met producties

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

Buma heeft als enige organisatie in Nederland de toestemming gekregen, als bedoeld in artikel 30a Auteurswet, van de Minister van Justitie, bij beschikking d.d. 24 maart 1993 tot het als bedrijf, zonder winstoogmerk, bemiddelen inzake muziekauteursrecht. Buma behartigt de belangen van de bij haar aangesloten componisten en tekstdichters met betrekking tot de uitvoering (openbaarmaking) van hun werken. Daartoe dragen de bij haar aangesloten componisten en tekstdichters de muziekuitvoeringsrechten op al hun bestaande en toekomstige auteursrechtelijk beschermde muziekwerken over aan Buma. Buma oefent op eigen naam deze auteursrechten uit.

2.2

Sena is krachtens artikel 15 lid 1 van de Wet op de naburige rechten (hierna: WNR) door de Minister van Justitie aangewezen als de rechtspersoon die exclusief belast is met de inning en de verdeling van de in artikel 7 WNR bedoelde billijke vergoedingen. Sena heeft ten aanzien van de hoogte van de billijke vergoedingen overeenstemming bereikt met branche- en belangenorganisaties van diegenen die muziek openbaar maken zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 WNR.

2.3

Buma en Sena hebben een gezamenlijk servicecentrum ingericht (SCAN) en in dat kader sturen zij hun relaties een gecombineerde factuur betreffende de verschuldigde vergoedingen voor muziekgebruik.

2.4

[gedaagde] drijft een eenmanszaak onder de naam ‘[naam bedrijf]’ aan de [adres].

2.5

Op 9 juni 2010 heeft Buma een brief met als titel ‘Bewijs van Licentie’ naar [naam bedrijf] gestuurd. De inhoud van deze brief luidt voor zover van belang als volgt:

“(…)

Bewijs van Licentie

Ingangsdatum 01-jan-2010

Licentienummer [licentienummer 1]

Relatienummer [relatienummer]

Geachte muziekgebruiker,

Graag laten wij u als muziekgebruiker weten op welke voorwaarden wij bereid zijn met u een overeenkomst te sluiten voor het gebruik van muziek die behoort tot het door Buma beheerde repertoire.

Deze overeenkomst betreft het muziekgebruik dat wordt omschreven in het hieronder genoemde tarief. Wij vermelden hier tevens de gegevens die het toegestane muziekgebruik bepalen. Op de overeenkomst zijn van toepassing onze Algemene Voorwaarden * en hetgeen is bepaald in het van toepassing zijnde tarief. Een exemplaar van dat tarief heeft u reeds

ontvangen. Het wordt ook op verzoek toegezonden, terwijl al onze tarieven op kantoor ter inzage liggen.

U kunt ons aanbod tot het sluiten van deze overeenkomst aanvaarden door betaling van de prijs binnen 30 dagen na datum van bijbehorende factuur. Door die betaling treedt de overeenkomst met ingang van bovenstaande ingangsdatum in werking. Hebben wij uw betaling niet tijdig ontvangen, dan wordt ons aanbod verder vrijblijvend en behouden wij ons het recht voor het in te trekken. Betaalt u het verschuldigde niet of niet tijdig, dan mag u dus niet aannemen dat wij u toestemming tot het muziekgebruik verlenen.

(…)

* Afgedrukt op de achterzijde,

Van toepassing zijnde tarief:

Prijsbepalende factoren:

ACHTERGRONDMUZIEK VERKOOPRUIMTEN CAT.B - RTV

1 t/m 100 m2

Hoofddorp, 09-06-2010

(…)”

2.6

Artikel 2 van de algemene voorwaarden van Buma luidt als volgt:

“De overeenkomst treedt in werking door tijdige betaling van het verschuldigde en vangt aan op in de overeenkomst vermelde ingangsdatum. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd (doorlopende overeenkomst) wordt voortgezet tot de datum tegen welke deze door de muziekgebruiker of Buma wordt opgezegd. Opzegging dient schriftelijk te geschieden. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd is te allen tijde opzegbaar met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar. Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege na het verstrijken van die tijd.”

2.7

Op de bij de brief van 9 juni 2010 gevoegde factuur staat -voor zover van belang- het volgende vermeld:

“(…)

Betreft:

Buma

1. Licentienr. [licentienummer 1] -ACHTERGRONDMUZIEK VERKOOPRUIMTEN CAT.B - RTV

-01-01-2010 t/m 31-12-2010 - -[naam bedrijf] 4 Mij. [adres]

-1 t/m 100 m2

Sena

1. Licentienr. [licentienummer 2] -DETAILHANDEL (AANTAL WERKNEMERS) -01-01-2010 t/m

31-12-2010 - -[naam bedrijf] 4 Mij. [adres] -6 t/m

10 Personen

Totaal Buma € 67,30

BTW 19% € 12,79

Subtotaal € 80,09

Totaal Sena € 135,54

B.T.W. 19% € 0,00

Subtotaal € 135,54

Totaal (factuur) € 215,63

Te voldoen voor 8 juli 2010

(…)”

2.8 4

My Self heeft de bij de brief van 9 juni 2010 gevoegde factuur betaald. Ook heeft [naam bedrijf] de facturen voor de licentiejaren 2011 tot en met 2019 betaald.

2.9

SCAN heeft [naam bedrijf] op 6 maart 2020 een factuur gezonden voor het muziekgebruik op de [adres]. Op deze factuur zijn de volgende bedragen in rekening gebracht:

Totaal Buma € 150,85

B.T.W. 21% € 31,68

Subtotaal € 182,53

Totaal Sena € 75,96

B.T.W. 0 % € 0,00

Subtotaal € 75,96

Totaal factuur € 258,49

In het totaalbedrag zijn kortingen van 33,33% verrekend van in totaal € 113,40. Deze kortingen worden door Buma en Sena verleend in geval van betaling binnen de in haar factuur vermelde betalingstermijn. In de factuur is vermeld dat de korting voorwaardelijk van aard is en alleen geldt als de factuur uiterlijk op 5 april 2020 volledig is betaald. Indien de factuur niet tijdig wordt betaald vervalt de korting en is de korting direct opeisbaar.

2.10

Bij brief van 21 juli 2020 heeft SCAN aan [naam bedrijf] een creditnota gezonden wegens een geboden compensatie vanwege de door de overheid vastgestelde corona maatregelen. De creditnota is als volgt gespecificeerd:

Buma € - 18,86

BTW 21% € - 3,96

Totaal Buma € - 22,82

Sena € - 9,50

BTW 0% € - 0,00

Totaal Sena € - 9,50

Totaalfactuurbedrag € - 32,32

2.11

SCAN heeft [gedaagde] bij brief van 26 augustus 2020 tot betaling gemaand en in die brief tevens meegedeeld dat de verleende kortingen wegens het verstrijken van de betalingstermijn van de brief van 8 maart 2020 zijn komen te vervallen. De vervallen korting is in die brief als volgt gespecificeerd:

Vervallen korting Buma € 75,42

B.T.W. 21% € 15,84

Vervallen korting Sena € 37,98

B.T.W 0 % € 0,00

2.12

De gemachtigde van [gedaagde] heeft Buma-Stemra bij schrijven van 10 september 2020 om uitstel van betaling tot 31 december 2020 verzocht welk verzoek is gehonoreerd.

2.13

De gemachtigde van Buma en Sena heeft [gedaagde] bij brief van 3 februari 2021 tot betaling gemaand. In de brief staat vermeld dat indien het verschuldigd bedrag te laat, niet of niet volledig op de rekening van de gemachtigde staat bijgeschreven, zij genoodzaakt is over te gaan tot het starten van een gerechtelijke procedure.

2.14

De gemachtigde van [gedaagde] heeft bij e-mail van 1 maart 2021 om uitstel van betaling tot 1 juli 2021 verzocht.

3. De vordering

3.1

Buma en Sena vorderen bij dagvaarding dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeelt tot betaling aan:

1. Buma van een bedrag van € 273,79, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

2. Sena van een bedrag van € 113,94, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen vanaf de dag der dagvaarding, tot

aan de dag der algehele voldoening;

3. Buma en Sena voor de buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 53,31;

4. Buma en Sena de wettelijke rente die tot de dag van dagvaarding € 27,65 bedraagt;

5. Buma en Sena de proceskosten;

6. bij vorenstaande veroordeling rekening houdende met de betaling van € 32,32 wat in mindering strekt op voornoemde bedragen.

3.2

Buma en Sena hebben - naast de onder 2. genoemde vaststaande feiten - zakelijk weergegeven het volgende aan hun vordering ten grondslag gelegd.

3.2.1

[gedaagde] is op grond van de tussen partijen gesloten licentieovereenkomsten jaarlijks een vergoeding aan Buma en Sena verschuldigd.

3.2.2

Op de tussen partijen gesloten overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van Buma en Sena van toepassing. Op grond van deze voorwaarden gaat het om overeenkomsten met een doorlopend karakter.

3.2.3

[gedaagde] is, ondanks daartoe te zijn aangemaand, in gebreke met betaling van de vergoeding over 2020. De verstrekte korting van 33,33 % is daarom komen te vervallen, zodat [gedaagde] aan hoofdsom aan Buma een bedrag van € 273,39 dient te voldoen en aan Sena een bedrag van € 113,94, waarbij een gecrediteerd bedrag van in totaal € 32,32 op de vorderingen in mindering strekt .

3.2.4

Op grond van het bepaalde in artikel 6:119 en 6:119a BW is [gedaagde] wettelijke rente aan Buma en Sena verschuldigd die, berekend vanaf de verzuimdatum tot 21 april 2021,

€ 27,65 bedraagt.

3.2.5

Buma en Sena hebben hun vordering uit handen gegeven aan hun gemachtigde en zijn daardoor buitengerechtelijke kosten verschuldigd geworden. [gedaagde] dient deze kosten van € 53,31 op grond van het bepaalde in de artikelen 6:96 lid 2 sub c BW en op grond van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke kosten aan Buma en Sena te vergoeden.

4. Het verweer

4.1

[gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd.

4.1.1

Er is geen overeenkomst met Buma dan wel Sena tot stand is gekomen. Het bestaan van de gestelde overeenkomsten blijkt niet uit de door Buma en Sena als productie 5 overgelegde stukken. Dit betreft slechts een aanbod van Buma en niet van Sena. Het bewijs van licentie ziet slechts op Buma en niet op Sena.

4.1.2

In het Bewijs van Licentie van Buma staat dat de overeenkomst wordt aanvaard door betaling van de prijs binnen 30 dagen na datum factuur. De datum van de factuur is 9 juni 2010, terwijl de betaling plaatsvond op 19 juli 2010. Hiermee staat vast dat de overeenkomst niet is aanvaard.

4.1.3

Doordat de winkel van [gedaagde] door de coronamaatregelen gesloten is geweest, is over een groot deel van 2020 geen muziek door hem openbaar gemaakt.

4.1.4

[gedaagde] heeft na zijn verzoek om uitstel van betaling van 1 maart 2021 niets meer van de gemachtigde van Buma en Sena gehoord.

5. De beoordeling

5.1

Het geschil ziet op de vraag of [gedaagde] de door Buma en Sena gevorderde bedragen voor het muziekgebruik over 2020 is verschuldigd. Zij vorderen deze bedragen op grond van de volgens hen met [gedaagde] gesloten licentieovereenkomsten.

5.2

Het verst strekkende verweer van [gedaagde] is dat geen licentieovereenkomsten met Buma en Sena tot stand zijn gekomen.

5.3

Buma en Sena hebben ter onderbouwing van de door hen gestelde licentieovereenkomsten bij repliek als productie 5 een factuur van 8 juni 2010, een brief van Buma met als kop ‘bewijs van licentie’ en de algemene voorwaarden van Buma overgelegd.

5.4

De brief van Buma bevat een aanbod tot het aangaan van een overeenkomst voor het gebruik van achtergrond muziek op het adres [adres]. In de brief staat vermeld dat het aanbod tot het sluiten van de overeenkomst kan worden aanvaard door betaling van de prijs binnen 30 dagen na datum van de bijbehorende factuur, te weten de factuur van 9 juni 2010 en dat door die betaling de overeenkomst met ingang van de op de brief vermelde ingangsdatum (1 januari 2010) in werking treedt. Buma heeft er in haar brief op gewezen dat als de betaling niet ontvangen, het aanbod vrijblijvend wordt en het recht wordt voorbehouden om het aanbod in te trekken.

5.5

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij de factuur van 9 jun 2010 op 19 juli 2010 heeft betaald. Indien dit zou komen vast te staan, dan is deze betaling weliswaar na het verstrijken van de betaaltermijn van 30 dagen, maar dit maakt niet dat, zoals [gedaagde] meent, geen licentieovereenkomst tot stand is gekomen. In de brief heeft Buma immers vermeld dat haar aanbod na het verstrijken van de betaaltermijn in de factuur vrijblijvend wordt en kan worden ingetrokken. Gesteld noch gebleken is dat Buma haar aanbod heeft ingetrokken. Uit de betaling en het verstrekken van de licentie door Buma, hetgeen door [gedaagde] niet is betwist, kan de wilsovereenstemming tussen partijen worden afgeleid. Dat die wilsovereenstemming bestond, kan tevens worden afgeleid uit de door [gedaagde] niet weersproken omstandigheid dat hij in de jaren na 2010 steeds de aan Buma verschuldigde bijdragen heeft voldaan, behoudens die over het jaar 2020, waarvan Buma thans betaling vordert. In rechte geldt daarom dat tussen [gedaagde] en Buma in 2010 een licentieovereenkomst zoals door Buma bedoeld, tot stand is gekomen, die nog steeds voortduurt.

5.6

Voor wat betreft Sena is de kantonrechter van oordeel dat zij haar stelling dat een licentieovereenkomst met [gedaagde] is gesloten, tegenover de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd. Terecht merkt [gedaagde] op dat de als productie

5 bij repliek overgelegde stukken alleen betrekking hebben op Buma. Boven de brief met als kop ‘bewijs van licentie’ staat in grote letters Buma vermeld, de brief gaat alleen over Buma en in de brief staat slechts 1 licentienummer, te weten dat van Buma, vermeld. De brief biedt geen enkel aanknopingspunt naar Sena. Sena heeft bovendien geen stukken overgelegd waaruit de afgifte van een licentie aan [gedaagde] blijkt. Uit niets blijkt dat [gedaagde] op enig moment een aanbod van Sena heeft aanvaard. Het mag zo zijn dat [gedaagde] door betaling van de gecombineerde facturen ook aan Sena heeft betaald, echter deze enkele omstandigheid is op zichzelf staand onvoldoende om het bestaan van een overeenkomst met Sena uit af te leiden. Aan bewijslevering wordt gelet op het voorgaande dan ook niet toegekomen.

5.7

Nu het bestaan van de overeenkomst voor wat betreft Sena niet vast is komen te staan en geen andere grondslag voor de vorderingen van Sena is gesteld, worden de vorderingen van Sena afgewezen.

5.8

De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] dat zijn winkel als gevolg van de door de overheid opgelegde coronamaatregelen een groot deel van 2020 gesloten is geweest en hij in die periode geen muziek openbaar heeft gemaakt aldus dat hij daarmee een beroep heeft willen doen op artikel 6:258 BW (het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden).

5.9

In dit artikel is bepaald dat de rechter op verzoek van een van de partijen de gevolgen van de overeenkomst kan wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk kan ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten en dat aan de wijziging of ontbinding terugwerkende kracht kan worden verleend.

5.10

In lijn met eerdere jurisprudentie is de kantonrechter van oordeel dat de beperkende overheidsmaatregelen als gevolg van de coronacrisis onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW opleveren. Er bestaat geen aanleiding aan te nemen dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst rekening hebben gehouden met de gevolgen van een pandemie zoals aan de orde.

5.11

De kern van het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden is dat sprake moet zijn van een fundamentele verstoring van het evenwicht van de overeenkomst. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. Uit de door Buma en Sena overgelegde creditfactuur van 21 juli 2020, waarvan [gedaagde] de inhoud niet heeft weersproken, blijkt dat over de periode 1 maart 2020 tot 1 mei 2020 coulancehalve reeds een creditering is verleend, waartegen [gedaagde] niet heeft geprotesteerd. Bovendien heeft [gedaagde] onvoldoende concreet gemaakt en niet nader onderbouwd dat hij het grootste deel van het jaar 2020 gesloten is geweest. Het beroep op artikel 6:258 BW treft dan ook geen doel.

5.12

[gedaagde] heeft verder geen verweer gevoerd tegen de door Buma gevorderde hoofdsom. Aan Buma wordt aan hoofdsom een bedrag van € 250,97 toegewezen (€ 182,53 aan hoofdsom + € 91,26 aan vervallen korting - € 22,82 creditering in verband met de coronapandemie).

5.13

Nu [gedaagde] in verzuim is, is hij op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente verschuldigd. De bij dagvaarding gevorderde wettelijke rente is berekend over de vorderingen van Buma en Sena gezamenlijk. Nu de vordering tegen Sena wordt afgewezen kan het in de dagvaarding aan vervallen wettelijke rente berekende bedrag niet juist zijn.

De wettelijke rente wordt daarom toegewezen zoals hierna bij de beslissing vermeld.

5.14

De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten wordt eveneens toegewezen nu [gedaagde] in verzuim is en de gemachtigde van Buma en Sena incassohandelingen heeft verricht waartoe zij in redelijkheid kon overgaan. De gevorderde vergoeding is toewijsbaar over het bedrag dat [gedaagde] aan Buma verschuldigd is en bedraagt, berekend volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, € 40,00. Dit bedrag wordt toegewezen.

5.15

De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] dat hij geen reactie van de gemachtigde van Buma en Sena op zijn verzoek om uitstel van 1 maart 2021 heeft ontvangen aldus dat hij bedoelt aan te voeren dat hij rauwelijks is gedagvaard. Dit verweer treft geen doel. Als niet weersproken staat vast dat [gedaagde] bij brieven van 26 augustus 2020 en 3 februari 2021 tot betaling is gemaand. Hij wist dus dat er een vordering op hem open stond. Wat er al zij van het antwoord op de vraag of de gemachtigde van Buma en Sena op het verzoek om uitstel van betaling van 1 maart 2021 heeft gereageerd, het had hoe dan ook op de weg van [gedaagde] gelegen om toen hij, in zijn visie, niets op zijn verzoek hoorde, contact met de gemachtigde van Buma en Sena op te nemen. Hij mocht er niet vanuit gegaan dat het uitstel was verleend en dat hij niet gedagvaard zou worden, zeker niet nu in de brief van 3 februari 20201 al voor een gerechtelijke procedure werd gewaarschuwd. Het stond de gemachtigde van Buma en Sena dan ook vrij, toen een reactie en betaling van [gedaagde] uitbleef, tot dagvaarding over te gaan.

5.16

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Buma vastgesteld op € 220,30 aan verschotten (waarvan € 126,00 aan griffierecht en € 94,30 aan dagvaardingskosten) en € 150,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van € 75,00 per punt).

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de door Sena ingestelde vorderingen af;

veroordeelt [gedaagde] om aan Buma tegen kwijting te betalen € 290,97 (waarvan € 250,97 ziet op de hoofdsom en € 40,00 op de buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente over € 250,97 vanaf de verzuimdatum tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Buma vastgesteld op € 220,30 aan verschotten en € 150,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

426