Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9764

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
03-11-2020
Zaaknummer
8613267 CV EXPL 20-21467
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding, ontruiming, huurachterstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8613267 CV EXPL 20-21467

uitspraak: 18 september 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

1. [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

gemachtigde: Wouters Gerechtsdeurwaarder & Incasso’s,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

die procedeert in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser 1] c.s.’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 de dagvaarding van 18 juni 2020, met bijlagen;

 het mondelinge antwoord van [gedaagde] ;

 het tussenvonnis van 27 juli 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

 de aantekening van de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2020.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1

[gedaagde] huurt van [eiser 1] c.s. de woning aan het [adres] te Rotterdam, tegen een huurprijs van laatstelijk € 1.325,66 per maand, welk bedrag bij vooruitbetaling dient te worden voldaan.

2.2

In de betaling van de huur is een achterstand ontstaan.

3. Het geschil

3.1

[eiser 1] c.s. vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;

  2. betaling van een bedrag van € 9.260,39, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.324,62 vanaf 17 juni 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

  3. betaling van een bedrag van € 1.325,66 per maand of een gedeelte daarvan vanaf 1 juli 2020 tot aan de dag van daadwerkelijke ontruiming;

  4. betaling van de kosten van deze procedure.

3.2

Het door [eiser 1] c.s. gevorderde bedrag van € 9.260,39 bestaat uit:

  • -

    € 8.324,62 aan achterstallige huurpenningen tot en met juni 2020;

  • -

    € 877,19 aan buitengerechtelijke kosten;

  • -

    € 58,58 aan vervallen wettelijke rente.

3.3

[eiser 1] c.s. heeft nakoming van de huurovereenkomst aan hun vordering ten grondslag gelegd. [gedaagde] is op grond van de huurovereenkomst verplicht de maandelijkse huur te betalen. Hij is deze verplichting niet (volledig) nagekomen, waardoor een huurachterstand is ontstaan. [eiser 1] c.s. wil de overeenkomst daarom ontbinden en de woning ontruimen. Een eerdere betalingsregeling is door [gedaagde] niet nagekomen.

3.4

[gedaagde] is het niet eens met de vordering van [eiser 1] c.s.. Hij voert - kort samengevat - het volgende aan. Het klopt dat er een huurachterstand is ontstaan. Er was sprake van lastige omstandigheden waardoor hij tijdelijk geen inkomsten had en de huur tijdelijk niet meer kon betalen. Inmiddels heeft hij weer werk en kunnen de huurbetalingen hervat worden.

4. De beoordeling

4.1

[gedaagde] erkent de huurachterstand tot en met juni 2020 van € 8.324,62. De vordering tot betaling zal daarom worden toegewezen.

4.2

De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen verweer is gevoerd.

4.3

[eiser 1] c.s. maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Vaststaat dat de huur bij vooruitbetaling moest worden voldaan. [gedaagde] is daarom in verzuim. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] buitengerechtelijke kosten verschuldigd is, als [eiser 1] c.s. hem een termijn van veertien dagen heeft gegeven en [gedaagde] niet binnen die termijn heeft betaald (artikel 6:96 lid 6 BW). Niet in geschil is dat [eiser 1] c.s. op 18 mei 2020 een brief heeft gestuurd waarin hij [gedaagde] aanmaant om binnen 14 dagen vanaf de dag nadat de brief is bezorgd tot betaling over te gaan. [gedaagde] heeft niet binnen deze termijn betaald. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal dus worden toegewezen.

4.4

De vordering zal dus worden toegewezen voor een totaalbedrag van € 9.260,39, bestaande uit € 8.324,62 aan achterstallige huurpenningen tot en met juni 2020, € 877,19 inclusief btw aan buitengerechtelijke kosten en € 58,58 aan vervallen rente.

4.5

De verschuldigde huurtermijnen vanaf 1 juli 2020 tot en met het moment van ontruiming worden eveneens toegewezen.

4.6

De huurachterstand bedraagt meer dan acht maanden. [gedaagde] heeft sinds hij weer werk heeft de betalingsachterstand niet ingelopen, maar juist laten oplopen. Tevens zijn geen voor [eiser 1] c.s. acceptabele betalingsvoorstellen gedaan die tot gevolg hebben dat op korte termijn de huurachterstand wordt ingelopen. Dit rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. [gedaagde] heeft geen omstandigheden aangevoerd die maken dat ontruiming op langere termijn dan de gevorderde 14 dagen moet worden toegewezen. Ook dit deel van de vordering zal daarom worden toegewezen

4.7

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

 ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen ten aanzien van de woning gelegen aan het [adres] te Rotterdam en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van [eiser 1] c.s. te stellen;

 veroordeelt [gedaagde] aan [eiser 1] c.s. te betalen een bedrag van € 9.260,39, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 8.324,62 vanaf 17 juni 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

 veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser 1] c.s. te betalen € 1.325,66 per maand, met ingang van de maand juli 2020 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, een en ander voor zover met ingang van de maand juli 2020 geen huur is betaald;

 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1] c.s. vastgesteld op € 236,- aan griffierecht, € 104,68 aan dagvaardingskosten en € 600,- aan salaris voor de gemachtigde;

 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

 wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. Freese en uitgesproken door mr. S.H. Poiesz ter openbare terechtzitting.

43416