Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:10477

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-10-2021
Datum publicatie
02-11-2021
Zaaknummer
9426561 VV EXPL 21-390
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding huur, ontruiming, drugsgerelateerde overlast, verstek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9426561 VV EXPL 21-390

uitspraak: 18 oktober 2021

vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de stichting

Stichting Woonstad Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. R. van der Hoeff,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die niet in de procedure is verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Woonstad’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

• de dagvaarding van 9 september 2021, met producties.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2021. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Aan de zijde van de eisende partij is verschenen [naam], sociaal beheerder bij Woonstad, bijgestaan door de gemachtigde. Aan de zijde van gedaagde partij is niemand ter zitting verschenen.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2. De vordering

2.1

Woonstad vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening:

  1. [gedaagde] te veroordelen om de woning met onroerende aanhorigheden, staande en gelegen aan de [adres] binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen 3 dagen na opheffing van de burgemeesterssluiting, met alle zich daarin bevindende personen en/of zaken te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels aan Woonstad ter beschikking te stellen;

  2. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

2.2

Aan haar vorderingen legt Woonstad - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag. [gedaagde] huurt met ingang van 24 januari 2012 van Woonstad de woonruimte gelegen aan de [adres] (hierna: ‘het gehuurde’). Op 25 juli 2021 hebben medewerkers van de Politie Eenheid Rotterdam in het gehuurde een handelshoeveelheid harddrugs en een stroomstootwapen aangetroffen en in beslag genomen. Naar aanleiding daarvan heeft de burgemeester van Rotterdam de woning voor de duur van 6 maanden gesloten, ingaande 14 september 2021. Bij brief van de gemachtigde van Woonstad van 27 augustus 2021 heeft Woonstad de huurovereenkomst met ingang van de dag van feitelijke sluiting van het gehuurde buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 6:267 jo. 7:231 lid 2 BW. Sindsdien houdt [gedaagde] het gehuurde zonder recht of titel onder zich. Woonstad ziet zich daarom genoodzaakt de ontruiming van de in haar eigendom zijnde woning te vorderen. Bovendien is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door het gehuurde te (laten) gebruiken voor de handel in verdovende middelen. Deze tekortkoming rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst.

2.3

Woonstad heeft een spoedeisend belang bij ontruiming van het gehuurde. Zij kan de uitkomst van een bodemprocedure niet afwachten, omdat er een groot tekort aan sociale huurwoningen bestaat en de woning daarom zo spoedig mogelijk toegewezen dient te worden aan een woningzoekende. Voorts levert de situatie grote veiligheidsrisico’s voor omwonenden en de buurt op.

3. De beoordeling

3.1

[gedaagde] is op 4 oktober 2021 niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit de dagvaarding is gebleken dat hij correct voor de zitting is opgeroepen. Tegen [gedaagde] is daarom verstek verleend.

3.2

Voldoende is gebleken dat Woonstad een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorzieningen, zodat zij ontvankelijk is in haar vordering. De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal dan ook worden toegewezen.

3.3

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

3.4

De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

4. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

veroordeelt [gedaagde] om de woning met onroerende aanhorigheden, staande en gelegen aan de [adres] binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en/of zaken te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels aan Woonstad ter beschikking te stellen;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonstad vastgesteld op € 126,- aan griffierecht, € 121,39 aan dagvaardingskosten en € 498,- aan salaris voor de gemachtigde;

en indien [gedaagde] niet binnen 14 dagen na vandaag vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met € 124,- aan salaris, en de kosten van betekening onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416