Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:12150

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-12-2021
Datum publicatie
14-12-2021
Zaaknummer
8750983 CV EXPL 20-31652
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis na bewijsopdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8750983 CV EXPL 20-31652

uitspraak: 3 december 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats eiser],

eiser,

gemachtigde: [naam 1] (D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.) te Zoetermeer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Uniek Wonen B.V.,

gevestigd te Berkel en Rodenrijs,

gedaagde,

vertegenwoordigd door: [naam 2].

Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘Uniek Wonen’.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

• het tussenvonnis van 20 augustus 2021 en de daarin genoemde stukken;

• de brief van de gemachtigde van [eiser] van 14 september 2021.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis nader bepaald op vandaag.

2. De verdere beoordeling

2.1

In het tussenvonnis is het volgende overwogen. Tussen partijen is in geschil of Uniek Wonen is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming van werk. Voor de beantwoording van deze vraag is het van belang wat partijen precies met elkaar hebben afgesproken in het kader van de werkzaamheden. [eiser] is dan ook in de gelegenheid gesteld om nader bewijs te leveren van zijn stelling dat partijen met elkaar hebben afgesproken dat de visgraatvloer op 18 juni 2019 gelegd zou worden vanuit de gang naar de woonkamer, met de punt in het midden van de gang. Naar aanleiding van deze bewijsopdracht heeft [eiser] geen nader bewijs van zijn stellingen geleverd, met als reden dat de verkoopmedewerker die heeft toegezegd dat de vloer opnieuw gelegd zou gaan worden niet meer bij Uniek Wonen werkzaam is. Het voorgaande betekent dat [eiser] niet in zijn bewijsopdracht is geslaagd.

2.2

Op grond van artikel 6:87 lid 1 BW kan een verbintenis – voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is – worden omgezet in een tot vervangende schadevergoeding, wanneer de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser hem schriftelijk meedeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert. Voor toewijzing van een vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW is dus vereist dat sprake is van verzuim aan de zijde van de schuldenaar (Uniek Wonen). Dat de omzetting door [eiser] schriftelijk is medegedeeld, is tussen partijen niet in geschil.

2.3

Met betrekking tot de gevorderde vervangende schadevergoeding van € 5.573,20 voor de vloer overweegt de kantonrechter als volgt. [eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat Uniek Wonen tekortgeschoten is in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst door de overeengekomen werkzaamheden niet deugdelijk uit te voeren. Niet gesteld of gebleken is dat [eiser] andere klachten heeft over de vloer dan het gehanteerde banenplan. Zoals hiervoor reeds overwogen kan niet worden vastgesteld dat tussen partijen de afspraak is gemaakt dat de visgraatvloer op 18 juni 2019 gelegd zou worden vanuit de gang naar de woonkamer, met de punt in het midden van de gang, zodat niet vast is komen te staan dat Uniek Wonen in verzuim is komen te verkeren en de omzetting in vervangende schadevergoeding met betrekking tot de vloer daardoor niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Het gevolg daarvan is dat dit deel van de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.

2.4

Met betrekking tot de gevorderde vervangende schadevergoeding voor de muur wordt als volgt overwogen. [eiser] vordert een bedrag van € 554,- en verwijst naar een bij dagvaarding overgelegde prijsspecificatie. Op de overgelegde offerte wordt echter een bedrag van € 545,- genoemd. Uniek Wonen heeft zich bereid verklaard € 545,- aan [eiser] te voldoen onder de voorwaarde dat [eiser] het restant van haar factuur van € 1.750,- nog voldoet. Uniek Wonen heeft echter geen tegenvordering ingediend, waardoor de kantonrechter zich niet zal uitlaten over de vraag of [eiser] het restant al dan niet aan Uniek Wonen moet betalen.

2.5

Door zich bereid te verklaren het voornoemde bedrag van € 545,- aan [eiser] te betalen heeft Uniek Wonen de verschuldigdheid daarvan erkend. Dit deel van de vordering zal daarom worden toegewezen tot € 545,-, gelijk aan het in de offerte genoemde bedrag, omdat voor een hoger bedrag geen deugdelijke grondslag is gesteld.

2.6

De gevorderde wettelijke rente over het toegewezen deel van de hoofdsom zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen verweer is gevoerd.

2.7

[eiser] maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan Uniek Wonen een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. Bovendien zijn de overgelegde brieven geadresseerd aan Uniek Wonen Rotterdam, een andere onderneming. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.

2.8

Aangezien beide partijen voor een deel in het ongelijk zijn gesteld ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Uniek Wonen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 545,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf 29 november 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416