Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9899

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-10-2020
Datum publicatie
04-11-2020
Zaaknummer
10/960042-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verweer, dat de tapmachtiging in het onderzoek 26Lemont onrechtmatig is hetgeen primair tot niet-ontvankelijkheid, subsidiair tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden, wordt verworpen. Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor medeplegen van witwassen van bijna één miljoen euro. Schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven en beslissing op beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960042-20

Datum uitspraak: 20 oktober 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] ,

[postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. S.C. van Klaveren, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 21 juli 2020 en 6 oktober 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, die strekte tot wijziging van de oorspronkelijke opgave van het feit als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering. Ter terechtzitting van 6 oktober 2020 heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie toegewezen. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.A.M. van den Brand heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde medeplegen van verwerven en voorhanden hebben van 999.985,- euro;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van de datum waarop het vonnis wordt uitgesproken.

4. Ontvankelijkheid officier van justitie

4.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de tapmachtiging die door de rechter-commissaris in het kader van onderzoek 26Lemont op grond van art. 126t van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is afgegeven, onrechtmatig is omdat niet ten aanzien van alle gebruikers van Encrochat feiten en omstandigheden aanwezig waren die een dergelijke machtiging rechtvaardigden.

Dat is in strijd met een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM, hetgeen primair tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dient te leiden, subsidiair tot bewijsuitsluiting, waarna vrijspraak dient te volgen.

4.2.

Beoordeling

Het onderhavige onderzoek is gestart naar aanleiding van een afschermproces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen met daarin de informatie dat op 23 april 2020 in het kader van undergroundbankieren een groot geldbedrag zou worden overgedragen ter hoogte van de Sumatrakade in Amsterdam en dat daarbij een zwarte taxi betrokken zou zijn. Naar aanleiding van deze informatie heeft op 23 april 2020 een observatie plaatsgevonden, op basis waarvan de verdachte en een medeverdachte staande gehouden zijn. Vervolgens is de auto waarin de verdachte reed doorzocht en zijn daarin bijna 1 miljoen euro en een PGP-telefoon aangetroffen.

De informatie uit het afschermproces-verbaal is afkomstig uit het strafrechtelijk onderzoek naar de mogelijk criminele activiteiten van het bedrijf Encrochat onder de naam ‘26Lemont’. De raadsman gaat er in zijn betoog aan voorbij dat dit onderzoek zich niet richt op de verdachte. De verdachte was geen subject in het onderzoek ‘26Lemont’ en de telefoon van de verdachte is niet getapt.Voor zover in het kader van dat onderzoek vormen verzuimd zijn, is de verdachte derhalve niet getroffen in enig rechtens te eerbiedigen belang. Het verweer wordt daarom verworpen.

5. Waardering van het bewijs

5.1.

Bewijsoverweging

De verdachte heeft verklaard dat hij door iemand is benaderd om drie tassen met geld op te halen ter hoogte van de Sumatrakade in Amsterdam en het geld in zijn taxi te vervoeren. Hij begreep dat het om veel geld ging en zou voor dit transport 300 euro krijgen. Hij kreeg een telefoon mee en een biljet van vijf euro. Ter plaatse is de verdachte door een - naar zijn zeggen - onbekende persoon aangesproken. De verdachte heeft aan deze persoon het biljet van vijf euro als bewijs van ontvangst gegeven, in ruil voor drie zware tassen met een geldbedrag dat na telling in totaal bijna één miljoen euro bleek te zijn. Hij heeft de zware tassen in zijn auto gezet en is weggereden.

De vraag die vervolgens beantwoord moet worden, is of de verdachte, door te handelen als hierboven vastgesteld, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Volgens vaste jurisprudentie kan in een geval als dit, waarin geen direct bewijs voor inkomsten uit brondelicten aanwezig is, witwassen bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.

Daartoe zal allereerst moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. In dat geval mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.

Vermoeden van witwassen

In deze zaak kan geen brondelict worden vastgesteld waaruit het tenlastegelegde vermogen afkomstig zou zijn. Om vast te kunnen stellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, moet worden beoordeeld of de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Bij de beantwoording van die vraag betrekt de rechtbank de zogenoemde witwastypologieën. In deze zaak duiden de volgende omstandigheden op witwassen:

- er werd een groot contant geldbedrag overgedragen;

- de overdracht vond plaats op de openbare weg;

- het overgedragen geld bestond uit een omvangrijke hoeveelheid bankbiljetten en was verpakt in sealbags in een boodschappentas, sporttas en rugzak;

  • -

    er werd gebruik gemaakt van een ‘token’, i.c. een bankbiljet van vijf euro, door betrokkenen die elkaars identitieit niet kenden; toen dit in de auto van verdachtes medeverdachte werd aangetroffen, was daarop een code geschreven;

  • -

    de verdachten waren in het bezit van PGP-telefoons; in de telefoon van verdachtes medeverdachte is een foto van het als ‘token’ gebruikte – onbeschreven – bankbiljet aangetroffen, en

  • -

    er werd geld overgedragen door koeriers.

Op grond van deze omstandigheden rijst zonder meer het vermoeden dat het ten laste gelegde geldbedrag uit misdrijf afkomstig was.

Verklaring verdachte

Van de verdachte mag vervolgens verwacht worden dat hij een concrete, min of meer verifieerbare verklaring aflegt over de herkomst van het vermogen, die niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. De verdachte heeft zich echter niet uitgelaten over de herkomst van het geld. Gelet op de omstandigheden waaronder de overdracht van het geld heeft plaatsgevonden oordeelt de rechtbank dat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. Naar aanleiding van het betoog van de raadsman dat de verdachte niet wist hoe veel geld hij precies vervoerde, overweegt de rechtbank dat de verdachte heeft verklaard te hebben begrepen dat het om veel geld ging. Daarmee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het bedrag hoger was dan hij vermoedde.

Conclusie

Nu er sprake is van een vermoeden van witwassen en de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat sprake is van witwassen.

5.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 23 april 2020, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 999.985 euro,

heeft verworven en voorhanden gehad terwijl hij, verdachte en (een van zijn) mededader(s) wisten dat

bovenomschreven geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk

- afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Medeplegen van witwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is strafbaar.

7. Strafbaarheid verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is strafbaar.

8. Motivering straf

8.1.

Algemene overweging

De straffen en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van bijna één miljoen euro. Door zijn handelen heeft de verdachte opbrengsten van criminele activiteiten aan het zicht van justitie onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst verschaft. Witwassen tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, kan een ontwrichtende werking hebben op de samenleving en vormt daarmee een ernstige bedreiging voor de legale economie. De verdachte heeft daaraan een bijdrage geleverd.

8.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf en een forse taakstraf -zoals door de verdediging is bepleit-, omdat dit onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank heeft als uitgangspunt bij het bepalen van de straf acht geslagen op de hoogte van straffen die in vergelijkbare gevallen plegen te worden opgelegd en op de oriëntatiepunten die zijn vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin geldt voor fraude met benadelingsbedragen van € 500.000,- tot €1.000.000,- als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 tot 24 maanden. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 april 2020 betreffende de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. De rechtbank houdt voorts rekening met de omstandigheden dat het gaat om één transport en dat de verdachte geen sturende rol lijkt te hebben gehad, maar slechts als koerier diende. Vanwege het lucratieve karakter van en de grote vraag naar dergelijke koeriersdiensten en de omstandigheid dat de verdachte ontvankelijk is gebleken voor het verrichten van dergelijke diensten, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarde die hierna wordt genoemd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

De rechtbank zal daarnaast de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen. Bij afweging van het persoonlijk belang van de verdachte, tegen het belang van strafvordering, dient thans aan laatstgenoemd belang meer gewicht te worden toegekend. Daarbij is in het bijzonder gelet op de de ernst van het bewezenverklaarde feit, waarbij het handelen van de verdachte een onmisbare schakel is voor het instandhouden van criminele activiteiten die de samenleving ontwrichten.

9. In beslag genomen voorwerpen

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft met betrekking tot de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen als vermeld op de Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen - hierna te noemen ‘beslaglijst’, waarvan een fotokopie aan dit vonnis is gehecht – het navolgende gevorderd:

  • -

    de iPhone Sky PGP, nummer 13 op de beslaglijst, te onttrekken aan het verkeer;

  • -

    de inbeslaggenomen buitenlandse valuta, nummers 14 t/m 16 op de beslaglijst terug te geven aan de verdachte;

  • -

    het overige inbeslaggenomen geld en de overige goederen op de beslaglijst, nummers 1 t/m 12 en 17 t/m 25 verbeurd te verklaren en deelt daarbij mede dat de waarde van de personenauto, Volkswagen Passat, kenteken [kentekennummer] op dit moment € 4.750 bedraagt.

9.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verbeurdverklaring van de onder de verdachte in beslag genomen auto disproportioneel is, omdat het niet om een geprepareerde auto gaat, maar om een normale personenauto, die één keer is gebruikt voor een kort ritje met geld. Primair is bepleit om de auto terug te geven aan de verdachte, subsidiair bij het opleggen van de straf rekening te houden met de waarde van de auto.

9.3.

Beoordeling

Onder de verdachte is een geldbedrag van € 999.985,- in beslag genomen, op de beslaglijst genummerd 1 t/m 11.

Gebleken is dat dit geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, terwijl dit een voorwerp betreft met betrekking waartoe het bij dit vonnis bewezenverklaarde feit - witwassen - is begaan. Dit geldbedrag zal dan ook worden verbeurd verklaard.

Ook de in beslag genomen auto, te weten een Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer] , met een waarde van € 4.750,- alsmede de tassen en verpakkingsmaterialen waarin het geld is aangetroffen, op de beslaglijst respectievelijk genummerd 12 en 17 t/m 25, zullen worden verbeurdverklaard. Het bewezen feit is met behulp van deze voorwerpen begaan.

De in beslag genomen iPhone Sky PGP zal worden onttrokken aan het verkeer. Dit voorwerp is van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst vermelde buitenlandse valuta, op de beslaglijst genummerd 14 t/m 16.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 8 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart het geld, de personenauto, Volkswagen Passat, kenteken [kentekennummer] , met een waarde van € 4.750,- alsmede de tassen en verpakkingsmaterialen waarin het geld is aangetroffen, op de beslaglijst genummerd 1 t/m 12 en 17 t/m 25 verbeurd als bijkomende straf voor het bewezenverklaarde feit;

- verklaart de iPhone Sky PGP, op de beslaglijst genummerd 13, onttrokken aan het verkeer:

- gelast de teruggave aan de verdachte van de buitenlandse valuta, op de beslaglijst genummerd 14 t/m 16;

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.C. Franken, voorzitter,

en mrs. R.H. Kroon en M.M. Dolman, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 oktober 2020.

De jongste rechter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 23 april 2020, te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van een voorwerp, te weten een geldbedrag van (in totaal) 999.985 euro,

althans enig geldbedrag,

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbende op dit geldbedrag is en/of heeft verborgen en/of verhuld wie dit voorwerp voorhanden heeft gehad,

terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders, wist(en), of althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit geldbedrag

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf

en/of

hij op of omstreeks 23 april 2020, te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van (in totaal) 999.985 euro, althans

enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, en/of van dit

geldbedrag gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders wist(en), of althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat

bovenomschreven geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk

- afkomstig was uit enig misdrijf

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 april 2020, te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van (in totaal) 999.985 euro heeft

verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte wist, althans

redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit

enig eigen misdrijf.