Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9895

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-11-2020
Datum publicatie
05-11-2020
Zaaknummer
10/660094-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

beroving, niet geven cautie, onherstelbaar vormverzuim, bewijsuitsluiting, vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/660094-20

Datum uitspraak: 4 november 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penintentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet, Koddeweg 100, 3194 DH Hoogvliet,

raadsman mr. M.R. Kok, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het opnieuw aangevangen onderzoek op de terechtzitting van 21 oktober 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. van Zetten heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest.

4. Bewijswaardering

Standpunt officier van justitie

De tenlastegelegde beroving kan wettig en overtuigend worden bewezen op grond van het feit dat de de auto die destijds in gebruik was bij de verdachte voorafgaande aan de beroving geparkeerd is in de buurt van de plaats delict en daarvandaan weer is weggereden nadat de beroving was gepleegd, dit, gecombineerd met de aangestraalde zendmasten door het telefoonnummer dat bij de verdachte in gebruik was. Daarnaast blijkt uit historische telefoongegevens van contacten tussen de verdachte en de twee medeverdachten zowel kort voor als na de beroving. Eén van die medeverdachten is op heterdaad betrapt door één van de slachtoffers van de beroving. Voorts is de verdachte door de politie herkend op camerabeelden die zijn gemaakt nabij de plaats delict rond het tijdstip dat de beroving plaatsvond. In de woning van de verdachte is tenslotte een bontkraag aangetroffen die lijkt te passen op de jas die door één van de daders werd gedragen tijdens de beroving.

De toegangscode van de telefoon van de verdachte is op rechtmatige wijze verkregen. Er is niet gebleken van het uitoefenen van enige druk op het verkrijgen van deze code van de verdachte. Daarnaast had de officier van justitie, bij het niet geven van de toegangscode door de verdachte, zeker toestemming gegeven voor het verkrijgen van toegang tot de telefoon, zodat de daaruit verkregen informatie ook op andere wijze had kunnen worden verkregen.

Standpunt verdediging

Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim dat dient te leiden tot bewijsuitsluiting. Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft de verdachte zonder hem voorafgaand de cautie te geven en zonder dat de verdachte was voorzien van rechtsbijstand en er nog geen eerdere verhoren hadden plaatsgevonden waarbij de cautie aan de verdachte was meegedeeld, de toegangscode van de bij hem inbeslaggenomen telefoon gevraagd. De verdachte heeft daarop die code gegeven. Daarmee is toegang verkregen tot de telefoon van de verdachte. De wijze waarop de toegangscode is verkregen is onrechtmatig. Daarmee zijn fundamentele rechten van de verdachte geschonden. Dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting van alle informatie die door middel van de toegangscode is verkregen, zoals gegevens van een andere telefoon van de verdachte en zendmastgegevens en historische telefoongegevens van die telefoon. Wegens het ontbreken van voldoende ander wettig en overtuigend bewijs dient dit te leiden tot vrijspraak van het ten laste gelegde.

Beoordeling rechtbank

De telefoon die de verdachte bij zijn aanhouding bij zich had is in beslag genomen voor onderzoek. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op 29 april 2020. Uit het door verbalisant [naam verbalisant 2] opgestelde proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon volgt dat hij de toestelcode van die telefoon, een iPhone 11, heeft gekregen van de aanvrager van het onderzoek. De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij de code voorafgaand aan zijn eerste verhoor, zonder dat hij gewezen was op zijn recht om te zwijgen en een advocaat te raadplegen, heeft gegeven aan verbalisant [naam verbalisant 1] , omdat hij dacht dat hij die moest geven. Hij weet dat het verbalisant [naam verbalisant 1] was, omdat die hem later ook heeft verhoord.

Verbalisant [naam verbalisant 1] is op verzoek van de verdediging bij de rechter-commissaris gehoord. Tijdens dit verhoor heeft hij aangegeven dat hij niet durft te zeggen of hij de aanvrager is waar verbalisant [naam verbalisant 2] het over heeft in zijn proces-verbaal. Hij kan zich niet herinneren hoe hij aan de toegangscode van de telefoon kwam. Hij kan zich evenmin herinneren of hij de code aan de verdachte heeft gevraagd en durft niet te zeggen wie de code anders zou kunnen hebben gevraagd.

Nu zich in het dossier geen proces-verbaal van bevindingen bevindt met betrekking tot de gang van zaken rondom het verkrijgen van de toegangscode van de bij de verdachte inbeslaggenomen telefoon, de verdachte verbalisant [naam verbalisant 1] aanwijst als degene die hem naar de code heeft gevraagd en laatstgenoemde zich bij de rechter-commissaris daarover niets weet te herinneren, gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte door verbalisant [naam verbalisant 1] is gevraagd naar de toegangscode van zijn telefoon en wel voordat hij met een advocaat heeft kunnen overleggen en zonder dat hem voorafgaand de cautie is gegeven.

De aan de verdachte gestelde vraag naar de toegangscode dient te worden beschouwd als een verhoor in de zin van artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte was al aangehouden door de politie en de vraag van de verbalisant betreft - gelet op alle informatie die op of via een telefoon kan worden aangetroffen - een vraag naar de betrokkenheid van de verdachte bij een strafbaar feit. Nu de verdachte in strijd met het bepaalde in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet is medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht was en hij niet ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaande aan dit verhoor, is sprake van vormverzuimen als bedoeld in art. 359a van het Wetboek van Strafvordering die niet meer kunnen worden hersteld en waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken.

Het standpunt van de officier van justitie dat het niet geheel valt uit te sluiten dat, als de verdachte de toegangscode niet zou hebben genoemd, toch toegang tot de telefoon was verkregen staat, mede gelet op het type van de telefoon (een I-phone 11), allerminst vast en is niet nader onderbouwd, zodat hieraan voorbij wordt gegaan.

De geconstateerde vormverzuimen zijn zodanig ernstig dat deze dienen te leiden tot uitsluiting van het bewijs dat door middel van de door de verdachte verstrekte toegangscode is verkregen, zoals de bestanden op die telefoon en het nummer en verdere gegevens van een andere telefoon van de verdachte, alsmede de zendmastgegevens en historische gegevens van die andere telefoon. Uit onder meer deze gegevens blijkt dat er kort voor en na de beroving telefonische contacten zijn tussen die telefoon en de telefoons van de medeverdachten en blijkt tevens van de bewegingen van de telefoon in de nacht van de beroving. Dit kan niet bijdragen tot het bewijs van het tenlastegelegde feit.

Op basis van de overige processtukken kan de betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde beroving niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld.

Op de camerabeelden die zijn gemaakt nabij de plaats delict rond het tijdstip dat de beroving plaatsvond, is te zien dat er kort voor de beroving een auto in de buurt van de plaats delict (de [plaats delict] ) te weten in de [straatnaam] wordt geparkeerd en dat er vervolgens drie mannen de Lijnbaan oplopen. Na de beroving rent één van deze mannen, die een donkere jas met een lichtgekleurde bontkraag draagt, terug naar de auto aan de [straatnaam] en rijdt daarmee weg. Bij het wegrijden wordt het kenteken zichtbaar: [kentekennummer] . Deze auto staat op naam van de moeder van de verdachte en is eerder gebruikt door de verdachte.

Op de ter terechtzitting heeft de rechtbank de camerabeelden bekeken. Op deze beelden is te zien dat de man die de donkere jas met de lichte bontkraag draagt weliswaar enige gelijkenis vertoont met de verdachte, maar meer dan enige gelijkenis kan de rechtbank niet waarnemen.

De rechtbank acht de waarneming van en herkenning door verbalisant [naam verbalisant 1] aan de hand van diezelfde beelden dat de verdachte de man is die de jas met de lichte bontkraag draagt niet meer betrouwbaar dan haar eigen op de terechtzitting gedane waarneming. Hoewel verbalisant [naam verbalisant 1] in zijn proces-verbaal aangeeft de verdachte ook te herkennen aan zijn houding tijdens het lopen, kan hij bij de rechter-commissaris over deze houding niets benoemen. Met betrekking tot de wijze van ophijsen van de broek door de verdachte, volgens verbalisant [naam verbalisant 1] ook kenmerkend voor de verdachte, is in het proces-verbaal niet omschreven wat deze kenmerkende wijze van ophijsen is, zodat dit een conclusie betreft die niet wordt gedragen door concrete waarnemingen.

Verbalisant [naam verbalisant 3] geeft in het door haar opgemaakte proces-verbaal aangaande haar waarnemingen op de camerabeelden aan dat zij slechts gelijkenissen heeft waargenomen aan de hand van een politiefoto van de verdachte. Deze waargenomen gelijkenissen kunnen daarom niet als een voldoende betrouwbare herkenning worden aangemerkt.

Van de auto met kenteken [kentekennummer] is geen bewijs voorhanden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat het de verdachte was die op 8 februari 2020 de bestuurder was van deze auto. Niet onaannemelijk is dat ook anderen gebruik maakten van deze auto.

Het aantreffen van een lichte bontkraag met een blauwe rand in de woning van de verdachte is onvoldoende onderscheidend om de verdachte aan de beroving te koppelen, nu een dergelijke jas met bontkraag veel wordt gedragen.

Ook in onderlinge samenhang bezien, kan de rechtbank niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen of de verdachte één van de daders is geweest van de beroving. De verdachte zal daarom bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

5. Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam slachtoffer 1] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 10.000,- voor geleden materiële schade en een vergoeding van € 2.500,- voor geleden immateriële schade.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding daarom geen inhoudelijke beslissing genomen.

De benadeelde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de verdachte, ter verdediging tegen de vordering gemaakt. Deze kosten zullen tot op heden worden begroot op nihil.

6. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

7. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. J. van Dort en K. Versteeg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. van Wingerden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 november 2020.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 8 februari 2020 te Rotterdam op/aan de openbare weg, te

weten het [plaats delict] ,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een geldbedrag (van ongeveer 10.000,-) en/of een autosleutel, in elk geval

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of

zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, door

- één of meer portieren van de auto waarin die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] zich

bevonden open te trekken en/of

- die [naam slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of het

hoofd te slaan en/of te stompen en/of

- die [naam slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het lichaam te trappen

en/of te schoppen en/of

- die [naam slachtoffer 2] tegen de (auto)stoel te drukken en/of

- die [naam slachtoffer 2] in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of te stompen

en/of

- die [naam slachtoffer 2] aan de haren te trekken en/of

- voornoemde geldbedrag uit de tas van die [naam slachtoffer 1] te pakken en/of

- voornoemde autosleutel uit het contactslot van de auto te pakken.