Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9551

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
02-11-2020
Zaaknummer
C/10/604336 / JE RK 20-2598
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verlenging ondertoezichtstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/604336 / JE RK 20-2598

datum uitspraak: 29 september 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2015 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam grootvader] en [naam grootmoeder] ,

hierna te noemen de grootouders vaderszijde (vz), wonende te [woonplaats grootouders] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 17 september 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum,

- een faxbericht van mr. J.C. Heijmann, advocaat van de vader, van 28 september 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.

Op 29 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de vader,
- de moeder,

- de grootouders vz,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de vader.

[naam kind] woont bij de vader.

Bij beschikking van 4 oktober 2019 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 4 oktober 2020.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van één jaar.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Het afgelopen jaar zijn vanwege de wachtlijstproblematiek bij de GI niet de noodzakelijke stappen gezet. De ouders en [naam kind] zijn inmiddels aangemeld bij Zicht op de Toekomst. [naam kind] zal hier begeleiding krijgen van een kindtherapeut, zodat in kaart kan worden gebracht hoe [naam kind] het proces ervaart en wat haar behoeftes zijn. Sinds enkele maanden wordt er voorzichtig gewerkt aan een contactherstel tussen [naam kind] en de moeder. De moeder wordt hierbij begeleid door een persoonlijke begeleider. Het is van belang dat de moeder samen met haar begeleider praktische zaken oppakt om haar leefsituatie te stabiliseren. Recent heeft de moeder berichten op sociale media over de vader en grootouders vz geplaatst en de vader telefonisch benaderd. Deze berichten hebben een verstorende werking ten aanzien van het broze vertrouwen tussen de moeder enerzijds en vader/grootouders vz anderzijds. Er moet sprake zijn van een duurzaam stabiele thuissituatie bij de moeder, voordat er kan worden gekeken naar de mogelijkheden voor (ruimere) omgang tussen [naam kind] en de moeder.

De standpunten

De vader is het eens met het verzoek van de GI. Er is echter ook veel frustratie over de uitvoering van de ondertoezichtstelling.

De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek. De moeder heeft niet veel mensen om zich heen met wie zij haar verhaal kan bespreken. De moeder ziet in dat zij zich moet leren beheersen. Zij begrijpt dat de ondertoezichtstelling vervelend is voor de vader en de grootouders vz. Desondanks hoopt de moeder dat een verlenging van de ondertoezichtstelling zal helpen om het contact tussen de partijen te herstellen.

De grootouders vz zijn niet blij met het verzoek van de GI. Er zijn al veel mensen bij de grootouders vz thuis geweest, maar het instroomteam van de GI heeft nagenoeg niets gedaan. Er is sprake van een ondertoezichtstelling vanwege contactherstel en niet omdat er zorgen zijn over [naam kind] . De moeder laat echter met regelmaat een aantal weken niets van zich horen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [naam kind] heeft gedurende enige jaren bij haar grootouders vz gewoond, omdat beide ouders kampten met drugsproblemen, Inmiddels woont zij bij de vader, die zijn drugsgebruik tot nihil heeft afgebouwd. Er bestaat onduidelijkheid over de rol van de moeder in het leven van [naam kind] . In algemene zin geldt dat het schadelijk kan zijn voor kinderen om geen contact te hebben met één van de ouders.

De GI dient als onafhankelijke organisatie te bekijken wat de mogelijkheden zijn om het contact tussen de moeder en [naam kind] zorgvuldig op te bouwen. Hiervoor is het van belang dat er zicht komt op de pedagogische vaardigheden, het psychisch functioneren en de leefsituatie van de moeder. Hoewel de kinderrechter de frustratie van de vader en de grootouders vz over de uitvoering van de ondertoezichtstelling begrijpt, is de kinderrechter van oordeel dat de inzet van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om het proces van het contactherstel tussen de moeder en [naam kind] te begeleiden en te monitoren.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [naam kind] daarom verlengen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 4 oktober 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2020 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.M.C. van der Knaap als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.