Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:12961

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-10-2021
Datum publicatie
30-12-2021
Zaaknummer
9395580 CV EXPL 21-27298
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst. Buitengerechtelijke ontbinding. Ongedaanmakingsverplichting. 6:271 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9395580 \ CV EXPL 21-27298

uitspraak: 22 oktober 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] ,

woonplaats: [woonplaats eiser],

eiser bij exploot van dagvaarding van 23 juli 2021,

gemachtigden: mr. M.H.L. de Jonge en mr. K. Antoniou te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

t.h.o.d.n. [handelsnaam]

woonplaats: [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die in persoon procedeert.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en [gedaagde].

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het exploot van dagvaarding, met producties;

  • -

    de e-mail van [gedaagde] van 13 augustus 2021 waarin hij om uitstel voor het indienen van de conclusie van antwoord verzoekt.

  • -

    de brief van de griffier van 20 augustus 2021 waarin het door [gedaagde] verzochte uitstel is verleend en hij in de gelegenheid is gesteld om op de rolzitting van

22 september 2021 voor antwoord te concluderen.

1.2

[gedaagde] heeft niet voor antwoord geconcludeerd.

1.3

De uitspraak van dit vonnis is bepaald heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

[gedaagde] is een groot- en detailhandel in ongeregelde goederen. Zij verkoopt onder andere unieke tafelbladen qua vormgeving, afmeting en uiterlijk.

2.2

Op 1 november 2019 heeft [eiser] een bezoek gebracht aan de winkel van [gedaagde]. In de winkel liggen vele houten tafelbladen tentoongesteld.

2.3

Naar aanleiding van dat bezoek heeft hij [eiser] gekozen voor het zogenaamde ‘SUAR BLAD’ en daarvan een tafelblad en twee salontafelbladen besteld. Hij heeft ter plekke foto’s van het blad gemaakt.

2.4

Op 1 november 2019 heeft [eiser] een e-mail van [gedaagde] ontvangen met daarbij de bestelformulieren van het tafelblad en de salontafelbladen. Op de bestelformulieren staat -voor zover van belang- het volgende vermeld:

“(…)

Lengte: 2 bladen 80x80 cm

Afwerking Olie Naturel 3 lagen

(..)”

“(…)

Lengte: 275 cm

Poten Tafel U0Indo

Afwerking Olie naturel 3 lagen

Opmerkingen

-tafel moet afgezaagd worden, exacte maat volgt nu

- Vooruitbetaling ivm afzagen blad

(…)”

Bij deze e-mail is tevens de factuur gevoegd van € 1.364,20 9 (incl. btw). [eiser] heeft de factuur van 1 november 2019 aan [gedaagde] betaald.

2.5

Bij e-mail van 3 november 2019 heeft [eiser] het volgende aan [gedaagde] meegedeeld:

`S.v.p. 20cm van het blad afzagen aan de zijde waar al deel van afgesneden is (smalle zijde). De brede kant dus niet een stuk vanaf zagen (waar een inkeping is). Totaal lengte is nu 275 cm, minus 20cm blijft over een lengte van 255 cm.

Kan jij het afgezaagde deel van 20 cm bewerken door rechthoekig alle kanten af te zagen en daarna alle kanten (6 zijden te schuren en 3 lagen te oliën). Dan kan ik daar plankjes van maken om op te hangen in de keuken.

Ipv de standaard tafelpoot willen we bij nader inzien toch de V poot van € 400,-. Monteren jullie die ook op locatie?

Tevens wil ik extra bestellen een 3e salontafelblad (80x80 cm.) Alvorens te behandelen het houtstuk doormidden te zagen zodat twee maal 80x40 cm blokken resteren en dan alle zijden scheuren en oliën (zijkanten, bovenkant en onderkant). De bolle kanten dienen bij dit houtblok behouden te blijven. Ik zal deze twee blokken dan zelf bij een houtzagerij laten doorzagen zodat planken over blijven van 5 cm dik. Ik ga de 4 planken die dan uiteindelijk overblijven uit het blok van 80x80 cm gebruiken in een badkamer.

Wil je mij een nieuwe factuur mailen t.b.v. bovenstaande aanpassingen.

(…)”

2.6

Op 11 november 2019 ontvangt [eiser] per e-mail van [gedaagde] de factuur voor het derde Salontafelblad (van € 100,-) en de V-poot (van € 399,-) voor een totaalbedrag van € 499,- inclusief BTW. [eiser] heeft deze factuur aan [gedaagde] betaald.

2.7

Op 18 januari 2020 zijn de goederen aan [eiser] geleverd.

2.8

[eiser] heeft aan [gedaagde] meegedeeld dat de goederen niet voldoen aan hetgeen hij heeft besteld en heeft afgesproken. Hij heeft de goederen retour gegeven aan de transporteur en [gedaagde] om terugbetaling van de door hem betaalde bedragen verzocht.

2.9

Bij brief van 24 januari 2020 heeft [eiser] het volgende aan [gedaagde] meegedeeld:

“(…)

De door u geleverde goederen zaterdag 18 januari jl. voldoen niet aan de eisen. Ik heb bij u besteld de goederen zoals opgesomd in de twee facturen (factuurnummers 19700059 en 19700072) die als bijlagen bij deze brief zijn gevoegd. Tevens heb ik u verzocht de bestelde goederen te leveren zoals opgegeven in de e-mail die ik u 3 november jl. heb toegestuurd (zie bijlage 5). U heeft bevestigd dat u zou zorg dragen voor levering van de bestelde goederen. Ik heb enkel van u ontvangen bestelformulieren (zie bijlagen 2 en 4) m.b.t. de goederen die opgenomen zijn in de 1e factuur die ik heb ontvangen met nummer 19700059 (zie bijlage 1). Hieruit blijkt dat ik een salontafel heb besteld en twee houten bladen van ieder 80x80cm. Aanvullend heb ik per e-mail d.d. 3 november 2020 aanvullend besteld een 3e houten blad die bewerkt moest worden. Alsmede zijn diverse aanpassing 1aanvulling in voornoemde e-mail door mij kenbaar gemaakt die doorgevoerd moesten worden. Hiervoor heeft u een tweede factuur verstuurd met nummer 19700072 (zie bijlage 3). Met betrekking tot de goederen die vermeld zijn op de tweede factuur heb ik geen bestelformulier ontvangen.

Ik heb de volgende bezwaren:

- Het houten blad van de salontafel bleek bij levering een zwarte streep te hebben op de zichtzijde van de

salontafel. Deze zwarte streep bleek niet met de hand weggeveegd te kunnen worden. Zie bijlage 6 en 7 voor de

foto van het blad met de zwarte streep.

- Ik had besteld twee houten bladen, beide met een afmeting van ieder 80x80cm. Deze zijn geheel niet geleverd.

Wel waren op de leveringsdatum vier houten bladen aanwezig met de afmeting van 80x40 cm, zie bijlage 8 en 9.

Ik ga ervan uit dat u deze leverde vanuit de gedachte dat dit de bedoeling was naar aanleiding van mijn e-mail

d.d. 3 november waarin ik aangeef dat ik een 3e blok van 80x80cm wil bestellen die geleverd moet worden in

twee blokken van 80x40cm. Mocht de mail u niet duidelijk zijn geweest dan had u hierover met mij in contact

dienen te treden.

- De metalen tafelpoot (V-vorm) die 3 november jl. had besteld per e-mail, bleek bij levering een beschadiging te

hebben op het metaal. Zie bijlage 10 voor de foto waarop de beschadiging zichtbaar is.

-Wij hadden afgesproken dat een deel van het houten blad van de salontafel afgezaagd zou worden. Het kleine

deel die afgezaagd zou worden zou u bewerken zoals weergegeven in mij e-mail d.d. 3 november jl. Het geleverde

houten kleine deel bleek niet afkomstig van het houtenblad van de salon die ik besteld had. De breedte komt

namelijk bij lange na niet overeen met de breedte van het houten blad van de salontafel.

Daarom verzoek en voor zover nodig sommeer ik u om binnen 14 dagen na verzenddatum van dit schrijven de

gebreken te herstellen en de totale bestelling compleet te leveren binnen 14 dagen na verzenddatum van dit

schrijven. Als u dit niet doet dan bent u in verzuim en houd ik mij het recht voor om verdere rechtsmaatregelen te

nemen. Bovendien stel ik u nu al aansprakelijk voor alle door mij geleden en nog te lijden schade.

Ik heb u 18 januari jl. gebeld en aangeven dat de goederen niet voldoen aan hetgeen ik bij u heb besteld en met u

heb afgesproken. Ik heb toen kenbaar gemaakt dat alle goederen met de transporteur geheel retour naar u gaan.

Alsook heb ik aan u kenbaar gemaakt dat ik het gehele bedrag die ik aan u heb betaald geretourneerd wil hebben

per direct. U heeft aangegeven dat dit niet mogelijk is.

Ik verzoek u binnen twee weken na de datum van deze brief schriftelijk te reageren.

(…)”

2.10

Bij e-mail van 6 februari 2020 reageert [gedaagde] als volgt:

“Geachte heer,

(…)

  • -

    U praat over een salontafel met een streep maar naar mijn weten is dit de eettafel? De streep was al aanwezig op de eettafel toen u kwam kijken. Deze streep is veroorzaakt door het containertransport en u was hier dus van op de hoogte.

  • -

    We hebben bladen van 80x80 exact op de manier behandeld zoals u dat wenst. Deze bladen heef u zelf uitgekozen en hebben wij apart gehouden. Het 3e blad is inderdaad niet gevelerd. Dit bedrag zullen wij crediteren.

  • -

    U heeft gelijk. Wie kunnen het bedrag van de V-poot crediteren of een nieuwe poot leveren.

  • -

    U heeft het over een afspraak die niet vermeld staat op het bestelformulier.

Ik zie uw reactie graag tegemoet.

(…)”

2.11

Bij brief van 8 februari 2020 heeft de gemachtigde van [eiser] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

2.12

Bij brief van 30 maart 2021 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] tot terugbetaling van een bedrag van € 1.899,56 gemaand.

De vordering

3.1

[eiser] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    1. te verklaren voor recht dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten overeenkomsten;

  • -

    2. te verklaren voor recht dat [eiser] rechtsgeldig de tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten overeenkomsten heeft ontbonden dan wel die overeenkomsten alsnog te ontbinden en;

  • -

    3. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van:

  • -

    (a) een bedrag van € 1.826,20 te vermeerderen met de wettelijke rente, gerekend vanaf 16 februari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    (b) de buitengerechtelijke incassokosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW van € 279,22;

  • -

    (c) de kosten van deze procedure met bepaling dat, als deze kosten niet binnen veertien dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd;

  • -

    (d) de nakosten van € 124,00 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van € 85,00 in geval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen veertien dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd.

3.2

Aan zijn vordering heeft [eiser] -zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang- het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

Tussen [eiser] en [gedaagde] zijn op 1 november 2019 en 11 november 2019 overeenkomsten tot stand gekomen ten aanzien van het vervaardigen van een tafelblad, drie salontafelbladen en het afzagen en behandelen van een reststuk van het tafelblad.

3.2.2

[gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomsten door goederen te leveren die niet aan de overeenkomst beantwoorden.

Het tafelblad bevat een zwarte streep die niet op het door [eiser] uitgekozen blad is te zien, de salontafelbladen zijn 80x 40 in plaats van de overeengekomen 80x80, het derde salontafelblad is niet geleverd, de V-poot is beschadigd en het reststuk is niet afkomstig uit het uitgekozen tafelblad.

3.2.3

[eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 24 januari 2020 in gebreke gesteld en haar een termijn van 14 dagen gegeven om de gebreken te herstellen.

3.2.4

[gedaagde] heeft de gebreken niet hersteld en heeft haar verbintenis tot herstel of vervanging van de goederen geschonden. De tekortkomingen aan de kant van [gedaagde] rechtvaardigen de ontbinding van de overeenkomsten. [eiser] heeft de overeenkomsten met [gedaagde] buitengerechtelijk ontbonden.

3.2.5.

De buitengerechtelijke ontbinding heeft tot gevolg dat wederzijdse ongedaanmakingsverplichtingen zijn ontstaan. [eiser] heeft aan zijn ongedaanmakingsverplichting voldaan door de goederen op 18 januari 2020 retour te sturen. De ongedaanmakingsverplichting van [gedaagde] bestaat eruit dat zij [eiser] het totaalbedrag van € 1.862,20 moet terugbetalen. [eiser] vordert dit bedrag aan hoofdsom.

3.2.6

[eiser] maakt op grond van artikel 6:119 BW aanspraak op de wettelijke rente vanaf 16 februari 2020, de dag nadat [gedaagde] is verzuim is geraakt.

3.2.7

[eiser] maakt op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 279,33.

4. Het verweer

[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd.

5. De beoordeling

5.1

[gedaagde] heeft niet voor antwoord geconcludeerd en daarmee de stellingen van [eiser] onweersproken gelaten.

5.2

Vast staat derhalve dat tussen partijen op 1 november 2019 en 3 november 2019 overeenkomsten tot stand zijn gekomen uit hoofde waarvan [gedaagde] -kort gezegd- gehouden was om uit het door [eiser] aangewezen hout een eettafelblad, 3 salontafelbladen en een reststuk te maken en te leveren. Deze overeenkomsten kwalificeren als consumentenkoop en als overeenkomsten van aanneming van werk.

5.3

Als niet weersproken staat vast dat het tafelblad een zwarte streep bevat die niet op het door [eiser] uitgekozen blad is te zien, de salontafelbladen 80x 40 in plaats van de overeengekomen 80x80 cm zijn, het derde salontafelblad niet is geleverd, de V-poot is beschadigd en het reststuk niet afkomstig is uit het uitgekozen tafelblad. Daarmee staat vast dat hetgeen [gedaagde] heeft gemaakt en geleverd niet aan de overeenkomsten voldoet. Dit betekent dat sprake is van non conformiteit en dat [gedaagde] de overeenkomsten niet correct is nagekomen.

5.4

Voorst staat vast dat [eiser] terstond en dus tijdig over de gebreken heeft geklaagd en [gedaagde] bij brief van 24 januari 2020 de gelegenheid heeft gegeven om de gebreken te herstellen of te vervangen. [gedaagde] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt en is daarmee tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomsten. Dit maakt dat [eiser] op grond van artikel 7:22 lid 2 BW jo 6:265 BW gerechtigd was de overeenkomsten te ontbinden, hetgeen zij bij brief van 8 februari 2020 heeft gedaan.

De gevorderde verklaringen voor recht worden toegewezen.

5.5

De buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomsten heeft ex artikel 6:271 BW tot gevolg dat partijen worden bevrijd van de daardoor getroffen verbintenissen en dat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties ontstaat. Door [eiser] is onweersproken gesteld dat hij de geleverde goederen op 18 januari 2020 retour heeft gestuurd, zodat hij aan zijn ongedaanmakingsverplichting heeft voldaan. Door [eiser] is onbetwist gesteld dat [gedaagde] haar ongedaanmakingsverplichting tot terugbetaling van de koopprijs niet is nagekomen. Dat betekent dat de vorderingen van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de koopprijs van € 1.826,20 wordt toegewezen.

5.6

De wettelijke rente wordt als niet weersproken toegewezen.

5.7

Nu [gedaagde] in verzuim is en [eiser] en zijn gemachtigde buitengerechtelijke incassohandelingen hebben verricht waartoe zij in redelijkheid konden overgaan, is [gedaagde] buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd geworden. De vordering tot vergoeding van deze kosten wordt toegewezen voor een bedrag van € 273,93 welk bedrag is berekend volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.

5.8

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van [eiser] vastgesteld op € 359,21 aan verschotten (waarvan € 119,21 ziet op de dagvaardingskosten en € 240,00 ziet op het griffierecht) en € 187,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van € 187,00).

5.9

De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen [eiser] en [gedaagde] op 1 november 2019 en 3 november 2019 gesloten overeenkomsten;

verklaart voor recht dat [eiser] rechtsgeldig de tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten overeenkomsten heeft ontbonden;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 1.826,20 te vermeerderen met de wettelijke rente, gerekend vanaf 16 februari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW van € 273,93;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op:

* € 359,21 aan verschotten (waarvan € 119,21 ziet op de dagvaardingskosten en € 240,00 ziet op het griffierecht) en

* € 187,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van € 187,00);

voornoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande vijftien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

en indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 93,50 aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook is [gedaagde] de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

426