Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:1137

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-01-2021
Datum publicatie
17-02-2021
Zaaknummer
C/10/611414 / FA RK 21-289
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

art. 24 WzD rechterlijke machtiging tot opname verblijf. Afwijzing. Cliënt verblijft thans op vrijwillige basis. Verzoek ziet op periode na huidige behandeling. Niet rechtvaardig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/611414 / FA RK 21-289

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 januari 2021 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt] , [geboorteplaats cliënt] ,

hierna: cliënt,

wonende te ’s Heeren Loo, locatie [naam locatie] , [adres 1] , [postcode 1] Dordrecht,

thans verblijvende te ’s Heeren Loo, locatie [naam locatie] , [adres 2] , [postcode 2] Dordrecht,

advocaat mr. M. Drenth te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 13 januari 2021.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 23 april 2019;

  • -

    de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam arts] , arts, van 17 december 2020;

  • -

    de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 28 december 2020;

  • -

    de verklaring van de zorgaanbieder 's-Heeren Loo van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 18 november 2020;

  • -

    een afschrift van het zorgplan van 4 augustus 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 januari 2021. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    cliënt met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam orthopedagoog] , orthopedagoog, en

  • -

    [naam persoonlijk begeleidster] , persoonlijk begeleidster, beiden verbonden aan ’s Heeren Loo, locatie [naam locatie] ;

  • -

    [naam vader cliënt] , vader,

  • -

    [naam stiefmoeder cliënt] , stiefmoeder.

2. Beoordeling

2.1.

De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

2.2.

De orthopedagoog verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat de verslavingsproblematiek van cliënt op dit moment op de voorgrond staat. Voor een opname binnen de verslavingszorg staat cliënt op een wachtlijst. Cliënt staat hier achter. Voor de periode na de verslavingszorg is volgens de orthopedagoog een opname in een instelling met intensievere begeleiding en behandeling nodig dan cliënt op de huidige plek geboden kan worden. Cliënt is het hier niet mee eens. De machtiging is noodzakelijk omdat cliënt ambivalent kan zijn in het accepteren van de hulp, zo blijkt uit eerdere ervaringen. De complexe problematiek van cliënt zorgt er voor dat een vervolgplek nog ingevuld moet worden, wat ook door de wetgeving wordt bemoeilijkt.

2.3.

De advocaat van cliënt bepleit voor afwijzing van het verzoek. Bij cliënt is sprake van openheid en bereidheid en er is geen noodzaak tot dwang. Cliënt begrijpt de verslavingsproblematiek en ook de onderliggende problematiek, maar hij moet niet overvraagd worden. Cliënt wil van zijn verslaving af maar het is te voorbarig om op dit moment al een machtiging af te geven voor een periode in de toekomst.

2.4.

De rechtbank overweegt als volgt. Cliënt verblijft om dit moment op vrijwillige basis in een instelling van [naam locatie] . Bij cliënt is sprake van complexe problematiek die enerzijds onder de Wzd, anderzijds onder de Wet verplichte ggz (Wvggz) valt. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de verslavingsproblematiek op dit moment de meeste prioriteit heeft en dat cliënt gemotiveerd is om hiervoor, op vrijwillige basis, behandeld te worden. Het verzoek ziet op het verkrijgen van een machtiging voor een opname in een instelling voor intensive behandeling voor de periode daarna. Vaststaat dat alsdan behandeling moet volgen, echter uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet concreet duidelijk geworden wanneer en op welke plek dat dan plaats moet gaan vinden. De rechtbank acht het op dit moment niet gerechtvaardigd om een machtiging te verlenen voor een periode die nog moet komen waar bovendien, ondanks de inspanningen van de organisatie, nog geen concreet plan voor bestaat. Daarnaast ziet de rechtbank op dit moment geen reden om het verzoek op te vatten als een verzoek krachtens de Wvggg en een machtiging te verlenen voor een opname in de verslavingskliniek, immers cliënt wil dit op vrijwillige basis doen.

2.5.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

3. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 20 januari 2021 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 2 februari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.