Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9493

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-09-2020
Datum publicatie
23-10-2020
Zaaknummer
10/750072-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing vordering onttrekking aan het verkeer (552f Sv). Auto met verborgen ruimte. Geen geldelijke tegemoetkoming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/750072-18

Raadkamernummer: 20/2069

Beslissing van de rechtbank te Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement ex artikel 552f Wetboek van Strafvordering van

6 augustus 2020, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 28 augustus 2020, er toe strekkende dat het inbeslaggenomen voorwerp, toebehorende aan:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

wonende aan de [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

(verdachte),

door de rechtbank onttrokken aan het verkeer wordt verklaard.

Procedure

De rechtbank heeft, naast voormelde vordering, gezien:

- het dossier van de strafzaak van de officier van justitie in dit arrondissement onder bovengenoemd parketnummer tegen verdachte voornoemd, waarin zich onder meer bevindt een kennisgeving van inbeslagneming met proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer 1] (als bijlage bij het proces-verbaal van politie Rotterdam-Rijnmond met nummer [procesverbaalnummer 2] waaruit - zakelijk weergegeven - blijkt dat

op 19 februari 2018 te Rotterdam onder verdachte, op verdenking van witwassen,

inbeslaggenomen werd:

Een personenauto van het merk BMW, type X6 Xdrive30d, kleur wit en met het

kenteken [kentekennummer] .

Het beslag is gelegd op grond van artikel 94 lid 1 Sv.

De rechtbank heeft naar aanleiding van de vordering in openbare raadkamer

van 17 september 2020 gehoord:

de officier van justitie mr. H. Van Galen en de gemachtigd raadsvrouw mr. L.A. Sjadijeva, advocaat te Rotterdam.

Verdachte is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer. Daartoe is gesteld dat het aanbrengen en/of hebben van een verborgen ruimte in een voertuig bedoeld is om contrabande, zoals drugs, misdaadgeld of wapens te vervoeren en aan het zicht te onttrekken. Dit voertuig is een voorwerp dat tot het begaan van strafbare feiten is vervaardigd/ bestemd of geprepareerd en derhalve valt onder de reikwijdte van artikel 36c sub 5 van het Wetboek van strafrecht en dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Er behoeft dan ook geen concreet strafbaar feit te zijn begaan.

Het zondermeer teruggeven van een voertuig met verborgen ruimten kan niet aan de orde zijn, omdat nu juist de stelling is dat deze voertuigen (opnieuw) gebruikt kunnen worden om strafbare feiten te plegen. Derhalve dient het voertuig ook te worden onttrokken aan het verkeer. De officier voert verder aan dat het alternatief om de auto door de Douane te laten ombouwen in de oorspronkelijke staat niet aan de orde kan zijn nu deze zaak niet naar de Douane wordt verwezen en er strafrechtelijk gezien geen ruimte is om een stelsel in te bouwen gericht op herstel van de rechtmatige situatie.

De officier van justitie verwijst verder in zijn betoog naar een aantal uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 13 maart 2020, de rechtbank Amsterdam van 11 december 2019 en het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 2003.

Ten aanzien van de mogelijkheid van een vorm van compensatie in de zin van artikel 33c Wetboek van strafrecht heeft de officier van justitie geconcludeerd dat na het eventueel uitspreken van de onttrekking van het voertuig, het voertuig zal worden vernietigd. Er zal geen opbrengst zijn. Het aanwezig hebben van de verborgen ruimte en de financiƫle schade daarvan komt voor rekening van de klager/eigenaar. Nu het de bedoeling is om met de verborgen ruimten strafbare feiten te plegen, is er geen ruimte voor een geldelijke tegemoetkoming en wordt verzocht dit bedrag op nihil te stellen.

De raadsvrouw heeft in raadkamer aangegeven dat verdachte graag de auto wenst terug krijgen en zich verzet tegen de vordering. De auto is op zichzelf geen verboden voorwerp en de auto kan in zijn oorspronkelijke staat worden teruggebracht, zodat verdachte niet onevenredig zwaar wordt getroffen door vernietiging van de auto. Verdachte heeft de auto met leningen en eigen inkomsten aangeschaft. bij toewijzing van de vordering komt aan verdachte een vergoeding toe. De raadsvrouw kan zich uitlaten over de vraag of verdachte terug is gegaan naar de verkoper voor tekst en uitleg over de aangetroffen verborgen ruimte in de auto.

Beoordeling van de vordering tot aantrekking aan het verkeer

De vordering strekt tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen auto met verborgen ruimte.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36c sub 5 van het Wetboek van strafrecht is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer de inbeslaggenomen auto. De auto is immers vervaardigd en ook bestemd om een strafbaar feit te begaan. De rechtbank acht als feit van algemene bekendheid dat een voertuig met een geprepareerde verborgen ruimte voor niets anders bestemd kan zijn dan het plegen van ernstige strafbare feiten danwel de opsporing van dergelijke feiten te belemmeren. Het ongecontroleerde bezit van een dergelijk voertuig is in strijd is met de wet en algemeen belang.

De rechtbank stelt vast dat in de auto in de rugleuning van de achterbank een verborgen ruimte werd aangetroffen, die was afgedekt met een stalen plaat welke geopend kon worden met een afstandsbediening. De afstandsbediening werd in de auto in een schoudertas aangetroffen. De aangetroffen verborgen ruimte betrof geen standaardvoorziening en is dus achteraf ingebouwd, op zeer professionele wijze. Deze verborgen ruimte in de auto zorgt ervoor dat criminele activiteiten in stand blijven of gestimuleerd worden.

De rechtbank is op grond van het voorgaande en de omstandigheden waaronder de auto in beslag is genomen van oordeel dat de auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer en zal de vordering derhalve toewijzen en bepalen dat de auto wordt onttrokken aan het verkeer.

Geldelijke tegemoetkoming

De rechtbank komt tot het oordeel dat klager door het aan de Staat vervallen van de auto niet onevenredig is getroffen en zal hem derhalve geen geldelijke tegemoetkoming toekennen als bedoeld in artikel 33c Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- Wijst toe de vordering van de officier van justitie;

- Verklaart onttrokken aan het verkeer:

Een personenauto van het merk BMW, type X6 Xdrive30d, kleur wit en met het

kenteken [kentekennummer] (kennisgeving van inbeslagneming nummer [procesverbaalnummer 1]

, d.d. 19 februari 2018).

Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank

op 28 september 2020 door:

mr. L. Feraaune, rechter,

in tegenwoordigheid van P.E. van Tongeren, griffier.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na dagtekening daarvan en de klager binnen veertien dagen na betekening daarvan cassatie instellen.