Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:12893

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-12-2021
Datum publicatie
27-12-2021
Zaaknummer
10/211771-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft deelgenomen aan voetbal-gerelateerd geweld. Hierbij is de nodige schade aangericht aan personen en goederen. Veroordeling voor 141 Sr tot GEV 1 dg en TS van 80 uur. BP n-o in haar vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/211771-20

Datum uitspraak: 23 december 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte],

raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 december 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week, alsmede een taakstraf voor de duur van 80 uren.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de persoon is die in het dossier met [nummer] wordt aangeduid. De processen-verbaal van herkenning zijn daarvoor onvoldoende, omdat getwijfeld moet worden aan de inhoud en de onafhankelijkheid daarvan.

Beoordeling

Gelet op de (beschrijving van) beschikbare camerabeelden staat vast dat op 29 november 2019 gewelddadigheden hebben plaatsgevonden bij en in het [naam hotel] in [plaatsnaam]. Dit geweld is gepleegd door een groep Feyenoord supporters en het was gericht tegen supporters van Glasgow Rangers die zich in het hotel bevonden. Het geweld bestond onder andere uit het gooien met terrasmeubilair tegen ruiten en deuren en het slaan en schoppen in de richting van personen. Een en ander brengt mee dat kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van het in vereniging openlijk geweld plegen tegen personen en goederen. Op verdenking van deelname aan dit geweld zijn zeven personen aangehouden, onder wie de verdachte.

Die verdenking is gebaseerd op herkenningen op basis van stills van camerabeelden. De processen-verbaal van die herkenningen zijn opgemaakt door verbalisanten die werkzaam zijn bij de voetbaleenheid Rotterdam. De vraag is of, zoals betoogd, aan de juistheid van deze processen-verbaal moet worden getwijfeld. Voor de beoordeling daarvan is van belang of de bij de herkenning betrokken stills voldoende duidelijk en onderscheidend zijn om een herkenning op te kunnen baseren en of uit het proces-verbaal voldoende tot uitdrukking komt waarop de verbalisant de herkenning baseert.

De verdachte is, aangeduid als [nummer], herkend door drie verbalisanten die in hun processen-verbaal hebben gerelateerd dat zij die herkenning zonder voorkennis hebben gedaan. Door de verdediging is dit in twijfel getrokken, waarbij is benadrukt dat de lay-out van de processen-verbaal identiek is. Die enkele omstandigheid, wat daarvan verder ook zij, is echter beslist onvoldoende om te twijfelen aan het waarheidsgehalte van die opmerking in de processen-verbaal. De rechtbank gaat er dus van uit dat de verbalisanten de herkenning onafhankelijk van elkaar en zonder voorkennis hebben gedaan.

In de processen-verbaal hebben de verbalisanten beschreven aan de hand van welke specifieke kenmerken zij de verdachte hebben herkend. Daarbij vermelden zij alle drie onder andere de neus. De stills waarop de herkenning hebben plaatsgevonden, zijn voldoende duidelijk en onderscheidend om dit persoonskenmerk waar te nemen. Vastgesteld wordt dan ook dat de herkenningen voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Hierbij is bovendien meegenomen dat het hier ging om beelden van geweldshandelingen die binnen een bepaalde context plaatvonden, namelijk voetbal-gerelateerd geweld door Feyenoord supporters en dat alle betrokken verbalisanten werkzaam zijn bij de voetbaleenheid en in die hoedanigheid regelmatig te maken hebben met supportersgroepen van Feyenoord.

Een en ander leidt tot de conclusie dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 29 november 2019 te [plaatsnaam],

openlijk, te weten op/aan het [straatnaam] ([naam hotel]),

in elk geval op of aan de openbare wegin vereniging

geweld heeft gepleegd tegen onbekend gebleven personen en

goederen te weten ruiten en deuren en

het terras en een menubord en het plafond van de ingang

door

- met een stoel tegen een ruit

en/of een deur, te gooien en/of te duwen en

tegen een deur te schoppen

en

- in de richting van het hoofd, althans het lichaam, van een onbekend gebleven persoon te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en

- aan het been, van een onbekend gebleven persoon te trekken

waardoor deze persoon ten val kwam en

- met een stoel, in de richting van het lichaam van een

onbekend gebleven persoon te gooien en/of te duwen

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit,

de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft deelgenomen aan voetbal-gerelateerd geweld. Hierbij is de nodige schade aangericht. Met het in toom houden van dit soort geweld gaat veel inzet van politie gemoeid. Daarbij komt dat het uitgeoefende geweld in de samenleving, naast de overlast gevende materiële schade, ook gevoelens van onveiligheid en onrust veroorzaakt. Omstanders en passanten zijn tegen wil en dank getuige van een hevige geweldsuitbarsting als waaraan de verdachte heeft deelgenomen. Dat hij zich hier niet om heeft bekommerd, wordt hem aangerekend.

De rechtbank heeft een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 augustus 2021 gezien, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke geweldsfeiten.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit acht de rechtbank een taakstraf de juiste afdoening. Omdat het taakstrafverbod echter van toepassing is, zal zij enkel om de oplegging daarvan mogelijk te maken daarnaast aan de verdachte een dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Bij de hoogte van de bepaalde taakstraf is rekening gehouden met het tijdsverloop.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 16.255,65 aan materiële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 4.362,91.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geconcludeerd tot een niet-ontvankelijkverklaring.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat een KvK-uittreksel en een deugdelijke volmacht ontbreken. Niet kan worden vastgesteld welke rechtspersoon de schade heeft geleden en of de vordering is ingediend door iemand die daartoe bevoegd was. Daarnaast wordt opgemerkt dat de vordering ook overigens onvoldoende onderbouwd is.

De vordering kan nog bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,

en mrs. V.F. Milders en F. Tosun, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. van Wingerden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij, op of omstreeks 29 november 2019, te [plaatsnaam],

openlijk, te weten, op/aan de/het [straatnaam] ([naam hotel]),

in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een

voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een of meer (onbekend gebleven) pers(o)on(en) en/of

een of meer goed(eren) te weten een of meer ruiten en/of een of meer deuren en/of

het terras en/of een menubord en/of het plafond van de ingang

door meermalen, althans eenmaal,

- met een stoel en/of een tafel, althans een hard voorwerp, in/op/tegen een ruit

en/of een deur, althans het hotel, te gooien en/of te duwen en/of te slaan en/of

- in/op/tegen een ruit en/of een deur te slaan en/of te stompen en/of te schoppen

en/of te trappen en/of

- in/op/tegen het hoofd, althans het lichaam, van een onbekend gebleven persoon

te slaan en/of te stompen en/of te trappen en/of te schoppen en/of

- aan het been, althans het lichaam, van een onbekend gebleven persoon te trekken

en/of te rukken (waardoor deze persoon ten val kwam) en/of

- met een stoel, althans een hard voorwerp, in/op/tegen het lichaam van een

onbekend gebleven persoon te gooien en/of te duwen en/of te slaan;

( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )