Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:12602

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-12-2021
Datum publicatie
29-12-2021
Zaaknummer
C/10/628878 / FA RK 21-8645
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), zorgmachtiging in aansluiting op een zorgmachtiging, 6:4 Wvggz, toegewezen, betrokkene niet bereid zich te doen horen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/628878 / FA RK 21-8645

Referentienummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 3 december 2021 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene],

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats betrokkene],

advocaat mr. H. Bijlsma te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 18 november 2021. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 8 november 2021;

  • -

    de zorgkaart van 27 oktober 2021;

  • -

    het zorgplan van 15 november 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en

  • -

    het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 december 2021. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • -

    de hiervoor genoemde advocaat; en

  • -

    [naam 2], ggz-agoog, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

1.4.

De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Betrokkene is behoorlijk opgeroepen, maar hij is zonder bericht van verhindering niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. De advocaat heeft betrokkene een dag voor de mondelinge behandeling gesproken en gewezen op de mondelinge behandeling. Betrokkene zou daarop aanwezig zijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank een aantal keer geprobeerd betrokkene te bereiken door naar zijn telefoonnummer en dat van zijn begeleiders en de beschermde woonvorm te bellen, maar zonder succes. Ook de begeleiders gaven aan dat betrokkene naar de mondelinge behandeling zou komen, maar sloten niet uit dat betrokkene daarvan zou afzien.

Ten aanzien van betrokkene zijn meerdere machtigingen afgegeven, dus hij weet volgens de rechtbank wat van hem wordt verwacht in deze procedure. Betrokkene heeft zijn advocaat laten weten wat zijn bezwaren zijn tegen de verzochte zorgmachtiging. In het licht van het voorgaande neemt de rechtbank genoegen met de afwezigheid van betrokkene, en gaat zij ervan uit dat hij toestemming geeft aan zijn advocaat om namens hem gebruik te maken van zijn recht om te worden gehoord en om namens hem een standpunt in te nemen.

2. Beoordeling

2.1.

Bij beschikking van 15 juni 2021 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met 15 december 2021. Op 18 november 2021 heeft de officier van justitie een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie en overmatig cannabisgebruik.

2.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene is sinds 2019 een aantal keer opgenomen in een geregistreerde accommodatie met een psychotische stoornis. Door de inname van medicatie verminderden zijn psychotische klachten. Door de recente toename van het cannabisgebruik en het niet innemen van zijn medicatie nemen de psychotische klachten toe. In de thuissituatie heeft dat geleid tot agitatie en agressie. Tijdens een eerdere opname moest betrokkene vanwege zijn agressie worden gesepareerd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de ggz-agoog verklaard dat recentelijk een incident had plaatsgevonden in de beschermde woonvorm waar betrokkene woont: hij is ook daar agressief geweest, wat heeft geleid tot vernielingen. De agressie van betrokkene gaat gepaard met dreigend gedrag naar zijn omgeving, zoals zijn buren en zijn behandelaren. De agressie kan er bovendien voor zorgen dat betrokkene zijn woonplek kwijtraakt. Betrokkene is door zijn psychische stoornis niet in staat voor zichzelf te zorgen. Hij is aangewezen op de beschermde woonvorm, anders dreigt maatschappelijke teloorgang. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank dat sprake is van ernstig nadeel als gevolg van een psychische stoornis.

2.4.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene naar het oordeel van de rechtbank zorg nodig.

2.5.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene toont enig ziektebesef en -inzicht, maar hij vindt de medicatie niet nodig. Eerder bleek een behandeling op vrijwillige basis onvoldoende toereikend om het ernstig nadeel te voorkomen. Op het moment is betrokkene medicatieontrouw. Ook heeft hij verklaard, volgens zijn behandelaren en zijn advocaat, zonder machtiging te stoppen met zijn medicatie. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank dat verplichte zorg nodig is.

2.6.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling met de partijen besproken.

Ten aanzien van de verzochte verplichte zorg overweegt de rechtbank als volgt. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg, waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken, worden opgenomen in de zorgmachtiging. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna de officier een wijzigingsverzoek kan doen. Per geval dient te worden beoordeeld welke verplichte zorg continu mag worden gegeven, welke zorg mag worden gegeven in crisissituaties en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt.

‘Reguliere verplichte zorg’

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden of te voorkomen, gedurende twaalf maanden met ingang van vandaag:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; en

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het meewerken aan ambulante behandeling.

‘Verplichte zorg in crisissituaties’

In crisissituaties, in het geval de psychische toestand van betrokkene verslechtert en behandeling buiten een accommodatie ontoereikend is, mag gedurende de komende twaalf maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene; en

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

Daarbij geldt ten aanzien van het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie dat dit steeds is toegestaan voor een periode van maximaal drie maanden.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.

2.7.

Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 december 2022;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 3 december 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Verduijn, griffier, en op 7 december 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.