Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9326

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-08-2020
Datum publicatie
19-10-2020
Zaaknummer
Rekestnummer: OMZ405718
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging voor de duur van zes (6) maanden, met benoeming verplichte zorg. Betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, die in ernst zal toenemen en die tot ernstig nadeel leidt. Verplichte zorg is noodzakelijk om het psychotische toestandsbeeld van betrokkene te kunnen stabiliseren en zo het ernstig nadeel af te wenden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Straf 1

Rekestnummer: OMZ405718

Beschikking van 10 augustus 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) juncto artikel 6:5, aanhef en onder a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier van justitie,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ( [geboorteland betrokkene] ),

verblijvende in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) in Den Haag,

bijgestaan door mr. R.A.F. Jansen, advocaat te Rotterdam.

1. Procesverloop

Bij verzoekschrift, gedateerd 24 juli 2020, heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om ten aanzien van de betrokkene een zorgmachtiging te verlenen. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring van 1 juli 2020;

- de zorgkaart;

- het zorgplan;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz;

- de relevante politiegegevens.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 juli 2020 in de rechtbank Rotterdam. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door een Engelse tolk, met zijn hierboven genoemde advocaat;

- mr. R.P.L. van Loon, de officier van justitie.

2. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.

3. Standpunt van betrokkene

De raadsman van de betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat de zorgmachtiging kan worden verleend, nu is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De betrokkene is blij als hij kan worden opgenomen en de voor hem benodigde hulp krijgt, aldus de raadsman. Wel heeft de raadsman opgemerkt en zich afgevraagd of de volgende vormen van verplichte zorg zoals die zijn verzocht wel nodig zijn: ‘het insluiten’, ‘het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ en ‘het uitoefenen van toezicht op betrokkene’.

De betrokkene zelf heeft nog aangegeven dat hij niet agressief is geweest gedurende zijn verblijf in de gevangenis.

4. Beoordeling

4.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, meest waarschijnlijk in het kader van schizofrenie, die zich manifesteert in een psychotisch toestandsbeeld met vooral paranoïde wanen.

4.2.

Deze stoornis leidt tot (een aanzienlijk risico op) ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstig lichamelijk letsel voor anderen,

- ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Hoewel betrokkene de medicatie momenteel (in detentie) vrijwillig inneemt, is de inschatting dat hij buiten detentie zijn antipsychotica zal staken en zich zal onttrekken aan hulpverlening. Uit de medische verklaring blijkt immers dat betrokkene heeft aangegeven geen noodzaak tot inname te zien en slechts hinder hiervan te ervaren. De verwachting is in dat geval dat de aanhoudende psychotische symptomen van betrokkene in ernst zullen toenemen, waardoor er een hernieuwd risico bestaat op verbale dan wel fysieke agressie richting personen en goederen, maar ook op ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht. Daarnaast ondervindt betrokkene op meerdere leefgebieden problemen. Zo heeft hij geen huisvesting en geen dagbesteding. Het ontbreekt hem aan een sociaal maatschappelijk vangnet. Betrokkene is niet in staat om zichzelf op diverse leefgebieden te onderhouden. Daarom bestaat er tot slot een aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang zonder de benodigde zorg.

4.3.

Om dit ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

4.4.

Gebleken is dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis . Betrokkene heeft immers geen ziekteinzicht; hij heeft, zo blijkt uit de medische verklaring, de psychiater laten weten geen noodzaak tot inname van medicatie te zien. Daarnaast heeft hij geen vaste woon- of verblijfplaats en is de psychose volgens de psychiater nog niet geheel in remissie, wat een verhoogd terugvalrisico oplevert. Omdat een adequate (medicamenteuze) behandeling noodzakelijk is om het psychotische toestandsbeeld van betrokkene te kunnen stabiliseren en zo het ernstig nadeel te kunnen afwenden, is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.

De volgende vormen van verplichte zorg worden voor na te noemen duur verzocht:

Vorm van zorg

Duur

toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

6 maanden

beperken van de bewegingsvrijheid

6 maanden

insluiten

6 maanden

uitoefenen van toezicht op betrokkene

6 maanden

onderzoek aan kleding of lichaam

6 maanden

controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen

6 maanden

opnemen in een accommodatie

6 maanden

4.5.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Hoewel, zoals de advocaat van betrokkene heeft aangevoerd, wellicht niet alle vormen van verplichte zorg meteen nodig zijn, is bij het bepalen van de juiste zorg rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen. Het is vervolgens aan de instelling waar betrokkene verblijft om te bepalen op welk moment welke vorm van verplichte zorg noodzakelijk is, met inachtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit van die zorg.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.7.

De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

4.8.

De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de (verzochte) duur van zes (6) maanden, en geldt tot en met 10 februari 2021. De vormen van verplichte zorg zoals opgenomen onder 4.4 zullen worden toegewezen voor de gevraagde duur.

5. Beslissing

De rechtbank:

wijst toe het verzoek van de officier van justitie en verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ( [geboorteland betrokkene] );

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.4.

kunnen worden getroffen overeenkomstig de vermelde duur;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 10 februari 2021.

Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar. De machtiging is geldig vanaf dagtekening en moet binnen twee weken ten uitvoer worden gelegd.

Deze beslissing is gegeven op 10 augustus 2020 door

mr. I.M.A. Hinfelaar, voorzitter,

mrs. A.A. Kalk en M.H.W. Franssen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.M. van den Hoek, griffier.

De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.