Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9642

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-09-2020
Datum publicatie
28-10-2020
Zaaknummer
KTN-8528182_03092020
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

inhoud leveringsovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8528182 \ CV EXPL 20-2182

uitspraak: 3 september 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KROONINT PROTECTIVE COATING B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

eiseres,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
REPAIR MANAGEMENT NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “KPC” en “RMN”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 12 mei 2020, met producties;

  • -

    de akte houdende vermindering van eis, genomen ter rolle van 28 mei 2020;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de conclusie van repliek, met één productie;

  • -

    de conclusie van dupliek, met één productie.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten:

1. Op de door RMN aan KPC verzonden inkooporder van 22 november 2019 staat het volgende vermeld:
Art.nr. Omschrijving Aantal Prijs Eenheid Korting Totaal
Rust Converter 20ltr - KPC7230 50,00 120,00 ST 6.000,00

Gaarne leveren in zwarte jerrycans van 20ltr

zonder stickers

Gaarne ontvangen wij een orderbevestiging […]

Totaal excl. BTW Eur 6.000,00
Betalingsvoorwaarden: 8 dagen na factuurdatum -2%

Leveringsvoorwaarden: Algemene verkoop-/ leveringsvoorwaarden Feb. 2005

Gaarne ontvangen wij zo spoedig mogelijk uw orderbevestiging met prijs en levertijd.

2. Per e-mailbericht van 25 november 2019 heeft KPC RMN het volgende bericht:
Vriendelijk dank voor uw opdracht. In de bijlage onze bevestiging. De door u gevraagde levertijd is helaas niet haalbaar omdat we geen zwarte cans in ons programma hebben. Deze zullen we voor u gaan bestellen.

3. In de door KPC bij haar e-mailbericht van 25 november 2019 als bijlage meegezonden opdrachtbevestiging is het volgende opgenomen:

Nr. Omschrijving Aantal Eenheid Eenheids […] Netto/Ltr Bedrag
prijs
[nummer 1] KPC 7230 Aqua Rust Converter 50 20L can 131,00 6,55 6.550,00

in zwarte jerrycan

4. Per e-mailbericht van 27 november 2019 heeft RMN KPC het volgende bericht:
Nog even ter bevestiging. Jerrycans in zwart, prijs volgens RMN order, deellevering geen probleem

3. De vordering, de grondslag en het verweer

3.1

KPC heeft – na vermindering van eis – gevorderd om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, RMN te veroordelen tot betaling aan haar van in totaal € 2.179,67 – zijnde € 678,81 aan hoofdsom, € 721,66 aan tot aan de datum van dagvaarding verschenen rente en € 779,20 aan buitengerechtelijke kosten – te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van RMN in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de 15e dag na de datum van het vonnis.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft KPC aan haar eis het volgende ten grondslag gelegd. RMN is uit hoofde van de overeenkomst gehouden tot betaling van de in opdracht en voor rekening van RMN geleverde zaken.

KPC heeft de hoofdsom als volgt gespecificeerd:

[nummer 2] 5 december 2019 € 3.328,71

betaling: -/- € 3.049,20

[nummer 3] 19 december 2019 € 4.755,30
betaling: -/- € 4.356,00 +

TOTAAL: € 678,81

Nu RMN in gebreke is gebleven met de tijdige en volledige betaling van de facturen is zij op grond van de algemene voorwaarden, subsidiair op grond van de wet, de buitengerechtelijke kosten en rente verschuldigd.

3.3

RMN heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Op hetgeen zij in dit kader heeft aangevoerd, zal – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1

Tussen partijen is niet in geschil dat RMN op 22 november 2019 bij KPC 50 zwarte jerrycans van 20 liter ‘Rust convertor’ heeft besteld voor een prijs van € 120,- per jerrycan. Op 25 november 2019 heeft KPC deze bestelling bevestigd, waarbij zij (slechts) opmerkt dat de gevraagde levertijd niet gehaald kon worden. In de als bijlage meegezonden orderbevestiging heeft KPC weliswaar een (hogere) prijs van € 131,- per jerrycan vermeld, maar hierover is door haar in de e-mail geen opmerking gemaakt. Vervolgens heeft RMN per e-mailbericht van 27 november 2019 geantwoord dat een latere levering geen probleem was en dat zij akkoord ging op basis van de ‘prijs volgens RMN order’. KPC heeft er op basis van deze e-mail niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat RMN akkoord was met de door haar in haar opdrachtbevestiging genoemde hogere prijs. Indien KPC het niet eens was met de in de order van RMN genoemde prijs had het op haar weg gelegen de opdracht te weigeren, hetgeen zij niet heeft gedaan. De stelling van KPC dat zij nimmer de inkooporder van 22 november 2019 van RMN heeft ontvangen overtuigt niet, aangezien KPC niet heeft gesteld dat zij de order via een andere weg heeft ontvangen en RMN in haar door KPC onbetwist ontvangen e-mailbericht van 27 november 2019 expliciet naar deze bijlage heeft verwezen, zodat het ook in dat geval op de weg van KPC had gelegen om deze op te vragen. Partijen zijn het erover eens dat KPC respectievelijk 21 en 30 jerrycans aan RMN heeft geleverd. Bij gebrek aan nadere berichten van KPC heeft RMN er met deze leveringen gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand was gekomen op basis van de in haar order vermelde prijs van € 120,- exclusief btw per jerrycan. Nu in totaal 51 jerrycans zijn geleverd was RMN in het kader van de overeenkomst inclusief btw een bedrag aan hoofdsom verschuldigd van € 7.405,20 (51 x € 120,- + 21% btw). KPC heeft bij akte van 26 mei 2020 bericht dat RMN dit bedrag heeft voldaan, zodat thans nog slechts een oordeel dient te worden gegeven over de verschuldigdheid van de gevorderde buitengerechtelijke kosten en rente.

4.2

KPC beroept zich ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten en rente primair op haar algemene voorwaarden. RMN heeft betwist dat deze tussen partijen zijn overeengekomen en aan haar ter hand zijn gesteld en heeft gesteld dat zij in haar order heeft verwezen naar haar eigen ‘algemene verkoop-/ leveringsvoorwaarden Feb. 2005’. Op de orderbevestiging van KPC staat niet vermeld dat haar algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn op de overeenkomst en ook anderszins is niet gebleken dat partijen deze zijn overeengekomen. Het enkele feit dat hiernaar wordt verwezen op de eerst na de levering door RMN ontvangen facturen is daartoe onvoldoende.

4.3

Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten beroept KPC zich subsidiair op artikel 6:96 lid 2 onder c BW. Nu niet weersproken is dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en ook overigens aan de wettelijke vereisten is voldaan, zullen de buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot het bedrag van € 745,26 dat gelet op het ten tijde van uit handen geven van de vordering en de gebruikelijke tarieven redelijk is.

4.4

Ook de rente vordert KPC subsidiair op grond van de wet. De door KPC gestelde vervaldata van 4 januari 2020 ten aanzien van de factuur van € 3.328,71 en 18 januari 2020 ten aanzien van de factuur van € 4.755,30 zijn door RMN niet betwist, zodat vaststaat dat RMN vanaf deze data in verzuim is gekomen. De wettelijke handelsrente zal, als op de wet gegrond, dan ook vanaf deze data worden toegewezen.

4.5

RMN zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt RMN om aan KPC te betalen € 745,26 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over € 3.328,71 vanaf 4 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening alsmede over € 4.755,30 vanaf 18 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt RMN in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van KPC vastgesteld op € 586,99 aan verschotten en € 240,- aan salaris voor de gemachtigde,
te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de proceskosten vanaf de 15e dag na de datum van het vonnis;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

590