Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:10926

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-10-2021
Datum publicatie
15-11-2021
Zaaknummer
9310825 \ CV EXPL 21-22481
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

(Gedeeltelijke) vernietiging relatiebeding en boetebeding. Uitleg relatiebeding en belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1430
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9310825 \ CV EXPL 21-22481

uitspraak: 15 oktober 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Extra Talent B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te Rotterdam,

eiseres in conventie bij exploot van dagvaarding van 21 juni 2021,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. J.D. de Rooij te Rotterdam,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 2] ,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

gemachtigde: mr. M.S. van Dijk te Rotterdam,

Eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie wordt hierna aangeduid als “Extra Talent”. Gedaagden in conventie, tevens eiseressen in reconventie worden hierna afzonderlijk aangeduid als “ [gedaagde 1] ” en “ [gedaagde 2] ” en gezamenlijk als “ [gedaagden] ”

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 19 juli 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de faxbrief d.d. 17 augustus 2021 aan de zijde van [gedaagden] , met productie;

  • -

    de akte houdende overlegging producties tevens conclusie tot vermeerdering van eis d.d. 31 augustus 2021 aan de zijde van Extra Talent.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 september 2021. Namens Extra Talent is verschenen [naam 1] (middellijk bestuurder), bijgestaan door de gemachtigde mr. De Rooij voornoemd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde mr. Van Dijk voornoemd. Partijen hebben, mede aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd, ieder het eigen standpunt (nader) toegelicht. De pleitaantekeningen zijn aan het dossier toegevoegd. Van hetgeen ter zitting is besproken is aantekening gehouden door de griffier.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Extra Talent is onderneming gericht op personeelsbemiddeling met haar hoofdvestiging in Rotterdam en nevenvestigingen in Eindhoven, Tiel, Breda en Amsterdam . Extra Talent detacheert kandidaten op de gebieden Financieel, Juridisch, Logistiek, Beleid & Overheid, Office en Supply Chain.

2.2.

[gedaagde 1] , geboren op [geboortedatum gedaagde 1] , is van 1 maart 2016 tot 1 november 2020 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst geweest van Extra Talent, laatstelijk in de functie van Consultant Juridisch Secretaresse.

2.3.

[gedaagde 2] , geboren op [geboortedatum gedaagde 2] , is van 14 augustus 2017 tot en met 31 december 2020 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst geweest van Extra Talent, laatstelijk in de functie van Consultant Juridisch.

2.4.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] waren werkzaam bij de vestiging Rotterdam en bemiddelden kandidaten om werkzaam te zijn voor opdrachtgevers van Extra Talent.

2.5.

In de arbeidsovereenkomst van [gedaagde 1] zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

11. EXCLUSIVITEIT

Het is werknemer - anders dan met schriftelijke toestemming van werkgever – verboden tijdens het dienstverband, in enigerlei vorm (project)werkzaamheden te verrichten, een bedrijf of onderneming, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm ook bij een dergelijke zaak belang te hebben direct of indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook te hebben. Werknemer zal voorts niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever gedurende de duur van de dienstbetrekking een dienstbetrekking, van welke aard dan ook, met derden aangaan. Bij overtreding van het voorgaande verbod verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete groot € 11.500,- voor elke dag dat werknemer in overtreding is, onverminderd de gehoudenheid tot betaling aan werkgeefster van een volledige schadevergoeding te dezer zake. Overtreding zal voor werknemer een dringende reden vormen tot ontslag op staande voet. De boete zal ten gunste komen van het personeel.

12.1

CONCURRENTIEBEDING

Werknemer werkt voor werkgever in de functie van zelfstandig consultant. Werkgever heeft in werknemer, zowel in de vorm van een intensief inwerkprogramma, 'training on the job' als het bekostigen van externe opleidingen voor werknemer, geïnvesteerd in werknemer zodat zij haar functie zelfstandig kan uitoefenen binnen de nichebranche waarin werkgever werkzaam is. Werkgever zal gedurende het dienstverband van werknemer ook blijven investeren in de opleiding van werknemer.

Werkgever is de specialist in het bemiddelen voor functies in een nichemarkt. Werkgever heeft werknemer geïntroduceerd in deze specifieke, niche branche waarin zij werkzaam is, betreffende de wereld van de juridische secretaresses, De taak van werknemer is daarbij het actief opbouwen van een netwerk met zowel kandidaten als opdrachtgevers. Door onder andere moderne social media is het netwerk gekoppeld aan de werknemer.

Door deze taak, introductie en social media is werknemer het ‘gezicht van werkgever’ in de specifieke branche. Werknemer bouwt daarbij een vertrouwelijke (langdurige) relatie op met zowel kandidaten als opdrachtgevers, maar verkrijgt ook kennis over potentiële nieuwe opdrachtgevers en tariefstellingen in de specifieke branche. Zo heeft werknemer geleerd waar bijvoorbeeld de beste, zeer schaarse kandidaten gevonden kunnen worden, hoe de opdrachtgevers functioneren, wie de contactpersonen zijn en wat deze vragen, hoe de CV’s van kandidaten gelezen worden en hoe die aan de opdrachtgevers gekoppeld worden.

Het bovenstaande illustreert dat werknemer vanaf de aanvang van het dienstverband bij werkgever specifieke, concurrentiegevoelige informatie verwerft en een vertrouwelijke relatie met (potentiële) klanten en kandidaten opbouwt in een niche markt.

Door de uitoefening van de functie wordt de kans verhoogd dat de werknemer het gewonnen vertrouwen van de (potentiële) klanten en kandidaten bij het einde van de arbeidsovereenkomst gebruikt om deze (potentiële) klanten er toe aan te zetten om de relatie met de werkgever niet aan te gaan dan wel te beëindigen en in plaats daarvan een relatie aan te gaan met de werknemer of met een derde waar de werknemer in dienst zal treden of ten behoeve van wie de werknemer op andere wijze diensten zal verrichten. Hierdoor zal indiensttreding van werknemer bij concurrenten leiden tot grote schade voor werkgever.

Werkgever heeft dan ook een zwaarwegend belang te voorkomen dat concurrenten op oneigenlijke wijze kennis nemen van voornoemde aspecten door werknemer in dienst te nemen of op andere wijze van zijn diensten gebruik te maken. Daarbij heeft werkgever er, door de hiervoor genoemde investeringen in de werknemer, belang bij dat werknemer niet bij concurrenten en relaties in dienst zal treden.

Daartoe vinden partijen het redelijk dat werknemer na de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst gedurende een jaar niet zal concurreren.

Behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever is het werknemer verboden om binnen een tijdvak van een jaar na het einde van de dienstbetrekking, binnen een gebied met de werklocatie van werknemer als middelpunt en met een straal van 40 km/binnen Nederland in enigerlei vorm een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van werkgever of een aan haar gelieerde onderneming op het gebied van detachering, werving, selectie en/of arbeidsbemiddeling te (doen) drijven, als ook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak direct of indirect belang te hebben, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard dan ook te hebben.

Voorts is het werknemer, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever, verboden waar dan ook binnen een tijdvak van één jaar na het einde der dienstbetrekking op enigerlei wijze werkzaamheden - daaronder begrepen, doch daartoe niet beperkt, als in dit artikellid vermeld- te verrichten voor relaties en prospects van werkgever of een aan haar gelieerde onderneming.

12.2

Het is werknemer, ongeacht op wiens initiatief dit geschiedt, verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever gedurende een periode van één jaar na einde van de arbeidsovereenkomst contacten te onderhouden via social media zoals Facebook, Twitter en Linkedin, ook wanneer deze contacten vanuit een particulier account van werknemer zijn gelegd, met degenen die op tijdstip van beëindiging van de arbeidsovereenkomst of gedurende de één jaar daaraan voorafgaand, kandidaat, relatie en/of prospect zijn geweest van werkgever. Onder “contacten" valt in dit verband zowel het communiceren met als het leggen van verbindingen (zoals 'vrienden' op Facebook, 'volgen' op Twitter en het ‘connecten' op Linkedin) met personen en/of bedrijven.

Uitgezonderd van het relatiebeding zijn contacten die strikt persoonlijk zijn, dat wil zeggen geen direct of indirect of wervend karakter hebben.

De werknemer zal bij einde dienstverband de bestaande contacten met de hiervoor bedoelde kandidaten, relaties en/of prospects expliciet verwijderen en niet opnieuw leggen of onderhouden gedurende de periode dat het beding geldt.

12.3

BOETEBEDING

Bij overtreding van de in artikel 12.1 en 12.2 omschreven verboden, verbeurt de werknemer ten behoeve van de werkgever een dadelijk opvorderbare boete van € 11.500,- (zegge: elfduizend vijfhonderd euro) voor elke overtreding en van € 455,- voor elke dag, dat een overtreding voortduurt, onverminderd het recht van de werkgever om van de werknemer vergoeding van alle ten gevolge van die overtreding door werkgever geleden schade te vorderen.

Partijen verklaren nadrukkelijk ten aanzien van het bepaalde in dit artikel af te wijken van het bepaalde in artikel 7:650 BW lid 3 en 5, zulks overeenkomstig het in lid 7:650 BW lid 6 bepaalde.

12.4

Partijen hebben het zwaarwegende belang van werkgever bij het overeenkomen van deze arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met concurrentiebeding besproken. Werknemer is bekend met het in dit kader te respecteren belang van werkgever en is akkoord met de opname van het onderhavige beding.

2.6.

De arbeidsovereenkomst van [gedaagde 2] bevat in de artikelen 12 en 13.1 tot en met 13.3 met de arbeidsovereenkomst van [gedaagde 1] vergelijkbare bepalingen, waarbij slechts de formulering op een klein aantal voor het geschil niet relevante onderdelen afwijkt van de arbeidsovereenkomst van [gedaagde 1] .

2.7.

Op 22 december 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [gedaagden] en [naam 1] . Tijdens dit gesprek hebben [gedaagden] aan [naam 1] kenbaar gemaakt dat zij voornemens zijn een wervings- en selectiebureau op het gebied van juridische dienstverlening op te zetten en zich te vestigen in [plaatsnaam] .

2.8.

Bij brief van 30 december 2020 van de gemachtigde van Extra Talent aan [gedaagden] , wordt hen verzocht om concurrerende activiteiten voor zover die reeds zijn begonnen te staken en gestaakt te houden.

2.9.

Per e-mails van 31 december 2020 hebben [gedaagden] de gemachtigde van Extra Talent bericht dat het concurrentiebeding als zodanig zal worden gerespecteerd en dat het staken van concurrerende activiteiten die vallen onder het concurrentiebeding niet aan de orde is.

2.10.

Op 4 januari 2021 hebben [gedaagden] de vennootschap onder firma [naam bedrijf] opgericht. [naam bedrijf] is gevestigd te [plaatsnaam] . In het uittreksel van de Kamer van Koophandel staat bij ‘activiteiten’ vermeld: “SBI-code: 7810 – Arbeidsbemiddeling Recruitment/Arbeidsbemiddelingsbureau”.

2.11.

Per e-mail van 4 januari 2021 schrijft de gemachtigde van Extra Talent aan [gedaagden] , voor zover thans van belang, het volgende:

“(…)

U bevestigt dat het concurrentiebeding door u zal worden gerespecteerd. Tegen de achtergrond van uw opmerking dat 'het staken van concurrerende activiteiten 'thans niet aan de orde is' en ter voorkoming van eventuele discussies in de toekomst wijs ik u er op dat het u gedurende een tijdvak van 12 maanden niet is toegestaan de in artikel 12 beschreven activiteiten te (doen) verrichten. Ik verzoek u om mij omgaand te bevestigen dat u gedurende het gehele tijdvak van één jaar géén concurrerende activiteiten zult (doen) verrichten.

Verder is cliënte ter ore gekomen dat u voornemens bent (al dan niet concurrerende) activiteiten te gaan verrichten vanuit de regio [plaatsnaam] .

Dit roept voor nu de volgende vragen op:

Gaat u inderdaad vanuit die regio opereren?

Welke activiteiten zijn dit?

In welke regio's gaat u opereren?

Voor de goede orde merk ik op dat het concurrentiebeding geldt voor zover u uw activiteiten vanuit de regio [plaatsnaam] verricht, maar u in feite binnen de in artikel 12 genoemde straal van 40 km. gerekend vanaf de locatie Rotterdam opereert. In dat geval handelt u wel degelijk in strijd met uw concurrentiebeding. U bent zich dit kennelijk bewust.

(…)”

2.12.

Per e-mail van 7 januari 2021 schrijven [gedaagden] aan de gemachtigde van Extra Talent, voor zover thans van belang, het volgende:

“(…)

Wij zijn ons ervan bewust dat het gedurende een tijdvak van 12 maanden niet is toegestaan de in artikel 12 beschreven activiteiten te (doen) verrichten, voor zover dit werkzaamheden betreffen die binnen de in artikel 12 genoemde straal van 40 km, gerekend vanaf de locatie Rotterdam (Vestiging Rotterdam | Extra Talent aan de [adres] ) vallen.

Ons bedrijf " [naam bedrijf] " is inderdaad gevestigd in [plaatsnaam] , echter zijn wij niet voornemens om concurrerende activiteiten te verrichten die binnen de straal van 40 km vallen vanaf de genoemde locatie in Rotterdam. Alle werkzaamheden die buiten deze straal van 40 km vallen, zijn niet als concurrerend te beschouwen.

Als er verder nog zaken onduidelijk zijn, dan horen we dat graag.”

2.13.

Bij brief van 5 mei 2021 schrijft de gemachtigde van Extra Talent aan [gedaagden] het volgende:

“Wederom heeft Extra Talent zich tot mij gewend, ditmaal ter zake van een onderdeel van

het met u overeengekomen concurrentiebeding.

Dat ziet niet alleen op het concurreren binnen de straal van 40 km. van de plaats van vestiging van Extra Talent, doch ook op het op enigerlei wijze werkzaamheden verrichten voor relaties en prospects van Extra Talent. Dit gedurende een jaar na het einde van uw dienstbetrekking. Bij overtreding van dit verbod bent u een boete van € 11.500 per overtreding aan Extra Talent verschuldigd.

Extra Talent heeft vastgesteld dat u, persoonlijk dan wel door middel van de vennootschap onder firma [naam bedrijf] waarvan u mede-eigenaar bent, inmiddels ten minste tot vier keer toe uw concurrentiebeding met Extra Talent heeft overtreden, namelijk door zakelijk contact te hebben met [notariskantoor 1] , [notariskantoor 2] , [notariskantoor 3] en [notariskantoor 4] . [notariskantoor 2] , [notariskantoor 3] en [notariskantoor 4] zijn klanten van Extra Talent en [notariskantoor 1] is een prospect waarmee in 2020 regelmatig contact is geweest.

Het bewijs van het voorgaande is geleverd met een getekende opdrachtbevestiging van 17 maart jl. van [naam bedrijf] aan [notariskantoor 1] , met een e-mail van 30 maart jl. van [notariskantoor 2] aan uw e-mailadres bij Extra Talent en met getuigen die geconstateerd hebben dat u samenwerkt met [notariskantoor 3] en [notariskantoor 4] .

(…)

Gezien het voorgaande bent u thans in totaal vier keer € 11.500, zijnde € 46.000 ter zake van contractuele boetes aan Extra Talent verschuldigd. (…) Bij het uitblijven van - tijdige - betaling heb ik opdracht om een gerechtelijke procedure tegen u te beginnen ter incasso van dat bedrag vermeerderd met de wettelijke rente daarover en de buitengerechtelijke incassokosten.

Tevens verzoek ik u om in het vervolg het volledige concurrentiebeding in acht te nemen.

(…)”

2.14.

Per e-mail van 10 mei 2021 schrijft de gemachtigde van [gedaagden] aan de gemachtigde van Extra Talent, voor zover thans van belang, het volgende:

“(…)

In uw brieven schrijft u dat het concurrentiebeding zou zien op het concurreren binnen de straal van 40 km van de plaats van de vestiging van Extra Talent. Dat is dus onjuist. Het is de werklocatie. De werklocatie is Rotterdam. Het betreft dus de straal van 40 km vanuit Rotterdam.

Mijn cliënten handelen niet in strijd met het concurrentiebeding door zich in [plaatsnaam] te vestigen en daar soortgelijke activiteiten als uw cliënte te ondernemen.

Voor zover er onduidelijkheid zou zijn over de uitleg van deze bepaling, dan is de onduidelijkheid daarin naar heersende leer voor rekening van uw cliënte nu zij de overeenkomst heeft opgesteld.

Relatiebeding

In uw brief geeft u aan dat mijn cliënten persoonlijk, dan wel door middel van [naam bedrijf] waarvan zij ieder mede-eigenaren zijn, zakelijk contact zouden hebben gehad met relaties van uw cliënte en dat zij daardoor tenminste viermaal het concurrentiebeding zouden hebben overtreden. Mijn cliënten bestrijden dit.

Mijn cliënten zijn, vanwege de goede relatie met uw cliënte, van meet af aan volledig transparant geweest over hun intenties en waar zij zich zouden vestigen.

Mijn cliënten wijzen in dat kader naar uw email van 4 januari 2021 waarin u aan mijn cliënten bevestigt dat zij pas in strijd met het concurrentiebeding handelen als zij zich in [plaatsnaam] vestigen, maar feitelijk (toch = eigen toevoeging) binnen de in artikel 12 genoemde straal van 40 kilometer vanaf Rotterdam opereren. Bij email van 7 januari 2021 bevestigen mijn cliënten aan u dat zij er goede nota van hebben genomen dat dus (concurrerende) werkzaamheden die buiten een straal van 40 km vallen, niet als concurrerende werkzaamheden zijn te beschouwen. Zij hebben dan ook bevestigd dat zij niet voornemens zijn om binnen de genoemde straal van 40 km (vanaf locatie Rotterdam), concurrerende activiteiten te verrichten. Uitdrukkelijk is aan u gevraagd dat indien er verder nog zaken onduidelijk zijn, mijn cliënten dat graag vernemen. U heeft mijn cliënten niet aangegeven dat hun stelling/interpretatie van het concurrentiebeding en uw mededeling in uw email van 4 januari 2021, onjuist is.

Mijn cliënten hebben dan ook geen concurrerende werkzaamheden verricht binnen de bedoelde straal van 40 km. Zij hebben geen relaties benaderd gevestigd binnen de genoemde straal. Alleen al om die reden hebben zij niet in strijd gehandeld met het concurrentiebeding.

Bovendien geeft u aan dat het gepretendeerd bewijs volgt uit emailbevestigingen van cliënten op het emailadres van Extra Talent. Het is natuurlijk niet geloofwaardig dat mijn cliënten een opdrachtbevestiging sturen op hun oude e-mailadressen bij Extra Talent. Daarenboven heb ik eerder aangegeven dat mijn cliënten geen inzage hebben in het emailsysteem van uw cliënte. Ze kunnen er niet in!

U noemt in uw brief een viertal relaties:

1. [notariskantoor 1]; Mijn cliënten begrijpen -achteraf- dat dit een prospect is van uw cliënte. Mijn

cliënten hadden daar tot op heden geen weet van. Het betreft in ieder geval geen prospect van

kantoor Rotterdam, dan wel een relatie binnen de bedoelde 40 km straal. Dit nog los van de discussie en definitie over het fenomeen “prospects” en relaties.

2. [notariskantoor 2]: Mijn cliënten hebben sinds zij voor zichzelf zijn begonnen geen contact gehad met deze klant van uw cliënte.

3. [notariskantoor 3]; Mijn cliënten hebben geen weet dat dit een relatie is van uw cliënte. In ieder geval betreft dit geen relatie binnen de genoemde straal van 40 km.

4. [notariskantoor 4]; ook voor deze klant geldt dat mijn cliënten geen weet hebben gehad dat zij deze niet mochten benaderen. Zij hebben aangegeven dat zij activiteiten gaan ontplooien in (omgeving) [plaatsnaam] . U heeft hen bevestigd dat zij niet in strijd handelen met het concurrentiebeding als zij geen activiteiten ontplooien binnen de straal van 40 km vanaf Rotterdam. Dat is ook hier niet gebeurd.

Geen strijd met de contractuele bedingen

(…)

Mijn cliënten hebben het concurrentiebeding daarbij uitgelegd zoals hierboven beschreven en zoals door u (namens uw cliënte) aan hen is bevestigd. Zij hebben daarbij niet in strijd gehandeld met hun concurrentiebeding.

Sterker nog, zij zijn zich goed bewust van het feit dat zij gebonden zijn aan een concurrentiebeding.

Mijn cliënten kunnen door middel van o.a. e-mails of berichten in Linkedln aantonen dat zij diverse personen hebben (door)verwezen naar uw cliënte met de mededeling dat zij niets voor deze personen kunnen doen vanwege een concurrentiebeding waaraan zij gehouden zijn. Zij hebben zelfs nieuwe relaties/aanvragen naar uw cliënte doorverwezen voor zover hier strijdigheid met de 40 km eis volgde. Ik sluit enkele voorbeelden in.

(…)”

2.15.

Op 7 juni 2021 heeft Extra Talent, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank [plaatsnaam] , conservatoir derdenbeslag laten leggen op de (spaar)rekeningen van [gedaagden] voor een bedrag van in totaal € 119.600,-. De beslagen hebben doel getroffen.

2.16.

[gedaagden] hebben bij de kantonrechter te Rotterdam een kort geding aanhangig gemaakt en hebben onder meer schorsing van het relatiebeding gevorderd. Bij vonnis van 15 juli 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam (zaaknummer 9257498 VV EXPL 21-253) de werking van het tussen partijen overeengekomen relatiebeding geschorst.

3. De vordering en het verweer in conventie

Vordering

3.1.

Extra Talent heeft - na vermeerdering van eis - bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] te veroordelen aan haar te betalen:

  1. € 46.000,- ter zake van de overtredingen van het relatiebeding;

  2. € 23.000,- ter zake van overtredingen van het exclusiviteitsbeding;

  3. de wettelijke rente over a) vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening en over b) vanaf 9 september 2021 tot de dag der algehele voldoening;

  4. e buitengerechtelijke kosten ad € 1.235,-;

  5. de proceskosten, waaronder in elk geval een bedrag aan salaris voor de raadsman van Extra Talent, alsmede de door Extra Talent ten laste van [gedaagden] gelegde conservatoire beslagen ten bedrage van € 1.281,21 te vermeerderen met de nakosten een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

Aan haar vordering heeft Extra Talent, zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang, ten grondslag gelegd dat [gedaagden] al dan niet middels hun onderneming [naam bedrijf] zakelijk contact hebben gehad met vier bestaande relaties en/of prospects van Extra Talent - te weten [notariskantoor 1] , [notariskantoor 2] , [notariskantoor 3] en [notariskantoor 4] - en [gedaagden] daarmee het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding hebben overtreden.

Voorts stelt Extra Talent dat [gedaagden] in strijd hebben gehandeld met het exclusiviteitsbeding zoals opgenomen in artikel 11 respectievelijk 12 van de arbeidsovereenkomst. Negen maanden voordat zij hun eigen concurrerende onderneming per 1 januari 2021 daadwerkelijk startten hebben [gedaagden] activiteiten ondernomen voor een andere onderneming, namelijk het voorbereiden en registeren van de URL van hun website en het voorbereiden en registreren van het lidmaatschap van [naam bedrijf] op YouTube. Dit zijn evident activiteiten in strijd met het exclusiviteitsbeding, zodat [gedaagden] de in het beding opgenomen boete verbeuren, aldus Extra Talent.

Verweer

3.3.

[gedaagden] hebben de vorderingen betwist en hebben daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [gedaagden] betwisten dat zij vier keer het concurrentie-/relatiebeding hebben overtreden. Zij stellen verder dat het relatiebeding niet is geconcretiseerd en dat in het beding niet verduidelijkt is wie relaties en prospects zijn. Van overtreding van het exclusiviteitsbeding is volgens [gedaagden] geen sprake, omdat zij slechts voorbereidende handelingen in een oriëntatiefase hebben verricht en tijdens hun dienstverband nimmer werkzaamheden hebben verricht in het kader van een eigen bedrijf. [gedaagden] concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Extra Talent.

4. De vordering en het verweer in reconventie

Vordering

4.1.

In reconventie vorderen [eiseressen] bij vonnis, steeds voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair de werking van het tussen partijen geldende (non-) concurrentiebeding, specifiek het relatiebeding, alsmede ter zake van de daarop van toepassing verklaarde boete, zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst tussen partijen, te vernietigen;

Subsidiair op zo kort mogelijke termijn het relatiebeding gedeeltelijk te vernietigen, althans te matigen in regionale beperking en duur, zodanig dat het [eiseressen] zal zijn toegestaan met ondernemingen, specifiek advocatenkantoren en notariskantoren, buiten een straal van 40 km vanaf Rotterdam zakelijke contacten te kunnen onderhouden;

II. i. op te heffen de op 7 juni 2021 door Extra Talent ten laste van [eiseressen] gelegde conservatoire (derden)beslagen, onmiddellijk, dan wel binnen 24 uur na het wijzen van vonnis;

ii. Extra Talent te veroordelen tot het doen van een mededeling binnen 48 uur na het wijzen van vonnis van de opheffing van de beslagen aan [eiseressen] ;

iii. het onder i en ii geformuleerde op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag dat Extra Talent daartoe niet overgaat, dan wel een bedrag dat de kantonrechter redelijk acht;

III. Extra Talent te veroordelen aan [eiseressen] de buitengerechtelijke kosten ad € 1.626,24 (inclusief btw) te betalen, dan wel een bedrag dat de kantonrechter redelijk zal achten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf twee dagen na het betekenen van het vonnis.

Zowel in conventie als in reconventie vorderen [eiseressen] :

i. Extra Talent te veroordelen in de integrale kosten van deze procedure, die voor salaris van de advocaat daaronder begrepen;

ii. Extra Talent te veroordelen tot betaling van de nakosten ad € 131,- zonder betekening, dan wel € 199,- in het geval van betekening van het in deze te wijzen vonnis, en – voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

4.2.

[eiseressen] hebben daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [eiseressen] beschikken niet over zodanige specifieke kennis van Extra Talent dat zij op basis daarvan voor [naam bedrijf] een ongerechtvaardigde voorsprong in concurrentie zouden creëren. Een concurrentiebeding is niet bedoeld om werknemers te binden en er is geen sprake van aantasting van het bedrijfsdebiet van Extra Talent. Onverkorte gelding c.q. handhaving van het (non-)concurrentiebeding is onredelijk bezwarend, mede gezien de loyale opstelling van [eiseressen] jegens Extra Talent, het consequent doorsturen van aanvragen naar Extra Talent en de beperkte kennis van vertrouwelijke informatie over relaties en prospects van Extra Talent buiten hun eigen regio Rotterdam en omgeving. Als [eiseressen] zouden worden geacht zich te houden aan de lezing van Extra Talent van het relatiebeding (alle relaties waar dan ook), dan is het voor hen ook niet mogelijk om zichzelf (verder) te ontwikkelen.

4.3.

Extra Talent heeft de vorderingen van [eiseressen] betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. Het is [eiseressen] altijd duidelijk geweest wat onder relaties en prospects wordt verstaan. Deze zijn opgenomen in het systeem ‘Bullhorn’. Eventuele onduidelijkheid over wie relaties en prospect zijn behoort niet voor rekening van Extra Talent te komen. Onbillijke benadeling is niet gebleken. [eiseressen] kunnen volop concurreren en opdrachtgevers en kandidaten aan elkaar koppelen die geen relatie of prospect zijn van Extra Talent. Na een jaar wachttijd zijn [eiseressen] volledig vrij in hun doen en laten, mits zij rechtmatig handelen jegens Extra Talent. Extra Talent concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseressen]

4.4.

Op de verdere stellingen van partijen in conventie en in reconventie wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

In conventie en in reconventie

5.1.

Gelet op de onderlinge samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie, zal de kantonrechter deze vorderingen gezamenlijk behandelen.

Uitleg relatiebeding

5.2.

De kantonrechter stelt voorop dat het geschil tussen partijen zich toespitst op het relatiebeding dat in artikel 12.1 respectievelijk 13.1 van de arbeidsovereenkomst van [gedaagden] is opgenomen. In de betreffende artikelen in de arbeidsovereenkomst is naast het relatiebeding ook een concurrentiebeding opgenomen, maar het concurrentiebeding is tussen partijen niet in geschil. Het relatiebeding luidt als volgt: “Voorts [in de arbeidsovereenkomst van [gedaagde 2] staat vermeld “tot slot”, opm. ktr.] is het werknemer, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever, verboden waar dan ook binnen een tijdvak van één jaar na het einde der dienstbetrekking op enigerlei wijze werkzaamheden - daaronder begrepen, doch daartoe niet beperkt, als in dit artikellid vermeld- te verrichten voor relaties en prospects van werkgever of een aan haar gelieerde onderneming.”

5.3.

Partijen verschillen in de eerste plaats van mening over de vraag welke partijen als ‘relaties en prospects’ in de zin van het relatiebeding kunnen worden aangemerkt.

5.4.

De kantonrechter stelt voorop dat het voor het antwoord op die vraag aankomt op hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (het Haviltex-criterium). Daarbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol.

5.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter dient het relatiebeding zo te worden uitgelegd dat het niet is beperkt tot relaties en prospects van de vestiging Rotterdam waar [gedaagden] werkzaam zijn geweest en/of die door [gedaagden] zijn bediend, zoals [gedaagden] hebben gesteld. Het relatiebeding, gelezen in de context van het artikel in de arbeidsovereenkomsten van [gedaagden] waarin ook het concurrentiebeding staat opgenomen, biedt hiervoor geen enkel aanknopingspunt. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden, zijn niet gebleken.

5.6.

Het relatiebeding kan naar het oordeel van de kantonrechter echter evenmin zo worden uitgelegd dat dit ziet op alle ondernemingen die in het Bullhorn systeem zijn opgenomen, zoals door Extra Talent gesteld. [gedaagden] hebben immers onbetwist gesteld dat in het Bullhorn systeem duizenden (nagenoeg alle) ondernemingen zijn opgenomen op alle werkgebieden van Extra Talent, dat alle bedrijven in dit systeem systematisch moeten worden gebeld in de hoop een opdracht te verkrijgen en dat er ook bedrijven in opgenomen zijn die geen zaken willen doen met Extra Talent. Bedrijven die tot deze laatste categorie behoren zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet aan te merken als relatie van Extra Talent terwijl ook niet zonder meer kan worden aangenomen dat deze als prospect kunnen worden aangemerkt. Daarbij klemt dat in het relatiebeding zelf noch in de arbeidsovereenkomst van [gedaagden] is gedefinieerd welke partijen als ‘relaties en prospects’ kunnen worden aangemerkt. Extra Talent heeft tot op heden om haar moverende redenen geweigerd [gedaagden] een lijst van (kern)relaties en prospects te verstrekken die volgens haar onder de werking van het relatiebeding vallen. Dit had de ontstane onduidelijkheid kunnen wegnemen.

Overtreding relatiebeding?

5.7.

Tegen deze achtergrond wordt ten aanzien van de vraag of [gedaagden] het relatiebeding hebben overtreden het volgende overwogen.

5.8.

[gedaagden] hebben verwezen naar een door hen overgelegde verklaring van [naam 2] van [notariskantoor 1] waarin staat dat [notariskantoor 1] geen contacten heeft met Extra Talent en er geen zaken met Extra Talent worden gedaan of in het verleden zijn gedaan. Voorts hebben zij onweersproken gesteld dat het in ieder geval geen prospect van het kantoor Rotterdam betreft, zodat zij niet uit hoofde van hun werkzaamheden tijdens het dienstverband met Extra Talent bekend waren met [notariskantoor 1] . Gelet hierop kan [notariskantoor 1] naar het oordeel van de kantonrechter niet als een relatie of prospect van Extra Talent in de zin van het relatiebeding worden aangemerkt. De enkele stelling van Extra Talent dat [notariskantoor 1] in het Bullhorn systeem staat opgenomen - waarbij overigens uit de door Extra Talent overgelegde productie blijkt dat slechts twee keer telefonisch contact is geweest waarbij bij één gesprek de opmerking ‘op dit moment hebben zij geen vacatures (…)’ staat vermeld - is onvoldoende om tot een ander oordeel te leiden. [gedaagden] hebben derhalve, door met [notariskantoor 1] zaken te doen, het relatiebeding niet overtreden.

5.9.

Ten aanzien van [notariskantoor 2] hebben [gedaagden] aangevoerd dat zij nooit contact hebben gehad met [notariskantoor 2] , ook niet nadat zij voor zichzelf zijn begonnen. Dat [notariskantoor 2] op 30 maart 2021 kennelijk een e-mail naar het (oude) mailadres van [gedaagde 1] bij Extra Talent heeft verstuurd, is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat sprake is van overtreding van het relatiebeding. Niet kan worden uitgesloten, zoals [gedaagde 1] heeft gesteld, dat sprake is geweest van een vergissing bij [notariskantoor 2] en deze e-mail voor een andere collega bij Extra Talent was bedoeld.

5.10.

Onder verwijzing naar drie verklaringen van werknemers van Extra Talent stelt Extra Talent dat [notariskantoor 3] en [notariskantoor 4] relaties dan wel prospects van haar zijn. Ook voor deze kantoren geldt dat [gedaagden] onweersproken hebben gesteld dat het geen relaties of prospects van het kantoor Rotterdam, waar [gedaagden] werkzaam zijn geweest, betreft. Niet valt in te zien – indien zou worden aangenomen dat [notariskantoor 3] en [notariskantoor 4] relaties of prospect van Extra Talent zijn, hetgeen [gedaagden] betwisten – hoe [gedaagden] dit dan hadden moeten of kunnen weten. Naar het oordeel van de kantonrechter kan redelijkerwijs niet van [gedaagden] worden verlangd dat zij de volledige lijst met alle (duizenden) namen uit het Bullhorn systeem ten tijde van hun uitdiensttreding uit het hoofd kennen. Dit brengt mee dat de contacten die [gedaagden] met [notariskantoor 3] en [notariskantoor 4] hebben gehad niet kunnen worden aangemerkt als een overtreding van het relatiebeding.

5.11.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de vorderingen van Extra Talent voor zover deze zien op overtreding van het relatiebeding worden afgewezen.

Exclusiviteitsbeding

5.12.

Extra Talent stelt dat [gedaagden] het exclusiviteitsbeding zoals opgenomen in artikel 11 respectievelijk 12 van de arbeidsovereenkomst hebben overtreden door op 19 maart 2020 de URL van de website en op 8 oktober 2020 het lidmaatschap van [naam bedrijf] op YouTube voor te bereiden en te registreren.

5.13.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan de enkele registratie van een URL van een website en de registratie van een lidmaatschap op YouTube niet worden aangemerkt als activiteiten in strijd met het exclusiviteitsbeding. Het betreft slechts zeer geringe voorbereidende handelingen. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagden] tijdens het dienstverband met Extra Talent, naast de registratie, enige activiteiten op de website of op YouTube hebben ontplooid dan wel anderszins werkzaamheden voor hun eigen bedrijf hebben verricht. Daarbij komt dat [naam bedrijf] blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel pas met ingang van 4 januari 2021, derhalve na afloop van het dienstverband bij Extra Talent, is opgericht. [gedaagden] hebben onweersproken gesteld dat de website van [naam bedrijf] pas vanaf 4 januari 2021 live is gegaan en ook pas toen is gestart met de vlogs op YouTube. Zelfs indien er veronderstellenderwijs van uit zou worden gegaan dat het exclusiviteitsbeding met het registeren van de website en de registratie op YouTube wel is overtreden, dan rechtvaardigt de geringe overtreding niet de gevorderde boete van € 23.000,-, zodat deze dient te worden gematigd tot nihil. De door Extra Talent gevorderde veroordeling tot betaling van verbeurde boetes wegens overtreding van het exclusiviteitsbeding wordt derhalve afgewezen.

5.14.

In het voorgaande ligt besloten dat ook de vordering van Extra Talent tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.

(Gedeeltelijke) vernietiging relatiebeding

5.15.

[gedaagden] vorderen (gedeeltelijke) vernietiging van het relatiebeding en het daarop van toepassing zijnde boetebeding.

5.16.

Op basis van alle relevante omstandigheden van het geval dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds de belangen van [gedaagden] bij vernietiging van het relatiebeding en anderzijds de belangen van Extra Talent bij onverkorte handhaving daarvan.

5.17.

Het belang van [gedaagden] is gelegen in het recht van de vrijheid van arbeidskeuze en de vrijheid van ondernemerschap. Daarnaast is - zo hebben [gedaagden] onweersproken gesteld - sprake van een positieverbetering doordat zij bij [naam bedrijf] de door hen gewenste commerciële verantwoordelijkheid hebben, die zij bij Extra Talent niet hadden.

5.18.

Tegenover het belang van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] staat het belang van Extra Talent om haar bedrijfsdebiet en haar klanten- en kandidatenbestand te beschermen.

5.19.

Naar het oordeel van de kantonrechter dient de belangenafweging in het voordeel van [gedaagden] uit te vallen. Daartoe is allereerst relevant dat [gedaagden] – zo staat tussen partijen niet ter discussie – gedurende een jaar na uitdiensttreding zijn gebonden aan een tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding op grond waarvan [gedaagden] kort gezegd binnen een straal van 40 kilometer rondom de vestiging Rotterdam geen concurrerende werkzaamheden mogen verrichten (zie 2.5 en 2.6). Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen bevestigd dat zij het erover eens zijn dat Extra Talent en [naam bedrijf] als concurrenten dienen te worden aangemerkt. Niet in geschil is dat [gedaagden] (tot op heden) dit deel van het concurrentiebeding hebben nageleefd en ook hebben verklaard zich hieraan te zullen houden. Dit blijkt ook uit de door [gedaagden] overgelegde correspondentie, waarin zij verschillende partijen kenbaar maken dat zij vanwege het geldende concurrentiebeding niet kunnen samenwerken en een aantal van deze partijen ook doorverwijzen naar Extra Talent. Door het concurrentiebeding worden [gedaagden] gedurende een jaar na uitdiensttreding in hun vrije arbeidskeuze en vrijheid van ondernemerschap beperkt.

5.20.

Voorts is van belang, zoals hiervoor overwogen, dat onduidelijk is welke partijen als ‘relaties en prospects’ in de zin van het relatiebeding kunnen worden aangemerkt en dat Extra Talent die onduidelijkheid niet heeft weggenomen door [gedaagden] een lijst van (kern)relaties en prospects te verstrekken die volgens haar onder de werking van het relatiebeding vallen. Zoals ook hiervoor overwogen, kan van [gedaagden] bovendien redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij de volledige lijst met alle (duizenden) namen uit het Bullhorn systeem ten tijde van hun uitdiensttreding uit het hoofd kennen. Evenmin kan van hen worden verlangd dat zij van iedere potentiële relatie die hen niet uit hoofde van hun dienstverband met Extra Talent bekend was, bij Extra Talent navragen of dit mogelijk een relatie of prospect van Extra Talent is.

5.21.

Gelet hierop komt de kantonrechter tot de slotsom dat [gedaagden] in verhouding tot het te beschermen belang van Extra Talent door het relatiebeding onbillijk worden benadeeld. De kantonrechter zal de gevorderde vernietiging van het relatiebeding alsmede het boetebeding daarom gedeeltelijk toewijzen in die zin dat dit wordt beperkt tot de relaties die door [gedaagden] gedurende hun dienstverband bij Extra Talent zijn bediend.

Opheffen beslagen

5.22.

[gedaagden] hebben opheffing van de door Extra Talent op 7 juni 2021 ten laste van hen gelegde conservatoire (derden)beslagen gevorderd.

5.23.

Gelet op hetgeen de kantonrechter hiervoor heeft geoordeeld en de afwijzing van de vorderingen van Extra Talent, zijn de door Extra Talent gelegde beslagen ongegrond. Het verweer van Extra Talent dat de kantonrechter, zoals door Extra Talent tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd, niet bevoegd zou zijn de gelegde beslagen op te heffen volgt de kantonrechter niet. Artikel 705 lid 1 Rv bepaalt immers het volgende: “De voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven kan, rechtdoende in kort geding, het beslag op vordering van elke belanghebbende opheffen, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter”. Dat slechts de voorzieningenrechter die het verlof tot beslag heeft gegeven bevoegd is het beslag op te heffen, volgt niet uit deze bepaling. Ook de kantonrechter in de onderhavige zaak is daartoe bevoegd. De vordering van [gedaagden] tot opheffing van de beslagen zal dan ook worden toegewezen. Bij de onder II.ii en II.iii gevorderde mededeling en dwangsom hebben [gedaagden] gelet op de opheffing van de beslagen geen belang meer, zo heeft de gemachtigde van [gedaagden] tijdens de mondelinge behandeling ook bevestigd. Deze vorderingen worden derhalve afgewezen.

Buitengerechtelijke kosten

5.24.

[gedaagden] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 1.626,24 inclusief BTW.

5.25.

Uit de door [gedaagden] gegeven omschrijving van de door hen gestelde buitengerechtelijke werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De gevorderde kosten hebben betrekking op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

Proceskosten

5.26.

Als de in het ongelijk gestelde partij, zal Extra Talent in conventie in de proceskosten worden veroordeeld. Ook in reconventie zal Extra Talent als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5.27.

Zowel in conventie als in reconventie hebben [gedaagden] gevorderd Extra Talent in de integrale proceskosten te veroordelen. Voor integrale vergoeding van proceskosten kan plaats zijn indien sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen bij het instellen of voeren van een procedure. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als Extra Talent haar vorderingen had gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828).

5.28.

Aan deze maatstaf is in dit geval niet voldaan. De enkele omstandigheid dat Extra Talent in conventie en in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld is, rechtvaardigt nog niet de conclusie dat Extra Talent misbruik van procesrecht heeft gemaakt, of met het voeren van de procedure onrechtmatig heeft gehandeld. De gevorderde integrale vergoeding van de proceskosten zal de kantonrechter derhalve afwijzen.

5.29.

De proceskosten in conventie worden tot op heden aan de zijde van [gedaagden] begroot op € 1.496,- (2 punten x tarief € 748,-) aan salaris gemachtigde. Nu in reconventie geen stukken zijn gewisseld die uitsluitend daarop betrekking hebben en één mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, zullen de kosten in de reconventie worden begroot op nihil.

5.30.

De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Extra Talent in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagden] vastgesteld € 1.496,- aan salaris voor de gemachtigde en indien Extra Talent niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 124,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook is Extra Talent de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

in reconventie:

- beperkt het relatiebeding en het daarop van toepassing verklaarde boetebeding zoals opgenomen in artikel 12.1 en 12.3 in de arbeidsovereenkomst van [eiseres 1] en in artikel 13.1 en 13.2 in de arbeidsovereenkomst van [eiseres 2] tot de relaties die door [eiseressen] gedurende hun dienstverband bij Extra Talent zijn bediend en vernietigt dit voor het overige;

- heft op de op 7 juni 2021 door Extra Talent ten laste van [eiseressen] gelegde conservatoire (derden)beslagen;

- veroordeelt Extra Talent in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseressen] begroot op nihil;

in conventie en in reconventie

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44483