Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:10665

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-08-2021
Datum publicatie
08-11-2021
Zaaknummer
9063624 CV EXPL 21-8491
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Is (nog steeds) sprake van een arbeidsovereenkomst? Ja. Loon etc. toegewezen. Werkgever niet-ontvankelijk in (voorwaardelijke) eis in reconventie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1418
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9063624 CV EXPL 21-8491

uitspraak: 6 augustus 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te [woonplaats eiser 1],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats eiser 2],

eisers in conventie,

verweerders in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. W.H.F.L. Rademakers te Dongen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

XFluence Interim Services B.V.,

gevestigd te Haarlemmermeer,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. drs. C.N. Smidt te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiser 1]”, “[eiser 2]” en “XFluence”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 23 februari 2021, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 26 april 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de voorafgaande aan de mondelinge behandeling aan de zijde van [eiser 1] en [eiser 2] overgelegde conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte houdende wijziging van eis en overlegging productie in conventie;

  • -

    de voorafgaande aan de mondelinge behandeling aan de zijde van XFluence overgelegde akte houdende productie 1 Bz;

  • -

    de voorafgaande aan de mondelinge behandeling aan de zijde van XFluence overgelegde akte houdende productie 2 Bz;

  • -

    de tijdens de mondelinge behandeling aan de zijde van XFluence overgelegde spreekaantekeningen.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 mei 2021. De zitting heeft op verzoek van XFluence en met instemming van [eiser 1] gelijktijdig plaatsgevonden met de mondelinge behandeling in de verzoekschriftprocedure tussen XFluence en [eiser 1] met zaaknummer 9200565 VZ VERZ 21-7948. Namens [eiser 1] en [eiser 2] was daarbij aanwezig de gemachtigde voornoemd. Namens XFluence is [naam] (hierna: [naam]), directeur, verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten (nader) doen toelichten door hun respectieve gemachtigden, XFluence aan de hand van spreekaantekeningen, die door haar gemachtigde zijn overgelegd. Van hetgeen ter mondelinge behandeling is verhandeld heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

2.1

XFluence is een uitleenbureau, dat zich (in het bijzonder) richt op detachering van werknemers in met name de IT- en financiële sector. XFluence Group B.V. (hierna: XFluence Group) is aandeelhouder en bestuurder van XFluence. [naam] is (indirect) bestuurder en aandeelhouder van XFluence Group.

2.2

[eiser 1] en XFluence hebben op 9 oktober 2015 een arbeidsovereenkomst getekend, waarin is bepaald dat [eiser 1] met ingang van 12 oktober 2015 voor onbepaalde tijd in dienst treedt van XFluence in de functie van Account Manager/Resource Officer, tegen een netto loon van € 3.000,00 per maand, exclusief bijtelling privégebruik auto van de zaak en 8% vakantietoeslag bij een arbeidsduur van 40 uur per week.

2.3

[eiser 1] was binnen XFluence verantwoordelijk voor het relatiebeheer van klanten (de inleners) en professionals (de gedetacheerden), alsmede voor de onderhandelingen met klanten en professionals over tarieven.

2.4

Bij e-mail van 23 november 2016 heeft [naam] het volgende - voor zover thans van belang - aan mr. M. Dekker, notaris, meegedeeld:

“(…) [eiser 1], kantonrechter] heeft aangegeven dat hij mede-aandeelhouder wenst te worden in Xfluence (…) en dat hij zich hiermee wil committen aan verdere groei (…). [eiser 1] heeft tevens aangegeven, dat hij toekomst zi(e)t (…) en wil zich hier dan ook voor lange termijn aan verbinden als mede-aandeelhouder.

De huidige aandeelhouders (…) hebben aangegeven dat ze hiermee instemmen, maar equity partner kan met alleen worden als gestelde KPI’s worden gehaald.

Voorstel is dan ook als volgt voor Xfluence (…):

Omzet Xfluence (…) per 30 september 2016 € 567.900 (afgerond)

Op 1 oktober 2016 ontvangt [eiser 1] 15% van de aandelen van Xfluence (…) welke ook notarieel dan zal worden geeffectueerd. [eiser 1] moet dan nog wel zelf bepalen of hij de aandelen in privé gaat houden of via zijn eigen entiteit.

Bij een groei van >51-75% vanaf peildatum 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017 ontvangt [eiser 1] 5% van de aandelen van Xfluence (…)

Bij een groei van >76-100% vanaf peildatum 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017 ontvangt [eiser 1] 7,5% van de aandelen van Xfluence (…)

Bij een groei van >101% vanaf peildatum 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2017 ontvangt [eiser 1] 10% van de aandelen van Xfluence (…)

Vervolgens is per jaar vanaf 1 oktober 2017 een ingroei op jaarbasis mogelijk bij omzetstabilisering c.q. -groei:

(…)

In totaal kan [eiser 1] maximaal 45% van de aandelen van Xfluence ontvangen.

Er zal een aandeelhoudersovereenkomst komen waarin de rechten/verplichtingen tussen aandeelhouders, maar ook verdere koop/verkoop van aandelen in zal worden vastgelegd. Een voorbeeld hiervan kan overlegd worden vooraf.

Belangrijk:

[eiser 1] zal op enig moment (in onderling overleg te bepalen) als medebestuurder ingeschreven worden naast Xfluence group:

[eiser 1] ontvangt tot en met 30 september 2017 zijn huidige salaris desnoods omgerekend naar een managementfee per maand:

XFIS en [eiser 1] bepalen in onderling overleg na 1 oktober 2017 hoe salaris/managementfee vormgegeven wordt waarbij als minimum zijn eigen salaris zal gelden .”

2.5

Van 20 december 2016 tot 1 december 2019 was [eiser 1] enig aandeelhouder en bestuurder van [eiser 2].

2.6

Bij op 20 februari 2017 verleden notariële akte heeft XFluence Group 15% van haar aandelen in XFluence overgedragen aan [eiser 2].

2.7

Bij e-mail van 17 mei 2018 heeft XFluence het volgende - voor zover thans van belang - aan [eiser 1] meegedeeld:

“(…) Bijgaand tref je conform afspraak met [naam], kantonrechter] aan ons versie van de managementovereenkomst welke reeds door [naam] is getekend.

Graag ontvangen wij jouw getekend exemplaar retour voor ons dossier. (…)”

In de bijgevoegde managementovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

“(…)

Artikel 1 Vervulling van de functie van bestuurder/manager

1.1

A [[eiser 2], kantonrechter] levert aan B [XFluence, kantonrechter] voor de vervulling van de functie van bestuurder/manager voor onbepaalde tijd de diensten van een manager (hierna: de manager), vooralsnog in de persoon van (…) [eiser 1].

1.2

De manager heeft in zijn functie alle rechten en verplichtingen die aan haar bestuurder(s) door de statuten van B zijn toegekend, respectievelijk zijn opgelegd.

Hij is verplicht alles te doen en na te laten wat een goed bestuurder/manager hoort te doen en na te laten. (…)

Artikel 3 Managementvergoeding en vergoeding voor zakelijke onkosten

3.1

De hoogte van de managementvergoeding voor A zal in een addendum bij deze overeenkomst nader worden vastgelegd.

(…)

3.3

Indien en voorzover het resultaat per kwartaal/halfjaar/jaar naar het oordeel van de aandeelhouders zulks rechtvaardigt, kan door de aandeelhouders worden besloten de hoogte van de (…) managementvergoeding vanaf enig moment aan te passen. (…)”

Bij de managementovereenkomst was een bijlage gevoegd met onder meer de volgende inhoud:

Vergoedingen :

De manager ontvangt ingaande 1 juni 2018 maandelijks een bedrag (incl. BTW) aan:

- Management fee van € 3.000,00”

2.8

De managementovereenkomst is niet door [eiser 1] ondertekend.

2.9

Bij e-mail van 28 juni 2018 heeft [naam] het volgende - voor zover thans van belang - aan [eiser 1] meegedeeld:

“(…) Hierbij de bevestiging van hetgeen wij mondeling hebben afgesproken.

Vanaf juni 2018 wordt je verloning stopgezet en aangezien je mede-aandeelhouder bent van Xfluence (…) zal je een managementfee van € 3.000 (inclusief BTW) per maand ontvangen.

Zodra wij meer dan 12 lopende contracten hebben op naam van Xfluence (…) zullen wij in onderling overleg bepalen of we je verloning weer activeren of dat (…) je je werkzaamheden op basis van een managementfee zult blijven factureren.

Vorenstaande is conform de afspraken die wij in het verleden hebben gemaakt voordat je aandeelhouder van Xfluence (…) werd. (…)”

2.10

[eiser 1] heeft niet schriftelijk op voormelde e-mail gereageerd.

2.11

[eiser 1] heeft via WhatsApp geregeld aangedrongen op betaling van zijn salaris.

2.12

Op basis van wat de cashflow toeliet, heeft XFluence vanaf juli 2018 wisselende bedragen op wisselende data naar de bankrekening van [eiser 1] overgemaakt, veelal tot een bedrag van in totaal € 3.000,00 per maand. Wanneer XFluence een betaling deed, werd daarbij altijd vermeld dat het om managementfee ging.

2.13

[eiser 2] heeft op 22 januari 2019 de aandelen die zij sinds 20 februari 2017 hield in XFluence terug geleverd aan XFluence Group.

2.14

Eind 2019 heeft [naam] een nieuw bezoldingsvoorstel met [eiser 1] besproken, omdat de resultaten van XFluence niet waren zoals gehoopt. Partijen hebben daar geen overeenstemming over bereikt.

2.15

Bij e-mail van 9 maart 2020 heeft [naam] het volgende - voor zover thans van belang - aan [eiser 1] meegedeeld:

“(…) Ik heb zaken naar aanleiding van ons laatste gesprek gewikt en gewogen en kan ik het volgende definitieve voorstel vanuit mijn zijde doen:

  • -

    Maandelijkse vergoeding van € 3.000,- (inclusief BTW) vanaf 1 januari 2020 via je eenmanszaak;

  • -

    (…)

Alle voorgaande afspraken/toezeggingen zijn hierbij ingetrokken. Ik geef je bij deze ook vrijstelling voor het oppakken van werkzaamheden vanaf 1 maart 2020, totdat wij over vorenstaande eruit zijn. (…)”

2.16

[eiser 1] heeft sinds 1 maart 2020 geen werkzaamheden meer verricht voor XFluence.

2.17

Bij brief van 19 maart 2020 van zijn rechtsbijstandsverzekeraar heeft [eiser 1] jegens XFluence aanspraak gemaakt op loonbetaling en zich op het standpunt gesteld dat (nog steeds) een arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1] en XFluence bestaat.

2.18

Toen betaling van salaris uitbleef, heeft [eiser 1] XFluence in kort geding gedagvaard bij de kantonrechter te Rotterdam en - zakelijk weergegeven - gevorderd XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van het achterstallige salaris, vermeerderd met wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en verstrekking van de jaaropgaven over de jaren 2015 tot en met 2019, alsmede bruto/nettospecificaties over het loon vanaf juli 2018, met veroordeling van XFluence in de proceskosten.

2.19

Bij vonnis in kort geding van 12 november 2020 heeft de kantonrechter te Rotterdam de vorderingen van [eiser 1] afgewezen en hem veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat - gelet op het gemotiveerde verweer van XFluence - twijfel bestaat of nog sprake is van een dienstverband tussen [eiser 1] en XFluence.

2.20

Bij exploot van 10 december 2020 is [eiser 1] in hoger beroep gekomen van voormeld kort geding vonnis. [eiser 1] heeft de vernietiging van het vonnis gevorderd en - zakelijk weergegeven - doorbetaling van het sinds februari 2020 verschuldigde loon van
€ 5.854,40 bruto per maand, vermeerderd met vakantietoeslag, wettelijke verhoging en wettelijke rente, alsmede de veroordeling van XFluence om aan [eiser 1] correcte bruto/netto berekeningen te verstrekken en correcte jaaropgaven over de jaren 2018 en 2019, met veroordeling van XFluence in de proceskosten van beide instanties, vermeerderd met rente.

2.21

Bij arrest van 30 maart 2021 van het Gerechtshof Den Haag is het vonnis in kort geding van 12 november 2020 van de kantonrechter te Rotterdam vernietigd en is XFluence veroordeeld tot betaling aan [eiser 1] van het achterstallig loon van € 5.854,40 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag over de periode van februari 2020 tot en met juli 2020, telkens vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van betaling, een en ander onder verstrekking van correcte bruto/netto berekeningen, en tot betaling van de wettelijke verhoging van 25% over het achterstallige loon en de achterstallige vakantietoeslag. Verder is XFluence veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep.

2.22

Het hof heeft in de rechtsoverwegingen 3.5 tot en met 3.9 van voormeld arrest - voor zover thans van belang - het volgende overwogen:

“3.5 Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag hoe de tussen hen bestaande rechtsverhouding vanaf 28 juni 2018 is te kwalificeren. Bij de beantwoording van deze vraag neemt het hof tot uitgangspunt dat, naar tussen partijen vaststaat, [eiser 1] met ingang van 12 oktober 2015 voor onbepaalde tijd in dienst is getreden van XFluence. Uitgangspunt is vooralsnog dat die arbeidsovereenkomst voortduurt, tenzij XFluence voldoende aannemelijk maakt dat aan deze arbeidsovereenkomst inmiddels rechtsgeldig een einde is gekomen. Naar het oordeel van het hof is XFluence hierin niet geslaagd. XFluence heeft weliswaar aangetoond dat zij vanaf juni 2018 heeft aangestuurd op een ander soort verhouding met [eiser 1] dan een arbeidsovereenkomst, maar zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij hierover met [eiser 1] tot overeenstemming is gekomen. Niet gebleken is dat [eiser 1] op enig moment ondubbelzinnig met een beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst heeft ingestemd. Integendeel, hij is steeds om salaris blijven verzoeken. Dat [eiser 1] akkoord zou zijn gegaan met vervanging van zijn arbeidsovereenkomst door de door XFluence gewenste managementovereenkomst, acht het hof weinig aannemelijk. De beloning van [eiser 1] voor zijn werkzaamheden zou hierdoor immers aanmerkelijk dalen (van € 3.000,-- per maand netto exclusief emolumenten, naar
€ 3.000,-- per maand inclusief BTW, waarover [eiser 1] zelf dan nog premies en inkomstenbelasting zou moeten afdragen). Overtuigende aanwijzingen dat [eiser 1] – zoals door XFluence gesteld – bereid was dit offer te brengen, omdat [eiser 1] het ondernemerschap ambieerde en “kosten nu eenmaal uitgaan voor de baat” heeft het hof indit dossier niet aangetroffen. Dat [eiser 1] daadwerkelijk heeft geprofiteerd van de bij het ondernemerschap behorende “privileges, opbrengsten en belastingvoordelen”, heeft XFluence op geen enkele wijze onderbouwd. Tot slot is in dit verband illustratief dat [eiser 1] de aan hem door XFluence voorgelegde managementovereenkomst niet heeft ondertekend.

3.6

Bevestiging voor een en ander treft het hof aan in artikel 7:670b lid 1 BW, waarin is bepaald, dat een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd slechts geldig is, indien deze schriftelijk is aangegaan. Van een schriftelijke overeenkomst is niet gebleken. Een eenzijdige schriftelijke bevestiging van wat mondeling zou zijn afgesproken (zoals de in rov. 2.10 genoemde e-mail van 28 juni 2018 van [naam]) [hiervoor onder 2.9 vermeld, kantonrechter] is niet gelijk te stellen met een schriftelijke overeenkomst. Ook niet als, zoals hier, een (schriftelijk) bezwaar tegen deze bevestiging achterwege is gebleven. De omstandigheden dat i) [eiser 1] enige tijd via [eiser 2] indirect minderheidsaandeelhouder is geweest van XFluence, ii) bij XFluence de verwachting leefde dat [eiser 1] het ondernemerschap ambieerde en iii) [eiser 1] zelf zich op sociale media presenteerde als “managing partner” van XFluence, maken dit niet anders.

3.7

Dit betekent dat het hof – bij gebreke van andere aanwijzingen dat voornoemde arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd – er voorshands vanuit moet gaan dat de arbeidsovereenkomst tussen XFluence en [eiser 1] nog bestaat. Het ligt – anders dan XFluence kennelijk meent – niet in de lijn der verwachtingen dat de bodemrechter de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht zal ontbinden. Het wettelijk stelsel voorziet immers niet in die mogelijkheid, ook niet in een situatie van ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer (nog daargelaten dat XFluence in deze procedure niets heeft gesteld dat erop duidt dat [eiser 1] ernstig verwijtbaar jegens haar heeft gehandeld). Dat de bodemrechter zal oordelen dat [eiser 1] schadeplichtig is jegens XFluence, zoals door XFluence is betoogd, is evenmin aannemelijk geworden. Niet alleen omdat XFluence niets heeft gesteld dat tot het oordeel leidt dat [eiser 1] zich jegens haar niet als goed werknemer heeft gedragen, maar ook omdat – gelet op het bepaalde in artikel 7:661 BW – de drempel voor schadeplichtigheid van een werknemer hoog is, namelijk beperkt tot situaties waarin sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

3.8

Dit betekent overigens niet dat het hof ook voldoende aannemelijk acht dat de bodemrechter in een bodemprocedure de loonvordering van [eiser 1] ongelimiteerd zal toewijzen. Te verwachten is immers dat XFluence hiertegen gemotiveerd verweer zal voeren. Gelet op het feit dat [eiser 1] sinds maart 2020 is vrijgesteld van werkzaamheden voor XFluence, terwijl gesteld noch gebleken is dat hij zich wel bereid heeft verklaard werkzaamheden te verrichten (…), acht het hof voorshands niet uitgesloten dat de bodemrechter in verband met het door XFluence mogelijk te voeren verweer zal oordelen dat de loonvordering van [eiser 1] niet geheel toewijsbaar is c.q. de loonvordering zal matigen (in de tijd).

3.9

Gelet op de wederzijdse belangen (enerzijds het belang van [eiser 1] om op korte termijn over enige middelen te beschikken voor levensonderhoud en anderzijds het restitutierisico) zal het hof de vordering toewijzen voor een periode van zes maanden. Het hof zal daarbij uitgaan van een brutoloon van € 5.854,40 per maand, exclusief emolumenten, nu XFluence niet heeft weersproken dat dit loon correspondeert met
€ 3.000,-- netto. XFluence zal worden veroordeeld tot afgifte van een deugdelijke bruto/netto berekening over deze betalingen. De wettelijke verhoging zal het hof toewijzen, gematigd tot 25%.”

3. De stellingen van partijen in conventie

De vordering

3.1

[eiser 1] en [eiser 2] hebben bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

a. te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1] en XFluence sinds 28 juni 2018 nog steeds voortduurt;

b. XFluence te veroordelen tot afdracht aan de fiscus van de over de periode januari 2018 tot en met 31 januari 2020 over het loon van [eiser 1] verschuldigde loonheffing en premies sociale verzekeringen, onder overlegging van een correcte berekening van het daarmee gemoeide bedrag aan [eiser 1];

c. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 70.252,80 bruto aan achterstallig loon over de maanden februari 2020 tot en met januari 2021, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over het achterstallig loon, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over het achterstallig loon en de wettelijke verhoging vanaf de datum van opeisbaarheid van de samenstellende delen daarvan tot aan de dag der algehele voldoening;

d. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 5.854,40 bruto per maand aan loon over de maanden februari 2021 en volgende tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1] en XFluence rechtsgeldig zal zijn geëindigd, bij niet tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de tardief betaalde bedragen, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over het tardief betaalde loon en de wettelijke verhoging vanaf de datum van opeisbaarheid van die bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

e. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van de achterstallige vakantietoeslag over het vakantiejaar 2019/2020 ten bedrage van € 5.620,22 bruto (8% van 12 x € 5.854,40), te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over de achterstallige vakantietoeslag, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over de achterstallige vakantietoeslag en de wettelijke verhoging vanaf de datum van opeisbaarheid van die bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

f. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van de vakantietoeslag over het vakantiejaar 2020/2021, zulks binnen één maand na het einde van dat vakantiejaar of, indien dat eerder is, binnen één maand nadat de arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1] en XFluence rechtsgeldig zal zijn geëindigd, bij niet tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het verschuldigde bedrag, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over het verschuldigde bedrag vanaf de datum van opeisbaarheid van dat bedrag tot aan de dag der algehele voldoening;

g. XFluence te veroordelen tot inhouding en afdracht aan de fiscus van de over de hiervoor sub c tot en met f omschreven bruto bedragen verschuldigde loonheffing en premies sociale verzekeringen, onder overlegging van een correcte bruto-netto-berekening aan [eiser 1];

subsidiair:

h. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] en/of aan [eiser 2] van een bedrag van € 36.000,00 netto aan achterstallig(e) loon/management fee of schadevergoeding over de maanden februari 2020 tot en met januari 2021, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van opeisbaarheid van de samenstellende delen daarvan tot aan de dag der algehele voldoening;

i. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] en/of aan [eiser 2] van een bedrag van € 3.000,00 netto per maand aan loon/management fee/schadevergoeding over de maanden februari 2021 en volgende tot aan de dag waarop de overeenkomst van opdracht tussen [eiser 1] en/of [eiser 2] enerzijds en XFluence anderzijds rechtsgeldig zal zijn geëindigd, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van opeisbaarheid van de samenstellende delen daarvan tot aan de dag der algehele voldoening;

j. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] en/of aan [eiser 2] van een bedrag van € 1.800,00 netto (5% van € 36.000,00) aan achterstallige bonus/schade-

vergoeding over de periode van het vakantiejaar 2019/2020, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van opeisbaarheid daarvan tot aan de dag der algehele voldoening;

k. XFluence te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] en/of aan [eiser 2] van een bedrag van € 150,00 netto per maand (€ 1.800,00 : 12) aan achterstallige bonus/schadevergoeding over iedere maand van de periode van het vakantiejaar 2020/2021, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, zulks binnen één maand na het einde van dat vakantiejaar of, indien dat eerder is, binnen één maand nadat de overeenkomst van opdracht tussen [eiser 1] en/of [eiser 2] enerzijds en XFluence anderzijds rechtsgeldig zal zijn geëindigd, bij niet tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van opeisbaarheid van de samenstellende delen daarvan tot aan de dag der algehele voldoening;

zowel primair als subsidiair:

XFluence te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten.

3.2

Bij voormelde akte wijziging van eis hebben [eiser 1] en [eiser 2] de vordering verminderd met een bedrag van € 15.000,00, te vermeerderen met twee keer een bedrag van € 7.601,41.

3.3

Aan de (gewijzigde) vordering hebben [eiser 1] en [eiser 2] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

3.3.1

[eiser 1] stelt zich primair op het standpunt dat nog steeds, ook na 28 juni 2018, sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1] en XFluence. Op grond van artikel 7:628 lid 1 BW is XFluence dan ook gehouden tot betaling van het loon van [eiser 1].

Het klopt dat [eiser 1] en [naam] voor 28 juni 2018 op initiatief van [naam], die vond dat [eiser 1] een te dure arbeidskracht voor XFluence was geworden, enkele malen met elkaar hebben gesproken over een wijziging van de betaling van XFluence aan [eiser 1], maar [eiser 1] en XFluence hebben daaromtrent nooit overeenstemming met elkaar bereikt. De managementovereenkomst is niet door [eiser 1] ondertekend.

[eiser 1] heeft mondeling geprotesteerd tegen de bij e-mail van 28 juni 2018 door [naam] gestuurde “bevestiging” en hij is aanspraak blijven maken op loon. Bovendien heeft [naam] op of omstreeks 22 augustus 2018 een werkgeversverklaring aan [eiser 1] verstrekt.

In artikel 7:670b lid 1 BW is bepaald dat een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd slechts geldig is, indien deze schriftelijk is aangegaan. Van een schriftelijke beëindigingsovereenkomst is geen sprake.

En ook al zou [eiser 1] wel hebben ingestemd met de stopzetting van zijn verloning, dan nog bevat de rechtsverhouding tussen [eiser 1] en XFluence zoveel arbeidsrechtelijke elementen, dat deze als (verkapte) arbeidsovereenkomst heeft te gelden. De aard en inhoud van het werk van [eiser 1] is sinds 28 juni 2018 niet gewijzigd. Ook wordt in de e-mail van 28 juni 2018 niet gesproken over een (beweerdelijke) wijziging van de hiërarchische relatie of over een (beweerdelijk) einde van de verplichting om de overeengekomen arbeid persoonlijk te verrichten. Bij arrest van 6 november 2020 heeft de Hoge Raad bepaald dat de bedoeling van partijen geen rol speelt bij de vraag of de overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.

[eiser 1] heeft indertijd ook helemaal niet begrepen dat de stopzetting van zijn verloning en in plaats daarvan de betaling van management fee enige inhoudelijke betekenis zou kunnen hebben, laat staan dat [eiser 1] heeft begrepen dat een en ander enige arbeidsrechtelijke betekenis zou kunnen hebben. [naam] heeft [eiser 1] ook niet op de mogelijke arbeidsrechtelijke consequenties gewezen. Dat had als goed werkgever wel op de weg van XFluence gelegen.

3.3.2

Subsidiair stelt [eiser 1] zich op het standpunt dat, voor het geval er geen sprake meer is van een arbeidsovereenkomst met XFluence, [eiser 1] en/of [eiser 2] op grond van de overeenkomst tussen partijen en/of de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid recht heeft/hebben op doorbetaling van loon en/of management fee en/of schadevergoeding (ter hoogte van het loon). Partijen hebben een duurovereenkomst beoogd. De aard van die overeenkomst rechtvaardigt betaling door XFluence.

3.3.3

XFluence heeft berust in het arrest van het hof van 30 maart 2021. XFluence heeft reeds een bedrag van € 15.000,00 aan [eiser 1] voldaan en partijen zijn daarnaast een betalingsregeling overeengekomen met betrekking tot de betaling door XFluence van twee keer een bedrag van € 7.601,41 met betrekking tot het achterstallig loon over de periode van februari 2020 tot en met juli 2020, inclusief vakantietoeslag, wettelijke rente en wettelijke verhoging.

3.4

Op hetgeen verder nog door [eiser 1] en [eiser 2] is aangevoerd, voor zover althans van belang voor de uitkomst van de procedure, wordt hierna teruggekomen.

Het verweer

3.5

XFluence heeft de vordering van [eiser 1] en [eiser 2] betwist en heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [eiser 1] en tot het niet-ontvankelijk verklaren van de vordering van [eiser 2] dan wel deze af te wijzen, met veroordeling van [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten.

Subsidiair, in het geval de vordering van [eiser 1] dan wel [eiser 2] (gedeeltelijk) wordt toegewezen, heeft XFluence geconcludeerd tot het in goede justitie matigen van de vordering. Daartoe heeft XFluence het volgende - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd.

3.5.1

Er is geen sprake meer van een arbeidsovereenkomst tussen XFluence en [eiser 1] dan wel een andere (contractuele) verplichting van XFluence jegens [eiser 1]. Door XFluence en [eiser 1] werd daadwerkelijk uitvoering gegeven aan beoogde en (deels) bevestigde afspraken. [eiser 1] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de in de e-mail van
28 juni 2018 bevestigde afspraken. Hij was vanaf dat moment, zoals hij dat beoogde, actief als zelfstandig ondernemer en managing partner binnen XFluence. Die titel voerde hij ook op zijn Facebook pagina. XFluence mocht erop vertrouwen dat [eiser 1] jegens XFluence optrad als zelfstandig ondernemer/managing partner. Vanaf 28 juni 2018 wordt niet meer voldaan aan de vereisten van een arbeidsovereenkomst. [eiser 1] ondervond geen onaanvaardbaar financieel nadeel van zijn transitie van werknemer naar zelfstandig ondernemer/managing partner. Aan [eiser 1] kwamen de privileges en fiscale voordelen toe van een zelfstandig ondernemer. XFluence is geen loon meer aan [eiser 1] verschuldigd.

3.5.2

Nu [eiser 2] reeds per 1 december 2019 is ontbonden, dient [eiser 2] niet-ontvankelijk verklaard te worden in haar vordering.

3.5.3

Subsidiair, voor het geval wordt geoordeeld dat toch verplichtingen op XFluence rusten, dient de vordering te worden gematigd, onder meer op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid en wegens het mettertijd niet meer door [eiser 1] nakomen van gemaakte afspraken. Voor zover wordt geoordeeld dat toch een (arbeids)overeenkomst bestaat, behoort het voor rekening van [eiser 1] te komen dat geen betalingen van loon of management fee meer volgen. XFluence heeft tevergeefs serieuze voorstellen gedaan aan [eiser 1] om buiten rechte het onderhavige geschil op te lossen.

3.6

Op hetgeen verder nog door XFluence is aangevoerd, voor zover althans van belang voor de uitkomst van de procedure, wordt hierna teruggekomen.

4. De stellingen van partijen in (voorwaardelijke) reconventie

De vordering

4.1

XFluence heeft gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor zover wordt geoordeeld dat er sprake is van een tussen [eiser 1] en XFluence bestaande en voortdurende arbeidsovereenkomst en/of duurovereenkomst dan wel een management overeenkomst en/of een andere overeenkomst, deze overeenkomst(en) te ontbinden dan wel te beëindigen tegen de eerst mogelijke datum, met veroordeling van [eiser 1] in de proceskosten.

4.2

Aan haar (voorwaardelijke) vordering heeft XFluence - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

Het laten voortduren van een of meer overeenkomsten, voor zover wordt geoordeeld dat deze bestaan, is onaanvaardbaar, omdat niet blijkt dat [eiser 1] zich in voldoende mate beschikbaar hield voor het verrichten van zijn werkzaamheden en/of het uitvoeren van zijn taken als partner (managementtaken). Het ontlopen van verantwoordelijkheden door [eiser 1] en het nalaten om zijn taken adequaat te verrichten heeft ertoe geleid dat de verstandhouding tussen partijen verslechterde. [eiser 1] is hierdoor in verzuim geraakt jegens XFluence. Dat verzuim heeft [eiser 1] niet willen herstellen, terwijl niet valt in te zien hoe dit verzuim thans nog kan worden hersteld. Overleg om tot oplossingen te komen is [eiser 1] uit de weg gegaan. De relatie is onherstelbaar verstoord.

4.3

Op hetgeen verder nog door XFluence is aangevoerd, voor zover althans van belang voor de uitkomst van de procedure, wordt hierna teruggekomen.

Het verweer

4.4

[eiser 1] en [eiser 2] hebben de (voorwaardelijke) vordering van XFluence gemotiveerd betwist en hebben geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van XFluence in haar vordering dan wel deze af te wijzen, kosten rechtens. Daartoe hebben [eiser 1] en [eiser 2] het volgende - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd.

Opgemerkt wordt allereerst dat de (voorwaardelijke) eis in reconventie alleen betrekking heeft op de rechtsverhouding tussen [eiser 1] en XFluence en dus niet (ook) op [eiser 2].

De (voorwaardelijke) vordering is onduidelijk. Het is niet duidelijk op welke overeenkomst XFluence doelt. Een overeenkomst van opdracht kan op ieder moment door XFluence worden opgezegd. In zoverre heeft XFluence dus geen belang bij haar vordering tot ontbinding/beëindiging. In het geval van opzegging door XFluence dan wel ontbinding/beëindiging door de kantonrechter maakt [eiser 1] aanspraak op (uit de aard van de overeenkomst voortvloeiende) schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. In de door XFluence aanhangig gemaakte verzoekschriftprocedure met zaaknummer 9200565 VZ VERZ 21-7948 strekkende tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen XFluence en [eiser 1] heeft [eiser 1] verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van dat verzoek.

4.5

Op hetgeen verder nog door [eiser 1] en [eiser 2] is aangevoerd, voor zover althans van belang voor de uitkomst van de procedure, wordt hierna teruggekomen.

5. De beoordeling van de vorderingen

In conventie en (voorwaardelijke) reconventie

5.1

Gelet op de samenhang tussen de beide vorderingen ziet de kantonrechter aanleiding deze gezamenlijk te behandelen.

5.2

[eiser 1] heeft niet betwist dat [eiser 2] reeds per 1 december 2019 is ontbonden. Dit betekent dat [eiser 2] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.

5.3

Tussen partijen is primair in geschil of tussen [eiser 1] en XFluence (nog steeds) sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 lid 1 BW (op welk standpunt [eiser 1] zich primair heeft gesteld) dan wel dat deze overeenkomst reeds is geëindigd (zoals door XFluence is aangevoerd). De kantonrechter oordeelt daarover als volgt.

5.4

Bij voormeld arrest van 30 maart 2021 heeft het hof op grond van de hiervoor onder 2.22 geciteerde overwegingen geoordeeld dat nog altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen XFluence en [eiser 1]. De kantonrechter is van oordeel dat aangesloten dient te worden bij dit oordeel en maakt de daaraan ten grondslag liggende overwegingen tot de zijne. Hoewel dit arrest in een kortgedingprocedure is gewezen en derhalve een voorlopig oordeel is, zijn in de onderhavige bodemprocedure geen (nieuwe) feiten en omstandigheden door partijen naar voren gebracht die, ook al zouden die bewezen kunnen worden, tot een ander oordeel kunnen leiden. Uit de hiervoor weergegeven feiten kan weliswaar worden opgemaakt dat XFluence vanaf juni 2018 heeft aangestuurd op een ander soort rechtsverhouding met [eiser 1] dan de met ingang van 12 oktober 2015 tussen [eiser 1] en XFluence gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat daarover gesprekken hebben plaatsgevonden, maar ook in deze procedure is niet gebleken dat [eiser 1] op enig moment ondubbelzinnig met een beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst heeft ingestemd. Integendeel. [eiser 1] heeft de aan hem door XFluence voorgelegde managementovereenkomst niet ondertekend en ook overigens blijkt nergens uit dat [eiser 1] uitdrukkelijk akkoord is gegaan met een beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.

In artikel 7:670b lid 1 BW is bepaald dat een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd slechts geldig is, indien deze schriftelijk is aangegaan. Van een dergelijke schriftelijke overeenkomst is niet gebleken. XFluence heeft onder randnummer 158 van de conclusie van antwoord in conventie ook erkend dat van een beëindigingsovereenkomst geen sprake is. Een eenzijdige schriftelijke bevestiging van wat mondeling zou zijn afgesproken, zoals de hiervoor geciteerde e-mail van 28 juni 2018 van [naam], is niet gelijk te stellen met een schriftelijke overeenkomst. Ook niet als, zoals hier het geval is, een (schriftelijk) bezwaar door [eiser 1] tegen deze bevestiging achterwege is gebleven.

De door XFluence naar aanleiding van het arrest (wederom) aangevoerde verweren dat [eiser 1] (fiscale) voordelen en privileges heeft genoten van het zelfstandig ondernemerschap en dat [eiser 1] meer dan 1,5 jaar lang akkoord is gegaan met de gemaakte afspraken kunnen niet slagen. Ook in de onderhavige procedure heeft XFluence op geen enkele wijze onderbouwd dat [eiser 1] daadwerkelijk heeft geprofiteerd van de bij het ondernemerschap behorende “voordelen”, terwijl vaststaat dat [eiser 1] steeds om salaris is blijven verzoeken en XFluence op 22 augustus 2018 nog een werkgeversverklaring aan [eiser 1] heeft verstrekt. Ook dat duidt erop dat de arbeidsovereenkomst na 28 juni 2018 is blijven voortbestaan. In de rechtsverhouding tussen [eiser 1] en XFluence is niet van belang welke functieaanduiding [eiser 1] op zijn Facebook pagina hanteerde (nog afgezien van het feit dat dat sociale medium geen zakelijk oogmerk heeft).

5.5

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat, nu er in rechte vanuit wordt gegaan dat nog altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen XFluence en [eiser 1], de hierop gerichte, primair gevorderde, verklaring voor recht evenals de primaire vordering tot betaling van achterstallig loon toewijsbaar is. Het hof heeft in voormeld arrest reeds het loon van € 5.854,40 bruto per maand over de maanden februari 2020 tot en met juli 2020 toegewezen, vermeerderd met 8% vakantietoeslag, telkens vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van betaling, een en ander onder verstrekking van correcte bruto/netto berekeningen, en de wettelijke verhoging van 25% over het achterstallige loon en de achterstallige vakantietoeslag. [eiser 1] beschikt dus in zoverre al over een executoriale titel. De kantonrechter begrijpt dat [eiser 1] zijn vordering ook dienovereenkomstig heeft verminderd.

Dit betekent dat de loonvordering wordt toegewezen vanaf de maand augustus 2020, nu niet in geschil is dat XFluence dat loon (volledig) onbetaald heeft gelaten.

De kantonrechter zal, net als het hof, uitgaan van een brutoloon van € 5.854,40 per maand, nu XFluence niet heeft weersproken dat dit loon correspondeert met € 3.000,00 netto en XFluence in het verzoekschrift van het (voorwaardelijk) ontbindingsverzoek ook is uitgegaan van dit brutoloon. Ook de vakantietoeslag wordt toegewezen, op de hierna te bepalen wijze.

De kantonrechter ziet geen aanleiding tot matiging van de vordering. Hetgeen XFluence in dat verband heeft aangevoerd, kan niet tot een dergelijke matiging leiden. [eiser 1] is met ingang van 1 maart 2020 (volledig) vrijgesteld voor het verrichten van werkzaamheden. Dat is een omstandigheid die in beginsel voor rekening en risico komt van XFluence en niet aan [eiser 1] kan worden tegengeworpen. Gesteld noch gebleken is dat die vrijstelling voor het verrichten van werkzaamheden op enig moment weer door XFluence is ingetrokken en dat [eiser 1] weer in staat is gesteld om zijn werkzaamheden te hervatten. Ook is niet gesteld of gebleken dat [eiser 1] reeds ander werk heeft gevonden. Het stond [eiser 1] vrij om schikkingsvoorstellen die door XFluence zijn gedaan niet te accepteren en XFluence in rechte te betrekken. Voor zover de financiële positie van XFluence niet “florissant” is, zoals door XFluence is aangevoerd, is ook dat een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt en niet aan [eiser 1] kan worden tegengeworpen.

De kantonrechter ziet wel aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 25%, mede gelet op de aanzienlijke omvang van de loonvordering over een periode van thans (precies) een jaar. De wettelijke rente en de wettelijke verhoging zal worden toegewezen tot en met de maand juli 2021.

5.6

In de spreekaantekeningen van XFluence is verzocht om een betalingsregeling. Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 BW is de kantonrechter niet gerechtigd om een betalingsregeling vast te stellen zonder toestemming van [eiser 1]. Die toestemming is in deze procedure niet gegeven. Voor het eventueel treffen van een betalingsregeling met [eiser 1] wordt XFluence verwezen naar de gemachtigde van [eiser 1].

5.7

Ook de gevorderde afdracht aan de fiscus van de over de periode januari 2018 tot en met januari 2020 over het loon van [eiser 1] en over de toe te wijzen bruto bedragen verschuldigde loonheffing en premies sociale verzekeringen, onder overlegging van een correcte (bruto/netto) berekening van het daarmee gemoeide bedrag aan [eiser 1], wordt toegewezen.

Het verweer van XFluence dat niet is gebleken dat er over de periode van januari 2018 tot juni 2018 geen afdracht heeft plaatsgevonden respectievelijk dat, “voor zover zij weet, over de periode dat nog sprake was van een dienstverband” inhoudingen en afdrachten hebben plaatsgevonden, is onvoldoende onderbouwd. Het ligt op de weg van XFluence om aan te tonen dat die afdracht heeft plaatsgevonden. Dat heeft zij niet gedaan. XFluence heeft nog wel bij voormelde productie 1 Bz stukken overgelegd waaruit volgens haar zou moeten blijken dat bedoelde afdracht over de maanden januari 2018 tot juni 2018 aan de belastingdienst zou hebben plaatsgevonden, maar in dat verband is door de gemachtigde van [eiser 1] tijdens de zitting aangevoerd dat uit die stukken niet kan worden opgemaakt welke werknemer(s) dat betreft. Ook de kantonrechter stelt vast dat uit die stukken op geen enkele wijze blijkt dat ten aanzien van [eiser 1] reeds een (correcte) afdracht van aan de belastingdienst verschuldigde loonheffing en premies sociale verzekeringen heeft plaatsgevonden over de maanden januari 2018 tot juni 2018.

5.8

Nu de primaire vordering van [eiser 1] (grotendeels) wordt toegewezen, wordt niet meer toegekomen aan de beoordeling van de subsidiaire vordering.

5.9

Weliswaar is hiervoor geoordeeld dat nog steeds een arbeidsovereenkomst bestaat tussen [eiser 1] en XFluence en is in zoverre voldaan aan de voorwaarde waaronder de (voorwaardelijke) eis in reconventie is ingesteld, maar de gevorderde ontbinding/beëindiging van die arbeidsovereenkomst kan in de onderhavige dagvaardingsprocedure niet in behandeling worden genomen, nu een dergelijke vordering alleen in een (afzonderlijke) verzoekschriftprocedure kan worden ingesteld. XFluence heeft dat ook gedaan in de hiervoor vermelde procedure met zaaknummer 9200565 VZ VERZ 21-7948. In die procedure wordt gelijktijdig met dit vonnis, beschikking gegeven. Dit betekent dat XFluence niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar (voorwaardelijke) eis in reconventie.

5.10

Hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd, kan tot geen ander oordeel leiden en behoeft daarom geen (nadere) bespreking.

5.11

XFluence zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie. Nu de vordering in reconventie van onbepaalde waarde is, zal de kantonrechter het gemachtigdensalaris in reconventie op (in totaal) € 187,00 vaststellen. De door [eiser 1] in conventie gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu gelet op het arrest van de Hoge Raad van 14 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:335) de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich ook vooraf laten begroten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

verklaart [eiser 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1] en XFluence sinds 28 juni 2018 nog steeds voortduurt;

veroordeelt XFluence tot afdracht aan de fiscus van de over de periode januari 2018 tot en met 31 januari 2020 over het loon van [eiser 1] verschuldigde loonheffing en premies sociale verzekeringen, onder overlegging van een correcte berekening van het daarmee gemoeide bedrag aan [eiser 1];

veroordeelt XFluence om aan [eiser 1] te betalen het bedrag van € 5.854,40 bruto per maand aan loon vanaf augustus 2020 tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen [eiser 1] en XFluence rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 25% en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het achterstallige loon over de maanden augustus 2020 tot en met juli 2021 vanaf de datum van opeisbaarheid van die bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt XFluence tot betaling aan [eiser 1] van de achterstallige vakantietoeslag van
€ 5.620,22 bruto met betrekking tot het vakantiejaar 2019/2020 en de vakantietoeslag van 8% over het brutoloon van € 5.854,40 per maand met betrekking tot het vakantiejaar 2020/2021, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 25% en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de verschuldigde bedragen vanaf de datum van opeisbaarheid van die bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt XFluence tot inhouding en afdracht aan de fiscus van de over de hiervoor genoemde bruto bedragen verschuldigde loonheffing en premies sociale verzekeringen, onder overlegging van een correcte bruto-netto-berekening aan [eiser 1];

veroordeelt XFluence in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1] vastgesteld op € 616,07 aan verschotten en € 1.496,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over deze bedragen vanaf
14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening, en voorts, indien XFluence niet binnen 14 dagen na de datum van het onderhavige vonnis (vrijwillig) aan dit vonnis heeft voldaan, een bedrag van € 124,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

in (voorwaardelijke) reconventie:

verklaart XFluence niet-ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt XFluence in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1] vastgesteld op € 187,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in conventie en (voorwaardelijke) reconventie:

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

764